• Niemand werd ter verantwoording geroepen

    Niemand werd ter verantwoording geroepen

    De Amerikaanse journalist en schrijver Nathan Thrall werkte jaren aan Een dag uit het leven van Abed Salama, over een noodlottig busongeluk in 2012 met Palestijnse kinderen tijdens een schoolreisje in bezet gebied bij Jeruzalem. Thrall deed onderzoek naar alle feiten en vertelt het verhaal van Abed Salama, vader van een van de kinderen. Maar ook vertelt hij het verhaal van omstanders zoals de buschauffeur, de arts die als eerste ter plaatse was en andere betrokkenen. Hij won met dit indrukwekkende en hartverscheurende boek de Pulitzer prijs voor non-fictie in 2024.

    Nathan Thrall (1979) werd in een joods gezin geboren, zijn moeder emigreerde vanuit de Sovjet Unie  naar de VS. Thrall schrijft onder meer voor de New York Review of Books en de New York Times en was docent aan het Bard College in New York. Met zijn echtgenote en drie dochters woont hij in Jeruzalem. Voor het schrijven van Een dag uit het leven van Abed Salama heeft hij zich drie jaar verdiept in de wereld van alle personen die betrokken waren bij het ongeluk en de slachtoffers. 

    Achterin het boek is een lijst van de ruim zestig (!) betrokkenen, de meesten met hun eigen naam, opgenomen. De eerste zinnen van zijn boek zijn dezelfde als van zijn  artikel dat hij in 2021 over het ongeluk schreef voor de New York Review of Books: ‘De avond voor het ongeluk was Milad Salama haast door het dolle heen vanwege het schoolreisje. Hij stond opgewonden aan de arm van zijn vader Abed te trekken. ‘Baba, ik wil iets te eten kopen voor de picknick morgen.’ Na dit artikel werd Thrall aangemoedigd een boek over dit tragische ongeval te schrijven.

    Iets schrijven dat mensen in tranen brengt 

    Het boek werd kort voor de aanslagen op 7 oktober 2023 gepubliceerd. Thrall zegt in een interview: ‘De wereld wordt steeds onverschilliger, steeds ongevoeliger voor de situatie van deze mensen. De enige manier waarop we indruk kunnen maken is als we iets schrijven dat mensen in tranen brengt.’  

    In de proloog helpt Haifa haar vijfjarige zoontje met aankleden. Milad ontbijt snel en rent dan naar de bus voor zijn schoolreisje. Zijn vader Abed slaapt nog en wordt als hij wakker is gebeld door een vriend waarmee hij afgesproken heeft. Hij zegt in een file te staan door een ongeluk. Daarna belt een familielid en vertelt dat het een ongeluk met een schoolbus is. ‘Abeds maag draaide zich om’ terwijl hij op weg gaat naar de plek van het ongeluk. De door een vrachtwagen aangereden en uitgebrande bus ligt op zijn kant en de inzittenden zijn al vervoerd naar verschillende ziekenhuizen. Abed gaat naar het ziekenhuis in Ramallah waar het een chaos is. Ambulances, verpleegkundigen met brancards, huilende ouders en tv-ploegen die artsen interviewen. ‘Abed kreeg een beklemmend gevoel op zijn borst en zijn ademhaling ging snel. Hij baande zich een weg door het gekkenhuis en probeerde zijn groeiende angst de kop in te drukken.’

    Een Palestijnse James Dean

    In het eerste en langste deel van het boek beschrijft Nathan Thrall de familiegeschiedenis en persoonlijke ontwikkeling van Abed Salama.  Abed ging op school in het Palestijnse  dorp Anata waar iedereen elkaar kende. De helft van de inwoners bestaat uit drie grote families en allen stammen af van één voorvader. Het open landschap van Anata stond vol olijf- en vijgenbomen tussen de korenvelden en linzenplanten. Anata veranderde snel na de oorlog van 1967. Ieder jaar werden de Palestijnen meer en meer geabsorbeerd door de fabrieken van het uitbreidende Jeruzalem.   

    Abed was een lange en slanke jongeman met donker haar. Met zijn opengeknoopte shirt leek hij op een Palestijnse James Dean. Hij was seculier en tegen het gebruik van de hijab. In die tijd bedekten de helft van de meisjes in Anata hun haar, ook zijn – geheime – geliefde Ghazl. Anderhalf jaar nadat Abed zijn middelbare school heeft afgemaakt, breekt in december 1987 de eerste Intifada uit. Hij hoopte in Moskou te kunnen studeren, maar zijn vader weigert hem te helpen. Via een familielid wordt hij lid van het Bevrijdingsfront van Palestina, een marxistisch-leninistische afdeling van het PLO.

    Als Abed hoort dat Ghazls vader haar verbiedt met een Salama te trouwen, verbreekt hij de relatie met haar. Waarna zijn zuster voor hem een huwelijk met een nicht arrangeert. In zijn grote verdriet accepteert Abed het aanbod en trouwt met Asmahan. Het is geen gelukkig huwelijk. Abed ontmoet tijdens de tweede Intifada, Haifa, zij wordt zijn tweede vrouw. Een jaar na hun huwelijk krijgt Haifa een zoon en drie jaar later wordt hun tweede zoon, Milad geboren.

    Het ongeluk en het ontstaan van de muur

    Thrall beschrijft eerst het ongeluk met de bus op de Jaba Road – door de vele ongelukken ook wel de ‘weg des doods’ genoemd – vanuit het perspectief van Huda, een Palestijnse arts en alleenstaande moeder. Zij is onderweg op Jaba Road als een grote vrachtwagen de bus heeft aangereden. De bus is omgevallen en de voorkant staat in brand. Huda springt uit de auto en helpt de kinderen uit de bus te halen. Het ongeluk doet haar denken aan de ergste dag uit haar leven. Die was na een Israelische bomaanval op het PLO hoofdkwartier in Tunesië in 1985 – ‘een hel van puin, as en lichamen’.

    Vervolgens laat Thrall het ongeluk zien door de ogen van de chauffeur van de bus, de verpleegkundigen ter plekke, een Israelische militair, een leerkracht, de chauffeur van de vrachtwagen en via een video-opname door een van de omstanders. De eerste Palestijnse ambulance arriveerde na tien minuten en kon de dode slachtoffers meenemen, de eerste Israelische ambulance ariveerde pas na 24 minuten, toen alle slachtoffers al waren afgevoerd. 

    Dan beschrijft Thrall hoe de bouw van de muur is ontstaan. Hij noemt de Palestijnse zelfmoordaanslagen die begonnen zijn nadat in 1994 een religieuze kolonist negenentwintig biddende Palestijnsen vermoordde. Door die aanslagen vond de Israelische politie het nodig een muur te bouwen. Daarna werden de vrijheden van de Palestijnen ingeperkt, maar niet die van de kolonisten. Door de muur werden dichtbevolkte Palestijnse wijken afgezonderd van Jeruzalem, er kwam een avondklok, huiszoekingen en nieuwe checkpoints. Tienduizenden bevonden zich aan de verkeerde kant van de muur en de hulpdiensten mochten niet naar de andere kant van de muur zonder begeleiding van militairen. Daardoor kwam hulp vaak te laat. In 2006 werd een ambulance zolang opgehouden dat hulp te laat kwam voor een slachtoffer met een hartaanval.

    Bizarre omstandigheden en werkelijke oorzaken

    In het laatste deel is Abed op zoek naar zijn zoontje. Hij kan niet naar het ziekenhuis in Jeruzalem waar sommige kinderen zijn terechtgekomen omdat hij niet over de geschikte ID beschikt. In Ramallah gaat hij naar een ziekenhuis, maar vindt Milad niet. Wel zes andere slachtoffers, een lerares en vijf kinderen van wie drie onherkenbaar door de brandwonden. Een arts vraagt Abed om een DNA test van hem en zijn vrouw en hun andere zoontje. Na het wachten op de uitslag van de test, gaat Abed ‘s middags  met zijn jongere broer Bashir naar het ziekenhuis. Daar krijgen ze te horen dat Milad een van de kinderen in het lijkenhuis is. Bashir wil niet dat Abed zijn zoon ziet. Milad was te ernstig verbrand om begrafenisrituelen uit te kunnen voeren. Ze rijden achter de ambulance naar de begraafplaats. Milad’s lichaam, in een lijkwade gewikkeld, wordt door een van zijn broers het familiegraf ingedragen.

    Een dag later wordt Abed gevraagd te praten met een boze groep ouders en familieleden die de school het ongeluk kwalijk nemen en in brand willen steken. Hij weet het te voorkomen.   

