• Een boeiend familieverhaal met bijzondere details uit de geschiedenis

    Een boeiend familieverhaal met bijzondere details uit de geschiedenis

    Cabaretier Jeffrey Spalburg heeft zijn plaats veroverd in de Nederlandse letteren met zijn autobiografische roman Ik ben jullie meester. De laatste jaren is er al een aantal romans verschenen van Surinaamse Nederlanders, waarin zij hun verhaal vertellen over familieleden, verhuizingen naar Nederland voor een betere toekomst en de impact hiervan, of bijvoorbeeld hun vroege kinderjaren in Suriname. Het beginpunt van Ik ben jullie meester is bij zijn vader James, die rond 1940 in Paramaribo opgroeide, maar als jongvolwassene naar Nederland verhuisde voor een baan als onderwijzer.

    Hoewel hij erin slaagt een baan te verwerven, een gezin te stichten en zich met succes te ontplooien, voelt James zich niet op zijn gemak in Nederland. Het gaat hierbij niet alleen om de ‘kou die alle voorstelling te boven ging’, maar vooral om de wijze waarop hij zich in een kleine gemeenschap een positie dient te bemachtigen: ‘Dat ik steeds ergens het ijs moet breken om vooroordelen weg te nemen.’ Daarom besluit hij met zijn hele gezin terug te keren naar Suriname. Toch houden de problemen hier niet op, want in Paramaribo voelt zijn vrouw zich niet thuis. James kiest uiteindelijk voor het geluk van zijn gezin en keert terug naar Hengelo, waar Jeffrey wordt geboren, de verteller van het verhaal.

    Een blik op racisme in de geschiedenis

    In het tweede deel van het boek worden meer details beschreven over de drie generaties, waarbij het belangrijkste thema van het verhaal, racisme, naar voren komt. Hoewel de auteur het woord ‘racisme’ niet expliciet benoemt, draait het gehele verhaal eromheen. De personages krijgen bijvoorbeeld discriminerende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd en hebben het gevoel dat ‘zwarte mensen nooit normaal zijn’. Daarnaast wordt er ook zogenaamde lichamelijke discriminatie ervaren, zoals een kind dat de haren van James wil aanraken omdat deze er anders uitzien dan zijn blonde haren. Dit alles gebeurt eerst bij James, later bij Jeffrey en ook bij (klein)zoon Jaïr.

    Naast de ontroerende gebeurtenissen binnen de familie gaat het boek ook dieper in op de historische context. Het leven van de vrijheidsstrijder Anton de Kom wordt meerdere malen beschreven en hij blijkt een voorbeeld voor de familie te zijn. De moeilijke periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin Nederland in wederopbouw verkeerde, sluit aan bij de persoonlijke problemen waarmee James worstelde. Hij moest namelijk, zoals in vele andere gezinnen, hard werken om eten op tafel te krijgen. Voor James was het nog belangrijker om zijn positie, als Surinamer, in de Nederlandse maatschappij te bemachtigen en te behouden. Dit deed hij bijvoorbeeld door tot zeer laat in de avond op zijn werk te blijven om aan te tonen dat Surinamers ook weten wat hard werken is. Hij kwam dus vaak doodmoe thuis en wist soms niet de balans tussen werken en zijn gezin te behouden.

    Andere historische gebeurtenissen krijgen ook een plek in de roman en worden vanuit een verassende kant belicht. De waternoodsramp van 1953 wordt bijvoorbeeld vanuit het perspectief van de Surinamers verteld. Zij waren toentertijd gul met het sturen van geld naar Nederland en het maakte dan niet uit of het voor hen het laatste beetje geld van de maand was. Ook wordt de discussie over de rol van Nederland in het voormalige koloniale gebied Suriname vanuit het perspectief van Jeffrey besproken. Gruwelijke details komen voort uit de ontdekkingstocht die hij begint omdat hij meer over zijn eigen achtergrond wil weten. Op vloeiende wijze wordt de geschiedenis dus verweven met het verloop van het leven van de familie.

