• Witgekalkte muren

    Witgekalkte muren

    Ik kan opeens verlangen naar leegte, naar een kamer met witgekalkte muren, kaarsrechte boekenkasten en een stoel. In de keuken een fornuis, een tafel en een plank aan de muur voor spullen. Geen zesendertig koffie- en theebekers maar zes borden, een steelpan,  een soeppan en wat waterglazen, ook geschikt voor wijn of andere dranken. In de rest van de ruimte een radslag kunnen maken, alleen zijn met mijn gedachten.
    Dan niet denken aan de zolder die volstaat met dozen met boeken, prullaria en mappen, veel mappen met ik weet niet wat. Daartussen kampeerspullen, (wat een behoorlijk compact woord is maar in wezen een bijeenraapsel van slaapzakken, matjes, bekers, borden, touwen, haringen, hamers, zaklampen), vloerkleden, manden met kerstspullen (die ik altijd in maart wil wegdoen, maar weet dat ik daar in december last mee krijg), en sjaals die van niemand zijn maar waarvan je niet weet of er ooit eens iemand zal zeggen een sjaal kwijt te zijn, en dat jij weet: ‘Hé, die ligt bij mij op zolder.’ Dat de dingen dan voor even weer kloppen.

    Begin vorige eeuw startte Albert Kahn een groot project. De filantroop wilde een wereld in verandering in beeld brengen. Het samenbrengen van verschillende culturen door middel van afbeeldingen was voor Kahn een soort wereldvredesmissie. Hij stuurde verschillende mensen de wereld over om foto’s te maken, waaronder zijn chauffeur Alfred Dutertre, de verteller in een roman van Lia Tilon.
    ‘Hij hield me voor dat ik foto’s maak van een wereld in overgang. Hij gelooft dat onze tradities het anker vormen dat wij nodig hebben bij ruwe zee. Zichtbaar vergenoegd met zijn nautische vergelijking. Tradities bieden houvast en geven vorm aan ons bestaan. Hij zei dat het belangrijk is te begrijpen wie eenieder is – waar hij vandaan is gekomen. Ik geloof dat hij bang is dat wij het verleden vergeten.Wat een drieste gedachte: een chauffeur uit Parijs die de afkomst komt tonen van de Amerikanen en Chinezen! Hij zegt dat hij ook op zijn andere zakenreizen zal laten fotograferen en deze autochromes zal exposeren. Zodat men elkaar kan leren kennen. Ik weet het werkelijk niet. Vragen veel gebeurtenissen dan niet om vergetelheid? Omdat ze anders blijven groeien? Woekeren en de vruchtbare grond verarmen?’

    Nu denk ik erover foto’s te maken van mijn spullen. Foto’s zeggen meer dan de werkelijkheid laat zien. Dat heeft te maken met de onbeweeglijkheid van de tijd. Ik kan er de witgekalkte muren mee behangen. Dat wat je ziet, is wat je ziet. De lichtval, de opstelling en het perspectief geven me ruimte te ontdekken waar ik vandaan kom. Foto’s als gedachten die de woorden hebben losgelaten, zoals gedachten beelden zijn waar later pas woorden bijkomen.

     

    Lees de prachtige roman  Archivaris van de wereld van Lia Tilon, over de missie van Albert Kahn om wereldvolkeren via fotobeelden te verenigen.


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • De heilzame werking van gore-tex

    De heilzame werking van gore-tex

    Schotland exporteert naast whisky en zalm ook behoorlijk wat sociaal-realistische fictie. James Kelman won bijvoorbeeld in 1994 terecht de Booker Prize voor zijn helaas niet in het Nederlands beschikbare roman How Late it Was, How Late, met de diepe ellende in Glasgow als onderwerp. En wie herinnert zich niet Irvine Welsh’ vuilbekkende heroïnejunkies? Steracteur Ewan McGregor heeft aan de verfilming van Trainspotting zijn doorbraak te danken.
    In Sal lijkt Mick Kitson (1962) aanvankelijk dezelfde weg op te gaan. De dertienjarige Sal is met Peppa, haar zusje van tien, op de vlucht voor de politie na de moord op haar stiefvader Robert. Maar de zussen rennen vooral weg voor huiselijk geweld, seksueel misbruik en de drank- en drugsverslaving van hun ouders:

    ‘Ze heeft Robert een keer in zijn hand gebeten toen hij ma sloeg en daarna mepte hij haar door de kamer en noemde haar een klein tyfuswijf dus ik liet me op haar vallen om te zorgen dat hij haar niet meer kon slaan en toen gaf hij mij twee trappen in mijn rug zodat ik een bloeduitstorting kreeg die eerst paars en toen geel werd en ik weer moest thuisblijven van school.’

    Sal heeft met gestolen creditcards van Robert survivalspullen op het internet besteld en vlucht na de moord op haar stiefvader met Peppa de wildernis in van Galloway Forest Park, een woest, ongerept natuurgebied in het zuidwesten van Schotland. De meisjes overleven er door strikken te zetten, te vissen of op kleinwild te jagen met een luchtbuks. Hoe heeft een stadskind als Sal dat geleerd? Door filmpjes te bekijken op YouTube en zich in gespecialiseerde websites te verdiepen. Nogal ongeloofwaardig als u het ons vraagt, maar oordeel vooral zelf.

    Ver weg van de grootstedelijke armoede slaat Kitson dus een andere richting in met zijn boek en wordt zijn roman een lofzang op de natuur, op het harde, maar eerlijke en mooie leven in de wildernis. Sinds Henry David Thoreau in 1845 de natuur in trok en voor een zelfvoorzienend bestaan koos om Walden te schrijven, is het aantal boeken die een pleidooi vormen voor een eenvoudiger bestaan, dichter bij moeder aarde, niet meer bij te houden. Jammer genoeg verliest Kitson zich echter vooral in praktische uiteenzettingen over survivaltechnieken, zoals het looien van konijnenvellen, vistechnieken, of de heilzame voordelen van gore-tex:

    De beste stof is gore-tex; waar Peppa’s Helly Hansen-jack van is gemaakt. Gore-tex houdt wind tegen maar is ademend zodat het vocht van je lichaam er in één richting doorheen kan en je geen vochtvorming binnen in je laagjes krijgt want dat vocht kan onder heel koude omstandigheden bevriezen en daar zou je uiteindelijk ook aan doodgaan.’

    Ongetwijfeld nuttig voor wie zelf graag in de natuur kampeert, maar voor andere stervelingen qua leeservaring vergelijkbaar met de gebruiksaanwijzing van de toaster.

    In stilistisch opzicht is dit boek weinig opzienbarend. De vorm lijkt er niet toe te doen en de nadruk ligt dan ook vooral op de plot, maar helaas gaat het ook met de spanningsopbouw mis. Zo wordt de vaart uit het verhaal gehaald door een zeer lang intermezzo over ene Ingrid, een oude Duitse vrouw die de meisjes in het bos ontmoeten en van wie de hele voorgeschiedenis in de DDR wordt naverteld. In dit opzicht is onze blik op literatuur natuurlijk ook ingrijpend veranderd door de overheersende beeldcultuur. We zijn inmiddels Netflix-series gewend waarin het verteltempo zeer hoog ligt en meerdere verhaallijnen elkaar voortdurend doorkruisen. De ‘traagheid’ van literatuur, waarin de plot vaak niet het belangrijkste is, heeft precies daarom vaak haar charme, maar wanneer de nadruk net op de actie ligt, zoals in dit boek, is ze eigenlijk alleen maar hinderlijk. De ontknoping van het verhaal, waarin de losse eindjes nog snel worden samengebonden, verandert daar jammer genoeg niet veel aan.