    Een maand na het ongeluk wordt Abed voor een Israelisch televisieprogramma geïnterviewd, samen met een stel Israëlische jongeren en een paar kolonisten. De jongeren maken zich vrolijk over de omgekomen kinderen, de kolonisten zeggen dat ook hun kinderen in een bus hadden kunnen zitten. Abed zegt: ‘We hebben extremisten in onze maatschappij, en jullie ook.’ Als er een filmpje van Milad met Abed wordt vertoond, bedekt hij zijn gezicht en begint te huilen.   

    Thrall vertelt nauwgezet het verhaal van de betrokkenen en onthoudt zich van commentaar. Tot de laatste alinea’s, die over een ministeriële  commissie van de Palestijnse Autoriteit gaan en die in hun verslag ‘de ware oorzaken van de calamiteit’ niet noemen. Hij stelt dan vast dat er  geen voorstel werd gedaan om de ouders van de kinderen te compenseren door het Israëlisch fonds voor verkeersslachtoffers. En dat voor de bizarre omstandigheden en werkelijke oorzaken van het ongeluk niemand ter verantwoording werd geroepen. 



  • Verlangens hebben een prijs

    Verlangens hebben een prijs

    Nadia Terranova (Messina, 1978) is een vrij nieuwe naam in de Italiaanse literaire wereld. Haar twee eerste romans kregen alom lof, en haar tweede roman Afscheid van de geesten werd in 18 landen vertaald. In deze roman liet Terranova al zien dat haar kracht vooral ligt in haar herkenbare stijl, de sterke metaforen en de wijze waarop ze zich meester toont van haar materie. Haar stijl nestelt zich rond de lezer als een cocon; je begeeft je volledig in haar wereld, middels de sterke beelden en door de manier waarop je mede daardoor direct toegang hebt tot de karakters, wat het vermogen tot empathie versterkt.


    In De nacht beeft gaat Nadia Terranova terug naar 1908, toen de stad Messina op Sicilië en het aan de andere kant van de zee-engte gelegen Reggo Calabria werden getroffen door een aardbeving die de geschiedenis in zou gaan als de ergste die Europa ooit heeft getroffen. Van Messina werd twee derde verwoest, 80.000 mensen vonden de dood. De kracht was in Reggio iets minder, maar ook daar een en al dood en verwoesting. Een treffend decor voor veel drama.

    De grote ramp

    Hoofdpersonen in De nacht beeft zijn de jonge Nicola in Reggio, en de iets oudere Barbara (bijnaam Rina) in een plaatsje vlakbij Messina. Gemene deler in hun levens is de gevangenschap waarin zij zich bevinden binnen hun familiesituatie. Nicola wordt ’s nachts in zijn kelder aan bed vastgebonden door zijn waanzinnige moeder, Rina leeft na de dood van haar moeder alleen met haar vader, die alvast een echtgenoot voor haar heeft gereserveerd die zij absoluut niet wil. Om die situatie te ontvluchten gaat zij op bezoek bij haar grootmoeder, maar ook die houdt haar in het gareel. Samen bezoeken ze de opera; direct na dit bezoek vindt de grote ramp plaats. Eén Scylla en Charybdis samen, een zeskoppig monster, elke kop met drie rijen vlijmscherpe tanden, had zich vanuit het hart van de straat opgericht, met zijn drakenstaart gezwaaid en daarmee de Calabrische kust platgeveegd terwijl die op hetzelfde moment onder het gebulder van een ongekende donderslag explodeerde.’ Zowel Rina als Nicola verliezen alles en lopen na de shock als verdwaasd door de onherkenbare steden.

    Een ander leven

    Bij toeval kruisen de levens van Rina en Nicola elkaar kortstondig. De twee vluchten op een schip, waar een matroos Rina verkracht. Later blijkt zij zwanger te zijn, maar de aardbeving biedt de kans om de waarheid te verdraaien. Rina kan volhouden dat de vader van het kind dood is en aldus kan zij aan een nieuwe toekomst werken met haar dochter. Nicola verliest zijn beklemmende ouders en vindt de vrijheid middels een ongewild kinderloos echtpaar dat hem adopteert. Zo brengt de aardbeving hen beiden een nieuwe toekomst. De toekomst klopte aan, drong zich op en bracht alle kleuren van de wereld mee.’ Daarbij schudden ze hun eerdere levens voorgoed af: ‘Nicola’s verleden was een smalle, donkere plek, afgeschermd met barricades zonder openingen’. Rina keert niet terug naar haar vader.

    Uiteindelijk brengt de aardbeving de zo gewenste grote verandering in de levens van Nicola en Rina, zij het tegen een grote prijs. ‘Het leven had me al met genoeg onrechtvaardigheid opgezadeld, het was tijd om het tij te keren. De schande zou een bevestiging zijn van de vrijheid die ik had verlangd en van de aardbeving die ik had gekregen: dankzij de smet zou mijn vader me definitief verstoten en zou ik geen ketenen meer hebben. Verbitterd moest ik toegeven dat hij gelijk had gehad: verlangens hebben een prijs, zei hij altijd wanneer ik hem om iets vroeg.’

    Filosofie

    Het is te merken dat Nadia Terranova filosofie heeft gestudeerd; de wijze waarop zij filosofische ideeën op toegankelijke wijze met haar verhaal vervlecht doet denken aan Connie Palmen. Soms iets te nadrukkelijk, met de schok van de aardbeving als bevrijding, maar de roman bevat ook veel sterke existentiële ideeën over de vraag wie wij zijn en wat er van ons overblijft na de dood. Een thema dat mooi wordt behandeld en uiteraard zeer relevant is bij een aardbeving waarbij er vaak ook fysiek niets van ons overblijft. Zo resteert van de grootmoeder van Rina alleen de naam.

    De kracht van Nadia Terranova is dat zij meester blijft over een verhaal bij een stijl die makkelijk zouden kunnen ontsporen. Het zijn uiteindelijk de sterke beelden en ideeën die de boventoon voeren in deze mooie roman, soepel vertaald door Etta Maris. Daarmee onderstreept Nadia Terranova haar plaats als een van de belangrijkste hedendaagse Italiaanse schrijvers.

     

     

  • Niet tevreden met een kikkerbrevet

    Niet tevreden met een kikkerbrevet

    Een roman schrijven die grotendeels in het zwembad plaatsvindt, is een gedurfde onderneming. Toch is schrijfster Rosanna ten Have deze uitdaging aangegaan in haar debuutroman Badje 3. Voor Suzanne, de hoofdpersoon, begon er een moeilijke periode toen ze haar zwemdiploma niet haalde. Jaren later denkt ze er nog steeds aan terug: ‘Een van mijn topanekdotes: ik ben gezakt voor mijn A-diploma. Als troostprijs kreeg ik een kikkerbrevet. Misschien ben ik wel de enige. Op fora voor ouders van nu ben ik over het onderwerp “zakken voor je zwemdiploma” niets tegengekomen.’

    Het blijft Suzanne bezig houden, zodat zij bij een lifecoach op de bank belandt: ‘Er moet iets mis met mij zijn. Waarom ben ik anders zo moe en duizelig, en heb ik de hele tijd spierpijn terwijl ik niets uitvoer? Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat ik geen echte problemen heb en mij aanstellerig gedraag.’ De lifecoach probeert Suzanne te stimuleren om het diploma toch een keer te behalen, maar daarvoor zal ze eerst zwemlessen moeten nemen. Ze start in het tweede instructiebad en krijgt begeleiding van zweminstructrice Fab.

    Moeilijke communicatie

    Suzanne heeft begeleiding van een lifecoach nodig om een beslissing in haar leven te nemen, maar er spelen nog meer problemen. Tijdens haar eerste zwemles ontmoet ze nieuwe vrouwen, maar ze vindt het lastig met hen te communiceren. Ook in de kleedruimte voelt Suzanne zich zodanig ongemakkelijk dat zij omslachtige manoeuvres toepast om zich om te kleden. Het is duidelijk dat ze snel van streek raakt als het gaat om het menselijk lichaam, fysiek contact en communicatie. Als Suzanne eenmaal de stap neemt om te praten, dan houdt ze een bepaalde techniek in haar achterhoofd, de zogenaamde luister-, samenvattings- en doorvraagmethode.

    Deze methode kan tijdens het lezen ook toegepast worden. Je ‘duikt’ in Suzannes visie op de wereld, het is eenvoudig om haar verhaal samen te vatten, maar er is vooral veel om over door te vragen. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met haar vader? Waarom is de relatie tussen Suzanne en haar moeder problematisch? Welke rol heeft dit gespeeld in haar ontwikkeling? Eigenlijk laat de auteur pas aan het einde van het verhaal meer los over haar personage. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar Ten Have geeft zoveel hints naar iets wat er in Suzannes verleden is gebeurd dat de nieuwsgierigheid wel gewekt wordt. Dan valt het tegen als uiteindelijk onduidelijk blijft waar die hints naar verwijzen. Het blijft dobberen. 

