Hele dagen zwerft Kat, in gezelschap van haar trouwe hond Beest, door de stad. Ze is het gewend om alleen te zijn: haar ouders bekommeren zich niet om haar, van school is geen sprake, broers of zussen heeft ze niet. Maar als haar oom Roemer overlijdt, zet dat van alles in werking. Deze oom, die ze nauwelijks kende, blijkt zijn huis te hebben nagelaten aan Kat en haar ouders. En niet zomaar een huis, maar een huis als een museum, vol allerlei interessante objecten. Tussen al die wonderbaarlijke dingen vindt Kat ook een doodgewone kiezel. Ze neemt hem mee en vergeet hem, tot hij op magische wijze om haar aandacht begint te vragen. Ondertussen ontmoet ze een mysterieuze man die gitaar speelt op haar ooms graf, een onbevreesde jongen vol ideeën en een half meisje vol energie. Het is het begin van een avontuur dat Kats leven zal veranderen.
Het bombardement in Rotterdam is in Nederland één van de meest verschrikkelijke en belangrijke momenten uit de Tweede Wereldoorlog. Het heeft de stad voorgoed veranderd en heeft een permanente plek in de Nederlandse geschiedenis gekregen. Schrijfster Marte Jongbloed nam voor haar nieuwe jeugdboek het bombardement als uitgangspunt, gezien vanuit de ogen van een Rotterdamse jongen die alles van dichtbij meemaakt.
[…]
Met 1300 bommen in 13 minuten is Jongbloed er weer in geslaagd om een stukje Nederlandse geschiedenis in een aangrijpend verhaal te vatten. Ze weet met veel empathie en in weinig woorden heel veel te zeggen. Het boek leent zich ook goed als voorleesboek in de klas: een handzaam en indrukwekkend boek om oorlogssituaties bespreekbaar mee te maken.
‘Wie de gedichten van Kees Spiering leest, begrijpt opeens hoe je tegelijkertijd nu en ooit kunt lezen, hoe woorden naar warm hout kunnen ruiken en dat poëzie een hemel kan zijn.’ Dat schrijft Edward van de Vendel in het voorwoord van Nog lang geen later.
De jeugddichter, die eerder al bekroond werd met een Vlag en Wimpel voor zijn bundel Jij begint, besteedt aandacht aan thema’s die leven onder de jeugd. Vriendschappen die aan en uit gaan, ruzie tussen ouders, gedachtegangen in de pubertijd, maar ook kwesties over het klimaat en de natuur.
[…]
Nog lang geen later is een aanrader voor elke jonge poëet en dichtliefhebber die houdt van magische, soms onbegrijpelijke woorden die je aan het denken zetten, maar die ook de gedachtegang van een puber lijken te begrijpen met prachtige sprookjesachtige illustraties.
In de snikhete New Yorkse zomer van 1983, waarin de aidsepidemie de overlijdensadvertenties beheerst en de straten worden bevolkt door daklozen, potloodventers en zakkenrollers, ontstaat een vriendschap tussen twee stagiaires bij een krant, Beth en Edie. Hoofdpersoon Beth in Dat soort vrienden van Meg Rosoff is een bleu meisje van achttien uit de provincie. Ze heeft een stageplek weten te bemachtigen dankzij het schrijven van een artikel over het corrupte toelatingsbeleid van haar middelbare school, dat door de landelijke media werd opgepikt. Of de New Yorkse Edie schrijftalent heeft weten we niet, maar talent voor het aangaan van relaties heeft ze zeker wel. In een mum van tijd kent ze iedereen bij de krant, en iedereen haar.
Beth laat zich meeslepen door wervelwind Edie. De dames doen al gauw veel dingen samen. Edie leert Beth hoe ze zich moet kleden en neemt haar mee naar een kapper, waar Beths onhandelbare haar wordt getemd en waardoor ze er volgens Edie nu niet meer uitziet als een meisje uit de provincie. En dat is waar Beth hevig naar snakt. Ze wil net zo wereldwijs, sociaal vaardig en aantrekkelijk worden als haar vriendin.
Ondertussen vertelt Edie openhartig over alles wat haar bezighoudt: vriendjes, seks en haar tweewekelijkse bezoeken aan haar psycholoog. Als ze meer over Beth te weten wil komen, vuurt ze alle vragen in een keer op haar af.
‘Seks?’
‘Tja…’ Beth veinsde nonchalance. ‘Niet echt.’
‘Niet echt, niet echt. Wat wil dat zeggen?’
‘Ach, een beetje seks maar geen, tja…’
‘Volledige penetratie?’ Edie snoof. ‘Pfff, dat noem ik technisch gezien geen seks.’