    Grote tijdsprongen

    Spalburg schrijft in een sobere stijl met korte zinnen. Hij herhaalt zichzelf soms, maar dit heeft tevens een voordeel. De focus ligt namelijk op het vertellen van het verhaal, gedetailleerd en zonder opgesmukte taal die kan afleiden. Het draait erom dat het verhaal van de drie generaties zo goed mogelijk wordt gepresenteerd, waarbij vooral de onderlinge relatie tussen hen centraal staat. Het verhaal raakt de lezer als de jonge Jeffrey zich niet begrepen voelt door zijn vader James, die al zoveel heeft meegemaakt, maar desondanks alles blijft doen voor zijn gezin en blijft geloven in het lot, ondanks dat het leven hem soms zwaar valt.

    In de roman zijn er momenten waarin de auteur zodanig grote tijdsprongen maakt, dat bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen onvoldoende worden belicht. Zo vindt er tussen hoofdstuk twee en drie een aanzienlijke tijdsprong plaats, waarbij een ingrijpende gebeurtenis in het leven van grootvader James in 1936 wordt beschreven, maar het verhaal direct doorschiet naar 1950. Hierdoor blijft onduidelijk wat er in de tussenliggende periode is voorgevallen en hoe deze gebeurtenis zijn verdere ontwikkeling heeft beïnvloed. Een ander cruciaal moment, namelijk de terugkeer van James’ gezin naar Nederland, wordt eveneens erg summier behandeld. Deze aspecten hadden een meer uitgebreide beschrijving verdiend om de lezer beter inzicht te geven in die gebeurtenissen en hun impact op de personages.

    Desalniettemin blijft Ik ben jullie meester een ontroerend persoonlijk verhaal dat benadrukt hoe cruciaal het vertellen van (familie)verhalen is voor het begrijpen van de geschiedenis en het vooruitzien op de toekomst.

     

     

  • Oogst week 16 – 2024

    Ochtend en avond

    Bij uitgeverij Oevers is onlangs in een nieuwe vertaling weer een boek verschenen van Jon Fosse (1959), de Nobelprijswinnaar uit 2023. Fosse is auteur van uiteenlopende genres, hij heeft romans, toneelstukken, gedichten, kinderboeken, verhalen en essays geschreven en wordt geprezen om zijn bijzondere stijl. Marjet Maks schrijft daarover in haar recensie over Melancholie II: ‘Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid.’
    Sommige lezers zullen even moeten wennen aan het repeterende taalgebruik van lange, meanderende zinnen. Anderen zullen meteen verkocht zijn.

    Marianne Molenaar heeft inmiddels veel van het werk van Fosse vertaald. Ochtend en avond dat in 2000 in Noorwegen voor het eerst verscheen, vertaalde zij al eens in 2005. Voor deze nieuwe uitgave heeft zij haar toenmalige vertaling geheel herzien. Molenaar is een veelgevraagde vertaalster van o.a. het werk van Knut Hamsun, Per Petterson en Karl Ove Knausgård.

    In Ochtend en avond wordt een weduwnaar wakker en voelt dat de wereld anders is geworden. Hij kan er de vinger niet echt op leggen, dus staat na enige aarzeling toch maar op en gaat zoals elke morgen naar de haven. Daar ontmoet hij zijn beste vriend Peter die al een tijdje dood is. Zij varen samen uit. Als hij vervolgens ook zijn vrouw bij terugkomst in de haven op hem ziet staan wachten, maakt hem dat heel gelukkig.

    Ochtend en avond is een kleine troostrijke novelle die uitnodigt om nader kennis te maken met het werk van Fosse.

    Ochtend en avond
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Spullen brengen

    Zo’n driekwart jaar geleden, in juli 2023, verscheen er op de website van de NOS een bericht met als titel “Schrijvers helpen leger Oekraïne: ‘Poetin versla je niet met zang en dans”’.
    Het was een bericht over een initiatief van een aantal vrienden om hulpgoederen (o.a. auto’s, helmen, kogelwerende vesten en medische spullen) te verzamelen voor Oekraïne met de bedoeling ze vervolgens ook ter plekke af te leveren. Een aantal van die vrienden zijn de schrijvers Jaap Scholten, Jelle Brandt Corstius en Tommy Wieringa.

    Jelle Brandt Corstius maakte in die tijd al een tijdje de podcast over de oorlog in Oekraïne Voordat de bom valt, waarin hij beoogde ‘perspectief en context te geven bij deze oorlog’. (De laatste aflevering van deze podcast was op 19 maart 2024.)

