• Dit was anders dan liegen

    Dit was anders dan liegen

    Op het omslag van Jij blijft van Gerard van Emmerik staat een touw afgebeeld zonder begin en eind dat nog slechts met een paar draadjes aan elkaar hangt. Je weet dan al dat je een zeer kwetsbaar verhaal gaat lezen.
    Sam en Luc zijn al veertig jaar ongetrouwd samen als de eerste te horen krijgt dat hij nog hooguit een jaar te leven heeft. Hij is alleen in de spreekkamer met de arts die het hem vertelt. Als hij naar buiten loopt waar Luc in de auto op hem wacht: ‘Ik rechtte mijn rug en als vanzelf ging mijn duim omhoog’. Niets aan de hand.

    Sam (de ‘kippenjongen’ omdat hij geboren is op een kippenboerderij, waarover hij een boek met die titel heeft geschreven) kreeg het vonnis te horen op 10 juni, in de zomer dus. Luc en hij verbleven in hun vakantiehuisje ‘Waldfreude’ op de Veluwe. Hun relatie lijkt in het slop te zitten: ‘In de weken ervoor dacht ik wel eens: dit wordt onze laatste keer’.
    Maar dat ‘laatste’ krijgt ineens een heel andere lading als de arts Sam op het beeldscherm een ‘sterrenhemel’ met oplichtende vlekjes laat zien. Hij schetst de overlevingskansen in een onbegrijpelijke codering : ‘Bij 5-5 was het te laat, 5-4 was ook slecht, met 4-5 bestond er een kans, een kleine weliswaar, dat bestraling iets kon doen’.

    Thai Tanic

    Luc en Sam hebben nooit gemakkelijk over hun gevoelens gepraat. Dat is nu niet anders. Sam verzwijgt voor Luc wat hij te horen heeft gekregen. Hij praat zichzelf redenen aan om te doen alsof er niets aan de hand is: misschien valt het allemaal mee en dan heeft hij Luc voor niets ongerust gemaakt. Die merkt wel degelijk iets aan zijn gedrag, maar vraagt evenmin door.
    Van Emmerik schrijft dit allemaal onderkoeld op, met af en toe een wrange humor. Zoals wanneer de twee een restaurant bezoeken met de naam ‘Thai Tanic’. Of in dialogen waarin misverstanden opduiken, zoals wanneer Luc – doelend op de hitte – zegt dat ze een kutzomer meemaken en Sam meteen schrikt: ‘Hoezo?’

    Herinneringen

    Voortdurend hangt er de spanning in de roman tussen verzwijgen, misverstaan, doen alsof. Onrust ook omdat ineens de vraag klemmend is wat je met het vooruitzicht van een aanstaande dood nog wilt. Sam oppert plannen die hij voordien nooit had voor reizen, bezoek aan plaatsen waar oude herinneringen liggen en eindelijk trouwen. Luc merkt dat Sam niet de oude is, maar zoekt dat ook deels in de verwijdering die al een tijd tussen hen aan het ontstaan is.

    ‘Maak je je zorgen?
    ‘Zorgen? Nee, waarom zou ik?’
    Dit was anders dan liegen. Maar niet minder erg misschien.
    (…)
    ‘En jij?’ zei ik na een poosje. ‘Ben jij ongerust dan?’
    ‘Zoiets als jij, denk ik.’

    Louterend

    De bijzondere situaties waarin Sam terecht komt in een spreekkamer met een lotgenoot of in een supermarkt geven een filmische inkijk in zijn worstelende omgang met zijn naderende dood. Toch wordt de toon nergens pathetisch. Van Emmerik houdt het licht en af en toe bekruipt je zelfs een glimlach. Dat draagt er aan bij dat je je als lezer ongemakkelijk voelt omdat je de vraag niet kunt ontlopen wat je zelf zou doen als je leven van de ene dag op de andere verandert van argeloos naar onzeker.
    Aan het slot van het boek blijkt hoe louterend zo’n proces kan zijn.

     

  • Uit bijzonder hout gesneden

    Uit bijzonder hout gesneden

    ‘Iedereen denkt bij Nepal aan mooie bergen en spiritualiteit, maar er is ook een heel andere kant, die bijna niemand buiten Nepal kent, en die is heel slecht.’ Het zijn de woorden van Edward van der Ree die op beschuldiging van moord zes maanden opgesloten zit in een overvolle Nepalese gevangenis.

