• Oogst week 4 – 2026

    Oogst week 4 – 2026

    Deining

    ‘Er bestaat geen twijfel over dat Jones een van de meest getalenteerde schrijvers van Groot-Brittannië is,’ aldus The Independent on Sunday.

    De Britse Cynan Jones (1975), geboren en getogen in Wales, is de auteur van vijf korte romans en diverse korte verhalen. Hij werd genomineerd voor talloze internationale prijzen. Zijn werk is gepubliceerd in meer dan twintig landen en zijn korte verhalen zijn uitgezonden op BBC Radio 4 en verschenen in diverse bloemlezingen en publicaties, waaronder Granta Magazine en The New Yorker. Hij schreef ook het scenario voor een aflevering van de met een BAFTA bekroonde misdaadserie Hinterland en Three Tales, een verzameling verhalen voor kinderen.

    Deining (oorspronkelijke titel Pulse) is de recent verschenen verhalenbundel in vertaling van Manon Smits. Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen. Angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid verwerkt Jones op aangrijpende wijze.

    Deining
    Auteur: Cynan Jones
    Uitgeverij: Koppernik

    Wildnissen

    Wildnissen is de nieuwe bundel van de Vlaamse dichter Xavier Roelens. Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

    In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen. Nu voelt hij de verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die bij het vaderschap komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zonen naar de presidenten die met oorlog de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnissen, maar hij gaat uiteindelijk liever wandelen.

    Xavier Roelens (Rekkem, 1976) is poëzie-enthousiast. Hij was coördinator aan de SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden en geeft sinds enkele jaren les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé.

    Hij was hoofdredacteur van het literaire tijdschrift En er is, stelde met Maarten De Pourq de bloemlezing Op het oog samen. Eigen gedichten verschenen in o.a. DWB, NRC Handelsblad, De Revisor, Het liegend konijn en Poëziekrant of waren te horen op Crossing Border en De Nachten. Hij is redacteur van In Letterland.

    Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met Er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch. Zijn nieuwste werk, Wildnissen, verschijnt januari 2026.

    Wildnissen
    Auteur: Xavier Roelens
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Chita, herinneringen aan Last island

    Een heldere novelle waarin de mens wordt onderworpen aan de schoonheid én de wreedheid van de natuur. Klimaatroman avant la lettre.

    Lacfadio Hearn is geen onbekende bij Literair Nederland. De Grieks-Ierse schrijver, vertaler en leraar uit de negentiende eeuw, woonde jarenlang in Japan woonde en introduceerde de Japanse cultuur en literatuur in de westerse wereld. Zoals met zijn verzamelingen van legendes en spookverhalen, Kwaidan.

    Zijn novelle Chita: A Memory of Last Island uit 1889 over Last Island is nu door Koppernik opnieuw uitgegeven in de Nederlandse vertaling van Barbara de Lange.

    In 1856 heeft een verwoestende orkaan het eiland Last Island, nabij New Orleans, volledig weggevaagd. In de nasleep van de storm redt de visser Feliu Viosca een kind. Zijn vrouw Carmen werd al tijden geplaagd door dromen waarin hun overleden dochter, Conchita, terugkeerde – en haar droom lijkt even waarheid te worden. Ze dopen het kind Chita, en leren haar zwemmen, laten haar kennismaken met hun geloof, en met alles wat je moet weten over het leven aan de kust. Ze weten dat haar moeder dood is, maar hoe zit het met haar vader, die op de lijst van vermisten stond.

    Chita is gebaseerd op historische feite en oorspronkelijk in 1888 gepubliceerd als feuilleton in Harper’s New Monthly Magazine. Hearn heeft een heldere, vlotte pen. Met veel mooie natuurbeschrijvingen geeft hij inzicht in het hardvochtige leven van de lokale bevolking.

     

     

    Chita, herinneringen aan Last island
    Auteur: Lafcadio Hearn
    Uitgeverij: Koppernik
  • Een naakte wolrat en de waarde van de aarde

    Een naakte wolrat en de waarde van de aarde

    Een van de meest opvallende boeken van het voorbije jaar is ongetwijfeld Grondwerk van de Vlaamse auteur Tijl Nuyts. Dit debuut stond op de shortlist van de Boekenbonliteratuurprijs en staat ook nog op de longlist van de Boon-literatuurprijs 2026.  Met Grondwerk debuteert Nuyts als romanschrijver, nadat hij eerder bekend werd als dichter. Nuyts werd geboren in 1993 in Istanboel en woont en werkt in Brussel, een stad die ook in deze roman een belangrijke rol speelt. Als dichter kreeg hij al veel erkenning: zijn bundel Vervoersbewijzenwerd bekroond met de Herman de Coninckprijs. Zijn poëtische achtergrond is duidelijk merkbaar in Grondwerk. Het boek is geen klassieke roman, maar een verhaal dat elementen van fabel en maatschappijkritiek combineert, waarbij taal en beeld centraal staan.

    Het verhaal speelt zich grotendeels af onder het Brusselse Vaderlandsplein. In een ondergronds gangenstelsel wacht een naakte molrat op instructies voor een missie. Zij vertelt het verhaal en kijkt vanuit haar leefwereld naar de mensen boven haar. Geleidelijk aan sluit ze vriendschap met een mens die haar woorden opschrijft. Zo ontstaat een dialoog tussen mens en dier. Tegelijk verschijnen er in Brussel steeds meer zinkgaten, waardoor delen van de stad letterlijk beginnen in te storten. Deze gebeurtenissen vormen geen klassieke plot, maar zijn vooral betekenisvolle beelden van instorting en kwetsbaarheid.

    Klimaatroman

    Een belangrijk thema in Grondwerk is het klimaat en de relatie van de mens met de aarde. De zinkgaten symboliseren een bodem die haar draagkracht verliest door misbruik en verwaarlozing. Nuyts laat zien dat ecologische problemen niet plotseling ontstaan, maar het resultaat zijn van lange tijd genegeerde keuzes. De aarde lijkt letterlijk terug te slaan. Het ondergrondse perspectief benadrukt hoe weinig aandacht mensen hebben voor de fundamenten onder hun voeten, terwijl juist die basis alles mogelijk maakt. De klimaatopwarming laat overal haar sporen na: het verhaal van de oorspronkelijke heimat van de molrat illustreert dit duidelijk.

    De naakte molrat is het centrale personage. Ze leeft in een gemeenschap waarin samenwerking en het welzijn van de groep centraal staan. Vanuit dat standpunt kijkt ze kritisch naar de menselijke samenleving, die volgens haar te individualistisch is en te weinig rekening houdt met de omgeving. Ze ziet de aarde als iets levends, niet als een bron die je kunt gebruiken en achterlaten. Het menselijke personage blijft bewust vaag uitgewerkt. Het is een activist die tracht zaken in beweging te brengen, maar daar hopeloos in faalt. Hij staat voor de mens die voelt dat er iets misloopt, maar niet goed weet hoe dit te veranderen. Door deze keuze verschuift de focus van persoonlijke emoties naar grotere maatschappelijke vragen.

    Poëtisch

    De stijl van Grondwerk is beïnvloed door poëzie. Nuyts schrijft in korte, beeldrijke zinnen en herhaalt bepaalde motieven zoals grond, instorting en verbondenheid. Het verhaal springt tussen observaties en gedachten. Dit maakt het soms uitdagend, maar ook rijk aan betekenis. Het klimaatthema wordt niet uitgelegd met cijfers of feiten, maar door beelden en symbolen, waardoor de lezer actief moet nadenken over de boodschap. De afwisseling in hoofdstukken tussen het leven in Brussel en de herkomst van de molrat maken het geheel bijzonder vlot verteerbaar.

