• Knap gedaan maar ook ingewikkeld

    Knap gedaan maar ook ingewikkeld

    Michelle van Dijk (1981) is schrijver en leraar Nederlands. Eerder verschenen haar romans Darko’s lessen en Witter dan sneeuw. Haar hertaling van de klassieker Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan bracht het werk van Louis Couperus bij een nieuw publiek. Kijk niet om! is een merkwaardig boek. Een lappendeken: deels een roman, een deels essayistische stukken over mythologie met verbanden naar de moderne maatschappij, en deels een toneelstuk. Daarbij is het ook nog een liefdevolle kijk op de moeder van de auteur, reflectie op de huidige maatschappij, een pleidooi voor emancipatie. En een waarschuwing aan de moderne mens over de vorming van beelden over de rollen van man en vrouw. Passend in de tijd waarin vrouwen vaak slachtoffer zijn van de beelden die zijn gevormd door opvoeding, sociale media, et cetera.

    De bladspiegel, de inkt dikte van de letters, is aangepast aan elk onderdeel. Het boek bestaat uit drie soorten teksten: het verhaal van de ik-persoon, een lerares klassieke talen, rondom haar moeder, haar verleden en ontmoeting met een jeugdvriend. De ik-persoon schreef een bestseller over bedrog in de oudheid. Deze tekst wordt afgewisseld door essayistische stukken over de Griekse mythologie gekoppeld aan de moderne tijd. Wellicht delen uit haar bestseller? Het derde deel bestaat uit een toneeltekst over een affaire van tante Kate met haar leidinggevende.

    Een boek als een lappendeken

    Daardoor heeft Kijk niet om! drie lagen. Het verhaal van de lerares klassieke talen en over de liefde, het verhaal van de quilt die haar moeder maakt voor een overleden zus én het verhaal van die zus, de tante van de lerares en haar affaire. Als lezer is het, zeker in het begin van het boek, een zoektocht. Waar gaat dit over? Wat hebben de diverse onderdelen met elkaar te maken? Gelukkig wordt dat in de loop van het boek wel duidelijk, al duurt het even. Het boek kent als inhoudsopgave een schema waarin te zien is hoe het allemaal in elkaar zit. Echt helder is dat schema overigens niet.

    De titel van het boek is ontleend aan de mythe van Orpheus die in de onderwereld niet mocht omkijken naar zijn geliefde Eurydice, anders zou hij haar verliezen. Ook die mythe is een waarschuwing. Laat je vooral niet leiden door hoe je gevormd bent door je opvoeding, de normen en waarden van ‘vroeger’, het beeld dat bestaat van (de relatie tussen) man en vrouw.

    Recente gebeurtenissen en mythen

    In de klassieke mythen worden vrouwen vaak gestraft voor hun nieuwsgierigheid en ook hun loyaliteit (zoals Orpheus en Penelope). Dat kan ook vertaalt worden als, ze laten zich misbruiken, laten over zich heen lopen. Van Dijk vergelijkt recente gebeurtenissen met deze mythen. Het bekendste voorbeeld is de vernedering van Hilary Clinton (tijdens het Monica Lewinsky-schandaal rondom haar man) en weer later haar verlies van de presidentsverkiezing. Daarmee geeft ze aan dat mechanismen rondom de rol van de vrouw heel diep zijn geworteld en moeilijk zijn uit te roeien.

    Wat opvalt is het gebruik van interpunctie die als een soort middel om te associëren. Daardoor ontstaan vaak moeizame zinnen: ‘Ze moet verder, overziet het zebrapad, de kruising met trambanen, geen trams te zien’. En: Ze wenkt dat hij nu door kan lopen, gebaart een soort van ‘sorry, mijn fout’, de handpalmen opgeheven naast de schouders, en ziet dan dat hij blijft staan.