    ‘Je moet uit bijzonder hout gesneden zijn om het vol te houden, en  blijkbaar is me dat gelukt. Als ik hieruit ben, denk ik dat ik een boek ga schrijven.’ Dat heeft Annemiek van Kessel voor hem gedaan. Gevangen in Nepal is gebaseerd op haar gesprekken met Edward en zijn familie, e-mails en de dagboeken van zijn moeder.

    Opgesloten
    Edward van der Ree is 36 jaar als hij na een reorganisatie in 2013 zijn baan verliest. Op zijn eerste officiële werkloze dag vertelt zijn vriendin hem dat ze niet met hem verder wil. Via een datingsite maakt hij kennis met Gabrielle die een bar in Nepal runt en zich daar inzet voor weeskinderen. Zij zoekt een barman die goed kan koken. Hij vertrekt naar Nepal en bouwt een vriendenkring op. Met Pravash klikt het vanaf het begin. Edward vertelt dat Pravash hun vriendschap zo omschrijft: ‘Wij hebben een andere kleur van buiten, maar van binnen zijn we precies hetzelfde. Wij zijn brothers.’

    Gevangen in Nepal begint op zaterdag 10 augustus 2013. Die avond is er een spontaan etentje met vrienden bij Edward thuis. De volgende hoofdstukken gaan in op zijn voorgeschiedenis: zes maanden terug in de tijd. Met stapjes van maanden keren we terug naar het vertelheden, zondag 11 augustus 2013. Pravash wordt dood gevonden in de straat onder Edwards balkon, de politie valt zijn appartement binnen: ‘Who pushed Pravash? You big problem.’ Edward wordt samen met drie vrienden (Sean, Nancy en Daiana) van moord beschuldigd. En in afwachting van de rechtszaak vastgezet. Eerst in voorarrest op het politiebureau, een maand  later in de Kasi District Prison.

    De situatie blijkt ernstig. Edward vertelt over een telefoongesprek met Gabrielle. Ze zegt: ‘Edward, ik weet het niet. Ik heb ruim zeven jaar in Nepal gewerkt en gewoond. Ze zeggen altijd bij alles dat het wel goed komt, dat is nu eenmaal hun aard. Maar meestal zit er toch een addertje onder het gras. Vaak komt het zelfs helemaal niet goed, dus bereid je op alles voor […].’

    Edward heeft het gevoel terecht te zijn gekomen in Locked Up Abroad, een serie van National Geographic: ‘spannende afleveringen over gevangenschap, eenzaamheid en terreur in buitenlandse gevangenissen.’ Zijn ouders Martin en Ineke zijn ondertussen in Nepal aangekomen om hem te steunen. Een lange periode van onzekerheid volgt.

    Geen  roman
    Van Kessel kiest ervoor Edward als ik-verteller zijn verhaal te laten vertellen. Dat is een bijzonder perspectief, omdat er altijd de mogelijkheid bestaat dat de ik-verteller niet alles vertelt of kan vertellen. Een lijk in een steeg, een ongeluk of een moord? Een politie-onderzoek. Het zouden de ingrediënten voor een literaire thriller kunnen zijn. Maar Gevangen in Nepal is geen roman, maar een spannend waargebeurd verhaal. De lezer weet dat Edward vrij komt, de vraag is alleen hoe en wanneer. In een roman valt meestal alles op zijn plek,  in dit verhaal blijven vragen onbeantwoord. Hoe Pravash aan zijn eind is gekomen, zal nooit duidelijk worden. Er is geen alwetende verteller die daarop het antwoord heeft.

    Vanaf het moment dat Edward in de gevangenis zit, wordt zijn verhaal aangevuld met dagboekfragmenten van moeder Ineke. De wereld in de gevangenis tegenover de buitenwereld. Edward: ‘Dit is nu mijn werkelijkheid, met deze debielen moet ik overleven’. En: ‘Ik ben altijd op mijn hoede en de gedachte dat ik vermoord kan worden blijft altijd in mijn achterhoofd aanwezig.’ Ineke: ‘Ik heb zorgen om Edward. Ik kan er niet van slapen. Als ze hem maar niets doen.’ En: ‘Ik ben kapot, bekaf, geestelijk en lichamelijk.’

    Strategie
    Edward bedenkt een strategie om te overleven in de gevangenis. Vooral niet ingaan op pesterijen en vrienden zien te worden met gevangenen met aanzien. Een van hen is Father, dé drugsbaron van Pokhara. Die accepteert hem omdat hij net als Edward ontspannen in het leven staat: ‘Don’t worry, be happy.’ Het is bijzonder knap hoe Edward onder deze zware omstandigheden in de gevangenis overeind blijft. ‘Mijn vriendschappen helpen mij de dagen door. Father, Shareef en Padak, we hebben samen lol, maar we kunnen ook onze emoties delen.’ Bovendien zet hij zich in voor het lot van zijn medegevangenen.