    Opwekken van herkenbaarheid

    De thematiek van de roman raakt de complexe ontwikkeling van Suzanne: sociaal isolement, verlatingsangst, jaloezie, schaamte en vooral de zoektocht naar het begrijpen van emoties die op elk moment de kop kunnen opsteken. Het verhaal draait om de vraag hoe ver Suzanne kan gaan met haar wens om het diploma te behalen en daarmee ook een sociale groei door te maken. Haar worsteling met zichzelf wekt een bepaalde mate van herkenbaarheid op: het te veel nadenken over wat de ander denkt, zich onzeker voelen over haar lichaam en de vraag hoe zij zich dient te gedragen in een groep. Ook veel andere jongeren worstelen hiermee en dat maakt het boek geschikt voor de jongere lezer. Het verhaal is toegankelijk en de schrijfstijl en toon van Ten Have sluiten daar goed bij aan. Ondanks de zware thematiek blijft het luchtig door de humor die zij heeft ingezet.

    Ten Have heeft aandacht besteed aan de diversiteit van haar personages. De karakters vertegenwoordigen diverse stemmen in de samenleving. Zij hebben allemaal hun eigen reden om op zwemles te gaan, gaan op verschillende manieren met elkaar om en hebben diverse normen en waarden. Hoe mensen bijvoorbeeld soms niet tot een goede communicatie kunnen komen, wordt getoond door de plotselinge verbreking van een vriendschap tussen Suzanne en één van de vrouwen uit het zwemclubje. Er wordt geen poging gedaan om werkelijk naar elkaar te luisteren. Ten Have is er goed in geslaagd om herkenbare beelden te creëren.

    Verhaallijnen worden niet afgemaakt

    De opbouw van het verhaal is duidelijk: de hoofdstukken verwijzen naar het nummer van de les. De roman leest vloeiend en dat is aangenaam, al worden veel zaken aangehaald die niet worden afgewerkt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de gastheer van het zwembad? Er wordt gesuggereerd dat hij oprechte interesse in Suzanne toont, maar hij verdwijnt uit het verhaal en komt niet meer terug. De rol van Suzannes moeder blijft onduidelijk. Zij heeft iets ernstigs meegemaakt, maar haar verhaal krijgt geen betekenis in de ontwikkeling van de roman. En de lifecoach? Haar rol lijkt aan het begin van het verhaal groot. Ze helpt Suzanne haar impasse te doorbreken, maar ze verdwijnt compleet naar de achtergrond.
    Badje 3 is een toegankelijke roman die thema’s aansnijdt die in de hedendaagse samenleving spelen. In het verhaal fungeert het zwembad op een interessante wijze als metafoor voor de maatschappij. Het beeld dat de auteur schetst van haar personages en hun denkwijzen is humoristisch, maar de ontwikkeling van de personages laat enigszins te wensen over.

     

     

  • Een fraaie collage

    Een fraaie collage

    ‘De dagen laten ons zien wat telt, de seizoenen, de bomen. Tijd is niet in een definitie te vangen, er zijn allerlei soorten.’ In Dagen van glas van Eva Meijer is de tijd ook ongrijpbaar. Er wordt tussen de hoofdstukken vooruit en achteruit gesprongen tussen 1933 en 2060. Daarnaast wordt ieder hoofdstuk vanuit een ander perspectief geschreven en worden er ook verschillende tekstsoorten gehanteerd; het grootste deel is weliswaar proza, maar er is ook sprake van een briefwisseling, van een voorwoord bij de heruitgave van een boek (inclusief voetnoten) en van een dagboek waarin een soort gedichten verwerkt zijn. In combinatie met de filosofische stijl vormt het boek een etherisch geheel dat in al zijn breekbaarheid toch een fraaie compositie blijkt te zijn.

    Eva Meijer is dan ook wel een homo universalis; ze is filosoof en behalve schrijver van romans, essays, poëzie en academische filosofie ook kunstenaar en singer-songwriter. Haar werk is vertaald in meer dan twintig talen. In Dagen van glas staan drie personen centraal: Emel, haar echtgenoot Johannes en hun dochter Doris. Aan het begin van het boek is Emel aan het woord, in een ik-perspectief. Je kunt als lezer overigens pas later deduceren dat ze Emel moet heten. Emel neemt zichzelf soms op een wonderlijke manier waar in spiegels en ruiten. Ze vraagt zich dan af of haar spiegelbeeld misschien haar echte en goede ik is en zijzelf slechts een slap aftreksel. Emel is schrijfster en kiest er meestal voor om die andere ik te negeren. Ze werkt liever aan haar boek over Derrida (de filosoof die bekend geworden is vanwege zijn veelgeciteerde zinsnede ‘Er is niets buiten de tekst’ en vanwege de basis die hij legde voor de cynische, postmoderne filosofische stroming van het deconstructivisme, waarin niets een vastliggende betekenis heeft), ook al vordert ze daarmee niet hard: ‘Boeken verdubbelen de werkelijkheid ook: ze verslaan die niet simpelweg maar voegen er een laag aan toe, die op zichzelf staat en er tegelijk op parasiteert.’ Tussen de regels door is duidelijk dat Emel worstelt met het leven. Ze sluit zich af voor haar echtgenoot en haar dochter en neemt soms impulsieve beslissingen. In het laatste hoofdstuk kijkt ze als hoogbejaarde dame terug op haar leven.

    Identiteit

    Johannes is de echtgenoot van Emel. Hij is een zorgzame en loyale man. Hem leren we beter kennen in onder meer het derde hoofdstuk van het boek, dat zich ruim twintig jaar eerder dan het eerste hoofdstuk afspeelt. Johannes is eveneens schrijver. Hij doet aan de universiteit onderzoek naar de brieven van schrijfster Marie Vanderbeecke en naar haar boek Kamers achter glas (!). Daarin worstelt Marie met haar identiteit en beschrijft ze hoe ze geleerd heeft om in haar hoofd vrij te zijn. Johannes ervaart bij het uitwerken van zijn onderzoek veel steun van collega Sonja. Tussen hen is er over en weer echt een klik, maar ook tot zijn eigen verbazing krijgt Johannes uiteindelijk toch een relatie met de meer gecompliceerde Emel.

    Doris is aan het woord in het tweede en zesde hoofdstuk (2025 en 2033). Net als haar moeder Emel heeft ze behoefte aan rust. Als hobby maakt ze zwart-witfoto’s. Haar gedachten zijn heel filosofisch: ‘Weer een dag. Wat is een dag? Een woord, een drager van de tijd, gezel van de nacht, gedachte, meeteenheid, het leven zelf, vandaag een houder voor sneeuw.’ Haar ouders maken zich zorgen om haar en ze blijkt onder behandeling te zijn van een psycholoog. Ze maakt haar ouders wijs dat ze samen met een vriend naar een vakantiehuisje in België gaat, maar ze gaat er helemaal alleen naar toe. Net als haar moeder heeft ze de behoefte om te verdwijnen.

    Lijm

    Op het eerste gezicht lijken de hoofdstukken van Dagen van glas als los zand aan elkaar te hangen en is de prachtige stijl waarin het boek geschreven is de lijm waarmee de delen aan elkaar verbonden zijn, maar schijn bedriegt. Naast de hoofdstukken waarin Emel, Johannes en Doris centraal staan, zijn er ook nog hoofdstukken waarin het niet of slechts zeer zijdelings over deze hoofdpersonen gaat. Het betreft vooral het onderzoek van Johannes naar Marie Vanderbeecke. Je kunt je afvragen wat deze fragmenten toevoegen. Enerzijds leiden ze de lezer af, omdat ze qua vorm en personages sterk afwijken van de rest van het boek, anderzijds dagen ze de lezer ook juist uit om toch parallellen te zien waar die er op het eerste gezicht niet lijken te zijn.

    Eva Meijer zorgt voor betekenisvolle herhalingen en fraaie verwijzingen en ze speelt meesterlijk met concepten als taal en tijd. De afwisseling in perspectieven en de tijdsprongen vragen een aandachtige lezer die bereid is te rekenen, te combineren en af te leiden. Wie daarin slaagt onthult voor zichzelf een mozaïek, een fraaie collage, wellicht zelfs gemaakt van glas, net zo breekbaar als de kwetsbare personages die het boek bewonen.

     

     

  • Oogst week 51 – 2023

    Oogst week 51 – 2023

    Russisch familiealbum

    ‘Van mijn kennissen woont er niemand meer in het huis waar ze zijn opgegroeid of zelfs maar in de stad of het dorp waar ze hun kinderjaren hebben doorgebracht. De meesten van mijn vrienden leven gescheiden van hun ouders. Velen zijn in het ene land geboren en wonen nu in het andere. Anderen leven in ballingschap en geven hun gedachten gestalte in een tweede taal te midden van vreemden. Ik heb vrienden wier familieverleden uitgewist is in de concentratie-kampen. Zij zijn de weeskinderen van de geschiedenis.’