‘Best. Maar…’
‘Daarentegen heb ik al heel wat seks achter de rug,’ zei Edie. ‘Naar mijn ervaring is het allemaal niet zo geweldig. Voorspel tuurlijk. Eindeloze beloftes voor de rest, deels goed, een afknapper aan het eind. Als je snapt wat ik bedoel.’
Beth had moeite het te volgen.
Edie vertelt Beth wat ze van alles moet vinden. Elke eigen mening die Beth erop nahoudt, wordt door Edie de grond in geboord. Beth vindt de twee mannelijke stagiairs eigenlijk wel aardig, maar Edie laat haar weten dat ze dat niet zijn en dat Beth op haar oordeel moet vertrouwen. Beth wil haar intuïtie wel volgen, maar ‘die hoort ze niet boven het geluid van Edies stem uit.’
Van de kakkerlakken naar de airco
Beth woont met Dawn, de zus van haar beste vriendin, en diens vriendje Tom in een kleine, smerige kamer in New York waar kakkerlakken de keuken bevolken en het zelfs met ventilator niet is uit te houden. Edie vraagt al snel of Beth bij haar komt wonen in haar luxe appartement met airco in de Upper West Side. De ouders van Edie verblijven de hele zomer in de Hamptons en ze vindt het niet fijn om alleen te zijn. Beth neemt het aanbod aan.
Het is voornamelijk Edie die aan het woord is en ervan houdt hartstochtelijk te klagen over alles en iedereen. Tussen neus en lippen door vertelt Edie dat haar moeder de voornaamste reden is dat ze zichzelf iets zou willen aandoen. De Joodse Beth weet zich geen raad met deze informatie. In haar gedachten gaat ze naar haar eigen familie. Van beide kanten zijn familieleden in de oorlog gestorven. In Beths familie ligt de nadruk op overleven, maar durft dit niet uit te spreken richting haar vriendin.
Als lezer weet je vrij snel dat deze onevenwichtige vriendschap geen lang leven beschoren kan zijn. Beth maakt een ontwikkeling door van onzeker en verlegen meisje tot een meer wereldwijze vrouw. Door schade en schande wordt ze wijs. Haar geheime relatie met huisgenoot Tom, een gewapende overval en de affaire van Edie met een getrouwde collega zorgen uiteindelijk voor een verwijdering tussen de vriendinnen.
Meg Rosoff (1956) ontleedt de vriendschap tussen Beth en Edie heel nauwkeurig, in spetterende dialogen met de nodige dosis humor. Je voelt dat deze zomer voor Beth levensveranderend is, ze maakt zich los van haar ouders en moet haar eigen keuzes maken. De angsten en onzekerheden die daarbij komen kijken zijn uit het leven gegrepen en zullen voor veel jongeren heel herkenbaar zijn. Relaties die je aangaat aan het eind van je tienerjaren kunnen bepalend zijn voor de rest van je leven. Dat gegeven heeft Rosoff tot in de puntjes uitgewerkt in deze schitterende young adult roman.
Dat soort vrienden is het tweede deel van wat een trilogie moet worden. Het eerste deel, De Godden broers, speelt zich ook af gedurende een hete zomer, maar kent andere hoofdpersonen en is los te lezen van dit tweede deel. Rosoff, die in 2016 de Astrid Lindgren Memorial Award won (een soort Nobelprijs voor de jeugdliteratuur), zet in Dat soort vrienden twee levensechte personages neer van wie je je de rest van hun leven kunt voorstellen nadat je het boek hebt dichtgeslagen.
Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op! mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl
Op bevel van de Raad van Castillië, één van de machtigste raden in de 18e eeuw, werden op 30 juli 1749 alle zigeuners in Spanje gevangengenomen. Zolang als een mens zich kon herinneren hadden zij zich aan geen enkele wet gehouden. De enige wet waar zij zich aan hielden, was de wet van de zigeuners. Vanaf die donkere dag in 1749 deed de Kroon er alles aan om het ras uit te roeien. De zigeuners leden honger, werden gemarteld, maar weigerden te doen wat hen werd opgedragen. Vrijheid was hun grootste goed en velen streden tot aan de dood om deze terug te krijgen. Enkelen konden of wilden geen weerstand bieden en kregen hun vrijheid terug op voorwaarde dat zij zich bekeerden tot het katholieke geloof. Maar was dit werkelijk de vrijheid die zij zochten?