    De roman is bijzonder relevant in een tijd waarin klimaatverandering steeds zichtbaarder wordt. Grondwerklaat zien dat ecologische problemen verbonden zijn met politieke en sociale keuzes. Door Brussel, het centrum van macht en besluitvorming, te laten verzakken, suggereert Nuyts dat systemen hun basis verliezen als ze geen rekening houden met de aarde. Het boek stelt de vraag of vooruitgang mogelijk is zonder zorg voor de omgeving en of een andere manier van samenleven mogelijk is.

    Grondwerk leest bijzonder vlot, maar toch kunnen enkele kanttekeningen gemaakt worden. De originaliteit van het verhaal en het gekozen perspectief zijn bijzonder en vormen ook de sterkte van het boek. De molrat als verteller biedt een frisse blik op de mens en zijn omgang met de aarde. Ook de samenhang tussen klimaat, samenleving en verantwoordelijkheid is goed uitgewerkt. Daartegenover staat dat het boek weinig actie bevat en soms te abstract blijft. Lezers die een duidelijk verhaal met herkenbare personages verwachten, kunnen hier moeite mee hebben, maar het is ongetwijfeld een gedurfd debuut dat aanzet tot nadenken over onze relatie met de aarde. Door zijn rustige tempo en beeldrijke taal blijft het boek lang nazinderen en maakt het de lezer bewust van wat vaak verborgen of vergeten blijft.

     

  • Een literaire legpuzzel

    Een literaire legpuzzel

    In Een luisterend oog ontvouwt Bertram Koeleman niet alleen een prikkelend mysterie à la Het smelt van Lize Spit, hij verwerkt ook de universele complexiteit van menselijke relaties. Een ambitieuze combinatie voor een boek van nauwelijks 100 pagina’s. Het werkt, maar Koeleman vraagt wel wat van zijn lezer.

    Een luisterend oog draait om kunstenaar Boris Němec en om Maarten, die een foto van Němec koopt bij diens tentoonstelling in een galerie. Maar Boris verdwijnt na de opening van de tentoonstelling van de radar. En er is iets vreemds aan de hand met de foto die Maarten van hem kocht, getiteld Can You See Me?. In het werk – op het eerste gezicht een stilleven van een eenvoudig ingerichte kamer – zou namelijk een menselijke figuur verwerkt zijn. Stukje bij beetje ontsluiert Maarten dit raadsel.

    Literaire omkoperij

    De verdwijning van Boris en de raadselachtige foto werken precies hetzelfde als het blok ijs in Het smelt van Lize Spit: zij wakkeren de nieuwsgierigheid en leeslust van de lezer aan, en scheppen de verwachting dat de schrijver in de loop van het verhaal de belofte van een ontknoping zal inlossen. Op die manier koopt de auteur – om het oneerbiedig te zeggen – de lezer om. Wat vraagt de schrijver in ruil voor de bevrediging van de nieuwsgierigheid? Diens aandacht.

    De nuance en gelaagdheid van interpersoonlijke relaties

    Die aandacht gebruikt Koeleman voor het uitwerken van de belangrijkste thematiek van zijn roman: de gelaagdheid van familiebanden. Een luisterend oog maakt genadeloos duidelijk dat ook ogenschijnlijk onbeduidende en onschuldige gedraginkjes, zoals het plukken aan een wenkbrauw of het sturen van een WhatsApp-bericht, symptomatisch kunnen zijn voor grotere, niet zelden toxische patronen van manipulatie en voor de lelijkere kanten van een menselijk karakter. Maar het is duidelijk dat het goede met het kwade verweven is, en dat die narigheden de affectie en liefde die er tussen twee mensen kan bestaan, onverlet kunnen laten.

    De verhaaltechnische mysteries – de afwezigheid van Boris Němec en de foto – en de thematiek van interpersoonlijke relaties zijn in Een luisterend oog op vernuftige wijze met elkaar verweven. Maarten legt telefonisch contact met Boris, en de twee mannen vinden elkaar in gesprekken over de relaties tussen ouder en kind, en hun eigen ervaringen daarmee: Boris vertelt over de band met zijn vader, Maarten over de band met zijn zoon Thomas.

    Vrienden of kennissen?

    Wanneer Maarten Boris op zeker moment niet meer kan bereiken, begint hij zich zorgen om de ander te maken. Hij gaat naar hem op zoek. Uiteindelijk treffen de twee elkaar weer bij Boris thuis. Deze fysieke ontmoeting had kunnen voelen als het emotionele hoogtepunt van het verhaal: twee mannen die elkaar anders nooit hadden ontmoet vinden herkenning in elkaars verhaal en smeden een onverwachte vriendschap. Maar helaas blijft de aard van de verstandhouding tussen de twee moeilijk in te schatten voor de lezer: de indruk wordt gewekt dat Boris en Maarten ondanks hun persoonlijke ontboezemingen toch nog een zekere afstand tot elkaar bewaren, maar bij hun treffen bejegenen ze elkaar alsof ze elkaar al jaren kennen;  Maarten geeft Boris zelfs meermaals een knuffel.

    Tijdens Maartens bezoek vraagt Boris hem zijn installatie This Is Your Life te doorlopen, een kunstwerk waarin de bezoeker een alternatieve, fictionele levensloop voorgeschoteld krijgt. Het meermaals doorlopen van het kunstwerk zorgt voor een doorbraak bij Maarten, alsof hij door de blootstelling aan al die alternatieve levensinvullingen en -keuzes inziet wat het leven hem nog meer te bieden heeft. En inderdaad blijkt uit de ‘post-credit sequence’ – een soort epiloog – dat Maarten is gestopt met werken en dat de banden tussen hem, zijn vrouw en zijn kind sterker worden. Al met al heeft de ontmoeting op Maarten dus een positieve invloed gehad.

    Een minimalistische vertelstijl

    Een luisterend oog bevat veel plot en karakterontwikkeling voor zo’n dun boekje. Het blijft voor de lezer dan ook wat gissen naar het hoe en waarom van de ontwikkeling die Maarten en Boris als karakters doormaken. Met het oog op de minimalistische narratieve stijl van de roman is het opvallend dat er aan het perspectief van Thomas – Maartens zoon, een relatief bijpersonage – in verhouding veel pagina’s zijn gewijd, terwijl die voor een indruk van Thomas’ karakter niet strikt noodzakelijk zijn.

    Een luisterend oog trekt de lezer het verhaal in door zich voor te doen als een klassieke mystery-roman, maar laat in de loop van de tekst haar ware gezicht zien: dat van een psychologisch drama. Geleidelijk aan laat Koeleman die mystery-opzet los, en de belofte van de grootse ontknoping, waarmee de lezer in het begin lekker is gemaakt, wordt uiteindelijk niet helemaal ingelost. Dat is niet alleen zonde – de mystery-opzet was juist zo effectief –, maar ook teleurstellend voor de lezer. Die zal namelijk zelf op zoek moeten gaan naar de antwoorden op de vragen die in het begin zijn opgeworpen. Om die reden zal Een luisterend oog vooral de toegewijde lezer aanspreken, die het geen bezwaar vindt de puzzelstukjes zelf aan elkaar te leggen.