    Zo begint Russisch familiealbum van Michael Ignatieff. Het lijkt zo actueel, maar nieuw is dit boek zeker niet. Het is verschenen in 1987 en het is ook niet de eerste keer dat het in Nederland uitgebracht wordt. Het is een echte klassieker, en door de oorlog in Oekraïne zal het zeker weer op de belangstelling van veel lezers kunnen rekenen.
    In deze familiekroniek die o.a. de laatste jaren van het tsaristische Rusland beschrijft, gaat Ignatieff (zoon van een Russische graaf en een Canadese moeder) op zoek naar het verhaal van de familie van zijn vader. Zijn grootouders vluchtten tijdens de Russische Revolutie. Russisch familiealbum is op hun memoires gebaseerd. Ignatieff riep ook de hulp in van familieleden en maakte voor het boek in 1983 en 1986 twee studiereizen naar de Sovjet-Unie.

    Russisch familiealbum
    Auteur: Michael Ignatieff
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Puur geluk en andere verhalen

    De Engelse schrijfster Katherine Mansfield (1888 – 1923) wordt alom gewaardeerd om haar korte verhalen. Ze werd geboren in Nieuw-Zeeland. Voor haar studie vertrok ze naar Londen. Ze keerde daarna voor korte tijd terug naar haar geboorteland. Daar aarde ze niet meer en ze koos uiteindelijk definitief voor Europa, waar ze zich desondanks ook nooit helemaal thuis heeft gevoeld. Haar bekendste korte verhalen schreef ze met Nieuw-Zeeland als achtergrond. Een daarvan is Puur geluk.

    Mansfield was bevriend met o.a. de schrijvers Virginia Woolf en D.H. Lawrence en was een groot liefhebber van Tsjechov, door wie zij ook geïnspireerd werd. Zij schreef over mensen die vastzitten in situaties waarin ze permanent tegenover elkaar lijken te staan en pijnlijke schade veroorzaken door hun onvermogen om open en eerlijk te zijn. De veertien verhalen in Puur geluk gaan over dingen die meestal niet gebeuren en gevoelens die niet gedeeld kunnen worden.

    Barbara de Lange vertaalde Puur geluk. Zij vertaalde o.a. ook Virginia Woolf, D.H. Lawrence, Donna Tartt, Howard Jacobson en Margaret Atwood.
    In december 2023 ontving De Lange de Letterenfonds Vertaalprijs, een oeuvreprijs voor literair vertalers die zich onderscheiden door o.a. de hoge kwaliteit van hun vertaalwerk.
    In 2017 publiceerde Literair Nederland een interview met haar.

    Puur geluk en andere verhalen
    Auteur: Niek Hendriks en Theo Hendriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2023)

    En steeds is alles er

    Marjoleine de Vos is schrijver en dichter. Ze is daarnaast columnist en redacteur kunst bij NRC Handelsblad. Voor haar dichtbundel Zeehond werd ze in 2002 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2023 kreeg ze de Groenman-taalprijs, die elke twee jaar wordt uitgereikt aan een schrijver die zich onderscheidt door goed en creatief gebruik van de Nederlandse taal.
    Dat ze zich goed kan uitdrukken is – zeker over een onderwerp als de dood – van grote waarde, en meteen te ervaren in de beginpagina’s van En steeds is alles er waarin de auteur haar eerste verwondering beschrijft als ze het levenloze lichaam ziet van de man van wie ze gehouden heeft.
    ‘De laatste blik op het gezicht, zó graag had je die willen werpen, maar die is onmogelijk, omdat het gezicht het gezicht niet is. De wisseltruc van de dood, die je liefste meeneemt en je achterlaat met iets van Madame Tussauds. Iets wat al na korte tijd best weg kan.’

    Om even later verder te gaan: ‘En dan ligt het daar, netjes aangekleed in het mooie overhemd, het gezicht in een plooi die je er nog nooit op hebt gezien. De aanraking van die wasachtigheid, de streling die je bedoelde en die afketst van de koude wang. Het lichaam heeft de dierbare losgelaten. De scheiding tussen lichaam en geest is duidelijk zichtbaar en de geest is weg. Laat dat lichaam dan ook maar – néé! Laat me het lichaam houden! De tegenstrijdigheden.’
    Rake uitspraken en emoties. Voorstelbaar, en zo herkenbaar.

    En steeds is alles er
    Auteur: Marjoleine de Vos
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Oogst week 48 – 2023

    Oh the world Ah the world

    In 2021 overleed A.L. Snijders op de leeftijd van 83 jaar. Tijdens zijn leven werkte hij als leraar Nederlands en schreef columns in verschillende kranten. Hij bedacht het zkv, het Zeer Korte Verhaal, een ‘nieuw literair genre’. In 2006 verscheen de eerste zkv-bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. Er volgden nog vele zkv’s, die hij ook op de radio voorlas. Dan klonk zijn donkere, sonore stem, met de wat aarzelende, trage manier van spreken die hij zich had eigen gemaakt en hem net zo bekend maakte als het genre dat hij had bedacht. Wie hem eenmaal had horen praten herkende zijn karakteristieke stemgeluid onmiddellijk.

    Even kenmerkend is zijn handschrift, te zien in Oh the world, ah the world, dat zijn laatste zkv’s en een keuze uit zijn brieven bevat. Vrijwel dagelijks schreef hij een brief, in rode en zwarte inkt. Hij maakte er ook tekeningen bij en kalligrafeerde het motto. Een daarvan was Oh the world Ah the world. Snijders vond brieven schrijven leuker dan stukjes te schrijven, omdat ‘een brief zomaar aan mijn hand ontsnapt’.

    Een van de 54 zkv’s in het boek, grotendeels uit 2021: ‘Ik schrijf een verhandeling over de liefde. Een jonge man vraagt de hand van zijn meisje aan haar vader. De man ziet er niets in. Hij is niet onvriendelijk, het is geen ploert. Hij is integer, hij doet niet alsof. Hij vindt zijn dochter niet passen bij de jongen, hij veinst niet. Hij legt uit dat hij geen toestemming geeft, maar hij voegt er nonchalant aan toe dat hij het jonge paar niets in de weg zal leggen.’
    En de lezer zal nieuwsgierig verder lezen.

     

    Oh the world Ah the world
    Auteur: A.L. Snijders
    Uitgeverij: Afdh Uitgevers

    We moeten praten

    ‘Langzaam draait hij zich om. Hij zet zijn tas naast zich op de vloer. Hij heeft de hele tijd naar de vloer gekeken en nu kijkt hij naar zijn klasgenootjes en kort naar mij, en zegt: “Ik ga echt mijn spreekbeurt houden.” (…) Hij zegt iets! Hij kan wel praten! (…) “Ik ga jullie alles vertellen (…) wat bij mij hoort, wat van mezelf is, en van mijn opa, waar ik woon, de spullen in mijn kamer (…) de muziek waar mijn papa naar luisterde, het verhaal van ons gezin.”‘ De klas en verteller juf luisteren verbijsterd want Koen, zoals de jongen heet, praatte nooit eerder in We moeten praten van Jan van Mersbergen.

    Toen Koen drie jaar was speelde hij eens met de mobiele telefoon van zijn vader en hoort plotseling zijn moeder aan de telefoon die denkt dat haar man aan de lijn is en zegt: ‘We moeten praten’. Het blijkt het einde van het huwelijk, Koen blijft met zijn vader achter. ‘Als dit is wat er van praten komt, denkt Koen, dan houd ik voortaan mijn mond.’ En dat doet hij, totdat hij in klas 7 zijn spreekbeurt moet houden. Op het digitale bord zet hij een afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan van Jan Asselijn.

    Jan van Mersbergen schrijft onder meer romans, novellen, korte verhalen en thrillers (onder pseudoniem), Hij schreef over mannenzaken en vaderschap, over zijn vader. Prijzen bekroonden zijn werk dat in negen talen is vertaald. Hij publiceert ook beschouwingen en interviews in diverse dagbladen en geeft workshops.

     

    We moeten praten
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Bedenktijd

    Meredith Greer (1988) zegt over haar debuut Bedenktijd in een interview: ‘Ik dacht: ik wil onthouden hoe het was en hoe het op dat moment was om mij te zijn.’ In coronatijd, tijdens de lockdown, onderging Greer een abortus, geheel alleen, zonder steun van een naaste. ‘Niemand kon mijn hand vasthouden in de wachtkamer.’ Daarna vroeg ze zich af wat verlies en verdriet doen met mensen als ze die het liefst willen vergeten en voor anderen verbergen. Maar dergelijke gevoelens laten zich niet verdringen. Greer geeft er schriftelijk aan toe. Zo schrijft ze over een wraakzuchtige fantasie over de man van wie ze zwanger raakte. ‘Het was heel bevredigend om zo’n wraakzuchtig spookverhaal op papier te zetten.’ In Bedenktijd haspelt ze verschillende genres door elkaar: proza, essayachtige stukken, poëzie en dagboekaantekeningen over haar gevoelens van rouw, verdriet en woede.