     

  • Oogst week 43 – 2019

    En ook de liefde

    In zijn enthousiaste recensie over Die nacht zag ik haar van Drago Jančar, hier op Literair Nederland, eindigt Daan Pieters met de vraag ‘Mogen we de stille wens uitspreken dat vertaler en Balkanspecialist Roel Schuyt in de toekomst nog meer verborgen schatten bovenhaalt?’
    Roel Schuyt is in ieder geval wel weer de vertaler van een volgend boek van Drago Jančar, En ook de liefde. Daarin wordt een vrouw vanuit de Sloveense stad Maribor weggevoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Zij betaalt hiermee voor de vrijheid van haar geliefde.

    In dit boek zet de schrijver ‘geweld en machtswellust, die een mens tot waanzin drijven, tegenover de liefde. En tegenover de wil om voor die liefde op te komen, tegen elk verval van menselijke waardigheid in’.

    Drago Jančar (1948) is een van de belangrijkste Sloveense schrijvers van dit moment. Hij is zijn leven lang politiek geëngageerd geweest en tot aan het einde van de jaren 70 tegengewerkt door het regime. Pas vanaf de liberalisering in het midden van de jaren 80 kreeg hij de kans zijn romans, korte verhalen en toneelstukken te publiceren .

     

     

    En ook de liefde
    Auteur: Drago Jancar
    Uitgeverij: Querido

    De dood van koning Arthur

    De verhalen over Koning Arthur en de Ronde Tafel zijn een van de meest bekende voorbeelden van de hoofse cultuur. Maar in De dood van koning Arthur, het sluitstuk van de 13e eeuwse driedelige cyclus, komt een wreed einde aan die mooie wereld van eeuwigdurende trouw, moed en liefde. De werkelijkheid blijkt minder ideaal.

    Hannie Vermeer-Pardoen heeft niet alleen dit boek uit de Oudfranse tekst vertaald, maar ook voorzien van een toelichting waarin zij de verbanden tussen deze tekst en de beide andere delen uit de cyclus duidt. Voor een goed begrip, – dat kwam al aan de orde in een gesprek dat Hans van Pinxteren en Andrea Kluitmann in 2012 met haar hadden -, vindt zij het belangrijk om oude teksten van historische context te voorzien. Ook nam zij een Lijst van eigennamen op.
    De dood van koning Arthur is deze maand bij uitgeverij IJzer verschenen.

    De dood van koning Arthur
    Auteur: onbekend
    Uitgeverij: IJzer

    Op de klippen

    Als u nog nooit iets van Jane Gardam (1928) hebt gelezen, wordt het misschien eens tijd. Bij uitgeverij Cossee is weer een nieuwe mogelijkheid verschenen om kennis te maken met het werk van deze gelauwerde en internationaal succesvolle schrijfster. Haar oeuvre omvat inmiddels meer dan dertig boeken, romans, verhalen en kinderboeken.

    In 2017 werd ze in Nederland bekend met de roman Een onberispelijke man uit 2004. Op de klippen verscheen al in 1978, Jane Gardam behaalde er toen de shortlist van de Man Booker Prize mee.

    Op de klippen speelt in de jaren 30 aan de Engelse kust. Margarets wereld verandert als er een nieuw dienstmeisje komt inwonen, met alle gevolgen van dien.
    ‘De keurslijven gaan af en het leven van deze stijve Engelsen trilt op zijn grondvesten. Hoe blijf je jezelf, en hoe ver ga je wanneer je wordt meegesleurd in het verlangen naar een ander leven?’
    Laat het maar aan Gardam om dit te beschrijven!

     

     

    Op de klippen
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Oogst week 38 – 2019

    Zwarte schuur

    Onvoorspelbaar, anders en toch onmiskenbaar Oek de Jong. Dat zijn de eerste geluiden die je hoort over Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong.
    Zwarte schuur begint met de opening van een tentoonstelling van het nieuwe werk van de succesvolle kunstenaar Maris Coppoolse:

    … ‘Maris sprak kort, zoals hij altijd deed bij openingen. Hij maakte indruk door zijn zware stem met het Zeeuws accent, door zijn forse gestalte en opvallende kop met lange, rechte neus, zwarte haren, met grijs doorschoten, en helblauwe ogen. Hij leefde al bijna veertig jaar in grote steden, maar je kon nog altijd aan hem zien dat hij van het platteland kwam en dat zijn mannelijke voor- ouders boeren en landarbeiders waren geweest, net zo uit de kluiten gewassen als hij en met net zulke grote handen. Op deze avond in september hing er bovendien de aura van een grote ten- toonstelling om hem heen – vijftien zalen met schilderijen, het werk van een half leven – en van een al weken durende voorpubliciteit.’

    Maar dan wordt pijnlijk duidelijk wat hem al die jaren heeft geïnspireerd, een catastrofe uit zijn jeugd, waar hij al die jaren mee heeft moeten omgaan.

    Zwarte schuur gaat over dit leven van de kunstenaar, zijn huwelijk en zijn jeugd. Binnenkort hier een recensie.

    Zwarte schuur
    Auteur: Oek de Jong
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Sal

    Een jong meisje wil haar jongere zusje beschermen tegen haar vader. Koste wat kost. Bijna een jaar lang bereidt zij daarom een vlucht voor. Ze steelt een landkaart uit de schoolbibliotheek. Met gestolen creditcards koopt ze een kompas, een goed mes, regenjassen en een ehbo-set. Ze informeert zich op het gebied van overlevingstechnieken en leert zichzelf hoe ze een schuilplaats kan bouwen en vuur kan maken. Maar de praktijk is weerbarstiger dan de theorie. Het wordt een strenge winter en haar zusje heeft een arts nodig.

    Dit bijzondere verhaal dat zich afspeelt in de barre Schotse natuur is het debuut van Mick Kitson (1962). Deze journalist werd op zijn 40ste leraar. Uit onvrede over de boeken op de leeslijst van zijn leerlingen schreef hij Sal dat meteen een groot succes werd.
    Sal werd o.a. door The Scotsman bekroond tot een van de ‘Beste Schotse Boeken van 2018’ en The Guardian schreef: ‘Sal is an ambitious and skilled novel. Literature needs more stories like this.

     

    Sal
    Auteur: Mick Kitson
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De ziekte van Weimar

    Ook Kees ’t Hart vindt het belangrijk dat middelbare scholieren goede literatuur op hun lijst zetten. Hij heeft in ieder geval dit voorjaar meegedaan aan de serie ‘De ideale leeslijst’ in een toe te juichen serie in de Groene Amsterdammer afgelopen voorjaar.

    ’t Hart zet zich ook in Den Haag in voor de literatuur. In het Nationale Theater organiseert hij samen met Hans Muiderman het programma Over boeken. Drie verschillende gasten praten onder leiding van Kees ’t Hart over drie boeken. Tussen de gesprekken door is er livemuziek, een debuterende schrijver en maken de toeschouwers kans op een gratis boek. De volgende editie van Over boeken is op 2 oktober a.s.

    Maar het gaat hier natuurlijk om zijn nieuwe roman, De ziekte van Weimar. Deze keer speelt het verhaal zich af in 1807 in Franeker. Aan de Academie aldaar komt geld vrij voor de oprichting van een monument ter ere van de nieuwe wetenschap en maatschappij. Men is diep onder de indruk van een beeld in Goethes tuin in Weimar. Albert van Huszen reist daar per koets heen, vergezeld door de leden van de Franeker ceremoniële commissie om er met de schrijver en wetenschapper te overleggen over een replica van het beeld. Op te richten in Franeker, maar dan groter en grootser.
    In Weimar heerst na de Slag bij Jena van 1806 nog steeds chaos. Bovendien verdringen tientallen bezoekers zich voor Goethes huis; iedereen wil bij hem op audiëntie. Hij laat zich zelden zien. De tijd dringt als Albert erin slaagt hem te spreken.