    Toen hij gebeld werd door Jaap Scholten om hulpmateriaal naar Oekraïne te rijden was hij daarvoor dan ook zeer gemotiveerd. Zijn ervaringen schreef hij op en zijn nu verschenen in het boek Spullen brengen.

    Jelle Brandt Corstius (1978) kent Rusland goed, en was van dat land gaan houden. Hij heeft er jarenlang gewoond en gewerkt, als correspondent voor Trouw. Hij stond op het punt om naar Rusland af te reizen toen dat land Oekraïne binnenviel. Zijn liefde voor Rusland heeft enorme schade opgelopen uiteraard. Op dit moment is hij bezig met een zesdelige serie over Oekraïne voor de VPRO.

    Spullen brengen
    Auteur: Jelle Brandt Corstius
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag

    Twintig keer Dee

    Met je debuut meteen de prijs voor het Beste Boek voor Jongeren winnen. Dat overkwam tot zijn eigen verbazing Oliver Reps in 2019 met zijn boek De dag die nooit komt waarover de vakjury schreef: ‘Je komt als lezer heel dichtbij, het verhaal heeft de kracht om intiem en klein te blijven, terwijl er ook vreselijk veel gebeurt.’

    Onlangs is Reps’ tweede boek verschenen, Twintig keer Dee. Daarin gaat het over een student die in een opwelling naar Berlijn reist, naar zijn vriendin. Wat hem daar te wachten staat weet hij niet, maar spannend vindt hij het wel.

    De jongen neemt het zekere voor het onzekere als hij vertrekt:
    ‘[…]
    Zachtjes trek ik de deur achter me dicht
    Neem twee trams eerder dan strikt noodzakelijk
    Misschien wel drie
    Uit voorzorg
    Want je weet maar nooit
    […]’

    Zo gaat het verder, in korte afgemeten zinnen met feiten en overdenkingen. Reps heeft het geschreven, als verse novel, als versroman.

    De jongen is op tijd:

    ‘[…]
    Ben hier veel te vroeg
    Amsterdam Centraal
    Struin maar wat rond
    Langs winkeltjes
    Koffietentjes
    Om de tijd te doden
    Mijn rugzak over mijn schouder
    Koffertje in mijn hand
    Nippend van mijn latte
    En word zowat omvergelopen
    Door de meute
    Omdat ik niet meebeweeg
    Met de stroom
    […]’

    Oliver Reps is kinderboekhandelaar. Twintig keer Dee is geschreven voor volwassenen, maar is ook geschikt voor jong volwassenen. In het boek zijn prachtige foto’s van Anne Reinke opgenomen.

    Twintig keer Dee
    Auteur: Oliver Reps
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie
  • Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    De Mexicaanse schrijver Valeria Luiselli heeft vanaf haar debuut veel indruk gemaakt als maatschappelijk geëngageerde schrijver. Al haar boeken werden lovend besproken en ze wist in korte tijd een grote schare fans op te bouwen. Ze kwam dan ook in 2017 op de lijst van ‘Bogota 39’ te staan, een lijst waarop de negenendertig meest veelbelovende Latijns Amerikaanse schrijvers van onder de veertig jaar staan vermeld. Een groot deel van haar bevlogenheid kon ze kwijt in haar essay Vertel me het einde (2017), waarin ze het vluchtelingenbeleid van de Amerikaanse regering aan de kaak stelde. Ze schreef over het lot van Centraal-Amerikaanse kinderen die aan de grens met Mexico waren opgepakt en in detentiecentra zaten in afwachting op hun uitzetting. Ze schreef dit boek op basis van haar ervaringen als medewerker van een rechtbank, waarbij ze kinderen van vluchtelingen moest interviewen.

    Elkaar kwijtgeraakt

    In Archief van verloren kinderen heeft ze dezelfde thematiek in romanvorm uitgewerkt. Een jong echtpaar besluit met hun kinderen New York te verlaten om een reis van een paar weken naar het zuidwesten van de Verenigde Staten te maken. Ze hebben elkaar vier jaar eerder leren kennen toen ze beiden betrokken raakten bij een soundscape project, waarbij alle geluiden van New York in kaart werden gebracht. Het echtpaar is daar echter zo intens mee bezig geweest dat ze van elkaar vervreemd zijn geraakt. Valeria Luiselli brengt deze vervreemding op een prachtige manier onder woorden: ‘We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We hadden nooit kunnen denken dat we elkaar ooit ergens in de menigte zouden kwijtraken.’

