• Oogst week 48 – 2023

    Oh the world Ah the world

    In 2021 overleed A.L. Snijders op de leeftijd van 83 jaar. Tijdens zijn leven werkte hij als leraar Nederlands en schreef columns in verschillende kranten. Hij bedacht het zkv, het Zeer Korte Verhaal, een ‘nieuw literair genre’. In 2006 verscheen de eerste zkv-bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. Er volgden nog vele zkv’s, die hij ook op de radio voorlas. Dan klonk zijn donkere, sonore stem, met de wat aarzelende, trage manier van spreken die hij zich had eigen gemaakt en hem net zo bekend maakte als het genre dat hij had bedacht. Wie hem eenmaal had horen praten herkende zijn karakteristieke stemgeluid onmiddellijk.

    Even kenmerkend is zijn handschrift, te zien in Oh the world, ah the world, dat zijn laatste zkv’s en een keuze uit zijn brieven bevat. Vrijwel dagelijks schreef hij een brief, in rode en zwarte inkt. Hij maakte er ook tekeningen bij en kalligrafeerde het motto. Een daarvan was Oh the world Ah the world. Snijders vond brieven schrijven leuker dan stukjes te schrijven, omdat ‘een brief zomaar aan mijn hand ontsnapt’.

    Een van de 54 zkv’s in het boek, grotendeels uit 2021: ‘Ik schrijf een verhandeling over de liefde. Een jonge man vraagt de hand van zijn meisje aan haar vader. De man ziet er niets in. Hij is niet onvriendelijk, het is geen ploert. Hij is integer, hij doet niet alsof. Hij vindt zijn dochter niet passen bij de jongen, hij veinst niet. Hij legt uit dat hij geen toestemming geeft, maar hij voegt er nonchalant aan toe dat hij het jonge paar niets in de weg zal leggen.’
    En de lezer zal nieuwsgierig verder lezen.

     

    Oh the world Ah the world
    Auteur: A.L. Snijders
    Uitgeverij: Afdh Uitgevers

    We moeten praten

    ‘Langzaam draait hij zich om. Hij zet zijn tas naast zich op de vloer. Hij heeft de hele tijd naar de vloer gekeken en nu kijkt hij naar zijn klasgenootjes en kort naar mij, en zegt: “Ik ga echt mijn spreekbeurt houden.” (…) Hij zegt iets! Hij kan wel praten! (…) “Ik ga jullie alles vertellen (…) wat bij mij hoort, wat van mezelf is, en van mijn opa, waar ik woon, de spullen in mijn kamer (…) de muziek waar mijn papa naar luisterde, het verhaal van ons gezin.”‘ De klas en verteller juf luisteren verbijsterd want Koen, zoals de jongen heet, praatte nooit eerder in We moeten praten van Jan van Mersbergen.

    Toen Koen drie jaar was speelde hij eens met de mobiele telefoon van zijn vader en hoort plotseling zijn moeder aan de telefoon die denkt dat haar man aan de lijn is en zegt: ‘We moeten praten’. Het blijkt het einde van het huwelijk, Koen blijft met zijn vader achter. ‘Als dit is wat er van praten komt, denkt Koen, dan houd ik voortaan mijn mond.’ En dat doet hij, totdat hij in klas 7 zijn spreekbeurt moet houden. Op het digitale bord zet hij een afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan van Jan Asselijn.

    Jan van Mersbergen schrijft onder meer romans, novellen, korte verhalen en thrillers (onder pseudoniem), Hij schreef over mannenzaken en vaderschap, over zijn vader. Prijzen bekroonden zijn werk dat in negen talen is vertaald. Hij publiceert ook beschouwingen en interviews in diverse dagbladen en geeft workshops.

     

    We moeten praten
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Bedenktijd

    Meredith Greer (1988) zegt over haar debuut Bedenktijd in een interview: ‘Ik dacht: ik wil onthouden hoe het was en hoe het op dat moment was om mij te zijn.’ In coronatijd, tijdens de lockdown, onderging Greer een abortus, geheel alleen, zonder steun van een naaste. ‘Niemand kon mijn hand vasthouden in de wachtkamer.’ Daarna vroeg ze zich af wat verlies en verdriet doen met mensen als ze die het liefst willen vergeten en voor anderen verbergen. Maar dergelijke gevoelens laten zich niet verdringen. Greer geeft er schriftelijk aan toe. Zo schrijft ze over een wraakzuchtige fantasie over de man van wie ze zwanger raakte. ‘Het was heel bevredigend om zo’n wraakzuchtig spookverhaal op papier te zetten.’ In Bedenktijd haspelt ze verschillende genres door elkaar: proza, essayachtige stukken, poëzie en dagboekaantekeningen over haar gevoelens van rouw, verdriet en woede.