    De ziekte van Weimar
    Auteur: Kees 't Hart
    Uitgeverij: Querido
  • Een teruggevonden sieraad

    Een teruggevonden sieraad

    Kristine Bilkau (1974) beschrijft in haar roman Een liefde, in gedachten de liefdesgeschiedenis van Antonia Weber (‘Toni’) en Edgar Janssen die zich in de jaren zestig afspeelde in Flensburg, een klein kustplaatsje aan de Oostzee.
    Het verhaal wordt verteld door de naamloze dochter die na de dood van haar moeder Toni het huis leegruimt. Zij vindt aantekenschriftjes en bundeltjes met oude brieven ‘geordend naar mannen.’ Het lijkt erop dat de moeder het zo voor haar vooraf heeft gesorteerd. Als een detective reconstrueert de dochter het leven van haar moeder.

    Voor haar moeder was Edgar de belangrijkste man in haar leven. Het is een ‘liefde die van zo korte duur was geweest en voor mijn moeder toch haar leven lang was gebleven.’ Ze verwoordt het zo: ‘Ik verlangde naar Toni en Edgar, naar hun geluk, naar hun gezamenlijke toekomst, die er eens was geweest. Naar die twee mensen die Toni en Edgar waren geweest. Ik wou dat ik die tijd van hen beiden kon terughalen, ergens vandaan, om hem aan mijn moeder terug te kunnen geven. Als een verloren gewaand sieraad, dat altijd gemist en nooit vergeten was. Hier, dit heb ik voor jou gevonden, het is van jou.’

    Heden en verleden
    Het boek bevat twee belangrijke verhaallijnen die afwisselend worden gevolgd. Het ‘heden’ van de dochter gaat over het leegruimen van de woning van haar moeder, haar werkzaamheden – ze is bezig met het inrichten van een tentoonstelling over een Finse schilderes – en de verhouding met haar eigen puberdochter Hanna.  Het ‘verleden’ bevat de geschiedenis van Toni en Edgar.

    In september 1964 is Toni is 22 jaar. Ze woont bij een hospita. Edgar woont nog bij zijn ouders. Ze dromen van een gezamenlijke toekomst. Edgar kan voor zijn werk naar Hongkong. Hij zal eerst gaan en als hij daar wat heeft opgebouwd Toni een vliegticket sturen. Na een paar jaar stuurt Edgar een telegram vanuit Hongkong: ‘Zeg alsjeblieft woning en werk op – hef huishouden op – prepareer alles voor vertrek in mei – vliegbiljet volgt. Alle liefs je Edgar’. Toni zegt haar baan op, pakt haar spullen in grote zeevrachtkisten en wacht tot het vliegticket komt…
    Maar het ticket komt maar niet. Communicatie is in die tijd niet eenvoudig – brieven zijn ruim drie weken onderweg en bellen is omslachtig en duur. Na eindeloos wachten verbreekt ze de verloving en ze kiest voor een eigen leven. Maar Edgar vergeet ze nooit.

    De dochter wil uiteindelijk de oude Edgar ontmoeten en hem vertellen dat haar moeder is overleden. En belangrijker, antwoorden krijgen over de ‘blinde vlek’ in de liefdesgeschiedenis tussen hem en haar moeder, antwoorden krijgen op de vragen waarop haar moeder haar nooit antwoord heeft gegeven. Zo probeert ze de keuzes die haar moeder maakte in haar leven te duiden.

    Voor haar moeder beschrijft ze – in gedachten – de ontmoeting: ‘Toen begon hij over jou te vertellen. Zijn herinneringen kwamen overeen met de jouwe. Hij had het over jouw kleine kamertje in onderhuur, de muziek die hij met je geluisterd had, en ook over de hospita, van wie hij de naam niet meer wist.’

    Helene Schjerfbeck
    De dochter is bezig met het inrichten van een tentoonstelling over de Finse schilderes Helene Schjerfbeck. Zij schilderde o.a. moeders en kinderen. Bij het aanschouwen van haar schilderijen denkt de dochter aan haar eigen dochter (schilderij De genezende) en aan haar moeder (Zelfportret met zilveren achtergrond). Schjerfbecks portretten uit de laatste jaren verbeelden de laatste fase van het oud worden, eenzaamheid en dood. Zo stelt de dochter zich voor wat haar moeder in haar laatste eenzame levensjaren gevoeld moet hebben.

    Bij een van de schilderijen hangt het citaat ‘Eenzaamheid en schilderen – daarin wil ik wel geloven.’ Een tweede citaat: ‘Ik zou aan het raam aan mijn straat willen zitten en geloven dat eenieder die langsloopt een leven heeft, gelukkig of ongelukkig, maar diep.’ De dochter verbindt deze schilderijen en citaten aan het leven van haar moeder: ‘En toen was mijn moeder het die aan het raam zat, oud, een beetje moe, die naar buiten keek naar de jongeren, die terugblikte op haar eigen leven /…/’.  Zo probeert ze zich voor te stellen hoe haar moeder als jonge vrouw was geweest en wie ze was geworden, ‘maar het kon altijd alleen maar een uitsnede blijven, verhalen door mij bedacht.’

    In dit verband is het aardig om te vermelden dat in 2007 het Gemeentemuseum Den Haag een tentoonstelling over Helene Schjerfbeck inrichtte. Over haar portretten schrijft het museum: ‘Haar hele carrière maakt Schjerfbeck zelfportretten. Hoe ouder ze wordt, hoe geïsoleerder ze raakt; het enige model dat nog gemakkelijk voor handen is, is ze zelf. Haar latere portretten geven dan ook blijk van een confronterende zelfanalyse. In de periode 1939-1945, de laatste jaren voor haar dood, maakt ze haar meest indrukwekkende serie portretten, waarin ze met ontluisterende eerlijkheid haar eigen lichamelijke aftakeling heeft vastgelegd.’

    Marcelle Sauvageot
    In haar moeders boekenkast vindt de dochter het boek Commentaar van Marcelle Sauvageot. Het boekje uit 1933 bevat de innerlijke monoloog van een zieke jonge vrouw die een brief krijgt van de man met wie ze zou gaan trouwen, maar die haar nu laat weten dat hij met een andere vrouw verder gaat. De dochter: ‘Ik begon te lezen, bewoog me voort langs de sporen van mijn moeder.’ Haar moeder heeft allerlei passages onderstreept, alsof zij zich herkende in de tekst. Iemand had voor haar de juiste woorden gevonden. ‘Het is afgelopen: je hebt niets meer te verwachten en toch blijf je daar eindeloos lang staan, wetend dat er niets meer zal komen.’

    Een liefde, in gedachten heeft een motto dat uit dit boek afkomstig is. Een fragment: ‘Als u zin hebt om een hele dag kringetjes in het water te spugen, zal de vrouw die van u houdt een hele dag zwijgend blijven toekijken hoe u kringetjes in het water maakt /…/ Zeg eens eerlijk, had u naast mij staan toekijken hoe ik kringetjes in het water maakte?’

    Meerdere generaties
    Bilkau beschrijft in haar boek meerdere generaties moeder en dochter, allemaal vanuit het perspectief van de dochter. Herkenbare overeenkomsten, zoals een losser wordende band en de kleine en grote ergernissen. Maar ook de verschillen. De een had naar vrijheid gezocht (Toni), de ander naar bestendigheid verlangd (de dochter). En haar dochter verlangde weer naar vrijheid (Hanna).

    Het is knap hoe Bilkau door o.a. de kunst van Schjerfbeck te gebruiken, het verhaalheden van de dochter verbindt met het verleden van haar moeder.

    Een liefde, in gedachten is een boeiend boek over de liefdesgeschiedenis van Toni en Edgar.
    Het boek geeft ook een mooi tijdsbeeld van de jaren zestig, vooral van de positie van de vrouw. De lezer van nu zal de keuzes en de afwachtende houding van Toni niet altijd begrijpen. Ergernis over het niet zelf in actie komen, het blijven toekijken hoe een ander ‘kringetjes in het water’ maakt.