    De hele roman is van deze vervreemding en ontworteling doortrokken. Iedereen is op drift, niemand voelt zich thuis. Het jonge stel heeft tijdens de reis geen gezamenlijk doel voor ogen. De vrouw wil een reportage maken over de kindvluchtelingen die in kampen vlak aan de grens met Mexico zijn ondergebracht. Haar man is op zoek naar het verhaal van de Apachen die in de negentiende eeuw van hun oorspronkelijke gronden zijn weggejaagd en op transport zijn gezet naar een uithoek in Amerika om daar te sterven. Ondertussen drijven ze, ondanks dat ze in dezelfde auto reizen, steeds verder uit elkaar. 

    Fascinerende literaire mix

    Archief van verloren kinderen is een fascinerende literaire mix van roadnovel, ideeënroman en essayistiek. Een boek dat tegelijkertijd tot somberheid en nadenken stemt. De boosheid en verontwaardiging over het lot van de kindvluchtelingen zijn zeer duidelijk in dit boek aanwezig, daarmee toont Luiselli hier ook van haar kwetsbare kant. Op enig moment verzucht de vrouwelijke hoofdpersoon, die overigens veel op Luiselli lijkt: ‘Hoewel een bruikbaar archief van de verloren kinderen in essentie zou moeten bestaan uit een reeks getuigenissen of overleveringen, zodat het hun eigen stem is die hun verhaal vastlegt, heb ik moeite met het idee om die kinderen, hun leven, te gebruiken als materiaal. Waarom? Met welk doel? Zodat anderen hen horen en daar iets bij voelen – medelijden? Woede? En dan? Niemand zal besluiten om niet naar zijn werk te gaan en een hongerstaking in gang te zetten. Iedereen gaat door met het leven van alledag.’

    Toch ziet ze wel degelijk een steeds groter bewustzijn voor de vluchtelingenproblematiek. In een interview met de The Guardian verklaarde ze blij te zijn dat er eindelijk mensen vanuit hun comfortabele stoel aan het ontwaken zijn. Dat er een jonge generatie opstaat die het niet meer accepteert en hun onvrede duidelijk op social media bekend maakt. 

    Perspectiefwisseling

    Halverwege het boek verschuift het vertelperspectief van de moeder naar de zoon, waarmee ook de toon en het karakter van het verhaal verandert. Zolang de moeder aan het woord is, is er veel aandacht voor de manier waarop er verslag wordt gedaan over maatschappelijke misstanden. Er is veel ruimte voor verwijzingen naar literatuur, filosofie en de manier waarop ervaringen en herinneringen gearchiveerd worden. Als de zoon het verhaal overneemt en met zijn zusje wegloopt van de ouders wordt de toon lichtvoetiger en avontuurlijker, maar ook schrijnender. Pas dan blijkt hoeveel de kinderen, doordat alle aandacht van de ouders naar anderen ging, tekort zijn gekomen. 

    Alles komt samen

    Naast het verhaal van de moeder en de zoon zit er nog een boek in het boek, Treurzangen voor verloren kinderen, een verhaal dat eerst door de moeder en daarna door de zoon wordt gelezen. Het is een zowel gruwelijk als meeslepend verslag over kinderen die vanuit Mexico op vlucht zijn naar de Amerikaanse grens. Dit drama vervlecht zich op ingenieuze wijze steeds meer in het verhaal dat door de moeder en de zoon wordt verteld. Aan het eind komen alle lijntjes die Valeria Luiselli heeft uitgezet op een prachtige manier bij elkaar. 

    Archief van verloren kinderen is een belangrijke en actuele roman waarin niet alleen de vluchtelingenthematiek centraal staat, maar die ook een kritische blik werpt op de geschiedenis van de Verenigde Staten. Met prachtige beschrijving van de vele vervallen stadjes en verborgen armoede in grote delen van het land. Het is daarmee een mooie aanvulling op het reeds imposante oeuvre van Valeria Luiselli en een aanwinst voor elke boekenkast.