    Omdat ze geen boek over enkel een vrouwenonderwerp wilde schrijven bespiegelt ze ook andere rouw, bijvoorbeeld als mensen wegens de lockdown of omdat ze in de gevangenis zitten geen afscheid kunnen nemen van geliefden en niet bij de begrafenis kunnen zijn.

    Het boek is vormgegeven in zeer verschillende lettertypes ‘zodat het lezen ook een fysieke ervaring is’, zegt Greer. De schrijfster is een Amerikaans-Nederlandse journalist en schrijver. Ze werkte onder meer als eindredacteur voor de Volkskrant en als redacteur voor BNR-Nieuwsradio, en had een column in HP/De Tijd.

     

    Bedenktijd
    Auteur: Meredith Greer
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij
  • Een intiem verhaal over geluk en ziekte, kwelling en verlangen

    Een intiem verhaal over geluk en ziekte, kwelling en verlangen

    Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter is de debuutroman van Elte Rauch. Rauch groeide op in Zeeuws-Vlaanderen, vertrok naar Bristol voor haar studie filosofie en sociale wetenschappen en werkte tot haar dertigste in Engeland. Daarna keerde ze terug naar Nederland, studeerde filosofie in Utrecht, werkte vervolgens bij de GGZ, als literair assistent van Huub Oosterhuis en als programmeur voor literaire en culturele podia. Naast auteur is Rauch ook uitgever bij de door haar opgerichte uitgeverij HetMoet.

    Een vrouw met mooie borsten is een dagboek, een persoonlijke en intieme kijk in het leven van Veere Wachter. Veere is een vrouw van bijna veertig die met haar partner Krysztof in Amsterdam woont. Ze gaat vaak naar Engeland, waar haar broer Iain woont en waar ze vroeger zelf ook heeft gewoond. Ze is een creatieve vrouw, een bohemienne zoals ze zelf zegt. Ze werkt als trainer, is bezig met een boek, schrijft teksten en gedichten en houdt van culturele activiteiten. Dan krijgt ze borstkanker. Een zware periode vol chemobehandeling en bestralingen verandert haar leven drastisch. Ze schrijft bijna dagelijks in haar dagboek, behalve in de maanden juni en juli, waarin ze zo ziek is dat ze niet kan schrijven.

    Virginia en Vita

    Veere is een sociale vrouw en de relatie met anderen is heel belangrijk voor haar. Haar relatie met Krysz is aan de ene kant stabiel en goed , ‘mijn man, mijn anker, mijn levenspartner’, maar aan de andere kant voor haar toch niet voldoende. Zo schrijft Veere: ‘ik [wil] Krysz beschermen en hetgeen we hebben opgebouwd, wat heel liefdevol en vertrouwd is. Ik wil Krysz beschermen voor mijn wankele, zoekende onzin’. Veere blijft zoeken, is gefascineerd door vrouwen en vrouwelijkheid en verliest zichzelf volledig als ze op een avond de jonge zangeres Janna ontmoet. Volgens haar heeft ze Janna nodig. Ze ziet in hen een soort Virginia Woolf en haar geheime minnares Vita Sackville-West: twee sterke, creatieve en intellectuele vrouwen die elkaar beter maken. Veere schrijft Janna appjes, brieven, gedichten, belt haar, spreekt met haar af en verlangt constant naar haar. De relatie met Janna is complex, Veere zet Janna op een voetstuk, ze raakt helemaal in de ban van haar, terwijl Janna het spel van aantrekken en afstoten speelt. Hoe zieker Veere wordt, hoe meer ze naar Janna en haar vrouwelijkheid verlangt. En ondanks dat Veere zich meermaals voorneemt om de situatie met Janna te laten voor wat is het, krijgt ze haar niet uit haar hoofd.

    Later worden de verhoudingen nog ingewikkelder als Janna bekent verliefd te zijn geworden op Erik, een collega van Veere met wie ze zelf ook een complexe, intieme band heeft.

    Ondertussen gaan de bestralingen, chemokuren en onderzoeken gewoon door. Het is een loodzware periode voor Veere. Er zijn dagen waarop het relatief goed gaat, dagen waarop ze doodziek en depressief is en dagen waarop ze reflecteert op haar leven. Vaak verlangt ze daarbij naar Engeland, de plaats waar haar basis ligt, haar herinneringen aan haar oude leven met haar vader en haar ex-man A. en waar ze zichzelf kan terugvinden. De roman begint en eindigt dan ook daar, rond de jaarwisseling en rustig, samen met Krysz.

    Authentiek

    Een vrouw met mooie borsten is een heel persoonlijk en intiem werk: Veere schrijft heel eerlijk en open over haar gevoelens. Haar obsessie voor Janna gaat heel ver en ze durft alles in het dagboek te schrijven. Ook is het heel interessant om de veranderingen te zien in haar gemoedstoestand, van een dromerige, levens-genietende jongedame naar een zorgelijke, vermoeide en kwetsbare vrouw. Rauch weet de gevolgen van de behandeling prachtig te beschrijven, zowel met haar woordkeuze als met haar stijl. ‘Het lichaam liegt niet. Ik ben wat er van mij is overgebleven.’

    Het is verleidelijk om te denken dat Een vrouw met mooie borsten autobiografisch is, maar dat is volgens Rauch niet het geval. In een interview met de Groene Amsterdammer geeft ze aan dat ze wel uit haar ervaring heeft geput, – ze heeft de ziekte bijvoorbeeld zelf gehad -, maar dat ze Veere niet ís. Groot compliment voor Rauchs inlevingsvermogen: het dagboek doet heel authentiek en echt aan. Rauch weet Veeres gevoelens, gedachten en twijfels heel mooi te bewoorden: ‘hoe begin ik nieuw. Weinig, minder, bijna niets. O lieve god, geef me niets en laat van me houden.’

    De roman krijgt meerwaarde door de opname van prachtige citaten van literaire grootheden aan het begin van elke maand. Ook voegen Veeres gedichten veel toe, in het Nederlands, Engels en zelfs in het Frans.

     

     

  • Oogst week 46 -2023

    Kukuruznik

    Na het overlijden van haar ouders vindt de joodse Noa in de nalatenschap van haar vader allerlei documentatie over vrouwelijke ‘aviatrices’. Ze heeft geen idee waar de obsessie van haar vader met deze vliegeniersters vandaan kwam en gaat op onderzoek uit. Noa is een kluizenaarster, woont in een kruip-door-sluip-doorhuis op de Wallen, en is mensenschuw omdat ze is opgevoed door getraumatiseerde ouders die na de Tweede Wereldoorlog bang waren voor anderen en de buitenwereld. Spreken deden Noa en haar ouders vooral via de muziek. Muziek speelt daarom ook een belangrijke rol in deze roman.

    Bij toeval stuitte schrijfster Saskia Goldschmidt op een bericht uit 1938 over een vliegenierster. Het bleef haar bij, en stond aan de basis van deze roman waarin talloze geschiedenissen van vrouwelijke piloten de revue passeren.

    In een interview met Opium vertelt Goldschmidt dat ze met deze roman niet alleen de rol van vrouwen in de geschiedenis zichtbaar wil maken, maar ook aandacht wil vragen voor de moed van deze vrouwen om anders te durven zijn dan van hen verwacht werd. Die moed noemt ze inspirerend.

    In Kukuruznik verweeft Goldschmidt Noa’s familieverhaal over een oorlogstrauma met tal van geschiedenissen van bijzondere en moedige pilotes, van o.a. de Kukuruzniks, kleine, lichte vliegtuigjes die de Russen gebruikten om de Duitsers te bombardeerden en die vooral door vrouwen werden gevlogen.

    Noa vraagt zich af waarom haar vader haar deze verhalen zo bewust heeft nagelaten. Daar komt ze langzaam maar zeker achter.

    Saskia Goldschmidt (1954) schreef eerder o.a. De hormoonfabriek en De voddenkoningin.

    Kukuruznik
    Auteur: Saskia Goldschmidt
    Uitgeverij: Uitgeverij Meulenhoff

    Dagen van glas

    Bij uitgeverij Cossee is onlangs de nieuwe roman van Eva Meijer verschenen, Dagen van glas.
    Eva Meijer (1980) is veelzijdig, zij deed het conservatorium in Den Haag, wijsbegeerte in Amsterdam, schreef romans, novellen, essays en gedichten. In 2017 ontving ze de Halewijnprijs voor haar oeuvre, een prijs op basis van de onweerstaanbaarheid van het gepubliceerde werk. Haar werk is in meer dan twintig talen vertaald en werd meermaals genomineerd voor literaire prijzen of won deze.
    Meijer is daarnaast ook politiek actief, en ook als muzikant, kunstenaar en columnist.