    Kristine Bilkau (Hamburg, 1974) werkt als journaliste voor verschillende tijdschriften. In 2009 won zij het stipendium van het gerenommeerde Literarische Colloquium Berlin. Haar debuutroman De gelukkigen (2015) werd o.a. bekroond met de Hamburger Förderpreis für Literatur.

     

  • Gelaagde ideeënroman van Eva Meijer

    Gelaagde ideeënroman van Eva Meijer

    Op het pand van de Bezige Bij in Amsterdam staat een gedicht van Remco Campert te lezen: ‘Verzet begint niet met grote woorden / maar met kleine daden (…) jezelf een vraag stellen / daarmee begint verzet / en dan die vraag aan een ander stellen’. De lezer die toevallig tegelijkertijd in de nieuwe roman Voorwaarts van Eva Meijer bezig is, zal geen moeite hebben dat gedicht met dat boek te verbinden. Ook verandering, zo suggereert filosofe Meijer, begint niet met grote woorden, maar eerder met iets kleins, iets concreets. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen: je kunt het leven wel proberen zin te geven met één of ander -isme, maar dat is zinloos.

    In deze roman beschrijft Meijer in, op het eerste oog, twee losstaande verhalen twee groepen twintigers die met een beroep op abstracte en ook wat romantische idealen besluiten om zich terug te trekken op het platteland. Beide groepen willen daar zelfvoorzienend leven zonder dierlijke producten te eten.

    Het verhaal van de ene groep speelt zich af in de jaren 20 op het platteland van Frankrijk, dat van de andere in het heden in Friesland. De meeste communes zijn helaas gedoemd in de (plantaardige) soep te lopen merkt één van de hoofdpersonen met vooruitziende blik op. Er wordt inderdaad kwistig gekibbeld en de spanningen lopen van tijd tot tijd hoog op. Het leven in een commune blijkt dus bepaald geen pretje en lezer wordt niet uitgedaagd om het zelf eens te proberen.

    Beide groepen hebben genoeg van de status quo: de ene, anarchistische, groep uit de jaren 20 strijdt tegen het heersende kapitalisme, waarin volgens hen het bezit de mens heeft gecorrumpeerd. Het doel van hun bestaan ‘is om in harmonie met de natuur te leven. Daar hoort (…) een geweldloze houding ten opzichte van alle levende wezens [bij] (…) Gezag van bovenaf tast onze vrijheid aan, daarom zijn we anarchist.’ De andere, die we nu progressieve hipsters zouden noemen, lijkt zich meer te verzetten tegen het consumentisme van steeds méér: voedsel, spullen, geld. Interessant is daarbij dat de millennials zich in eerste instantie willen gaan onderhouden met het (betaald) organiseren van retraites en ‘troostcursussen’ (het type mens dat op dat soort cursussen afkomt, beschrijft Meijer geestig). Maar toch: een bedrijf om geld te verdienen dus – kunnen ze (of bedoelt Meijer misschien wel ons, de moderne mens?) soms niet ontsnappen aan een vorm van kapitalisme?

    Meijer slaagt erin een toch vrij ernstige ideeënroman zodanig licht en stijlvol op te schrijven dat de inhoud ervan niet te zwaar op de maag ligt, al is een verhaallijn over een overleden familielid van de hedendaagse hoofdpersoon niet zo relevant voor het verhaal dat Meijer vertelt. Dat komt voor de lezer wat plompverloren over: alsof dat er óók nog in moest op het laatste moment. De mooie, gelaagde manier waarop het verhaal is vormgegeven zorgt er gelukkig voor dat dit niet te zeer afleidt.

    De hoofdpersoon van het deel in de jaren twintig (Sophie) schreef namelijk een dagboek dat de hoofdpersoon van nu (Sam) leest. De twee lijken in veel opzichten op elkaar, ze koesteren beiden gevoelens voor andere vrouwen en zijn ook beiden scribent van de groep: de één schrijft blogs en de andere ronkende anarchistische opiniestukken in de toenmalige linkse kranten.

    Uiteindelijk weet Sam -alleen- met een in eerste instantie heel kleine, sympathieke daad iets teweeg te brengen wat als kibbelende groep wellicht wel nooit was gelukt. Ze stelt zichzelf een vraag en stelt die vervolgens, via Facebook, aan een hele hoop andere mensen.

     

  • Oogst week 18 – 2019

    Ik heb het de tuin nog niet verteld

    In de oogst van deze week de laatste roman van de Italiaanse schrijfster Pia Pera, de vijfde roman van Jan Vantoortelboom, literair tijdschrift Tirade, en een bericht van de Turkse schrijver en politieke gevangene Ahmet Altan.

    Pia Pera (1956-2016) was een Italiaanse auteur en vertaalster Russisch. Ze schreef verschillende romans. In 1995 verscheen haar Dagboek van Lo, een hervertelling van Nabokovs Lolita, maar dan vanuit het vrouwelijke hoofdpersonage verteld. Later specialiseerde ze zich in boeken over tuinieren. Pia Pera overleed in 2016 aan de gevolgen van ALS. Ik heb het de tuin nog niet verteld is een semi-autobiografische roman en tevens haar laatste werk.

    Als Pia Pera ongeneeslijk ziek is, trekt zij zich steeds meer terug in de natuur. Zo lang als ze kan blijft ze actief om in haar Toscaanse tuin te kunnen werken. Wanneer haar spierkracht afneemt, ze invalide raakt is de Sri Lankaanse tuinier, Giulio, die voor haar en haar tuin zorgt. Naast meditatie, het lezen van enorme hoeveelheden boeken en lezingen die haar dagen structureren, is er ook de foxterriër die altijd bij haar is en een groot aantal vrienden die komen en gaan. Maar het is de tuin die als een spiegel elke stemming en elk teken van haar ziekte reflecteert. Het is een boek waar beweging in zit en leidt naar donkere diepten, naar geliefde dichters, filosofen en de muziek van Abba (een Chinese dokter adviseerde haar naar hen te luisteren, omdat het therapeutisch zou werken). Een zelfonderzoek over leven en dood, reflecterend op vragen waarop ze geen antwoord heeft. Vragen die een ieder raken, vroeg of laat.

    Ik heb het de tuin nog niet verteld
    Auteur: Pia Pera
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Jagersmaan

    De West-Vlaamse scrhijver Jan Vantoortelboom (1975) schreef sinds 2011 vijf romans, zijn tweede roman Meester Mitraillette, werd boek van de maand bij DWDD.

    In zijn nieuwste roman Jagersmaan schrijft Jan Vantoortelboom met over waar de grenzen van de liefde van een ouder voor een kind liggen en speelt in 1922. De jongeman Victor Vanheule leeft in armoedige omstandigheden en heeft een onwettig kind. Om de schande te ontvluchten vertrekt hij per boot naar Amerika. De boot verongelukt en Victor spoelt aan op de kust van Ierland. Daar woedt een burgeroorlog met een versplinterde Ierse Republikeinse Broederschap. In zijn poging een nieuw leven te beginnen, wordt Victor gedwarsboomd door anderen. Hij treft een gelijkgestemde ziel in een meisje waarvan de vader net geëxecuteerd is, samen hopen ze op betere tijden.

    Een sfeervol vertelt verhaal dat als volgt begint:
    ‘Ineens staat ie voor m’n neus, ‘k viel bijna achterover van ’t verschot. Hij komt zomaar via de achterdeur binnen, de smoelentrekker.’

