• Wie is de vrouw op de foto?

    Wie is de vrouw op de foto?

    Het omslag van Branco & Julia, de nieuwe roman van Gert-Jan van den Bemd (1964), springt direct in het oog: een zwart-witfoto van een vrouw die met haar voeten in de zee staat. Ze draagt een ouderwetse bikini en een soort tulband op haar hoofd. Het is niet de enige foto van deze vrouw. Tussen de twee delen die het boek telt, zijn nog negen foto’s te vinden, waaronder een babyfoto, een trouwfoto, een foto van een lief huisje en een gezinsfoto met een man en een kind. De foto’s maken de lezer nieuwsgierig nog voordat er begonnen is met lezen en vormen een goede illustratie van de fascinatie van de hoofdpersonen die deze foto’s onder ogen krijgen.

    Gert-Jan van den Bemd is schrijver en beeldend kunstenaar en dat is in Branco & Julia duidelijk te merken, bijvoorbeeld aan de beroepen van de hoofdpersonen. Branco is een wat oudere curiosa- en antiekhandelaar. Na een kortstondige en weinig succesvolle carrière als scheikundeleraar heeft hij ontdekt dat hij een goede neus heeft voor bijzondere objecten op rommelmarkten zoals de Feira da Ladra in Lissabon, waar hij, alhoewel hij inmiddels zeer vermogend is door de verkoop van zijn vondsten, rondscharrelt in de vermomming van een zwerver om verkopers op het verkeerde been te zetten. Julia is een jonge kunstenares die van haar schilderijen niet rond kan komen. Ze woont nog bij haar ouders, maakt kamers schoon in een hotel en is naaktmodel bij de tekenlessen van veelbelovend kunstenaar Valério, die altijd gekleed is in een vintage trainingspak van Adidas met een rode broek en een rood-wit jack. Julia stemt er tussen de lessen door mee in om seks met hem te hebben. Niet omdat ze van hem houdt, maar meer omdat ze het vindt passen bij hun relatie die zich kenmerkt door het feit dat ze altijd eerlijk zijn tegenover elkaar. Julia maakt aan de lopende band gemakzuchtige schilderijtjes waar veel vraag naar is, maar ze droomt ervan om met olieverf monumentale doeken te maken waar niemand omheen kan. Helaas heeft ze geen geld om daar materiaal voor aan te schaffen en dus verkoopt ze haar werk op de Feira da Ladra.

    Doos met zwart-witfoto’s

    Het is op diezelfde rommelmarkt dat Branco en Julia elkaar per ongeluk tegen het lijf lopen. Julia heeft haar ogen bij toeval laten vallen op een doos met oude zwart-witfoto’s en is duidelijk geïntrigeerd door de vrouw die op die foto’s staat. Ze koopt er twee. Branco ziet aan de blik in de ogen van Julia dat ze iets bijzonders heeft gevonden. Zonder zich te bedenken en tot stomme verbazing van Julia schaft hij zich alle resterende foto’s uit de doos aan, zonder ook maar een poging te doen om af te dingen op de prijs, hetgeen geheel tegen zijn natuur is. Voor Julia vormen de twee foto’s een aanleiding en inspiratiebron om eindelijk aan de slag te gaan met haar droom om het met haar kunst over een andere boeg te gooien. Branco ziet de foto’s als basis voor een roman over de mysterieuze vrouw op de foto’s en vreest dat hij essentiële informatie over haar mist wanneer hij de twee foto’s van Julia niet zou weten te bemachtigen.