  • Oogst week 49 – 2025

    Oogst week 49 – 2025

    Alleen in dans kon zij wonen / Het vrijgevochten leven van Darja Collin 1902-1967

    Wie heeft ooit van Darja Collin gehoord? Arend Hulshof, freelance journalist, schrijver en schrijfcoach schreef haar biografie: Alleen in dans kon zij wonen, het is een boeiend verhaal van het leven van de danseres Darja Collin. Zij werd in 1902 in Amsterdam geboren, haar vader was Robert Collin, een Duitse violist die jong stierf. Na een eenzame jeugd op een meisjesinternaat, gaat Darja terug naar haar moeder in Rotterdam. Ze is negen jaar als ze een dansoptreden ziet en meteen haar hart verliest aan de dans. Geheel tegen de tijdgeest in kiest ze voor het podium en is in de jaren twintig van de vorige eeuw een gevierd danseres. Ze volgt opleidingen in Dresden en Parijs en opent een dansschool in Den Haag. Na een hevige verliefdheid trouwt ze met de dichter Jan Slauerhoff, ze krijgen een doodgeboren zoon. Het huwelijk duurt slechts kort, Slauerhoff is altijd op zee en Darja Collin kiest haar eigen weg. Voor de Tweede Wereldoorlog reist ze samen met een leerling en later goede vriendin door Afrika, ze treden op voor geallieerde troepen op Borneo en Nieuw-Guinea.

    Een boeiende biografie van een danseres, die ook wel de Mata Hari van de dans werd genoemd.

    Auteur: Arend Hulshof
    Uitgeverij: Querido

    Mijn Andalusische moeder

    Zoektocht naar een jeugd. Manuele worstelt met het verleden en zijn plaats in de wereld. Hij mist zijn moeder, die na een mysterieuze ziekte stierf. Aracoeli is haar naam, het is de titel van de oorspronkelijke Italiaanse roman die drie jaar voor Morante’s dood in 1982 verscheen. Nog steeds actueel, is Mijn Andalusische moeder nu in een vertaling van Manon Smits verschenen.

    Aracoeli kwam uit een Andalusisch dorp, een mooie Spaanse die door een Italiaanse marineofficier werd meegenomen naar Rome. Jaren later vertrekt hun zoon, de veertiger Manuele naar Andalusië. Hij zoekt naar antwoorden over zichzelf en zijn moeders wortels. Terwijl hij ronddoolt door haar geboorteland, vervagen de grenzen tussen herinneringen, dromen en werkelijkheid. Zijn zoektocht wordt een confronterende reis door tijd en geschiedenis, waarbij de schaduw van Franco’s Spanje en zijn eigen jeugdtrauma’s steeds zwaarder op hem drukken.

    Mijn Andalusische moeder is Elsa Morante’s laatste en volgens sommigen misschien beste roman: een ontroerend verhaal over verlangen, verloren onschuld en de onbreekbare, maar ook destructieve band tussen moeder en zoon.

    Samen met Natalia Ginzburg behoorde Elsa Morante (1912-1985) tot de beste Italiaanse schrijfsters van de vorige eeuw. Ze is het grote voorbeeld voor auteurs als Elena Ferrante en Silvia Avallone. Ze was de echtgenote van Alberto Moravia en schreef kritisch onder andere over de ideologieën van haar landgenoten in de Tweede Wereldoorlog.

    Auteur: Elsa Morante
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Een luisterend oog

    Grote raadselachtige foto’s van de kunstenaar Boris Němec trekken de aandacht in de internationale kunstwereld. De kunstliefhebbers en verzamelaars Iris en Maarten kopen het kunstwerk van een perfect interieur dat de titel draagt Can You See Me? Op de foto is alleen niemand te zien, toch raakt de man totaal geobsedeerd door die foto, met ingrijpende gevolgen. Welke rol kan kunst vervullen in ons leven?

    Een luisterend oog is een filmisch geschreven novelle.  Het leven van het echtpaar wordt ontregeld, maar ook dat van de kunstenaar zelf.  Waarmee Een luisterend oog neigt naar sciencefiction. ‘Bertram Koelewijns literaire oeuvre (twee verhalenbundels, nu vier romans) draait om mind games, om dubbele lagen en de kracht van de verbeelding,’ aldus Thomas de Veen in NRC. ‘Hij betoont zich een pleitbezorger van literatuur die echt om de fictie draait, „pure fictie”, om dat wat verzonnen is en toch reëel voelt, en reëel effect teweegbrengt.’

    Bertram Koeleman (1979) is inkoper bij boekhandel H. de Vries in Haarlem. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde en publiceerde in De Gids. Hij debuteerde met De huisvriend in 2013.  Een roman waarin de beheerder van een landgoed de kluizenaar-eigenaar verstopt houdt voor de buitenwereld, met het wekelijkse bezoekje van een hoogleraar, de huisvriend, ontstaat er een probleem.

     

     

    Auteur: Bertram Koeleman
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 39 – 2025

    Oogst week 39 – 2025

    Het jubileum

    ‘De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani (1975) is in eigen land een gelauwerd schrijver. Over zijn debuutroman, Cordiali saluti, (2005), schreef de schrijver Antonio Tabucchi (1943-2012) dat hij dit boek gelezen had ‘met een opwinding die ik in tijden niet meer heb gevoeld in de Italiaanse literatuur’.’ Aldus Ingrid van der Graaf in haar interview met Bajani voor Literair Nederland in 2022.

    Met zijn roman L‘anniversario won Andrea Bajani de Premio Strega 2025, de meest prestigieuze literaire prijs van Italië. Het boek, in een vertaling van Manon Smits, is nu verschenen met de titel Het jubileum. Na tien jaar kijkt een zoon terug op zijn verstikkende jeugd met subtiel huiselijk geweld, dat plaatsvond in zijn familie. Zonder mensen te beschuldigen of te redden legt hij het dwingende systeem van het gezin bloot om zichzelf uiteindelijk te bevrijden. ‘Nadat ze (de moeder) zich al die jaren had onttrokken, er niet was geweest voor zichzelf of voor haar kinderen, alleen maar bezig was geweest met poetsen, bedienen, haar man gehoorzamen in huis en in bed, het weinige of niets dat mijn vader van haar verwachtte of eiste uitvoeren, eindigde ze met iets typisch moederlijks. Ze voelde aan wat er in het binnenste van haar zoon al gebeurd was zonder dat hij het zelf wist.

    Op die dag, tien jaar geleden, heb ik mijn ouders voor het laatst gezien. Ik ben sindsdien van telefoonnummer veranderd, van huis, van continent, ik heb een onneembare muur opgetrokken, ik heb een oceaan tussen ons in geplaatst. Het waren de beste tien jaar van mijn leven.’

    Eerlijk, openhartig en verontrustend relaas gebaseerd op herinneringen.

    Het jubileum
    Auteur: Andrea Bajani
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Kookpunt

    ‘De personages uit Kookpunt van Nisrine Mbarki Ben Ayad wonen in Brussel. Algiers. Parijs. Damascus. Casablanca. Cairo. Amsterdam. Zeven mensen, zeven levens die zich in verschillende steden en landen afspelen. En toch raken ze elkaars levens en vertellen zo het verhaal van een versplinterde wereld, waarin mensen ondanks alles innig liefhebben.’