    Verrassende afloop

    Van Dijk wil heel veel vertellen en veel boodschappen doorgeven met dit boek. Ze wijdt nogal uit over co-ouderschap, internetdating, lichamelijke klachten en de oorzaken daarvan, een kind met autisme, rollen van man en vrouw. En overal heeft ze een (uitgebreide) mening over, wat op den duur vermoeiend kan zijn. Daarentegen is de structuur van het boek knap gedaan, maar zoals gezegd, ook ingewikkeld. De diverse delen verhouden zich pas op een laat tijdstip tot elkaar, wat het lezen van dit boek tot een echte zoektocht maakt.

    De toon van Van Dijk, de manier waarop ze alles uitlegt en verbindt, is een echte onderwijstoon, bijna moralistisch, in ieder geval te uitgesproken. Al met al is het een overvol boek. En toch, je blijft wel lezen. Dat is dan weer de verdienste van Van Dijk. Je wilt weten hoe het afloopt en hoe alles in elkaar grijpt. Verrassend is de afloop van het deel over de ik-persoon. Maar lees daarvoor zelf het boek.

     

     

  • Recensie door: Albert Hogeweij

    Recensie door: Albert Hogeweij

    Alhoewel Anton Ent (1939) al een flink aantal, bij gerenommeerde uitgevers verschenen poëziebundels op zijn naam heeft staan, trok hij de meeste aandacht met het viertal bundels dat hij liet verschijnen onder het heteroniem Marieke Jonkman, waarin hij de stem van een jonge vrouw te pakken had. De literaire pers was aangenaam verrast. Pas later onthulde hij wie achter Marieke Jonkman zat. De heren critici heetten toen op slag ‘not amused’ te zijn. Maar dat is alweer geruime tijd geleden en onlangs verscheen een nieuwe bundel van Anton Ent (pseudoniem van Henk van Ent) bij de uitgeverij Kleine Uil, getiteld Binnen de Wildroosters. Anton Ent is een grage fietser in de Veluwse bossen. Het merendeel van de verzen in deze bundel is een poëtische neerslag van zijn belevingen, zijn natuurervaringen aldaar. Het natuurgebied binnen de wildroosters is dan ook niets minder dan een ‘beeld van zijn ziel, een metafoor voor zijn innerlijk leven’ meldt de achterflap. Zijn gedichten zouden psychische processen beschrijven. Nu ja, zoiets moet kunnen natuurlijk. Zolang het maar poëzie oplevert die je voor je plezier leest en niet voor straf, om een zegswijze van Reve te lenen. En dat is hier zeker het geval!

    De zinnen in deze gedichten zijn niet ontregelend, of anderszins vernieuwend. Deze gedichten zetten in op ritme en klank. Ze zijn in hun verstaanbare eenvoud muzikaal gestemd en geen enkel vers wordt door een punt beëindigd. De beschrijvingen blijven vrij concreet. De woorden wijken naar binnen toe. Uit op zelfonderzoek. Het motto van Gerrit Achterberg: ‘Letters en takken haken in elkaar / Natuur en geest staan voor elkander klaar’ zet wat betreft de toon. Van te voren weet de dichter dat het zandpad je niet vanzelf naar ‘vervoering’ zal leiden. Wie volgen wil dient de in het openingsgedicht gestelde vragen ‘durf je versterving aan? Overschrijd je het wildrooster als een man / die opgaat in schoonheid en eenheid?’ dan ook bevestigend te beantwoorden. Want: ‘Was hij een hert, hij zou niet vluchten / bij het zien van de dode houthakker / aan de voet van de eik // Een echte man rent niet weg / onderzoekt het blad van de bijl / en gaat op zoek naar de dader’. Wie de dood wil ontvluchten heeft in dit bos dus weinig te zoeken. ‘Er moet gestorven zijn. Worden / Gisteren en vandaag. Morgen’ Niet bepaald het soort boswandelingetje dat de zinnen verzet: ‘Hoe diep hakt de bijl om de vis in het ijs te bevrijden?’