    Jagersmaan
    Auteur: Jan Vantoortelboom
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Tirade

    Een dik nummer van de nieuwe Tirade plofte op de deurmat. Het is dan ook een dubbele editie, de nummers 474 & 475, met bijdragen van twaalf auteurs. Opvallend is dat de korte verhalen, van een behoorlijke omvang zijn en het middenstuk, het artikel Het literaire werk tussen feit en fictie van H.U. Jessurun d’Oliveira, ruim veertig pagina’s beslaat. Een zeer interessant stuk over het domein van de schrijver, die van de wereld literatuur maakt. En wie is er verantwoordelijk voor de karakters in het boek die de werkelijkheid weergeven? Moet de rechter de plaats innemen van de literatuurwetenschapper? Denk aan Peter Koelewijn die A.F.T. van der Heijden aanklaagde, en de rel rond Charlotte Mutsaerts over haar boek Harnas van Hansaplast, waarin haar broer als fictief hoofdpersoon fungeerde en natuurlijk ook het ‘Ezelproces’ van Gerard Reve.

    Daarnaast bevat Tirade poëzie van de Engelse dichter Christopher Levenson (1934), ingeleid en vertaald door Ad Zuiderent, en van Myrte Leffring. Verder verhalen van Willemijn Kranendonk, Rino Gouw (debutant in het tijdschrift), Pieter Kranenborg, Gilles van der Loo, Lia Tilon en Nathanael West (vertaling Caspar Wijers). De tirade van… is deze keer door Daan Doesborgh gevuld. Illustraties Cheerted Keo.

    Een nummer om de maand mee door te komen, met mooi proza en poëzie.

    Tirade
    Auteur: Redactie: Dean Bowen, Daan Doesborgh, Julien Ignacio, Anja Sicking, Marko van de Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik zal de wereld nooit meer zien

    De Turkse schrijver Ahmet Altan kreeg vorig jaar levenslang. In Ik zal de wereld nooit meer zien doet hij verslag.
    In 2016 werd er op een vroeg zomerochtend aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan. Hij  wist meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot levenslang in eenzame opsluiting.
    Altan beschrijft op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat.

    Een fragment:
    ‘Terwijl de politiemannen het huis doorzochten, zette ik thee-water op.
    ‘Willen jullie thee?’ vroeg ik.
    Ze zeiden dat ze niet hoefden.
    De stem van mijn vader nabootsend zei ik: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Exact vijfenveertig jaar geleden, op een ochtend als deze, waren ze ons huis binnengevallen om mijn vader te arresteren.
    Mijn vader had ze koffie aangeboden en toen ze het hadden afgewezen had hij lachend gezegd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Wat ik meemaakte was geen déjà vu.
    Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid.’

     

    Ik zal de wereld nooit meer zien
    Auteur: Ahmet Altan
    Uitgeverij: Bezige Bij, De
  • Roman in spreektaal met sprookjesachtige elementen

    Roman in spreektaal met sprookjesachtige elementen

    De nieuwe roman van Jan van Mersbergen draagt een wat omslachtige titel, De onverwachte rijkdom van Altena en een – aangename – omslachtigheid kenmerkt ook de stijl van de vertelster in dit verhaal. Zij is Marlies, cryptogrammen-puzzelaarster en partner van Frank die vijvers bouwt en niet houdt van lange woorden. Zij hebben een lichamelijk gehandicapte zoon, Willem, en wonen in een klein dorpje in de heerlijkheid Altena, Noord-Brabant. Een geïsoleerde gemeenschap, om naar de stad te gaan moest je ‘een brug over die er nog maar twintig jaar lag en iedereen kende de verhalen van daarvoor, van toen je met een pontje naar de overkant moest. Niemand wilde naar de overkant, niemand wilde naar die stad, alleen twee keer per jaar om kleren te kopen (..)’

    Dertig jaar eerder

    Eén meisje vertrekt wel naar de stad, Eveline, schoolvriendin van Marlies en eerste liefde van haar partner Frank. Zij wordt een bekende schrijfster en komt pas na dertig jaar terug als haar vader is overleden. En wat die vader dertig jaar eerder deed, is de centrale gebeurtenis in deze roman.   Hij sloot De Put af, een zandafgraving die dankzij regen een enorm grote vijver was geworden. De tieners van Altena plachten er te zwemmen en op het veld rondom de plas te zonnen en te doen wat tieners verder nog doen. Marlies herinnert zich die tijd en de eerste aanraking van Frankie als de dag van gisteren:
    ‘De avond in juli ’87, net na de langste dag, was het nog lang warm en lekker lang licht en zeker nog boven de twintig graden dus we bleven op dat veldje hangen en er waren traytjes bier en voor de meisjes bessenjenever. (…) Die dag was net het nieuws bekend dat de complete Put dicht ging. Verslagenheid, verzet, woede. Frankie kwam bij mij in de buurt zitten, schuin voor me (…) en op een gegeven moment leunde hij tegen mijn been en dat was het. Dat had hij nodig.’

    Manoeuvres

    Het kilometers lange hek dat Rochat om De Put liet zetten maakte toegang voor de jeugd onmogelijk. Wat hij met De Put deed bleef dertig jaar lang onbekend. Maar als hij sterft en dochter Eveline het beheer over het grote water overdraagt aan Marlies en vijverdeskundige Frank ontdekt dit tweetal dat op de bodem van De Put een levende schat te vinden is. Het duo besluit die schat voor zichzelf te houden, eigenares Eveline maar ten dele in te lichten en de opbrengst te gebruiken voor de operatie en revalidatie van hun zoon. Ze zijn niet gewend te liegen en bedriegen en de omzichtige manoeuvres die zij daarbij uitvoeren behoren tot de hoogtepunten van deze roman.

    Spreektaal

    Van Mersbergen heeft wel eens laten weten dat hij streeft naar een schrijfstijl die eigenlijk een praatstijl is en schrijfster Eveline, de jeugdvriendin van Marlies, deelt die wens:
    ‘Ik vraag haar of ze er goed van kan leven. Ja, knikt ze, gespeeld bescheiden. (…) En dan zegt ze iets opvallends: Ik zoek een taal die werkelijk dicht bij me staat. Hoe bedoel je?
    En dan zegt ze: Dat. Precies zoals jij het nu zegt: hoe bedoel je? Ze komt met een heel betoog, dat ook zij hier vandaan komt maar dat haar schrijftaal anders is dan onze spreektaal. Eigenlijk wil ze schrijven zoals de mensen hier praten, zoals we nu aan dit tafeltje zitten, hoe we kijken en van die korte woorden zeggen als Welk? en Hoe bedoel je? in plaats van Wat zeg je?’

    Boeiende vertelster

    In dit boek is dat Van Mersbergen heel goed gelukt. Vertelster Marlies zit op een terras in het Franse ski-oord Chamrousse een cryptogram op te lossen (elke hoofdstuktitel is een cryptozin) en vertelt aan een ongenoemde luisteraar het verhaal van de onverwachte rijkdom van Altena. Van Mersbergen laat haar onbelemmerd en ongeremd aan het woord, terwijl ze zichzelf af en toe een glaasje inschenkt en vertelt over haar angsten en beperkingen, over de stoere en zwijgzame maar o zo kwetsbare Frank, over haar dappere gehandicapte zoon Willem, over de kinnesinne in het dorp, over haar vrees dat schrijfster Eveline haar man van haar af zal pakken.

    Moeder-de-vrouw Marlies is een boeiende vertelster en houdt de spanning er goed in tot en met de laatste pagina’s, als eindelijk onthuld wordt waaróm ze in dat ski-oord zit en wie het is die haar gesproken verhaal heeft opgeschreven.
    Dit verhaal is eigenlijk een tot roman uitgesponnen sprookje met de bij een sprookje behorende onwaarschijnlijkheden en als moraal: stelen mág, als het maar voor je kind is. In dat sprookje past ook naadloos een bejaarde Japanner die enkele keren het dorp bezoekt met raadselachtige uitspraken en kennelijk Rochat heeft geholpen bij het creëren van zijn schat. Ook de vele Japanse sprookjes die Marlies vindt in een door Rochat nagelaten boekje met metingen, wijsheden en aantekeningen, dragen bij aan wat de sage van Altena’s onverwachte rijkdom is geworden. Een mooi verhaal.