    Kookpunt is het verhaal van een eeuw: van 1961 in Algerije tot 2061 in Amsterdam. Het is een eeuw die herhaaldelijk zelfmoord pleegt en zichzelf opnieuw uitvindt. Zeven verhalen, in zeven decennia, op verschillende plekken in de wereld, maar de schakelmomenten in de geschiedenis verbinden al deze mensen met elkaar. De nucleaire tests van de Fransen in de Algerijnse Sahara zorgen ervoor dat Ydder zijn grote liefde verliest. Maar ook dat hij Salma die uit Damascus vluchtte ontmoet. Die in Belleville met Bern trouwt. Die jaren later bij de crypte in de Pieterskerk in Utrecht vanuit het dodenrijk door haar wordt geroepen. Onzichtbare draden van het menselijke tekort spannen over de hele wereld. Niets in de geschiedenis blijft zonder gevolgen, alles werkt generaties door.

    Nisrine Mbarki Ben Ayad (Tilburg, 1977) is een veelzijdige schrijver, dichter, columnist, vertaler en programmamaker. Als literair vertaler vertaalt ze poëzie uit het Arabisch naar het Nederlands. Haar gedichten en columns verschijnen regelmatig in literaire tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tiraden Het Liegend Konijn.

    Kookpunt
    Auteur: Nisrine Mbarki Ben Ayad
    Uitgeverij: Pluim uitgeverij

    Vacht!

    Cobi van Baars publiceerde in 2023 de roman De onbedoelden gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een tweeling die zonder medeweten van de moeder meteen na de geboorte werd afgestaan. Het boek kreeg een lovende ontvangst en verkocht meer dan 30.000 exemplaren en stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2024.

    In Van Baars’ laatste roman, Vacht!,  werkt Eline van der Veer in een archief dat is gevestigd in een voormalig klooster. Aanvankelijk is ze blij met haar nieuwe baan, tot de sfeer verandert en heel onaangenaam wordt. Kan ze zich staande houden als iedereen zich tegen haar keert?

    Eline raakt verstrikt in een leugen over een relatie, die haar positie op het werk onder druk zet. Ze gunnen haar een vriend, maar nemen een loopje met haar, ondertussen staart ze uit het raam naar buiten waar een kudde schapen loopt.

    Vacht! is een metafoor voor het verlangen en de behoefte om ergens bij te horen.

    Beklemmend en geestig psychologisch portret.

    Vacht!
    Auteur: Coby van Baars
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Wereld van onvermogen

    Wereld van onvermogen

    Dat je aan niemand, zo in het dagelijkse leven, kunt zien dat er seks in het spel is. Dat er verlangens zijn. Ik bedoel, de mens, netjes gekleed, goed gekapt, zeg maar, presentabel. Hoe vreemd gedachten kunnen zijn, hoe goed verborgen de dingen kunnen blijven. Alleen ik zelf ken mijn slechtste gedachten. In een boek vinden die hun plaats. Een boek als manier om onverbloemd de waarheid te zoeken.

    Wie ik ben, van Levi Jacobs is rauw en dwingend. De ik lijdt aan eenzaamheid. ‘Een eenzaamheid zo diep dat ik erin verdrink.’ Schrijven de manier zichzelf te ontdekken. ‘Ik moet gewoon ergens beginnen. De rest komt later wel.’ Om die eenzaamheid te overwinnen, verlaat hij zijn vriendin. Begint een relatie met een jongere vrouw. Is verslaafd aan porno en drugs. Het wordt er allemaal niet mooier op als hij tijdens een triootje een van de vrouwen tegen haar zin penetreert. Diezelfde nacht een zwerver in elkaar slaat. 

    Dit boek voelt als het betreden van een gebied waar vergeten is het bordje ‘Verboden toegang’ bij te zetten. Het is intiem, en heftig. Al is er met de constructie, de intentie van de schrijver, niets aan de hand. Ik lees over de transitie van een jonge advocaat naar schrijver.

    Over het verlaten van zijn vriendin zegt hij tegen zijn vader, een gepensioneerde huisarts die in zwijgzaamheid excelleert, ‘Ze belemmerde me. Een schrijver hoort niet in een gerenoveerd appartement in een Haagse yuppenwijk.’

    In Why I Write zegt Joan Didion dat ze schrijft ‘om te ontdekken wat ik denk [..] Wat ik wil en waar ik bang voor ben.’

    Levi Jacobs raakt aan zijn diepste zelf, iets om te herschrijven. Juist vanmorgen belde ik met een vriendin die zei dat ze een nieuw mensbeeld van zichzelf moest schrijven. Haar zelfbeeld klopte niet meer met hoe ze de wereld om zich heen verdroeg.

    Hokwerda’s kind was een heftig boek. Zelfdestructie, mentale verwaarlozing, seksuele uitbarstingen die in vechtpartijen eindigen. Wie ik ben blaast je van je sokken. Levi Jacobs overschrijdt de grens van het toelaatbare. Dat is wat schrijven vraagt, de naakte waarheid.

    Hij wil Salinger, zegt hij tegen zijn ex-vriendin als hij met zijn sleutel haar (voorheen hun) huis binnendringt om zijn boeken te halen. Welke boeken zou ik willen als ik huis & haard verlaten had? Ik denk Ginzburg, Zo is het gebeurd, Pruis, die me in het gelid zet, in schrijvende zin. En Braaf meisje van Philip Roth.

    Het noemen van schrijvers als Nanne Tepper zijn als een plaatsbepaling van Jacobs  in het literaire veld. Jeroen Brouwers schreef over Nanne Tepper: De avonturen van Hilliebillie Veen is even autobiografisch als De eeuwige jachtvelden […]  men komt er dezelfde ingekookte ikken in tegen en Hillie Veen, […] is geen ander dan Nanne Tepper zelf.’ Ik zou hier kunnen zeggen dat de Levi in Wie ik ben, de ingedikte ik, geen ander is dan de schrijver Levi Jacobs zelf. Ondanks de roman aanduiding.

    Als twaalfjarige zet Levi een jongen die hem had afgerost met een afgebroken ruitenwisser, een revolver tegen het hoofd. De macht die hem bij deze overspoelt. ‘Ik Levi, onaantastbaar. Gevreesd. Niemand kan mij wat maken.’ Een beeld dat zijn leven toonzet, hem opbreekt.

    Meer over schrijven. Toen hij in Marokko was. ‘Ik struinde wat door Marrakesh, was vrij en gelukkig. Schreef verhalen, at tajine, rookte aan een stuk door’ Het is de enige passage in het boek waar van geluk gesproken wordt. Annie Dillard karakteriseert het maken van een boek als ‘het leven in zijn meest vrije vorm’. Dat we onszelf een beeld maken waarin we geloven, ten goede of ten kwade.

    Dan, de onbetrouwbare moeder. Als kind las ze hem voor uit Marga Minco en Mulisch. De jongen wil niets liever dan dat het leven zo blijft. ‘Mama die op me wacht. Mij rondrijdt, haar jongste kind, haar cadeautje, verrassing, haar kroonprinsje, haar liefje.’ Onbetrouwbaar omdat de volgende dag er geen warm welkom is, moeder rokend in haar stoel, haar theemok als asbak. Houdt ongemakkelijke monologen over de wereld die naar de klote gaat. God, wat laat dit zich goed lezen.

    Levi voelt de ogen van zijn moeder overal, het stempel dat ze op hem gezet heeft. ‘In alles wat ik deed schemerde haar oordeel door. […] Ik raakte angstig terwijl ik vree, bedacht op het beeld van haar dat zomaar weer kon komen opzetten.’ En dan: ‘Iets in mij is misvormd.’

    De moeder: ‘Waarom nemen mijn kinderen me zo serieus?’

