• Radioman en schrijver

    Radioman en schrijver

    Wim Noordhoek maakte een een keuze van honderdvijftig logs uit zijn Avondlog voor het onlangs verschenen boek Wat bleef, uit het avondlog. Het stemgeluid van Noordhoek is al jaren van de radio verdwenen. Een groot gemis, want als weinig anderen slaagde hij er in om schrijvers, musici en beeldend kunstenaars aan de praat te krijgen over wat hen bezielde. Hij begon zijn loopbaan ruim een halve eeuw geleden als redacteur van het studentenblad Propria Cures, en was – met Frits Boer – actief als oprichter van de stichting Jeugdsentiment De Jaren Vijftig en mede-samensteller van het Het Groot Gedenkboek van de Jaren Vijftig. Ook toen al werkte hij voor de radio.

    Al snel slokte de VPRO-radio hem vrijwel geheel op. In het begin veel muziekprogramma’s, later vooral uitzendingen met schrijvers, zoals Music Hall. En natuurlijk sinds 1995 het programma De Avonden. Daarnaast bleef hij wel schrijven, zij het korte stukjes. Columns in de VPRO-gids onder de schuilnaam Alex Mol en vanaf 2006 dagelijks een Weblog-tekst op de boekenpagina van de VPRO. Toen die werd opgeheven zette hij dat voort op zijn website Avondlog. 

    Vijfduizend stukjes

    Ruim vijfduizend stukjes moet hij geschreven hebben in de vijftien jaar dat hij dagelijks dat Avondlog bijhield. Hij maakte de lezer attent op oude of nieuwe kunst, architectuur, literatuur, mens en dier en alles wat hem verder interessant leek en waar hij iets zinnigs over kon melden. De logs werden gretig gelezen. Hij stopte er in 2021 mee, de benen wilden niet meer en die waren nodig voor het vele reizen waarvan het Avondlog getuigde. Veel van die stukjes waren tijdgebonden (tentoonstellingen, voorstellingen, boekverschijningen, films) maar hij heeft nu een keuze gemaakt van honderdvijftig logs die bleven.

    Het zijn ook de meest persoonlijke en inderdaad, ze blijven je bij, hoe klein ze ook zijn: zelden meer dan driehonderd woorden. Ze laten zien dat zijn werk als radio-journalist hem gemaakt heeft tot kenner van  literatuur, muziek en beeldende kunst. Noordhoek vertelt er met smaak over en kan bewonderen zonder idolaat te worden. Mooie staaltjes van beknopte vertelkunst en onderkoelde humor zijn het vaak. Een prachtig voorbeeld is dit stukje over Gerard Reve:

    Bellen met Gerard Reve

    ‘Als Gerard in Frankrijk bouwde aan z’n geheime landgoed verveelde hij zich ’s avonds en ging bellen. Joop was er niet, die sprak geen Frans en bleef in Schiedam. Zo praatte ik lang en veel met Gerard over werkelijk van alles. Een verhaal boeide hem bijzonder. Dat ik vertelde naar aanleiding van de twee legertentjes uit de dump op het Waterlooplein die ik voor hem had gekocht en die daar een zomer op de berg hebben gestaan. Ik had er eerst eentje gekocht en belde. “Niet duur,” zei ik, “35 gulden maar. Met echte legerletters erop.”

    “Koop er dan meteen nog een,” riep Gerard.
    “Waarom?”
    “Omdat ze zo goedkoop zijn natuurlijk!”

    Dit is Reve-logica. Emo Verkerk bracht ze naar Frankrijk.

    Naar aanleiding hiervan vertelde ik hem het verhaal van m’n vader over de officierscapes in het Nederlandse leger in de jaren ’30.
    Wanneer ze op oefening waren met het regiment Wielrijders, vanuit de Bredase Kloosterkazerne, en de nacht viel, konden twee officieren van hun capes een tweepersoons tentje maken. Er zaten extra knopen in die capes, waarmee je ze aan mekaar kon vastmaken. Ze hadden daartoe ook een tentstok bij zich. Gerard kreeg geen genoeg van die twee officieren in hun tentje. “Vertel nog eens…”.’