    Sjacheraar

    Branco & Julia wordt in een ik-perspectief afwisselend vanuit Branco en Julia verteld. In het eerste deel van het boek komt Branco niet zo sympathiek en wat vlak over. Hij wordt neergezet als een eenzame, egoïstische en inhalige sjacheraar die als afwisseling op zijn werk als kunsthandelaar van plan is een grote roman te schrijven. Julia is in het eerste deel redelijk afwachtend en wat naïef. Zo neemt ze bijvoorbeeld een opdracht aan om een muurschildering in een kinderkamer te maken, terwijl ze daar in haar hart weinig voor voelt en ze protesteert niet wanneer ze daar een belachelijk laag loon voor ontvangt. Valério is ervoor verantwoordelijk dat Branco en Julia met elkaar in contact komen; hij is zeer enthousiast over de grote, met olieverf gemaakte schilderijen die Julia van haar foto’s heeft gemaakt en overtuigt Julia ervan dat ze de andere foto’s ook in handen moet zien te krijgen. Hoe het precies gaat, is niet helemaal duidelijk, de overgang van het eerste naar het tweede deel is redelijk abrupt, maar in het tweede deel van het boek rijden Branco, Julia en Valério door Frankrijk, op zoek naar de vrouw van de foto.

    Gelaagdheid

    Vanwege de locaties in Portugal en Frankrijk heeft het boek op het eerste gezicht enigszins het karakter van een vakantieboek. Daarnaast heeft het tweede deel van het boek, de zoektocht in Frankrijk naar de vrouw op de foto, veel weg van een road novel. Gelukkig heeft Van den Bemd in Branco & Julia een paar interessante gelaagdheden verwerkt. Zo vraagt hij zich af in hoeverre iemand een kunstenaar is (zoals Julia) of kan worden (zoals Branco).

    Aan het begin van het boek krijgt Branco een zeldzame gedichtenbundel in handen, Mensagem (boodschap (!)), die hij ondanks de waarde – het is een eerste druk – niet wil verkopen; het boekje laat hem dromen over hoe het zou zijn om schrijver te worden: ‘Het etiket “schrijver” verleende me een zekere status. Natuurlijk had ik die niet echt nodig: aan mijn verzorgde uiterlijk en elegante kleding zagen de mensen toch wel dat ik van goede komaf was, maar het schrijverschap maakte me… interessant. Als schrijver was ik iemand, nu was ik alleen maar rijk.’
    Het is de vraag of het prijzige in antilopeleer gebonden notitieboekje waarin Branco koortsachtig aantekeningen maakt met een elegante balpen kan bijdragen aan die carrièreswitch. Zelf ziet hij als enige bezwaar dat hij een ‘schrijversgoudmijn’ als ‘een ongelukkige jeugd, een zwaar leven vol ellende en verdriet, of een onbereikbare liefde’ ontbeert.

    Branco & Julia is een boek waarin veel vaart zit. Van den Bemd schrijft vaardig en zet vlotte en realistische dialogen neer. In de uit twee delen bestaande proloog weet hij de lezer nieuwsgierig te maken naar de afloop van het verhaal. Voor de oplettende lezer neemt het getal twee overigens in meer opzichten een bijzondere rol in en zijn er genoeg interessante zijpaadjes. Het personage van Branco krijgt in het tweede deel gelukkig wat meer diepgang. Dat het einde van het verhaal dan toch niet heel verrassend is, is Van den Bemd vergeven. Zijn derde roman is het alleszins waard om gelezen te worden.

     

  • De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

    De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

    Jo Komkommer (Wilrijk, België, 1966) schrijft sinds 2011 een blog getiteld ‘Komkommerdagen’ en publiceerde in eigen beheer 2 titels met een selectie van de stukken die hij schreef. De bundels werden opgemerkt en uitgeverij Manteau besloot tot een commerciële uitgave. En zo verscheen in 2021 Opkomst en ondergang van de Citroën Berlingo, een royale keuze uit beide eerdere bundels. De achterflap vermeldt, ‘Een bundeling bitterzoete verhalen uit het leven van een geboren lanterfanter. Soms geestig, soms weemoedig, maar altijd autobiografisch.’ En dat klopt wel. 