    Het is nog niet genoeg. Levi is onaardig, een obsessieve mastrubeerder, een fetisjist van dames ondergoed, sokjes, en dat alles kan zijn onpeilbare eenzaamheid niet dempen. Hij wil een raadselachtig figuur zijn, een schrijver. Net las Robert Bolanõ en B. Traven. ‘Ik sla mijn notitieboek open en schrijf dat ik naar het vliegveld moet gaan en een vlucht moet boeken naar Mexico.’ Wat hij niet doet. Er is een wereld van onvermogen die aan zijn voeten ligt.

    Wat er doorschemert. Zijn ouders hebben hem gevormd, maar zijn niet verantwoordelijk voor zijn eenzaamheid, het ontbreken van geluk. Dat is wat waard.
    ‘Waarom, vraag ik me af, waarom moeten we overal woorden aan toekennen?’, denkt Levi als zijn vader bij de uitvaart van diens zus enkel, ‘Lieve zus… Slaap zacht.’, in de microfoon fluistert. Dit is geen biecht, maar een knap geschreven bildungsroman.

     

     

    Wie ik ben / Levi Jacobs / 205 blz. / Atlas Contact


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over wat ze leest en wat haar beweegt.

     

     

  • Oogst week 10 – 2025

    Oogst week 10 – 2025

    Tussen de mazen

    Vorige maand, in februari 2025, vond de Week van het Korte Verhaal plaats. Voor Uitgeverij van Oorschot het juiste moment om Tussen de mazen van Mariska Kleinhoonte van Os te publiceren. Kleinhoonte van Os (1980) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht en Germaanse filologie in Antwerpen. Ze is als acquirerend redacteur werkzaam in het boekenvak en heeft zelf al verschillende verhalen gepubliceerd in o.a. De Revisor, Hard/Hoofd en Tirade. Een aantal daarvan is daar online te lezen.

    De verhalenbundel Tussen de mazen is haar debuut. Verdriet en gemis. Pijn, zowel fysieke pijn als geestelijke pijn. Dat zijn de emoties die de boventoon voeren in deze bundel. Kleinhoonte van Os beschrijft ze met warmte en mededogen.

    Tussen de mazen
    Auteur: Mariska Kleinhoonte van Os
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Sprokkelaars

    De hoofdpersoon uit Sprokkelaars vindt een oud briefje terug. Het doet hem terugdenken aan de tijd dat hij in een partijhandel van zijn oom werkte, op een industrieterrein. ‘Die notitie bevat alles: de pijn, het dagelijkse sloven en bovenal de verwondering.’ Als hij mensen erover vertelt hoort hij de minachting in hun stem.
    Hij denkt vaak terug aan zijn oom en de andere mensen van het industrieterrein. ‘Ze moesten me niet.’

    Het had een tijdelijk baantje moeten zijn, maar blijft het dat ook?
    Sprokkelaars gaat over identiteit, klasse, werk en een door keuzestress verlamde generatie.

    Het is het romandebuut van Mira Aluç ((1993). Zij studeerde beeldende kunst en filosofie en publiceerde al korte verhalen in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften. Haar essay Het Warenparadijs was in 2022 een van de genomineerden voor de Joost Zwagerman Essayprijs.

    Sprokkelaars
    Auteur: Mira Aluç
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas/Contact

    Mijn vrienden / Armand

    De eerste keer dat Mijn vrienden uitkwam in Frankrijk was in 1923. Het was meteen een succes. De jonge schrijver ervan Emmanuel Bove (1898 – 1945) was ontdekt door de schrijfster Colette en zij zorgde er ook voor dat zijn boek gepubliceerd werd.

    Bove heeft tijdens zijn leven veel geschreven en gepubliceerd, maar raakte na zijn dood vergeten. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige werd hij herontdekt, en ook in Nederland zijn toen veel van zijn boeken in vertaling verschenen.

    Bove noemde Mijn vrienden een ‘roman van de verarmde eenzaamheid’. Hierin gaat een man in Parijs hopeloos op zoek naar vriendschap en genegenheid. Elke keer denkt hij de ware vriend gevonden te hebben, maar hij wordt vaak teleurgesteld. Standsverschillen zijn in die tijd nog heel aanwezig en belemmerend.

    In deze uitgave van uitgeverij Tzara (imprint van Standaard Uitgeverij) is ook Armand, de tweede roman van Bove opgenomen, waarin ook een hoofdpersoon voorkomt die net als de hoofdpersoon uit Mijn vrienden slecht in staat is een zelfstandig leven op te bouwen.

    Mijn vrienden / Armand
    Auteur: Emmanuel Bove
    Uitgeverij: Uitgeverij Tzara (Standaard Uitgeverij)
  • Oogst week 5 – 2025

    Oogst week 5 – 2025

    Ik ga naar de schapen

    ‘Een schapenstal.
    Bij benadering in het midden van een uitgestrekte weide.

    Het is de bijzondere plek waar Andrej, Simone, Tove en Rocco allemaal wel eens zitten. Soms samen. Meestal alleen.
    In de schapenstal wordt weinig tot niets gezegd.
    Dat ligt vermoedelijk aan de schapen die altijd in de meerderheid zijn en de bezoekers onbeschaamd en indringend aankijken. Hun leider is een oude dikke ooi die met haar grote mooie blauwe ogen iedereen het zwijgen op kan leggen.’

    Zo begint Ik ga naar de schapen waar de Vlaamse Marieke De Maré onlangs in Den Haag de F. Bordewijkprijs 2024 voor ontving, de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige prozaboek. De Maré is niet alleen schrijver maar ook theatermaker, radiomaker, docent aan de kunstacademie en actrice. In 2020 debuteerde zij met Bult.

    De jury: ‘Een kleinood om te koesteren’. ‘Met dit poëtische werk laat De Maré zien hoe literatuur uitersten kan verenigen. Deze roman spreekt krachtig over mensen die voornamelijk zwijgen, is lichtvoetig én zwaar, en zowel pijnlijk herkenbaar als volkomen vervreemdend.’

    Ik ga naar de schapen
    Auteur: Marieke De Maré
    Uitgeverij: Uitgeverij Pelckmans

    Een kniebuiging voor de ezel

    In literaire kringen kent men Anton Valens (1964 – 2021) vooral van zijn debuut Meester in de hygiëne waar hij o.a. Geertjan Lubberhuizenprijs voor Literaire Prozadebuten voor ontving, en van andere (genomineerde en bekroonde) werken als Het boek ONT en Het compostcirculatieplan.

    Valens was echter opgeleid als kunstenaar. Hij deed de Rietveld Academie en de Rijksacademie. Na zijn afstuderen ging hij in de thuiszorg werken om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Deze ervaring werd basis van Meester in de hygiëne.

    Anton Valens heeft ook over zijn vak als kunstschilder geschreven.
    In Een kniebuiging voor de ezel schrijft hij in zijn herkenbare, geestige en lichtkritische stijl over zijn vak en de technieken van een kunstschilder. In dit boek is tevens een groot aantal afbeeldingen van zijn tekeningen, voorstudies en schilderijen opgenomen.

    Een kniebuiging voor de ezel
    Auteur: Anton Valens
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Zoals zij het ziet

    Zoals zij het ziet is na Verboden schrift het tweede boek van de schrijfster Alba de Céspedes dat in vertaling bij Meridaan Uitgevers is verschenen. De Céspedes was in Italië in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw een succesvol auteur van gedichten verhalenbundels en romans. Tijdens de oorlog zat zij in het verzet en werd twee keer opgepakt. In Nederland is zij nog vrij onbekend, maar in Italië behoort zij tot de klassiekers.