     

     

  • Geschreven met een scherp oog voor details

    Geschreven met een scherp oog voor details

    Wie het werk van Monika Sauwer (pseudoniem van Yolande Nusselder) kent, weet dat familieleden er vaak een rol in spelen. Haar actieve opa Boet (arts in Maassluis) was in Huis en hemel (1986) prominent en de laatste levensjaren van haar vader waren de basis voor haar roman Het raadsel vader (2011). Na de dood van haar ouders kwam ze in het bezit van een groot aantal brieven die haar moeder aan haar vader schreef in hun verlovingstijd en in de eerste jaren van hun huwelijk, tijdens en na de oorlog. Die brieven en andere documentatie werden het materiaal voor Een liefde in 1945 (2014) en ook voor Héloïse en het inwonen 1947-1952.

    In het zojuist verschenen Vluchtpogingen 1934 – 1940 is de vader van Sauwers, Simon de hoofdpersoon. Op het omslag staat een foto van het legendarische KLM-vliegtuig De Uiver dat – deelnemend aan de race London- Melbourne – in 1934 boven Australië in een storm terecht kwam en een noodlanding kon maken dankzij de bevolking van het dorp Albury die een weiland met autolampen verlichtte. De foto komt uit de vliegboeken die Simon als kind met zijn vader maakte en na diens vroege overlijden aan tbc, in zijn eentje volschreef en volplakte met krantenfoto’s en verhalen over vliegtochten. Want hij zou later piloot worden.

    Oorlogsdreiging

    De roman speelt in de jaren 1934 – 1940 en Simon is dan in de leeftijd van twaalf tot achtien jaar, een eenzame jongen in het door vrouwen (oma, moeder, zus) overheerste gezin. Nederland was in de Tweede Wereldoorlog neutraal en wilde dat ook blijven. Toch begint het besef door te dringen dat het ditmaal mogelijk niet zal lukken. Alhoewel zijn vader hem op het hart heeft gedrukt dat hij ‘de man in huis’ moet zijn na zijn overlijden, voelt Simon zich dat bepaald niet. Naast de vliegtuigen-passie heeft hij maar één hobby: zijn marionettentheater en het maken van de poppen voor dat spel.

    Simon leert pas uit zijn schulp te kruipen als hij verliefd is geraakt op Petra, de dochter van een KLM-piloot. Zij is wat zijn moeder noemt ‘een wilde meid’, en dat zij ook op hem valt, verbaast en verblijdt Simon zeer. Als de oorlogsdreiging groter wordt vat zij het plan op om naar Italië te reizen, waar haar vader gestationeerd is. En ze wil dat Simon met haar mee gaat. Hij twijfelt, de ‘man in huis’ kan toch niet zo maar vertrekken? En hij heeft ook net een oproep voor het leger gehad. Sauwer heeft zich grondig verdiept en ingeleefd in de werkelijkheid van de jaren dertig bleek al bij haar vorige romans die gebaseerd waren op het leven van haar ouders. Zij brengt die periode perfect tot leven.

    De vluchtpoging

    Aan Sauwers tekentalent (te zien in enkele jeugdboeken die zij zelf illustreerde) is het mogelijk te danken dat zij een scherp oog en geheugen heeft voor kleine details en aan haar schrijftalent dat ze die ook perfect weet te verwoorden. Aan het slot van de roman staan Simon en Petra klaar om aan hun vluchtpoging te beginnen. ‘Op het eerste perron van station Utrecht stond hun trein al klaar, de machtige loc van de Reichsbahn onder stoom, sissend van opgekropte spanning, het zwart op gele embleem van de Duitse adelaar op elke wagon’ ‘Sissend van opgekropte spanning.’ Wie zo kan schrijven verdient veel lezers. Of Simon ook echt instapt zullen zij dan te weten komen.