Oceandiva
Christina Flick (1982) is in Duitsland geboren, maar haar debuutbundel heeft ze geschreven in het Nederlands, omdat ze waardeert dat deze taal een andere logica en woordvolgorde heeft dan haar moedertaal. Maar ook maakt ze in haar gedichten gebruik van de Engelse taal. Haar poëzie valt op door de vele enjambementen, die vaak dubbelzinnig van betekenis zijn, omdat het niet duidelijk is of het laatste woord de versregel afsluit of de volgende opent. Haar associatieve gedichten volgen de chaos en de drukte van een grote stad, die tot vervreemding en eenzaamheid leiden.
Een vertelstem observeert het stuurloze leven van vier stadsbewoners, die een moeizame relatie met elkaar onderhouden, tijdens hun zwerftochten door de stad tot aan de oceaan. Flick schetst een wereld waarin de vertwijfeling nooit ver weg is en de toekomst ongewis is, maar door de verscheidenheid van onderwerpen en de gedetailleerdheid van Flicks observaties is dit geen sombere bundel.
droom, bushalte
er is een gala in het centrum troost ik een toerist
die dronken is en op weg
naar een heavymetalconcert dat er niet is
jij ziet eruit als sharon stone zegt hij
aangespoeld in de buitenwijken
van het verlichte ik vind hem vooral
een whitney houston
een alarm gaat af een limousine rijdt langs
met daarin iemand die op ons beiden lijkt
alleen dan mooier

Aan wie, deze offers
Daniel Vis (1988) is dichter en schrijver van vier dichtbundels en een roman. Zijn tweede bundel, Insect redux, werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs en in 2021 ontving hij de Frans Vogel Poëzieprijs voor zijn gehele poëtische werk.
In zijn vierde bundel is een man aan het woord die heel graag vader zou willen worden, maar die wens niet in vervulling ziet gaan door zijn onvruchtbaarheid, ‘en mijn zaad dat onvolkomen is’. Dat zet tot twijfel aan en leidt in de gedichten naar de vraag of de man daadwerkelijk een kind wil, of dat hij alleen maar gered wil worden van zichzelf en zijn sterfelijkheid. De gedichten zijn een weergave van zelfonderzoek en richten zich tot de geliefde en tot de goden die een belangrijke rol spelen in deze bundel. Het zijn de oude goden van de Tupi, een verzameling van inheemse volkeren in Brazilië, tot wie de ik-figuur zijn gebeden richt in de vorm van kwetsbare en intieme gedichten. Wie (slacht)offert en wie wordt ge(slacht)offerd zijn vragen die door elke lezer afzonderlijk moeten worden beantwoord.
Ik vrees wat er te ontwaken staat
wanneer de vrucht waarom we vragen
daadwerkelijk tot wasdom komt.
Ik vrees de liefde die,
enorm, verpletterend,
in mij haar plek inneemt –
wat ze zal vinden
van mijn eerdere gebeden.

Jeroen van Kan (1968) debuteerde in 2017 met de dichtbundel de wereld onleesbaar, in 2019 gevolgd door de verhalenbundel Hoe Matt een dode vis werd. Hij was redacteur van de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Tirade en werkte jarenlang voor de VPRO-radio. Tot 2019 was hij presentator van het televisieprogramma VPRO Boeken. Hij werkt momenteel als redacteur van het radioprogramma De Taalstaat.
In zijn nieuwste bundel, komeet ping pong, onderzoekt Van Kan in drie afdelingen komeet, kelder en ping pong hoe hij de wereld om zich heen dient te begrijpen. Hij verkent de grenzen tussen spel en zwaartekracht, tussen eigen koers en andermans baan. De komeet en het pingpongballetje verhouden zich tot elkaar als de ene mens tot de andere, ieder met zijn unieke eigenschappen en tempo van leven. De dichter laat hierbij open welke identiteit de voorkeur krijgt, maar ironie, humor en speelsheid zijn vereist.
hier of daar
Ik zat op een heuvel
en keek uit over istanbul
naast me een jongen die zich
voorstelde als berk
hij was piloot
goed je te ontmoeten zei ik
je hebt me niet ontmoet
antwoordde hij
hier noemen ze me zo
maar alleen daar ben ik het






Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat ze leest.