     

  • Oogst week 13 – 2019

    Vallen is als vliegen

    Alleen maar ervaren en gewaardeerde Nederlandse schrijvers, deze week in de Oogst.

    In Vallen is als vliegen valt de zestien jaar oudere zus van de hoofdpersoon, uitgehongerd en uitgedroogd, van de trap en sterft. Dat doet de woede van de schrijfster ontbranden. De dood van Henne Vuur, ooit haar ‘schaduwmoeder’, dwingt haar een gruwelijk en angstwekkend verleden onder ogen te zien.

    De nieuwe roman van Uphof begint direct met die val:

    ‘Henne Vuur

    Op 13 november van het jaar 2015 viel Henne Vuur van de trap en stierf, enkele uren vóór een groep uitgaande jongeren in de Bataclan te Parijs voorgoed weerhouden werd van verdere onschuldige uitstapjes.
    Henne Vuur was mijn zus. Mijn moeders eerstgeborene.
    Ze lag onderaan de trap en weigerde de ambulance. Ondanks aandringen van arts en ambulancemedewerkers om zich te laten opnemen in het ziekenhuis, aangezien ze ernstig ondervoed was en uitgedroogd.
    Ik had haar in geen jaren bezocht en wist niet eens wat haar adres was. In mijn leven was ze weinig meer dan een terugkerend moment van bespotting op onze jaarlijkse Familiedag van de Doden. Moest je ze nou eens zien: die moeder, altijd en eeuwig met haar volwassen zoon in zijn hakke-hakke-puf-puf-invalidenwagentje. Deed het niet denken aan Psycho? Wat een bizar en ongelooflijk paar!’ […]

     

    Vallen is als vliegen
    Auteur: Manon Uphoff
    Uitgeverij: Querido

    De onverwachte rijkdom van Altena

    Jan van Mersbergen viert op vier april a.s. vanaf 17.00 uur de presentatie van zijn nieuwe roman bij boekhandel Athenaeum op het Spui in Amsterdam.

    In een dorp verschijnt een persoon met de mededeling dat de man is overleden die dertig jaar eerder een geliefd meer door een hek liet omheinen en afsluiten. Waarom deed hij dat? De dorpelingen denken dat hij voor zichzelf deed. Maar is dat zo? Diens dochter komt vervolgens met de sleutel van het hek.

    Het boek begint als volgt:

    ‘1 horizontaal: Beloning voor de portier

    Er staat een Chinees voor de cafetaria.
    Dat is niet een van de opgaven van de puzzel die hier voor me ligt, al zou het ervoor door kunnen gaan. Ik denk aan iets heel anders en dat begon met die Chinees, bij de cafetaria. Daarvoor gebeurde er veel en daarna gebeurde er nog veel meer, geloof me, maar het werd in gang gezet door die oude Chinees op het stoepje.
    Het zou iets met bami kunnen zijn, als die Chinees een crypto was, of met mayo. De eerste opgave van deze puzzel, één horizontaal, is: Een beloning voor de portier.’ […]

    De uitgeverij: ‘De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.’

     

    De onverwachte rijkdom van Altena
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Voorwaarts

    Eva Meijer (1980) debuteerde in 2011 met Het schuwste dier (2011). Later volgden  Dagpauwoog (2013) en Het vogelhuis (2016), beiden op Literair Nederland besproken.

    Meijer (filosoof, kunstenaar, singer-songwriter en schrijver) is zowel voor haar literaire als essayistische werk genomineerd voor verschillende prijzen, haar werk wordt in veel landen vertaald en zij won in 2017 de Halewijnprijs voor haar gehele oeuvre.

    Op haar blog van 16 maart jl. schrijft ze over haar nieuwe roman Voorwaarts!:

    Uit betrouwbare bron vernam ik dat mijn nieuwe roman Voorwaarts al in de winkel ligt. Nog voor ik het boek zelf gezien heb. Dus ren naar je favo boekhandel en koop het voor jezelf, je geliefde, en/of je buurvrouw. Over het boek:
    In 1923 verlaat een groep anarchisten Parijs om nabij Luynes een commune op te richten. Veganisme, nudisme en gelijkheid tussen man en vrouw bieden volgens hen de mogelijkheid om in harmonie met de aarde te leven. Bijna honderd jaar later leest student politieke filosofie Sam een oude uitgave van het dagboek van één van hen, Sophie. Sam raakt betoverd door de verhalen over het leven op de boerderij, haar liefde voor Clémence, en de vele discussies die ze hebben over de juiste manier van leven. Ze overtuigt haar eigen vrienden om de stad te verlaten en zelfvoorzienend te gaan leven. In het noorden van het land krijgen ze te maken met spirituele gelukszoekers, geldminnende makelaars, de grenzen van de open liefde en de beklemming van afzondering. Hun dromen lijken niet bestand tegen het experiment en één voor één verlaten ze het huis. Of kan het toch anders? Voorwaarts is een roman over liefde en vrijheid, en de strijd voor wat de moeite waard is.’

     

    Voorwaarts
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De verboden tuin

    Dan de heruitgave van de debuutroman De verboden tuin uit 1986 van Wessel te Gussinklo die hem meteen de Anton Wachterprijs opleverde en een debutantenbeurs van het Fonds voor de Letteren

    De verboden tuin beschrijft het leven van een kind met een blik op de wereld zoals alleen kinderen die hebben. De roman beschrijft ook de wijze waarop je – zowel kind als volwassene – probeert je de wereld toe te eigenen. Het heimwee naar de ongeschondenheid, naar het samenvallen van de eigen werkelijkheid met dé werkelijkheid: een droom die in iedereen leeft, maar die bij het kind nog ongerept is.

    De verboden tuin is de eerste roman met als hoofdpersoon Ewout Meyster, die later terug zal keren in de romans De opdracht en De hoogstapelaar.

     

     

    De verboden tuin
    Auteur: Wessel te Gussinklo
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Een van ons zal omkijken

    Tot slot de meester Toon Tellegen die een bloemlezing samenstelde uit al zijn gedichten. In al zijn bundels dicht hij over ons, de mens, over het leven, de liefde, de twijfel en de dood. De uitgeverij schrijft daarover: ‘Soms zijn die gedichten ingetogen en melancholisch, dan weer spreken ze met uitroeptekens van hoop, verlangen en geluk. En steeds gaan ze over herkenbare gedachten en gevoelens, van het verdrietigste treurgedicht tot de gloedvolste liefdespoëzie.’

    Geniet ervan!

     

    Een van ons zal omkijken
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Querido
  • De waanzinnige wereld van Albert Vigoleis Thelen

    De waanzinnige wereld van Albert Vigoleis Thelen

    Heeft een roman echt een plot nodig? Geen onlogische vraag na de lezing van De zwarte heer Bazetub van Albert Vigoleis Thelen (1903-1989). Als een boek is uitgelezen, is het een normaal reflex om je ogen even te laten rusten op de barst in het plafond, de indrukken nog even te laten nawerken en je af te vragen waar het nu eigenlijk over ging. In het geval van de kloeke roman De zwarte heer Bazetub, die je met zijn ruim 650 bladzijden wel even zoet houdt, is zo’n vraag echter niet gemakkelijk te beantwoorden, want zoals vertaler Wil Boesten in zijn voorwoord schrijft, ‘gebeurt’ er in de conventionele zin van het woord niets in dit boek. Nou ja, niets is veel gezegd. Er is wel een minimale verhaallijn of raamvertelling: het alter ego van de schrijver van deze roman, ene Vigoleis, een Duitse auteur en tolk die in Amsterdam woont, krijgt de opdracht om de zwarte heer Bazetub, een Braziliaanse professor die in het naoorlogse Den Haag een toespraak moet houden, te begeleiden als tolk en privésecretaris tijdens zijn verblijf in Nederland.