    In Zoals zij het ziet verwerkt ze niet alleen ervaringen uit haar leven in een voor vrouwen verstikkende en patriarchale tijd, maar ook haar oorlogservaringen. Haar werk is feministisch, zeker voor die tijd, haar debuut Verboden schrift werd bij verschijnen gecensureerd omdat de vrouwelijke personages daarin te zelfstandig zouden zijn.

    Zoals zij het ziet
    Auteur: Alba de Céspedes
    Uitgeverij: Meridiaan Uitgevers
  • Amalgaam van stemmen

    Amalgaam van stemmen

    Er zat een haas in het midden van het veld waar ik langsfietste. Fier rechtop berekende Haas zijn kansen. Ik fluisterde, ‘Ik zie je Haas’, stapte af en weg was Haas. Dat ik een haas aanspreek als was het een opperwezen dat een hoofdletter verdient, komt door Paul Biegel. Sinds zijn trilogie over Haas, raak ik betoverd als ik er een zie. De machtige kracht van het gestrekte lijf wanneer Haas ervandoor gaat. Telkens als ik er een zie, geloof ik graag dat het de enige echte is. Haas, waar in een verwilderde tuin door pad en goudvis, de gezusters nachtvlinder en het bijenvolk op gewacht werd. Haas als brenger van het goede. Alleen de mieren geloofden daar niet in.

    In De mierenkaravaan van Mariken Heitman komt ook een haas voor. Maar anders dan in die verwilderde tuin bij een verlaten huis, bezoekt deze haas de groentetuin van tuindersvrouw Kiek. Hij vervult haar met ontzag, maar ziet hem liever gaan dan komen. En dan zijn er de mieren. 

    ‘Stel, je ontdekt drie mieren op de muur. Al snel blijken het er dertig te zijn, honderd, een veelvoud, je ziet dat ze allemaal in dezelfde richting lopen maar ook dat is incorrect: sommige lopen heen en andere terug. Dan zie je dat ze nooit botsen, dat het enige contact eruit bestaat dat ze elkaar soms betasten met hun voorste pootjes. Je zet een stap terug en overziet dan pas hun hele route, die over de muur slingert maar gemiddeld genomen als een stijgende lijn een duidelijke richting heeft, je volgt die machtige zijderoute als een drone en al die moeite, denk je, al dat lopen. Zowel oorsprong als doel ligt buiten beeld.’ 

    Je denkt na herlezing (zo’n boek is het, je leest het nog eens), is dit niet de kern van het boek? Je nergens iets van aantrekken, nergens in geloven, zoals mieren dat doen. Geen doel stellen, niet achterom kijken, het nu is wat geldt. Wat voor Kiek – die met zichzelf te stellen heeft sinds uit een scan bleek dat ze MS heeft – betekent dat ze zal zaaien, oogsten, grond bewerken, teeltplannen maken, opnieuw zaaien. De seizoenen stuwen haar voort. In de vier hoofdstukken Herfst, Winter, Lente en Zomer heeft Kiek te maken met krachtverlies in handen, zwabberbenen, en moe, zo moe. Er is een intens proces gaande.

    Bij eerste lezing was het de reikwijdte van liefde die me trof. Waarom verbreekt Kiek haar liefdesrelatie nu ze MS heeft. Is een ziekte het waard de liefde af te wijzen? Ik denk aan de oudste zus van Jan Fontijn waarover hij schreef in Opgebouwd uit hetzelfde. Ze had hartproblemen waardoor ze, zo zei de arts, niet kon werken. En beter was het, zei de arts, met zo’n hart niet te trouwen. Waarmee hij haar de kans op een partner, die na haar dood om haar zou treuren, ontzegde. Dat is wat ook Kiek doet, zei ontzegt zich het medelijden en zorg van haar vriendin. Omdat ze de eenzaamheid beter verdraagt dan de liefde.

    Wat me bezighoudt, is de ik-verteller. Is het Kieks alterego, is het de tuin? Want als aan groenten, aanvliegende ganzen en een composthoop menselijke eigenschappen worden toegekend, waarom zou de tuin dan niet de verteller kunnen zijn. Hoe de ik de staat van een composthoop beschrijft. ‘Wekenlang gebroeid. In zijn hete buik is materie veranderd, hij is geslonken en inmiddels is de koorts gezakt. Na het smeulen volgt lauw wachten, zijn ademhaling oppervlakkig.’ Hoe mooi je dit vindt.

    Of is de ik bedoelt om bij afwezigheid van Kiek hiaten op te vullen. Kijk, in het volgende fragment stelt de ik zich voor als nettenboeter.  ‘Want dat is wat ik doe, ik vertel en boet het net. Vul gaten op en verknoop draden, zodat het een logisch uit het ander, zodat al die draden samen een weefsel vormen, (…) zodat ook de toekomst weer kloppend klinkt en de samenhang is verzekerd.’ Het fascineert me. Lees hoe rabarber groeit, elke lente opnieuw. Kijk dan toch! ‘de wortelstokken duwen hun toverballen boven de grond. Groen met rood dooraderde drakeneieren, bruin geschubd. Als over een paar dagen die leerachtige schaal barst, verschijnen er stijve bladeren op zuurstokstelen.’ Mooier zag ik de groei van rabarber nog niet eerder omschreven. Een betoverende en rijke roman.

     

     

    De mierenkaravaan / Mariken Heitman / Blz. 206 / Atlas Contact


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks over haar leven met boeken. 

  • Schilderes van stillevens in woorden

    Schilderes van stillevens in woorden

    Het beroemdste korte verhaal in de literatuur is waarschijnlijk dat van Ernest Hemingway: ‘For sale: baby shoes, never worn’. Zes woorden en in Nederlandse vertaling (‘Te koop: babyschoentjes. Nooit gedragen’) zelfs maar vijf. Het is de vraag of Hemingway het zelf bedacht heeft, want er bestaan vrijwel gelijkluidende advertenties uit oude kranten. In elk geval zág hij er het verhaal in.
    Eén van de verhalen uit het eind vorig jaar verschenen Onze vreemden van Lydia Davis is getiteld ‘Excuses voor het storen’. Het beslaat twintig pagina’s met zo’n tweehonderd van dergelijke zinnen uit oproepen in kranten, buurtapps of Facebook.  Ze zijn door Davis verzameld omdat ze steeds weer een verhaal doen vermoeden. De adverteerders beginnen hun vraag af en toe met een excuus voor de storing van de lezer – vandaar de titel van deze verzameling. Davis rangschikt de oproepen bovendien zo dat ze onderling samen lijken te hangen door een chronologie: ‘Mahoniehouten sopraan-ukelele van Ohana met koffer. In perfecte staat, nauwelijks aangeraakt’ wordt bijvoorbeeld gevolgd door ‘Ukelele weg! Dank u.’  Ook deze verbindingen doen weer verhalen vermoeden: waarom werd de ukele afgedankt? Wie nam hem over? Leerden de twee personen elkaar kennen?

    De Amerikaanse Lydia Davis (1947) is naast schrijver vertaler van Franse literatuur (onder andere Proust). Haar eigen werk omvat voornamelijk essays en korte verhalen. In die laatste categorie geldt zij min of meer als ‘the Queen of the short story’. Dat wordt bevestigd door de talloze prijzen die ze ontving. Ook in het Nederlands is veel werk van haar verkrijgbaar.