    Omdat ze geen boek over enkel een vrouwenonderwerp wilde schrijven bespiegelt ze ook andere rouw, bijvoorbeeld als mensen wegens de lockdown of omdat ze in de gevangenis zitten geen afscheid kunnen nemen van geliefden en niet bij de begrafenis kunnen zijn.

    Het boek is vormgegeven in zeer verschillende lettertypes ‘zodat het lezen ook een fysieke ervaring is’, zegt Greer. De schrijfster is een Amerikaans-Nederlandse journalist en schrijver. Ze werkte onder meer als eindredacteur voor de Volkskrant en als redacteur voor BNR-Nieuwsradio, en had een column in HP/De Tijd.

     

    Bedenktijd
    Auteur: Meredith Greer
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij
  • Poëzie met een lach en een traan

    Poëzie met een lach en een traan

    Chawwa Wijnberg (1942) debuteerde dertig jaar geleden met de bundel Aan mij is niets te zien. Behalve dichter is ze beeldend kunstenaar en columnist. Twee jaar was ze stadsdichter van haar woonplaats Middelburg. Het ontbreken hoor je niet is haar achtste bundel. Haar gedichten zijn eenvoudig en geëngageerd van aard. Ze schrijft vaak over haar joodse achtergrond, maar gaat ook regelmatig in op de actualiteit. Dit laatste doet ze in haar nieuwe bundel meer dan het eerste.

    Wijnberg schrijft zeer eenvoudige gedichten, bestaand uit korte regels. Ze gaan over  onderwerpen als ouderdom en vergankelijkheid, maar ook de vluchtelingenproblematiek en de robotisering van de samenleving komen aan bod. Wijnberg schrijft alles direct op, zonder veel beeldspraak. De gedichten zijn daarom na één lezing al te begrijpen. Dit eenvoudige zou je kunnen roemen als glashelder. Het zijn persoonlijke en eerlijke gedichten en daarom beslist sympathiek en integer. Maar originele inzichten, die ontstaan door de werkelijkheid te bevragen, biedt Wijnberg niet. Ze komt vooral met boodschappen:
    ‘als we/elkaar beloven/lief te hebben/maar ook in alle talen/in het Visch en Koeis/en luisteren naar vogels/en de bloemen/van het veld/dan hoeft een mens/geen lauweren/geen lauweren – geen geld.’ Mooi hoor. Het gaat in het leven om de ander, om de natuur, niet om geld. De bundel staat vol met dit soort wijsheden die nogal voor de hand liggen. Lezers zullen het vooral met haar eens zijn.

    Wijnberg dicht vaak over geweld en intolerantie, thema’s die te herleiden zijn tot haar joodse achtergrond: ‘In gedachten/doe ik de helm/op mijn hoofd/en bedek ik/alle zachte plekken/met weerbaar rubber/waar de politie/met een knuppel/op kan slaan’. Het verleden is nooit voorbij, er is altijd weer dreiging: ‘het was er toen/het is er weer’. Misschien komt het gevaar dit keer van moslims: ‘nu mogen we/de moslims helpen/we weten van hun jodenhaat/is er nu een groter kwaad.’ Haar gedichten zijn ook op te vatten als een waarschuwing. Dat zij hier op moslims wijst is gedurfd.

    Buiten de tijd

    Veel gedichten hebben betrekking op de levensfase waarin de dichter zich bevindt. Ze valt er met het openingsgedicht Slijtage meteen mee in huis: ‘Er is/een scherfje/van me af/ja en kreukels/en hier/en daar een barst.’ Ze schrijft er vaak op ironische toon over en wil zich niet bij haar ouderdom neerleggen: ‘ik zie mijn bloedrood/gelakte nagels/en zeg tegen mijn lief/met mijn oudevrouwenstem/wij moeten/altijd/strijdbaar feministisch/blijven. De ironie maakt de ernst dragelijk, een bekend procedé in de poëzie.