    Nog een tegenstelling: Nepal tegenover Nederland. Broer Lennart doet via e-mail vanuit Nederland meerdere malen een beroep op de minister van Buitenlandse Zaken (Frans Timmermans). En Lennart stuurt Edward opbeurende mails,  zoals de mail met een levensles van de voormalige monnik Andy Puddicombe: een mens moet woede en wrok uit het verleden loslaten, anders is er in het heden geen ruimte voor liefde, geluk en vriendschap. Het sluit aan op de relaxte levensopvatting van Edward.

    Trage rechtsgang
    De rechtsgang in Nepal blijkt bijzonder traag. Uitstel van zittingen, processtukken die eerst wel in het dossier zitten en later weer ontbreken, valse getuigenissen. Van Father hoort Edward hoe zijn zaak zal verlopen: ‘De familie speelt een spel. Eerst moeten de emoties zakken. De hele procedure duurt zes à zeven maanden. Eerst de familie betalen en dan de rechter. Dan pas kom je vrij.’

    Na zeven maanden ‘levend tussen hoop en wanhoop’ komen Edward, Nancy en Daiana daadwerkelijk vrij. Sean is om onduidelijke redenen al veel eerder vrij gelaten. De familie van Pravash, de advocaat, de officier van justitie en de rechter, zij ontvangen allemaal een bedrag. Het heeft de familie duizenden dollars gekost. Edward is niet blij, maar ‘boos op de rechter, boos op de familie, boos op iedereen die van ons geprofiteerd heeft.’

    Het afscheid van zijn gevangenismaatjes valt hem zwaar: ‘ik heb lief en leed met ze gedeeld.’ Edward heeft in Nepal fijne mensen leren kennen, maar ook mensen die uit zijn op ‘eigen gewin. Die alles kapot hebben gemaakt.’ Op vrijdag 21 februari vliegt Edward met zijn familie naar huis: ‘Langzaam verdwijnt Nepal onder onze voeten, het land van ellende, maar ook van geluk.’

    Van Kessel heeft de belevenissen van Edward knap en zonder opsmuk opgetekend. Het gekozen perspectief – een ik-verteller en aanvullende dagboekfragmenten  –  zorgt voor veel vaart. Zij heeft afgezien van het opvoeren van processtukken. Ook de ervaringen van bijvoorbeeld Nancy en Daiana zijn niet in het boek verwerkt. Zo blijft de focus volledig op Edward en zijn geschiedenis.

    Gevangen in Nepal beschrijft de schoonheid van het land, maar waarschuwt vooral voor de gevaren van corruptie. Sinds 2013/2014 is het land nog corrupter geworden. Op de corruptie-index van Transparency International staat Nepal in 2015 op plaats 130 (van de in totaal 168 landen), met een score van 27 punten (van de 100).

    Uit het reisadvies van de Rijksoverheid (Ministerie van Buitenlandse Zaken): ‘De rechtsgang in Nepal wijkt af van die in Nederland. In het algemeen geldt dat procedures, zoals gerechtelijke procedures bij de Nepalese overheid en in het bijzonder bij het ministerie van Justitie niet transparant zijn en jaren kunnen duren. Daar kunt u mee te maken krijgen als u met de Nepalese justitie in aanraking komt.’  Het boeiende verhaal van Edward laat zien hoezeer die rechtsgang afwijkt en wat er in de praktijk kan gebeuren. Iedereen die overweegt naar Nepal te gaan zou dit boek moeten lezen. Want wat Edward is overkomen, dat kan iedereen overkomen.

    Edward verdient bewondering voor zijn mentale weerbaarheid. Onder de moeilijkste omstandigheden is hij overeind gebleven. Hij is inderdaad uit bijzonder hout gesneden. En Annemiek van Kessel heeft zijn verhaal prachtig opgeschreven.

     

     

    Annemiek van Kessel (Enschede, 1955) studeerde Sociale Wetenschappen in Amsterdam. Ze  had twintig jaar lang een HR-adviesbureau. Van haar website: ‘Nadat ik de zoveelste loopbaanklant adviseerde om vooral te doen waar hij écht warm voor loopt, heb ik mijn eigen advies ook opgevolgd: ik ben gaan schrijven.’ Met Anton Philips schreef ze De kracht van motivatie  (2013, herzien in 2016).