Tegen deze achtergrond speelt Koningin op blote voeten, de nieuwste roman van Ildefonso Falcones. Op de voorgrond bevinden zich twee hoofdpersonages: de zigeunerin Milagros en de negerin Caridad. Beiden worden niet alleen door de samenleving geminacht, maar ook door hun naasten. Hun verhaallijnen komen samen en vallen uiteen, wat de Spaanse auteur de gelegenheid geeft alle facetten van de 18e eeuwse Spaanse samenleving in geur en kleur te beschrijven.
Te beginnen bij Caridad. Zij komt als ex-slavin van een Cubaanse tabaksplantage aan in Spanje. Op weg naar Sevilla leert ze Melchor, de grootvader van Milagros kennen. Hij ontdekt al snel hoe vaardig Caridad is in het rollen van sigaren en introduceert haar in de wereld van de illegale tabakshandel. Op de reis die zij vervolgens door Zuid- Spanje maken, zingt zij voor hem en in haar liederen hoort hij haar wanhoop en haar pijn, die hij door zijn eigen ervaringen met haar deelt. Maar waar Melchors geschiedenis er één is van verzet en de eeuwigdurende zoektocht naar vrijheid, is die van Caridad, ondanks jaren van misbruik, doordrenkt met gedweeheid en overgave. Aan haar afwachtende houding komt echter een einde als zij wordt gearresteerd. Pas dan leert ze de betekenis van vrijheid.
Via Melchor komt Caridad in contact met Milagros, die in alles haar tegenpool is. De jonge Milagros is levendig en luistert naar niemand. Op wonderlijke wijze weet ze aan de massale arrestatie van de zigeuners in 1749 te ontkomen. Haar ouders worden echter wel gearresteerd. Om ze vrij te krijgen is geld nodig. Caridad leert Milagros om over haar verdriet en pijn te zingen. Door haar zinnenprikkelende dans en haar passionele zang verdient Milagros in gelegenheden waar veel opdringerige mannen komen veel geld. De familie Garcia ziet hoe zij langzaam rijker wordt en stelt haar voor te trouwen met hun zoon Pedro, waar Milagros altijd al verliefd op is geweest. Milagros aarzelt, omdat haar familie en de familie Garcia altijd vijanden zijn geweest. De Garcia’s krijgen echter haar vader vrij, die toestemt met het huwelijk. Wanneer Melchor hoort dat haar vader Milagros heeft weggegeven aan de vijanden, vermoordt hij hem en vlucht weg om aan de straf van de zigeuners te ontkomen.
Pedro regelt optredens voor Milagros bij adellijke families. Bij één van de optredens komt ze in contact met de eigenaar van een theatergezelschap uit Madrid die haar vraagt zich bij hen te voegen. In Madrid aangekomen komt Milagros al snel achter de ware aard van haar overspelige man. Pedro neemt haar geld en vrijheid af, mishandelt haar, bezoedelt haar naam en doet zelfs een poging haar te vermoorden. Deze poging mislukt en hij vlucht weg, terug naar Sevilla. Sterk verzwakt keert ook Milagros terug naar haar geboortestad en komt daar weer in contact met Melchor en Caridad. Daar worden ze direct door de zigeuners opgepakt voor moord en prostitutie. Als Ana, de moeder van Milagros uiteindelijk vrij komt, zet ze zich met alle macht in om ook haar familie vrij te krijgen. De wet van de zigeuners, waarbij de vrijheid altijd het grootste goed is, blijkt onderling echter heel anders geïnterpreteerd te worden en Ana’s ideeën komen niet overeen met de rest van de zigeuners. Zal ze haar familie vrij kunnen krijgen?
Niet alleen via deze verhaallijnen leert de lezer in Koningin op blote voeten over het Spanje van de 18e eeuw, maar ook via de personages waarmee Caridad en Milagros in contact staan. Door haar tijd in de gevangenis leert Caridad voor zichzelf op te komen, maar leert ze ook over wat zich in de wereld afspeelt, waardoor ze de waarde leert kennen van vrij zijn. Via de nachtelijke avontuurtjes van Pedro komen we te weten over de absurde activiteiten in en om het theater. Maar, wat nog wel het mooiste is, is dat de lezer leert over de 18e eeuwse muziek in Spanje in alle soorten en maten, van volksmuziek tot flamenco, van kerkelijke liederen tot theaterliedjes. Muziek die altijd vol is van emotie en verhalen. Want Caridad, Milagros en zelfs Melchor zingen over hun verdriet, hun pijn totdat ze zich beter, vrijer voelen. Zoals de zigeuners het in Koningin op blote voeten zeggen: ‘Zing, zing totdat je mond smaakt naar bloed.’