    Boekenlegger

    Onze vreemden is opnieuw een sterk staaltje van hoe ze met een paar woorden een hele wereld of een karakter weet neer te zetten. Bijvoorbeeld in ‘Smachtende oude vrijster’ dat er in zijn geheel zo uitziet:

    Wat is het
    dat haar heel licht aanraakt in het bad
    terwijl ze achterover ligt in het warme water?
    Ach,
    een drijvende boekenlegger…

    Dat lukt Davis ook in de wat langere stukken, zoals ‘Winterbrief’, met zijn veertien pagina’s het langste in de bundel. Het is een brief van een moeder aan haar ‘kinders’. Ze is met haar man op een vakantie en ze schrijft ‘wat we zoal hebben uitgevoerd’. De dagen brengen weinig opwinding met zich mee, maar onderhuids komt de lezer van alles te weten over de relatie tussen haar en de vader van haar kinderen zonder dat daar over wordt uitgewijd. Dat gebeurt hooguit in verzuchtingen als ‘Ik weet dat dit niet erg boeiend is, maar zo is ons leven.’

    Zoutkorrel

    Veel van de verhalen bevatten niet echt een pointe. Het zijn eerder sfeerschetsen of observaties, die vaak poëtisch zijn. Hoe sterk is bijvoorbeeld deze bijna-haiku (zowel in het Engels als in het Nederlands wordt niet strikt aan het aantal vereiste lettergrepen voldaan) ‘Achternamiddag’:

    Zo lang als de schaduw is,
    die over het aanrecht valt,
    van deze zoutkorrel.

    Davis beschrijft situaties die je aandacht vestigen op eigenaardigheden van de taal of van  intermenselijke contacten. In het titelverhaal ‘Onze vreemden’ lezen we onder andere (de verteller is verhuisd en heeft dus een nieuwe buurman): ‘door wat we met elkaar gemeen hebben worden we samen een soort familie. We lijken op een familie en niet op een familie, aangezien we als vreemden bij elkaar zijn gekomen en een tijdelijk verbond vormen, terwijl familieleden vaak vreemden voor elkaar worden en alleen nog verbonden blijven door bloed. Een buurman wordt een soort neef of ouder. En anders wordt een buurman een bittere vijand, een ondraaglijke aanwezigheid die je grondgebied belegert’. Waarna in dit verhaal nog eens tien andere schetsen van mogelijke verhoudingen tussen buren volgen.

    Commotie

    In enkele verhalen laat Davis zien hoe zij / haar personages betrokken zijn bij bijvoorbeeld het milieu. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het verhaal ‘Brief aan de Amerikaanse Posterijen inzake een affiche’ waarin de verteller zich druk maakt over verzending van bestellingen in te grote verpakkingen – zeer herkenbaar; en in ‘Best Who gives a C’, een brief die gaat over de opdruk van zo’n tekst op verpakking van WC-papier. Daarmee word je als koper liever niet gezien (‘Who gives a C’ betekent ‘Iedereen heeft er sch*** aan’), schrijft ze de fabrikant.

    Davis schrijft geen letter teveel. In haar verzameling beschouwingen De schoonheid van weerbarstig proza uit 2019 staat een essay waarin ze uitlegt hoe ze soms maanden kan doen over één zin. Aan de hand van een voorbeeld laat ze zien hoe die ene zin steeds weer werd bijgeslepen. Dat leidt tot een beknoptheid en kernachtigheid waarin alle overbodigheid is weggesneden. Een prachtig voorbeeld is het verhaal ‘Treinincident’. Daarin wordt met humor en zonder opgeklopte bewoordingen de commotie beschreven die de ik-figuur in een treincoupé veroorzaakt als ze naar het toilet moet en wil voorkomen dat haar spullen worden gestolen.

    Wellicht het mooiste stuk in Onze vreemden is ‘Hoe hij in de loop van de tijd is veranderd’. Het is de beschrijving van de teloorgang van een voormalige geleerde die steeds meer van de zinvolle invullingen van zijn leven verliest waar hij een grote waarde aan hechtte. Zonder dat Davis uit is op effectbejag voel je steeds meer compassie met de man.
    Een paar jaar geleden zei Davis in een interview met The Guardian dat ze in dit verhaal (toen nog alleen los gepubliceerd in een Amerikaans magazine) een fictieve gedaanteverandering van Thomas Jefferson in Donald Trump voor ogen had. Dat wetend wordt de beschrijving zoveel groter en tragischer: in nog geen acht pagina’s lezen we hier het mentale verval van de VS.

    Onze vreemden is meesterlijk en overrompelend.

     

     

  • Oogst week 9 -2024

    Mijn moeder lacht

    De Belgische regisseur Chantal Akerman (1950 – 2015) begon al op jonge leeftijd met films maken, en is vooral bekend van de film die zij op 25-jarige leeftijd maakte en die wordt beschouwd als een van de eerste en grootste voorbeelden van de feministische film: Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Brussel uit 1975. De film werd in 2022 door het Britse Film Institute uitgeroepen tot ‘beste film aller tijden’.

    Daarvóór had zij al diverse films op haar naam staan waaronder Hotel Monterey (1972) en Je, Tu, Il, Elle (1974), maar ook daarna heeft zij nog tal van films gemaakt. Akerman was en bleef een inspiratie voor een hele generatie regisseurs.

    Akerman kwam uit een Joods-Pools gezin. Haar moeder met wie zij een hechte band had, was een overlevende van Auschwitz. Haar grootouders stierven daar. De band met haar moeder en de oorlogsgeschiedenis van haar familie zijn terugkerende thema’s in haar werk.

    Akerman schreef Mijn moeder lacht toen ze haar moeder verzorgde toen die in 2013 op sterven lag. Mijn moeder lacht gaat over haar jeugd, de ontsnapping van haar moeder uit Auschwitz, haar liefde voor haar vriendin C. en de angst voor de tijd na het overlijden van haar moeder.
    Niña Weijers schreef het voorwoord bij Mijn moeder lacht.

    In het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel is vanaf half maart t/m half juli 2024 een expositie over het werk van Chantal Akerman te zien.

    Meer informatie over Chantal Akerman is terug te vinden op de website van de Chantal Akerman Foundation.

    Mijn moeder lacht
    Auteur: Chantal Akerman
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik (2024)

    Starfighter

    Binnenkort verschijnt er bij uitgeverij Palmslag het boek Starfighter van Jan Kloeze.
    Op de flaptekst is te lezen: ‘Aanvankelijk is Job een dromerige jongen die in de jaren tachtig opgroeit met een onverdraagzame vader en een behoeftige moeder. Hij is bereid ver te gaan om zijn ouders het hoofd te bieden; hij kruipt in de grond, brengt een offer, strijdt letterlijk tegen het leger, dreigt bij partnerruil zijn vaders plaats in te nemen en schaart zich aan de kant van het zwarte schaap in de familie. Steeds echter blijft hij met lege handen achter.

    Jaren later kenmerkt zijn volwassen leven zich door voorzichtigheid. Hij durft niet meer voluit te leven. Gedwongen door zijn vrouw treedt hij toe tot een therapiegroep aan de Waal. Daar wordt hij als het ware wakker geschud. Hij verandert in een handelende man die na het overlijden van een vriendin besluit tot een radicale actie. Dat zet een reeks gebeurtenissen in gang, alsnog leidend tot de confrontatie met zijn verleden.’

    Jan Kloeze (1959) studeerde met Starfighter af aan de ‘Schrijversvakschool’ Amsterdam.