    In Dagen van glas gaat het volgens de flaptekst ‘over de kernvraag van ons bestaan: wat betekent het om goed te leven? Hoe moet je je eigen bestaan betekenis geven, en wat houdt het in om goed samen te leven met anderen?’

    Ook hier op Literair Nederland aandacht voor diverse boeken van Meijer. Thomas van Houwelingen bijvoorbeeld, schrijft over Voorwaats: ‘Meijer slaagt erin een toch vrij ernstige ideeënroman zodanig licht en stijlvol op te schrijven dat de inhoud ervan niet te zwaar op de maag ligt.’

    Dagen van glas
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Gelukkige dagen

    Renée van Marissing (1979) schrijft romans, korte verhalen, essay, theater- en hoorspelteksten.

    Haar romans gaan veelal over familie: -leven, -leed en -liefde.
    Ging het in haar debuut Het waaien van mijn oma over de relatie tussen drie generaties, in Parttime astronaut over een uiteenvallend huwelijk, in Onze kinderen stond het ouderschap centraal. Met deze laatste roman stond ze op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. De jury schreef o.a.: ‘Hoewel het verhaal bij vlagen hartverscheurend is, houdt ze het elegant, licht en geestig.’

    Het onlangs verschenen Gelukkige dagen is haar vijfde roman. De waarde van vriendschap is hierin het thema. In Gelukkige dagen maken we kennis met de zesenveertigjarige Sil. Zij krijgt al jong de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’. Haar vriendin Lina verzorgt haar zo goed en zo kwaad als het gaat, samen met Sils vrienden. Naarmate de tijd verstrijkt en woorden steeds meer hun betekenis lijken te verliezen, wordt dat steeds lastiger.

    Gelukkige dagen
    Auteur: Renée van Marissing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido
  • Een belangrijke Oekraïense stem

    Een belangrijke Oekraïense stem

    Met Mijn langste boektournee trekt Oksana Zaboezjko Europa en de wereld rond om het op te nemen voor haar vaderland Oekraïne in het conflict met de Russische agressor. De schrijfster vertrok aan de vooravond van het conflict naar Polen voor een boekvoorstelling en keerde niet meer terug. Sindsdien leeft ze in onvrijwillige ballingschap, maar haar stem wordt wel gehoord. In het kader daarvan werd haar verhalenbundel Zusters ook wereldwijd vertaald en werd het een groot succes. Oksana Zaboezjko behoort tot de belangrijkste Oekraïense schrijvers en dichters. Haar academische achtergrond en duidelijke standpunten zorgen ervoor dat ze wereldwijd gehoor krijgt.

    Aparte stijl

    Zusters is een zeer ontroerende bundel waarin de vrouwen van Oekraïne een stem krijgen. De politieke beslommeringen zijn nooit ver weg en zijn het decor waartegen de verhalen zich afspelen. Verhalen die gekenmerkt worden door een onderhuidse, sluimerende woede tegenover het misbruik door de politieke machthebbers. De verhalen van Zaboezjko lezen aanvankelijk niet eenvoudig. Het is niet makkelijk om zich onmiddellijk in te leven of in te lezen, maar voor wie doorbijt, ontvouwt zich een nieuwe wereld vol rijke woordenschat en ongeziene stijl. Het is een stijl vol beelden die aan elkaar geweven worden op onnavolgbare wijze. Lange zinnen, soms langer dan een bladzijde, vol nevenschikkingen, onderschikkingen, bijzin na bijzin, gescheiden enkel door komma’s en kommapunten. Zaboezjko associeert de hele tijd en in een soort van stream-of-consciousness slaagt ze erin heel rake formuleringen uit haar pen te laten vloeien. De personages zijn echt en de lezer voelt hun pijn, hun frustratie, hun gevecht. Gelukkig weet de schrijfster er ook humor in te steken door een en ander af en toe te relativeren.

    Altijd aanwezige politiek

    Zusters telt vijf aparte verhalen. In het eerste verhaal Zusje, mijn zusje verschijnt haar geaborteerde zusje aan Darka. In een verhaal vol tijdsprongen maakt de lezer kennis met een door de politiek gedwongen abortus, en hoe moeder en dochter daarmee (moeten) leren leven.

    In Meisjes wordt Darka opnieuw opgevoerd. Ze is op weg naar een klasreünie. Ook hier speelt de auteur opnieuw met de tijd. De lezer leeft mee met de ontluikende liefdesrelatie tussen Darka en het nieuwe meisje in de klas, Lena. Maar als de politiek zich subtiel begint te moeien, verraadt Darka haar vriendinnetje, en wordt Lena beschimpt en bespot.

    Het meest politiek gekleurde verhaal is ongetwijfeld Een album voor Gustaaf. Een Nederlandse journalist zoekt foto’s voor zijn reportage over de Oranjerevolutie. Hij komt terecht bij een Oekraïens koppel dat veel foto’s nam gedurende de maanden van de opstand. Het verhaal is een aanklacht tegen de sensatiezucht van de journalisten, die enkel de mooie plaatjes wilden, maar niet echt het conflict doorhadden. Zaboeskjo laat duidelijk uitschijnen dat Oekraïne wel degelijk democratisch was en eeuwenlang het Litouws wetboekmodel volgde, tot de Sovjet-Unie alles kapotmaakte. Aan de hand van de foto’s krijgt de lezer een waarheidsgetrouwe schets van de gewone burger die in opstand kwam tegen de pro-Russische Janoekovitsj. De gebeurtenissen rond het Maidanplein worden geschetst vanuit de ogen van zij die het werkelijk meemaakten. Gustaaf, de fotograaf, laat het allemaal aan zich passeren en heeft enkel oog voor de foto’s, niet voor het verhaal. Opnieuw ervaart de lezer de ingehouden, achterliggende woede en frustratie.

    Hier had uw reclame kunnen staan is het kortste verhaal uit de bundel en lijkt de vreemde eend in de bijt. Het handelt over een paar handschoenen gekocht in Wenen, waarvan er een verloren gaat. Banaal op het eerste gezicht, maar wanneer blijkt dat ze zeer goed passen bij de oranje sjaal van de revolutie, en dat de handschoenmaker later gestorven blijkt te zijn, krijgt ook dit verhaal weer een beladen betekenis.

    Na de derde bel geen toegang tot de zaal is het laatste en tevens  langste verhaal uit de bundel. Operazangeres Olha zit in de overgang en heeft het moeilijk met haar puberende dochter. De hormonen spelen bij beide vrouwen een rol, wat zorgt voor spanning en de conflicten laaien hoog op. Toch wil moeder haar dochter waarschuwen en een les meegeven voor het leven. Olha worstelt met een gebeurtenis die plaatsvond toen ze zelf zeventien was. Mede op instigatie van haar toenmalige liefje die een politieke schuld had in te lossen, ging ze naar bed met een man. Ze werd verkracht, maar twijfelt of het wel verkrachting was en gaat nog steeds gebukt onder zware schuldgevoelens. Ze heeft het nu lastig met haar dochter die volwassen wordt en een relatie heeft met een verminkte soldaat.

    Verplichte literatuur

    Zusters is een relevante en belangrijke verhalenbundel die de wereld toont hoe de vrouwen van Oekraïne worstelen met hun identiteit en getekend worden door het aanhoudende politieke conflict. Zaboesjka wil de gewone mens een stem geven en doet dat op een heel eigen manier. De enorme woordenstroom zorgt ervoor dat de lezer in een stroomversnelling terechtkomt en blijft lezen, ondanks de lange zinnen die nochtans heel soepel ogen. De verhalen zijn schrijnend, maar swingen en vallen nooit in. De stem van Zaboeskja zou vandaag iedereen moeten horen voor een beter begrip van het leven van de gewone mens tegen de achtergrond van de Oekraïens-Russische oorlog.

     

     

  • Een wijs boek dat ondanks de gruwelijkheden hoopvol stemt

    Een wijs boek dat ondanks de gruwelijkheden hoopvol stemt

    De roman Simons Alfabet van de Engelse schrijver Kathy Page laat ons kennismaken met de wereld van gedetineerden. We volgen de jonge moordenaar Simon Austen, die levenslang heeft gekregen vanwege de moord op zijn vriendin Amanda. De psychologen en begeleiders in de gevangenis proberen bij Simon een bewustwordingsproces op gang te brengen, opdat hij meer inzicht zal verkrijgen in de achtergrond van zijn gewelddadigheid. Doel van de begeleiders en ook van Simon zelf is uit te groeien tot een evenwichtiger mens, die niet in herhaling zal vallen. In hoeverre is Simon daartoe in staat? 