    Monument voor opa

    De bundel begint met de mooie zin, ‘Als kind duurt het leven geruststellend lang’. Dan volgen de herinneringen die Jo heeft aan zijn grootvader. ‘Al is in de ogen van een kind elke grootouder imposant, opa Komkommer was een indrukwekkende verschijning. Torenhoog en kamerbreed. Mijn vroegste herinnering aan hem was dat we samen op de achterbank van zijn Citroen DS zaten. Hij – zoals steeds – gekleed in handgemaakt driedelig pak, zwarte hoed op de kalende kruin, zegelring rond de robuuste vinger: een geboren president-directeur.’

    Opa Josef Komkommer werd als jonge man door zijn vader Isaac, Antwerpse diamantair, naar Indonesië gestuurd om diamanten te verkopen en bracht daar de oorlog door als Japans krijgsgevangene, werkend aan de Birma spoorweg. Door het verblijf en de gevangenschap in Azië was hij één van de weinige (joodse) Komkommers die de oorlog overleefden. Hij slaagde er daarna in om in Antwerpen weer een groot diamantair te worden. ‘De gouden jaren braken aan. Het geld dat binnenstroomde werd royaal weer uitgegeven aan verre reizen, restaurantbezoek, kunst, sportwagens voor zijn enige zoon, goede doelen voor de rest van de mensheid en steeds mooiere en grotere woningen.’ Dit eerste hoofdstuk is een mooi monument voor zijn opa.

    Anekdotes over collega’s

    Jo Komkommer blinkt  uit in het herdenken van overleden jeugdvrienden en jeugdhelden en dat zijn de beste hoofdstukken uit het boek. Zelf werd hij geen diamantair, zoals zijn grootvader en zijn vader. Hij was als jonge man een tijdlang reisleider in de Dominicaanse republiek, Haiti en Mexico en daarna in Californië. Daar ontmoette hij de liefde van zijn leven Jolanda en keerde op zijn dertigste terug naar België, waar hij – halverwege de jaren negentig – met haar een gezin stichtte en receptionist werd in het Antwerpse boetiekhotel ’t Sandt, een rol die hij de daarop volgende vijfentwintig jaar vervulde. Al met al een leven dat voldoende stof voor verhalen zou kunnen geven.

    Maar dat valt toch een beetje tegen. De jaren als reisleider in verschillende landen komen uitvoerig aan bod, maar eigenlijk alleen in de vorm van herinneringen aan luie dagen, drankfestijnen, mooie meiden en collega’s die opvielen door eigenschappen die hij zelf niet meende te hebben, daadkracht bijvoorbeeld. Als reisleider was enige interesse voor het land en zijn bevolking kennelijk niet nodig en Jo Komkommer deed naar eigen zeggen nooit meer dan strikt noodzakelijk was. Ook de jaren als receptionist hebben al met al weinig méér opgeleverd dan wat anekdotes over bijzondere collega’s. En de Citroën Berlingo uit de mooie titel van de bundel is eigenlijk niet meer dan een eenvoudige familie-auto waar Jo met zijn gezin 12 jaar in rondreed tot hij het begaf.

    Te grage verteller

    Aan de schrijfstijl van Komkommer is te merken dat hij een grage verteller is, die wat nu op papier staat vermoedelijk ook al vaker aan de tap of de hotelbalie heeft verteld. Hij heeft een voorkeur voor een wat oubollige en omslachtige verteltrant. Zo gaat het bestellen van een latte macchiato op Kreta in het leven van Jo Komkommer:

    ‘In mijn gezichtsveld stond een jonge vrouw met zwarte krullen, donkere ogen, een scherpe neus en ook de rest van haar verschijning – gekleed in een zomerkleedje waar de loden Kretenzische zon niet zo snel een antwoord op wist – mocht er wezen. Haar verschijning had de grote dichters uit de klassieke oudheid vast geïnspireerd tot het schrijven van epische sonnetten, maar ze was drieduizend jaar te laat geboren en diende het met mij te stellen. Niet alleen besloot ik geen sonnet te schrijven, in de algemene consternatie vergat ik bijna te proeven van haar verbazingwekkend lekkere koffie. Wat me nog meer verbaasde was haar ogenschijnlijke interesse in mij. Ze vlijde zich naast me neer en knoopte een gesprek aan waar een goede verstaander een flirterige ondertoon in zou kunnen ontwaren. Niets in mijn achtenveertig voorgaande jaren had me op deze schok voorbereid. Ik heb al talloze latte macchiato’s besteld in alle uithoeken van de wereld en steeds verdwijn ik, nadat de koffie is gebracht, in de achtergrond, om samen met de muzak te vervagen tot een onopgemerkte maar niet storende aanwezigheid. Behangpapierman. Maar zij keek mij aan met een wulpse blik die ik voorheen alleen van films kende. Zij gaf mij het gevoel een rockzanger van een Australische groep uit de jaren tachtig te zijn.’

    Een omslachtig en iets te komisch bedoeld proza waar een goede redacteur gehakt van gemaakt zou hebben. Zo worden sonnetten pas sinds de 13e eeuw geschreven en een onopgemerkte aanwezigheid kan per definitie niet storend zijn. Maar dit is Jo Komkommers manier van vertellen en als je niet van de stijl-politie bent is dit best een aardige en bij tijd en wijle amusante bundel.

     

  • Oogst week 44 – 2019

    Pastorale

    Stephan Enter (1973) werd maar liefst vier keer genomineerd voor de Libris Literatuurprijs: tweemaal behaalde hij de longlist en tweemaal drong hij door tot de shortlist. Daarnaast sleepte hij nominaties voor diverse andere literaire prijzen in de wacht. In 2012 won hij C.C.S. Croneprijs, een oeuvreprijs van de stad Utrecht die iedere twee jaar wordt uitgereikt. Nu is zijn nieuwste roman verkrijgbaar: Pastorale.

    Het boek speelt zich af tijdens een zomer in de jaren 80 en gaat over een dorp met een gereformeerd en een Moluks gedeelte. Enerzijds gaat Pastorale over volwassenheid en voor het eerst verliefd worden, anderzijds over de Molukse gemeenschap uit het dorp, die door Nederland is weggestopt in een voormalig concentratiekamp.

    Pastorale
    Auteur: Stephan Enter
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Vind me

    André Aciman (1951) schrijft fictie, non-fictie en verhalenbundels, maar is vooral bekend van de roman Noem me bij jouw naam. Dit boek werd succesvol verfilmd als Call me by your name. In het nieuwste boek van Aciman, Vind me, keren de personages uit Noem me bij jouw naam terug.

    Het is vijftien jaar later: Elio is inmiddels pianist geworden en Olivier werkt als professor in de Verenigde Staten, al heeft hij nog heimwee naar Italië én naar degene van wie hij nooit afscheid heeft kunnen nemen. Daarnaast wordt Samuel, Elio’s vader, verliefd op een veel jongere vrouw. Vind me is de voortzetting van het magische liefdesverhaal dat met Noem me bij jouw naam begon.

    Vind me
    Auteur: Andre Aciman
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Roots

    Bij IJsland denken de meeste mensen aan kou, het noorderlicht of een prachtig landschap. Dat IJsland ook op culinair gebied veel te bieden heeft, laat chefkok Dagný Rós Ásmundsdóttir (1972) zien in ROOTS. Dagný Rós Ásmundsdóttir komt oorspronkelijk uit IJsland en woont al meer dan een decennium in België. Ze is bekend van onder anderen de Vlaamse versie van het televisieprogramma MasterChef en van haar deelname aan De Slimste Mens.

    Roots bevat vijftig recepten uit de jeugd van Dagný Rós Ásmundsdóttir. Ze heeft deze recepten een moderne twist gegeven, waardoor ze een aangename kennismaking met de IJslandse keuken vormen.

    Roots
    Auteur: Dagny Rós Asmundsdottir
    Uitgeverij: Manteau