    Starfighter
    Auteur: Jan Kloeze
    Uitgeverij: Uitgeverij Palmslag (2024)

    Onze vreemden

    Onze vreemden is een verhalenbundel van de Amerikaanse Lydia Davis. Daarin treffen de mensen elkaar kortstondig, op allerhande plaatsen en in allerlei situaties. Davis observeert en constateert. Ze schrijft over toevalligheden en over gewone dagelijkse zaken.

    Davis (1947) schrijft (ultra) korte verhalen, romans en essays. Met haar The Collected Stories (in het Nederlands in twee delen verschenen als Bezoek aan haar man en Varianten van ongemak), brak ze internationaal door. In 2013 ontving ze voor haar oeuvre de Man Booker International Prize.

    Davis is ook vertaler. Ze vertaalde o.a. werk van Proust, Foucault en Flaubert al dan niet met haar eerste echtgenoot Paul Auster. Ook selecteerde en vertaalde ze korte verhalen van ‘onze’ korteverhalenschrijver A.L. Snijders die in 2016 in de bundel getiteld Grasses and Trees verschenen.

    Haar verhalen zijn heel kort, 1 tot 3 pagina’s, soms zelfs alleen een paar zinnen, zoals op pagina 14 het verhaal ‘Een klein beetje’ over Agnes Varda:

    ‘Agnes Varda, de Franse filmregisseur,
    zei tijdens een interview
    dat ze het leuk vond om een beetje te naaien
    een beetje te koken, een beetje te tuinieren, een beetje voor de
    baby te zorgen,
    maar alleen een klein beetje.’

     

     

    Onze vreemden
    Auteur: Lydia Davis
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact (2023)
  • Een uitdaging

    Een uitdaging

    De Duitse filosoof en historicus Rüdiger Safranski voegde aan zijn indrukwekkende biografieën over een aantal grote denkers en schrijvers, zoals Nietzsche en Goethe, een boek toe over eenling zijn. Een individu zijn, dat zelfstandig denkt, zijn/haar eigenheid ontwikkelt op een zelfbewuste manier.

    In grote lijnen schetst Safranski eenlingen vanaf de Italiaanse renaissance tot nu. Een in wezen traditionele opvatting, waarin wordt uitgegaan van het ontwaken van individualiteit in de renaissance. Hoewel aan die opvatting al geruime tijd wordt gemorreld. Bijvoorbeeld door kunsthistoricus Merlijn Hurx, die aantoonde dat al in de late middeleeuwen bouwmeesters van de gotische kathedralen méér waren dan dat; ze waren individuen met een eigen naam, zelfbewust als ze waren. We kennen zelfs namen, zoals die van de familie Keldermans.

    Tegenstellingen tussen geloof en ratio

    Safranski staat om te beginnen stil bij onder anderen de humanist Pico della Mirandola, die hij met één pennenstreek neerzet als een ‘Don Juan met het aura van een kuise monnik’. Met Pico beschrijft Safranski één kant van het eenling zijn: het zich verheffende individu. Met Machiavelli gaat hij in op de keerzijde hiervan: eenzaamheid.

    Dit is de opzet van Safranksi’s boek: het als dichotomieën, tegenstellingen, tegenover elkaar plaatsen van telkens twee denkers. Zo vergelijkt hij Luther met de filosoof Montaigne. Martin Luther wordt met meer nuances dan Pico della Mirandola ten tonele gevoerd. De auteur beschrijft hoe de reformator zichzelf als eenling ontdekt. In het klooster waarin hij intrad, zocht hij volgens Safranski een ‘exercitieplaats voor zelfdiscipline. Hij wilde zichzelf, en ook zijn vader, bewijzen dat hij niet het gemak, maar de zelfoverwinning zocht’. En God natuurlijk. Eén ‘die zich niet verborg achter instituties (…), maar een God die je persoonlijk kon ervaren’. In de visie van Safranski wil dat zeggen: ‘een God die een eenling van je maakt, omdat je hem als eenling moet ondergaan’.

    Montaigne daarentegen riep een eeuw later niet het geloof, maar de ratio te hulp. Safranski somt allerlei denkbeelden van Montaigne op, die men in zijn eigen tijd eigenaardig vond. Hij gebruikt daarbij het begrip ‘identiteit’, wat op zich óók eigenaardig mag worden genoemd, omdat dit woord pas in 1950 door de psycholoog Erik Erikson voor het eerst werd gebruikt.
    Montaigne schreef weliswaar Over de eenzaamheid, maar of hij ook werkelijk eenzaam was, valt te betwijfelen; hij had aan zichzelf en zijn rijke innerlijke wereld genoeg, net zoals Rousseau, die schreef dat hij in zijn ‘eenzaamheid duizendmaal gelukkiger [was] dan [hij] tussen de mensen zou kunnen zijn.’

    Het lege midden

    Toch is er een verschil tussen beide denkers. Rousseau zocht namelijk de vervulling niet in zichzelf, ‘maar in het wij van de staatsgemeenschap’, aldus Safranski. Daarin stond hij lijnrecht tegenover Diderot, de volgende denker waarop Safranski ingaat. ‘Het ware zelf’, schrijft hij, is voor Diderot ‘een leeg midden waar niets te vinden is dat houvast biedt’.
    Het lege midden moet dan – zo begrijpen wij uit de tekst – worden opgevat als iets diep van binnen. Iets dat doet denken aan de betekenis die de twintigste-eeuwse theoloog Karl Barth eraan gaf: een plek (Hohlraum) die niet is opgevuld met bijvoorbeeld een beeld van God, zoals bij Luther.

    Stendhal en Jaspers

    Dat je er met die tegenstelling tussen telkens twee denkers niet helemaal komt, blijkt uit het hoofdstuk over Stendhal. Stendhal is een schrijver die zichzelf niet als een eenheid beschouwde, die vanuit één centraal punt dacht, maar als ‘een man van de geest of een domkop, moedig of een lafaard’. Dan weer het één en dan weer het ander, een romanticus met een analyserende inslag eigen.
    Safranksi heeft het in dit verband over ‘authenticiteit’, wat nog weer een facet is dat hij aan het begrip eenling toevoegt. Om te vervolgen met Stendhals verlangens: vrouwen, schrijversroem en geld. Overal wilde de schrijver het beste zijn. In die zin was hij volgens Safranski een egotist, iemand die zichzelf weet te ensceneren.

    Een laatste voorbeeld. Nog een andere vorm van eenling zijn vindt Safranski bij psychiater en filosoof Karl Jaspers. Door een ernstige longaandoening was hij hiertoe volgens Safranski van jongs af aan veroordeeld. Of je hier Jaspers’ hele filosofie uit kunt verklaren, is nog maar de vraag. Een feit blijft namelijk dat Jaspers ook is opgevoed met het idee altijd onafhankelijk te denken, zoals Jozef Waanders in zijn boek over Jaspers (Sporen van transcendentie, 2018) schrijft.

    Hiermee heeft Safranksi het eenling zijn beperkt tot wat hij omschrijft als het ‘van een feit (…) een taakstelling [maken] voor je leven en denken’. Dat is iets dat te denken geeft. En hoewel er een facet kan zijn dat daarbij overheersend is, heeft een identiteit altijd meerdere kanten.

    Door deze kanttekeningen en vooral door de compacte schrijfstijl is dit boek als introductie op de thematiek van eenling zijn wellicht wat onbevredigend. Voor lezers die meer vertrouwd zijn met het thema, nodigt het boek evenwel uit tot het zelf leggen van dwarsverbanden. Terug naar de door Safranski niet behandelde middeleeuwen, dwars door de tijd en tot nu. Een uitdaging. Inderdaad, maar dan op een andere manier.