    Maar zoals gezegd doet die minimale plot er niet echt toe. Zo zijn er trouwens nog wel meer voorbeelden uit de wereldliteratuur: Ulysses, het magnum opus van James Joyce, gaat strikt genomen ook maar over een man die een wandeling maakt door Dublin. Thelen doet geen enkele poging om een netjes afgelijnd verhaal te vertellen waarin hij de lezer van beginpunt a naar eindpunt b leidt. In plaats daarvan verkent hij het hele boek lang liever kronkelende zijwegen en duistere steegjes dan de snelweg die in plotgedreven proza trouw wordt gevolgd. Het schiet niet echt op, maar je ziet nog eens wat.

    Thelen creëert een zuiver absurde wereld, een volledig van de pot gerukt universum waarin de lezer een spervuur van grappen en grollen ondergaat, je ware literaire Monty Python als het ware. Door de humor blijft deze op zich eigenlijk veeleisende roman met een zeer rijke, maar niet altijd eenvoudige taal best verteerbaar. Bespiegelingen over internationaal recht (‘Steelt daarentegen een Fransman in een Chinees restaurant van een Duitser een paraplu die hij versjachert aan een Turk, en die zoon van een hond slaat die paraplu tijdens een ruzie aan boord van een Argentijns vrachtschip stuk op de kop van een Griek, en dié zaak moet voorkomen, dan valt dat onder de bevoegdheid van mijn Braziliaanse professor’) gaan bijvoorbeeld naadloos over in historische trivia of rake observaties over de volksaard der Nederlanders, die meermaals in de mangel worden genomen:

    Nederlanders hebben namelijk bijna geen, of laat ik het maar rechtuit zeggen, helemaal geen tafelmanieren, iets waarop ze nog trots zijn ook; even trots als op hun welgemanierde koningin en hun nieuwe haring, die overigens, net als het eerste kievitsei, altijd naar deze koningin gaat.’

    Het is lastig om dit boek uit 1956 in een bepaalde literaire stroming onder te brengen, maar misschien zou je het als ‘absurd realisme’ kunnen beschouwen. De zwarte heer Bazetub is namelijk een roman met een schijnbaar realistische setting waar niet zomaar enkele bovennatuurlijke elementen in doordringen (zoals bij het magisch realisme), maar die een lofzang is op ‘de helderheid van het absurde, door de waarheid van de fantasie en door de hogere werkelijkheid van het niet-bestaande’, zoals in het voorwoord staat.

    Thelen heeft iets van een onvermoeibaar causerende kroegtijger die een hele nacht lang alle toehoorders in het café kan amuseren met uit de losse pols opgediepte anekdotes, sterke verhalen en elegant verwoorde onzin, al slaagt hij er net zo goed in om tussendoor soms quasi achteloos een diepzinnige passage uit zijn mouw te schudden waar je toch even over moet nadenken voordat je verder kunt:

    Alle grote bewegingen die de mensheid heeft voorgebracht zijn terug te voeren op een blik in het niets, alle grote oorlogen op het aanschouwen van de overvloed.’

    De zwarte heer Bazetub is dan ook geen kaal, uitgebeend domineesproza van het soort dat stilaan de norm lijkt te worden, maar het literaire equivalent van een decadent, ouderwets zevengangenmenu dat afsluit met cognac, koffie en een dikke sigaar.

    Overigens bereikte ons nog maar enkele dagen geleden het heuglijke nieuws dat Wil Boesten met deze vertaling is genomineerd voor de Filter Vertaalprijs 2019, met nog vijf andere uitstekende kandidaten. De winnaar wordt op 23 april bekendgemaakt, maar Boesten, die het de Nederlandse lezer naar eigen zeggen niet makkelijker wilde maken dan de Duitse het had en blijkens het volgende fragment de lexicale en syntactische complexiteit van het origineel heeft gerespecteerd, zou ongetwijfeld een verdiende winnaar zijn:  

    ‘Op een schaal als door een keukenkunstenaarshand naar een beroemd voorbeeld opgemaakt als een stilleven, deed het gerecht Nederland, waaraan we de naam van deze vorm van schilderkunst in de eerste plaats te danken hebben, alle eer aan, en niet minder het Hotel der Nederlanden, waar de persillier– in goed Duits de opperselderijkruidenier – na de sausmeester de best betaalde man in de onderneming was. In woorden uit vele talen – dagelijks kwamen er meer bij, de grote Europese idiomen kende hij allemaal – prees meneer Bazetub het degelijke tuberosum-tafereel dat de bediende hem eerst van alle kanten liet zien, als een soort mannequin (ook zo’n woord dat onze beschaving aan de Nederlandse taal heeft te danken) voor de onooglijke kluitvrucht.’

     

  • Wat doe je als je moeder een spion blijkt? Je schrijft er een boek over

    Wat doe je als je moeder een spion blijkt? Je schrijft er een boek over

    ‘Er zijn dingen die we pas kunnen begrijpen als we ze zelf meemaken,’ schrijft de verteller van De akte van mijn moeder. Eén van die dingen is het moment dat je door hebt dat je moeder al die tijd niet was wie ze zei dat ze was, namelijk ‘geen verklikker maar een spion. Geen echte spion, maar iets wat erop lijkt. Ze was geen van beide, ze was een geheim medewerker, een gm. Een minuscuul radertje in een kleinzielig onderdrukkend apparaat (…)’. De Joodse Bruria Avi-Shaul, ‘MEVROUW PÁPAI’ (haar cn, codenaam), was tussen 1975 en 1985 de mol in de familie.

    In deze roman komt de schrijver tot de ontdekking dat zijn moeder, en trouwens ook zijn vader, informatie aan de geheime dienst van Hongarije rapporteerde. Over dissidenten, over vrienden en bekenden. Zelfs over haar eigen kinderen.

    Op het moment van zijn ontdekking leeft zijn moeder niet meer, maar zijn hele perspectief op haar leven kantelt. Hoe deed ze dat dan allemaal? En, misschien belangrijker, waarom? Waarom trekt een Joods stel vanuit Israël terug naar Hongarije? Waarom keerden ze terug naar een plek die eerder was ontvlucht vanwege de verschrikkingen van nazi-Duitsland? Het gevolg was in elk geval een sappelend bestaan waarin zij nooit ergens écht bij hoorden omdat hun Hongaars nog altijd doorspekt was met Hebreeuws. ‘Voor de kameraden waren ze Joden, voor de Joden waren ze communisten, voor de communisten waren ze Hongaren, voor de Hongaren waren ze migranten.’ Kennelijk was dat het allemaal waard om te werken voor hun stalinistische idealen.

    Het is autobiografisch, zo bevestigde Forgách onlangs in het televisieprogramma VPROBoeken – maar hij heeft sommige dingen met zijn verbeelding ingevuld. Hij noemt het boek dan ook zeer expliciet een roman. Forgách citeert echter óók de officiële documenten die hij heeft aangetroffen, waarin de verschillende officieren op tamelijk onbeholpen wijze kond doen van hun betrekkingen met Bruria Avi-Shaul.  

    Die zijn doortrokken van een ontluisterende banaliteit en bureaucratie. Het laat zien hoe een regime zich in zekere zin werk verschaft met het volgen van mensen die misschien helemaal niet tegen de macht zijn. Het zorgt in elk geval voor een dictatuur waarin elke mond die mogelijk een tegenstem zou kunnen formuleren wordt gesnoerd. Tegen de achtergrond van de actuele ontwikkelingen in het Hongarije van nu, bezorgt het de lezer rillingen.