    Ofschoon er hier en daar een licht religieuze ondertoon te bespeuren valt, is hier geen opstijgende lyriek van gemaakt. Eerder worden de aardse gronden doorzocht op mogelijkheden tot vereenzelviging. In het gedicht Eenwording heet het: ‘Ik laat het geworden, dat onbreekbare licht / zodat ik één word, eenvoudig en heel.’ Maar daar blijft het niet bij: ‘Ben ik dat hert? / Waar stroomt de beek? Waar / kan ik op mijn knieën slurpen?’ Het hert is het dier bij uitstek waarmee de dichter zich vereenzelvigt: ‘Hij wil knielen op het zandpad / een hert om de hals vallen / zoals Nietzsche het paard’. En in het gedicht Hert is het dier zelf aan het woord:

    ‘Ik ren met droge keel door de hitte
    van het zinderende kroondomein

    bereik de schaduw van de zoom
    waar ik van het jonge groen zal vreten

    Dat was schreeuwen en dit is genot
    Ik ontken de onrust niet, iemand huilde
    van vreugde en een ander schreef totdat’

    De dichter is uit op intimiteit met de natuur in het bos (‘Deze vijver noem ik moeders oog / omdat iemand van omhoog / zwijgend in de spiegel kijkt’), die daardoor opeens niet meer voor gewoon kan doorgaan, maar doorschiet in een ‘mysterie’. En eenmaal dat mysterie ‘van de stilte voor het vallen van een speld’ ervaren, lijkt hij zich met het gemis, de dood (‘Hier liepen wij met zijn tweeën / en nu ben je dood, alleen jij’) te kunnen verstaan. Het bos lijkt voor deze post-protestantse dichter dé plek om daarvan gelouterd te worden in de bijna aards-mystieke eenwordingservaring. Maar dan bedoelt de dichter niet het tot ‘park’ gefatsoeneerde bos, ‘waar het droeve meer tot ronde vijver’ is verworden. Want juist daar, in de door mensenhand beknotte natuur dringt de dood zich het onontkoombaarst op: ‘Niet iedere seconde maar wel elke minuut / dringt hij zich aan mij op in varens / en vallende eikels, de volkomen stilte // scheurt mijn trommelvliezen in stukken / Dan zie ik een kleurrijk duivenpaartje / uitgeroeid door de kroon der schepping’

    Maar de dichter kan zich evengoed op sleeptouw laten nemen door zoiets alledaags als een richtingaanwijzer:

    Richtingaanwijzer

    ‘Je stapt af bij de paddenstoel en roept: hier ben ik!
    Nooit wijst het altaar omhoog of omlaag
    Altijd naar mensen planten dieren en dingen

    Wie ben jij als je hier ben ik juicht?

    Een dode hemelbestormer
    die geen psalm meer kan zingen
    een haatdragende schatgraver?

    Een zus van madeliefjes
    een broer van pasgeboren gras
    familie van het water?

    Door wie word jij gezien
    en in welke richting wijs jij?’

    In tijden waarin met het geld van gisteren even snel de dag van morgen lijkt te kunnen verdampen, is het een genoegen een dichter als Anton Ent te lezen die nog – economisch uiterst onverantwoord – stilstaat bij de natuur, en er zijn diepste ervaringen in zoekt.

    Morgenlicht

    ‘Na deze nacht zoekt hij het morgenlicht
    en ziet het pasgeboren weiland
    onder moederlijk toesprekend groen

    Het zonlicht verwondert zich over hem
    en bouwt een paleis waarin hij vorstelijk woont

    Hij betreedt het bordes, een dirigent met handen vol stilte
    rust en beweging als eenheid
    verder dan voorbij

    Uit die streken komt hij, daar heeft hij het licht
    als een spreng tussen dennennaalden
    zien opspringen en zich herkend’

    Ervaringen zijn natuurlijk niet te koop, maar wie zich onderdompelt in deze bundel kan toch even aanhaken bij wat ervan in woorden ligt gestold. Deze bundel verdient het om gelezen te worden.

    Binnen de wildroosters

    Anton Ent
    uitgeverij Kleine Uil
    Aantal pagina’s: 64
    Prijs: € 15,00