    Het boek bestaat uit drie delen, elk getiteld met een letter die verwijst naar de naam van de vrouw die in dat deel een belangrijke rol speelt in zijn leven. In deel een, getiteld B, is dat Bernadette, een begeleider die zijn vertrouwen wint en op wie hij verliefd wordt. In dit deel wordt stukje bij beetje duidelijk wat hij op zijn kerfstok heeft. Simon blijkt een gevaarlijke moordenaar die ieder moment opnieuw in de fout kan gaan. Het brute leven van de gevangenen onderling staat in contrast met het oprechte verlangen van Simon naar contacten buiten de gevangenis. Bernadette overtuigt hem zich te laten overplaatsen naar een bijzondere kliniek waarin hij met acht mensen een groep gaat vormen, allen bereid na te denken over zichzelf en hun gebreken. Hij neemt met moeite afstand van Bernadette en vertrekt.

    Psychodrama sessies 

    Het tweede deel (getiteld A) speelt zich voor een belangrijk deel af in de kliniek waar Simon wordt uitgedaagd om steeds dieper in zijn relatie met Amanda te duiken, de vrouw die hij om het leven bracht. De psychodrama sessies, waarin de acht gedetineerden scènes uit hun leven voor hun gevangenneming uitspelen, dwingen hem die relatie opnieuw te beleven. Hij wordt in deze periode heen en weer geslingerd tussen twee stemmen. De ene stem fluistert hem in dat de kliniek een plaats is waar ze hem helemaal uit elkaar willen trekken in kleine deeltjes om daarna een geheel nieuwe Simon in elkaar te kunnen zetten. ‘Ik krijg het gevoel dat ik zo slecht ben dat ik jullie moet toelaten in het meest intieme en persoonlijke van mezelf, met jullie moersleutels en schroevendraaiers en gebruiksaanwijzingen … voer voor de vakman!’ Niets is meer privé, hij mag niets voor zichzelf houden en daar heeft hij grote moeite mee. Een andere stem fluistert hem in dat het hier veel beter is dan in de normale gevangenis. Hier kan hij wel gewoon op de goede weg blijven. Hier kan hij studeren, lezen en schrijven, nadenken over zichzelf. Langzamerhand wint de eerste stem het. 

    Dan komt Simon in verzet. Hij gooit een walkman stuk tegen de muur. Via die walkman wordt hij geacht reconditioneringsbandjes te beluisteren. Bandjes waarin hem geleerd wordt anders te handelen en zich anders te gedragen. Wie denkt bij reconditionering niet aan A Clockwork Orange, de film van Stanley Kubrick, waarin een moordenaar via beelden gedwongen wordt te veranderen. In deze roman van Kathy Page mag Simon zelf de beslissing tot verandering nemen. Dat maakt het ook zo moeilijk en lastig voor hem. Als hij dan ook zijn twijfels en verzet teveel ventileert, wordt hij teruggeplaatst naar zijn oude gevangenis waar hij door een van zijn medegevangenen tot moes wordt geslagen.

    Willen maar niet kunnen

    In het derde deel, ‘C’ staat het herstel van de bijna dodelijke verwondingen ten gevolge van deze aanval centraal. Simon ligt in het ziekenhuis op een kamer met de transgender Vic die zich Charlotte noemt. Simon raakt gebiologeerd door deze mens die biologisch tot vrouw wordt geopereerd. Ze raken bevriend en bespreken alle mogelijke situaties uit hun leven met elkaar. Charlotte brengt hem tot een emotionele woede-uitbarsting, zonder dat Simon gewelddadig wordt, wat voelt als een overwinning. Dan komt het verzoek van de moeder van Amanda hem te mogen spreken. Het lijkt erop dat hij dit verzoek zal inwilligen, wat de gevolgen voor hem ook zullen zijn.

    De roman boeit van begin tot eind. De wereld bezien vanuit Simons oogpunt wekt begrip op, soms ook in zaken die hij zelf (nog) niet begrijpt. De roman laat zien hoe moeilijk het is om daadwerkelijk te veranderen. Een gewelddadige driftkop wordt niet zomaar een evenwichtig persoon. Wat de roman ook boeiend maakt, is dat het een inkijkje geeft in de harde gevangeniswereld. Hard in onderling gewelddadige relaties van gevangenen, die af en toe ook begripvol en meedenkend kunnen zijn. Hard voor gedetineerden die beweren dat ze willen veranderen, maar dat niet kunnen of durven. Het boek wekt bewondering voor het werk van bewaarders, psychologen en hulpverleners. Kathy Page was zelf  vele jaren psychotherapeut en hulpverlener voor ze romans ging schrijven. Ze schreef met Simons alfabet een wijs boek dat ondanks de gruwelijkheden hoopvol stemt.

     

     

  • Facsinerende zoektocht van jonge vrouw

    Facsinerende zoektocht van jonge vrouw

    Zelden gebeurt het je dat je een uitgelezen boek meteen opnieuw wilt lezen. Het kunstzijden meisje (1932), een roman van de Duitse schrijfster Irmgard Keun (1905-1982), is zo’n boek. De manier waarop hoofdpersoon Doris haar verhaal vertelt is zo bedwelmend dat, de roman ‘uit’ is, voordat je het weet. Wat maakt deze roman zo fascinerend?

    Irmgard Keun schrijft over een jonge vrouw, Doris, die uit een eenvoudig en verstikkend milieu wil breken. Ze is een naar liefde zoekende vrouw die wil ‘glanzen’ als echte zijde. Zijde glanst, van welke kant je het ook bekijkt. Zo wil zij ook zijn, een vrouw aan wie je haar eenvoudige afkomst niet meer af kunt zien, een vrouw die kan gaan en staan waar ze wil, geen slavin is, maar die glanst van zelfvertrouwen. De praktijk is echter weerbarstig. Om die glansrol te bereiken heeft ze mannen nodig als opstapje. Omdat ze bepaald niet gelukkig is in haar keuze van mannen, die haar als een tussendoortje zien, is ze vaak gedeprimeerd en weet de oorsprong daarvan. ‘Ach, ik wil zo graag, zo graag – alleen als je ongelukkig bent kom je verder, daarom ben ik blij dat ik ongelukkig ben.’ Ze woont en werkt in een niet nader genoemde provinciestad en haar doel is Berlijn: ‘Help me, lieve God – ik wil met een mes wel ‘lieve God’ in mijn arm kerven, heel diep, het bloed komt – als je ervoor zorgt dat ik heelhuids naar Berlijn kom.’ 

    Uiteindelijk komt ze berooid, graatmager en gedesillusioneerd in Berlijn aan: ‘Mijn gezicht zo klein als een koffiekopje en geplet en op mijn kin zo’n kleine pukkel – zoiets wil een glans worden – zoiets wil – laat me toch niet lachen. Ik bijt van woede in de badkuip.’ Na opnieuw enkele teleurstellingen vindt ze eindelijk een man die niets van haar verlangt en die lief voor haar is, omdat hij – zoals hij zegt – bang is in een huis te komen ’waar niemand ademhaalt.’ Hij laat haar met rust en geeft haar de ruimte. Ze bloeit op, komt vijf pond aan. Blijft onzeker, maar voelt zich gelukkiger. Voor hoe lang?

    Bedwelmende stijl

    De roman is geschreven in een persoonlijke stijl, die in eerste instantie wat primitief overkomt. Zo van ‘en toen’, ‘en toen’, ‘en toen’. Meestal is dat een brevet van stilistisch onvermogen maar bij Irmgard Keun heeft het een bedwelmend effect. De lezer wordt van de ene gebeurtenis, gedachte, herinnering of belevenis in de andere meegetrokken en vergeet het als een zin niet helemaal lijkt te kloppen. Zoals in deze passage waarin de omgang van Doris met een blinde man wordt beschreven die haar voeten warmt in zijn handen: ‘En raakt mijn voeten aan met vingers als kerstkaarsen van was – en gebruiken thuis onze kaarsen van de boom altijd drie jaar lang doordat we ze altijd alleen maar aansteken tijdens het stille nacht-heilige nacht zingen. En er is stilte en van die vochtige damp en bij het raam de grijze muur, dat alles beklemt ons. En zit me te poederen vanwege zijn handen. En verf mijn mond. Maar hij ziet het niet eens wanneer ik er leuk uitzie. Ik breng hem Berlijn, dat in mijn schoot ligt.’ En dan vertelt zij hem wat zij in de stad die dag gezien heeft. Ze vertelt alles tegelijkertijd, associatief, opsommend, zoals dat in de realiteit vaak gaat.