    Het pijnlijkste aan het boek is dat het meeste dat Bruria aan het regime opdist niet zo spectaculair is. Af en toe komt ze met nuttige informatie over het zionisme (de betrekkingen tussen Hongarije en het nieuwe Israël waren buitengewoon slecht), maar écht doorslaggevende zaken bleken het niet te zijn. Tegelijkertijd bekruipt de lezer het akelige gevoel dat de geheime dienst alle op zichzelf niet zoveel zeggende puzzelstukjes bij elkaar legde om vervolgens actie te ondernemen tegen deze of gene dissidente figuur.

    De kracht van dit boek is ook meteen zijn zwakte. Hoe naar die documenten ook zijn en hoe ontluisterend zijn ontdekking ook moet zijn geweest voor de verteller, toch raakt de lezer op een goed moment wat murw. Na het zoveelste lelijk geschreven ambtelijk rapport, dat wordt afgewisseld met fictief commentaar, worden de dingen die aan het begin nog zo bizar waren, wat gewoontjes en zelfs een tikje vervelend om te lezen. Niet uit te sluiten valt dat dit deels ook het doel is geweest van Forgách: de dagelijkse realiteit van een onderdrukkend regime is kennelijk zo droog.

    Er zitten ook schaarse maar zeer mooie momenten van ontroering in het boek. Dat zijn de momenten dat het tot Bruria doordringt dat de geheime dienst haar eigen zoon op de korrel heeft. Ontroerend is ook als de geheime dienst noteert dat ‘aan het begin van ons gesprek bleek dat MEVROUW PÁPAI erg veel van haar kinderen houdt en alles voor ze overheeft’ – alsof men dat pas na een aantal jaren doorkrijgt.
    Je kunt, zo blijkt, zielsveel van je kinderen houden, terwijl je ze tegelijkertijd verraadt. Dat is wat een heilig geloof in een ideologie met abstracte doelen met je doet, lijkt Forgách te suggereren. Hij eindigt hierdoor dit monument voor zijn, van haar voetstuk gevallen moeder, toch nog met een (vorm van) mededogen.

     

    Kijk hier Boeken van de VPRO

  • Oogst week 48 – 2018

    De zwarte heer Bazetub

    Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) is een Duitse schrijver die tijdens de oorlogsjaren zijn land ontvluchtte en vriendschappelijke banden onderhield met Nederlandse schrijvers als Albert Helman en Hendrik Marsman. Van 1947 tot 1954 woonde hij met zijn vrouw in Amsterdam. Zijn debuut Het eiland van het tweede gezicht werd in vertaling van Wil Boesten, in 2004 een zogenaamde culthit. In De zwarte heer Bazetub (Der schwarze Herr Bahßetup, uit 1956) en onlangs ook vertaald door Wil Boesten, is een omvangrijke autobiografische roman. Thelen was namelijk ook vertaler vanuit het Portugees en in de jaren na de oorlog krijgt hij de opdracht als tolk en gids op te treden voor de Braziliaanse professor Da Silva Ponto. Deze professor moet een toespraak houden bij het Vredespaleis in Den Haag.

    Thelen loodst deze ‘heer en meester Bazetub’ door het naoorlogse Amsterdam en Den Haag.
    Ondertussen raakt de vredesconferentie van de professor steeds verder uit het zicht en worden er honderden zijpaden bewandeld, waarmee Thelen zijn opdrachtgever gerust wil stellen. Waar ze komen laten ze een spoor van verwarring na. Professor ‘Bazetub’ heeft zijn missie al lang uit het oog verloren. Thelen loodst hem door het verregende Amsterdam, zorgt dat hij anarchistische fietsers overleeft en regelt voor de professor een extra trein naar Den Haag voor een zitting in het Vredespaleis. Kortom, Thelen doet vreselijk zijn best om zijn rol als privésecretaris tot het slot dapper te volbrengen.
    De heer Bazetub – de rechtsgeleerde en minister Manuel Francisco Pinto Pereira (1889-1956) – heeft inderdaad met tolk Albert Vigoleis Thelen door de randstad gedwaald.

    De zwarte heer Bazetub
    Auteur: Albert Vigoleis Thelen
    Uitgeverij: Cossee

    Simeliberg

    Onlangs was de Zwitserse schrijver Michael Fehr (1982) in Nederland en maakte nogal indruk op het Crossingborderfestival met zijn enthousiaste vertelkunst. Naast schrijver is Fehr ook performer en woont sinds kort in Londen. Hij publiceerde drie boeken. Voor hij de roman Simeliberg af had, won hij in 2014 met een fragment uit Simeliberg al twee literaire prijzen: de Kelag-Preis en de Preis der Automatischen Literaturkritik in Klagenfurt.
    Simeliberg wordt omschreven als een poëtische krimi. Er komt een berg in voor waar lijkwagens af en aan rijden. Er is sprake van een geldschat in de la van een vereenzaamde oude boer. Diezelfde boer wordt verdacht van moord op zijn vrouw. Er is de gemeentesecretaris Anatol Griese, die als taak heeft de vereenzaamde boer in te rekenen. Hij wordt met zijn jagershoed en buitenmodel emigrantengeweer door de plaatselijke bevolking argwanend bekeken en door de betreffende instanties van het kastje naar de muur gestuurd.
    Een afspraakje bij een bevriende boerin vormt het begin van een fatale kettingreactie, waarbij Griese zich meer en meer verstrikt in zijn taak en de intrige zich (volgens de achterflap) ontrolt als een tragikomische zwart-witfilm.

    Simeliberg
    Auteur: Michael Fehr
    Uitgeverij: Koppernik BV

    Kluger Hans #35

    Literaire tijdschrift Kluger Hans kiest voor veelstemmigheid in de editie Denkmal. Met fysiek-beeldend werk: ‘Fleeting Parts’ van Milena Naef, bestaand uit marmeren beeldhouwwerken waaruit gaten zijn gehouwen die perfect rond lichaamsdelen passen (zie ook de cover). Veel bijdragen in deze editie waarin tekst en beeld een relatie met elkaar aangaan, zoals het werk van schrijfster Marjan de Ridder dat zich verbindt met het werk van kunstenares Femme ter Haar.
    Er is werk in opgenomen van jonge dichters en schrijvers die aan elkaar gekoppeld werden tijdens een residentie van een week. Mooi beeldend werk met eenvoudige, maar sterk sprekende teksten als: ‘hun kind schrijft op de muur van een toilet: ‘Bel mij als je eenzaam bent’ gaat naar huis en vergroeit daar verder met de muren(…)’. Een zeer veelzijdige editie die in de kern het thema draagt: ‘onschuldige woorden bestaan niet, onschadelijke beelden evenmin’.
    Verhalen van Annelies Leysen, Dennis Pauwels en Felix Sandon. Een editie waar je niet gauw op uitgekeken en in uitgelezen raakt.

    Kluger Hans #35
    Auteur: redactie

    Hoop over been

    De titel van de derde bundel van Joep Kuiper Hoop over been ligt dicht tegen ‘Vel over been’ aan. Dat laatste duidt op uitputting, schraalte het einde nabij en zo meer van alles wat te weinig is. ‘Hoop over been’ geeft het tegenovergestelde aan: er is hoop. Hoop, om kaalslag te omhullen, te vervullen met woorden, met poëzie.
    Hierbij een gedicht uit de bundel:

    jij was het

    ja! ik dacht dit ben jij, en jij was het
    die woord noch bon teruggaf, nooit reageerde
    op de bekentenissen van mijn wegmisbruik,
    de lijst met doden,

    jij was het
    die mij niet wilde arresteren;
    ik smeekte je, dan toch op zijn minst een
    proces-verbaal,

    een nachtje in een warme cel
    een chocolademelk eventueel, en als het echt
    niet anders kon,
    een executie hier en nu, in de sneeuw

     

    Hoop over been
    Auteur: Joep Kuiper
    Uitgeverij: Karaat