    De dichter voelt zich niet thuis in deze tijd. In het gedicht ‘Poëzie en computer’ gaat ze in op de tegenstelling tussen het verhevene en het banale. Op zich een prima thema, maar ze doet dit op een oubollige wijze: ‘Nou goed ik heb een bestand/of hoe heet het, map, geopend/nu moet er ook iets in/ik weet wat niet, dat wel/niets prozaïsch en vooral/geen oeverloze lange zin.’ Hier is een oudere dame aan het woord, die met haar digibetisme koketteert. Het is natuurlijk opnieuw (zelf)ironie, maar een die enkel appelleert aan een (oudere) bevolkingsgroep. Het gaat in Wijnbergs gedichten niet om vervreemding maar om herkenning. Ergert u zich ook zo aan sociale media, aan voetbalprogramma’s of aan het kappen van bomen?

    Tegelwijsheid

    Stilistisch is de bundel niet echt opzienbarend. ‘Ik hoor de stad/ ademen of snurken/soms schreeuwt zij/of hoest’, ‘zelfs de depressie is op vakantie’. Het wemelt van dit soort flauwe personificaties, soms twee dezelfde achter elkaar: in Artsbezoek lezen we: ‘Het spreekuur/ heeft constipatie’ en in het volgende gedicht: ‘ook onze wegen hebben constipatie’.  Wijnberg bedient zich vaak van de retorische vraag om de boodschap erin te hameren: ‘Hoe kan een mens/zo haten/dat ze zelfs hun kind/hun huis, hun lief, hun alles/ bloem en boom verraden’; ‘is de haat besmettelijk/en de kanker/van een zwak verstand’ (Liefdeloos). Alles is opgeschreven in eenzelfde dreun: ‘Het is te warm/voor/helder denken/veel te heet/voor politiek’ […] ‘ik wil/ gezondheid/zonder grenzen/en een wereld/ min verdriet.’ (Puf warm). Het kan zo op een tegeltje.

    Troost wordt geput uit de natuur. Het motto is van Leo Vroman: ‘Zo lang er gras bestaat/o wee is het nog niet te laat?’ De gras-metafoor komt diverse malen terug, zoals in het gedicht,

    Hoop

    ‘Groei maar gras
    groei over alle haat
    en wanhoop heen
    bedek hun zieke
    dode lijven

    groei maar gras
    en laat de kinderen
    de wonderen vinden
    de mierenbergen
    en de wortels en hoe
    het in den beginne was.’

    In Wijnbergs gedichten is het zeker niet alleen maar kommer en kwel. Het ontbreken hoor je niet is een bundel voor wie graag leest waar het op staat en van een lach en een traan houdt.

     

     

  • Pierre Lauffer. Het bewogen leven van een bevlogen dichter – Bernadette Heiligers

    Gesignaleerd door de redactie

    ‘Zolang jij je gedichten niet publiceert, ontneem je ons volk iets waar het recht op heeft.’

    Pierre Lauffer (1920 – 1981) was een man van grote, meeslepende passies. Geboren op Curaçao, bracht hij het eigene van zijn land tot uitdrukking in volwaardige literatuur. Hij zag schoonheid in het alledaagse en legde een vergrootglas op gevoelens en gebruiken van eenvoudige mensen. Met zijn gedichten en verhalen doorbrak hij de koloniale opvattingen van zijn tijd en de inherente schaamte voor de eigen cultuur. Over het bewogen leven van deze bevlogen dichter schreef Bernadette Heiligers een intrigerende biografie.

    Pierre Lauffer hoort bij de grote dichters en heeft ervoor gezorgd dat zijn Papiaments eindelijk deel uit ging maken van de wereldliteratuur. In 1944 debuteert hij als dichter met Patria. We danken dat aan Luis Daal die, heel terecht, tegen hem zei: ‘Zolang jij je gedichten niet publiceert, ontneem je ons volk iets waar het recht op heeft.’ Pierre Lauffer deed het Papiaments zingen als geen ander. Bernadette Heiligers schreef de biografie die hij verdiende: een die bewondert en toch niets verzwijgt. Het maakt de biografie onmisbaar voor iedere liefhebber van Caribische literatuur. Uit: Antilliaans Dagblad door Ezra de Haan, 19 november 2012.

     

    Pierre Lauffer. Het bewogen leven van een bevlogen dichter

    Bernadette Heiligers
    Blz.: 304
    € 19,99
    Genaaid gebonden met stofomslag
    geïllustreerd met 30 afbeeldingen