    Keun maakt vaak gebruik maakt van tussenstreepjes, wat de tekst snelheid geeft, maar ook erg vol maakt. Lezen vergt alertheid en concentratie. Alsof je van het ene als tekst verklede filmbeeld in het andere rolt. ‘Maar ik wil schrijven als film, want zo is mijn leven en zal dat nog meer worden,’ zegt Doris. Ze gebruikt haar oog als een camera die alles registreert. En trekt de lezer visueel mee in haar zoektocht naar geluk van de ene man naar de andere, van de ene teleurstelling naar de andere.

    Succes en vergetelheid

    Haar beeldspraak is origineel en raak. ‘Hubert zat daar met kringen onder zijn ogen als Continentalbanden.’ Of over een vrouw. ‘Die gunt het de voetzolen van vreemde mensen nog niet dat het vuil van haar voeten eraan vastkleeft.’ Ze schrijft ook in mooie aforismen: ‘Pas als je blind wordt, weet je waarschijnlijk dat je vreselijk veel vergeten hebt te zien.’

    Het kunstzijden meisje heeft sinds 1932 periodes van groot succes en van vergetelheid gekend. Meteen na verschijning was het in Duitsland een verkoopsucces. De drang naar vrijheid en emancipatie van een meisje in de jaren twintig uit de ‘heffe des volks’ sprak duizenden mensen aan. Twee jaar later werd het boek door de nazi’s verboden. Doris paste niet in het vrouwbeeld van deze machobeweging. Keun vluchtte naar Nederland en publiceerde haar boeken in het Duits bij uitgeverijen als Allert de Lange en Querido, die Exil-literatur publiceerden. In 1940 keerde Irmgard terug naar Duitsland en leefde daar vrij onopgemerkt, tot haar werk, eind jaren zeventig, opnieuw werd ontdekt en ook in Nederland werd uitgegeven.

     Het verhaal van Doris zou anno 2023 in elke andere Europese stad kunnen spelen waar vrouwen nog steeds weinig keuzemogelijkheden hebben. Keuns werk is bepaald niet verouderd. Zelden zo’n direct verslag gelezen van een vrouw die weigert zich te conformeren aan een marginale positie.

     

     

  • Hoe blijf je mens?

    Hoe blijf je mens?

    ‘Goedemorgen. Ik ben uit Duitsland gevallen, excuseer me, mevrouw en meneer, aber, maar ik heb opdracht verder te leven. Mag ik dat bij u doen?’ Wat een indringende exilroman! Hoe gevoelig en grappig verteld. Uit de jaren dertig van vorige eeuw en zo actueel. Kurt Lehmann (Berlijn, 1908 – Purmerend, 1999) heeft, onder het pseudoniem Konrad Merz, beschreven hoe hij als illegale Duitse Jood naar Nederland vluchtte. Hij behoorde tot de pionier-vluchtelingen, was als het ware een avant-garde emigrant. In het verhaal verkent Winter, een vluchteling, Nederland onbevooroordeeld en onbevangen. Vaak is hij verwonderd, al mist hij Duitsland en zoekt hij het tevergeefs, maar misschien is dat Duitsland voorgoed verdwenen. Zijn generatie is kil geworden door de Eerste Wereldoorlog, stelt Winter. In die oorlog verloor schrijver Merz zelf zijn vader.

    Dit is geen literatuur in de zin van schoolopstel, voorschrift, maskerade, zoals Menno ter Braak terecht aangeeft in zijn recensie die mee werd opgenomen in dit boek. Er is geen sprake van steriel esthetisch gedoe met ‘landschapjes’ van Nederland, er is geen goedkoop sentiment of romantisering. Menno ter Braak vergelijkt Konrad Merz met Heinrich Heine. Beiden laten de belachelijkheid zien van een vaderlandsliefde die zich ‘oprolt als een egel’ of zich ‘hysterisch opblaast’. Beiden tonen, volgens Ter Braak, een openheid naar andere landen ondanks een sterke gevoelsband met het eigen land. Net die openheid en uitwisseling zorgt voor een Europees bewustzijn.

    Van student rechten naar strontschepper

    Even vindt de protagonist steun bij een jeugdvriendin uit Nederland. Hij leert er als een kind woordjes en fietsen. Want het is van begin af aan, als vluchteling moet je het wiel weer uitvinden. Maar ja, er zijn haar man, het kind in haar buik, het heilige gezin. Winter is gauw te veel. Een vluchteling is snel te veel. Al gauw wordt hij zo arm dat hij ‘geen woorden meer heeft’. Ze fluisteren dat hij zelf niet meer weet wat hij wil. Ach, de mensen. Er volgt een strijd om brood, vriendschap, bestaan. Zonder een moment pathos beschrijft Merz – soms zo luchthartig dat het even ontroerend als schokkend is – wat het betekent om steeds minder mens te worden. Met een groot gevoel voor relativiteit en verhoudingen schetst Merz een helder beeld van degradatie, al geraakt de protagonist de verhoudingen evenzeer kwijt. De mensen zien hem niet meer als student maar als een schooier.

    Het verhaal doet soms denken aan het veel recentere Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi. De mensonterende toestanden, de superioriteit van de anderen, vaak absurd en poëtisch verteld.

    Een poos werkt Winter als tuinier in Ilpendam. Hij wordt uithangbordverkoper en slaapt onder het bed van een jeugdvriend. Op een boerderij borstelt hij ‘onze geachte koe’ piekfijn schoon, de koe heet Cleopatra met wie hij gesprekken voert. Koeiendrek schept hij tot een monumentale hoop. De vreemdeling mag het vuile werk doen. Hij lijkt wel de mestkever uit De Vrede van Aristophanes. Anoniem ruimt hij op voor de vrede.

    In scherven

    Het verhaal is samengesteld uit aantekeningen en brieven naar zijn geliefde Ilse en naar zijn moeder. In korte, eenvoudige zinnen zit veel beschouwing. Konrad Merz is een meesterstilist. De stijl doet dadaïstisch aan. Verwarring en nihilisme verheven tot bewuste kunstvorm. Merz gebruikt veel pars pro toto’s. ‘Een regenjas komt het land binnen, zijn ledematen strompelen door de stad.’ Het duidt op het vallen zoals in de titel staat. Het uiteenvallen van een mens, een land. Dissociëren. Alles geraakt in de war. Merz woont buiten zijn land, ver van de liefde, misschien woont hij stilaan buiten zichzelf. Alles ligt in stukken, scherven zoals ook het verhaal uit fragmenten is opgebouwd.

    De relatie met zijn geliefde die in Duitsland is gebleven, wordt troebel. Haar vader vindt zijn toekomstige schoonzoon een landverrader. Ilse wordt beïnvloed door die vader en door de politiek. Het maakt haar steeds naïever. In Nederland ontmoet Winter een vrouw, Cor, de dokter die hem verzorgt. Hij begint van haar te dromen. Liefde als koortsdroom of genezing? Realiteit en fantasie gaan in elkaar over. Hij blijft ook trouw aan zijn Ilse, bloedeerlijk zijn zijn brieven aan haar. Ilse is een metafoor voor het vaderland. Niet het vaderland van Hitler, wel dat van Goethe. Op een keer vraagt Winter het portret van Goethe aan Cor. Het hangt in haar vertrek. Omdat hij ‘daar buiten niets heeft, niets dan eten en werken en slapen. Als een dier.’

    Transformatie

    En dan komt Ilse naar Amsterdam. Winter wachtte wel ‘een jarenlang jaar‘. Winter heeft haar gevraagd of ze zijn moeder nog kon zien. Zo zou hij ‘zijn moeder in Ilses ogen zien’. Tal van zulke poëtische zinnen staan in dit verhaal. In realiteit komt de moeder van de schrijver uiteindelijk om in Auschwitz.
    Als Winter Ilse weer ziet, blijkt alles over. Zij zijn vervreemd van zichzelf, van elkaar. Hun liefde is een illusie geworden. Veranderd, de situatie heeft hen veranderd in een brave gravin en een vuile boerenknecht. Los van die oorlog transformeerde Winter trouwens ook van student tot een volwassene.

    Er is ook nog de nazi, Winters ‘jeugdvijand’ die tevens het land ontvlucht, maar er uiteindelijk naar terugkeert. Ze zijn elkaars uiterste. De mythe en de realiteit. Hun discussie komt tot een hoogtepunt. ‘De resten van ons gevecht keken ons aan’.

    Dit boek vertelt diepgaand over een mentaliteitsgeschiedenis. Hoe blijf je mens? Dat woord komt niet voor in al de hoogdravende woorden die worden uitgeschreeuwd door de politici.  Hoe ontkom je aan de hokjes waarin je tegen je wil wordt ingedeeld? Verrader, asielzoeker, emigrant. Dief. ‘Ja, zo zijn er ook, natuurlijk zit er uitschot tussen ons. Maar waar zit het niet tussen?’