• Waar het juist om uitstellen gaat

    Waar het juist om uitstellen gaat

    Sunzi, De kunst van het oorlogvoeren is een van de internationaal bekendste werken van de klassieke Chinese literatuur. Het is vele malen vertaald. Maar nu pas is er de eerste Nederlandse vertaling rechtstreeks uit Chinees, van de hand van Mark Leenhouts die in 2025 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs kreeg.

    Diverse Wikipedia-pagina’s, in niet minder dan 111 talen, weerspiegelen de bekendheid van het boek. De Franse Wikipedia meldt dat de eerste Europese editie in het Frans verscheen, in 1772. De Duitse Wikipedia somt tien Duitse vertalingen op, de Japanse Wiki noemt een dozijn Japanse vertalingen. De Engelse pagina vat de positie van boek en auteur goed samen: ‘Sun Tzu (Sunzi) wordt traditioneel beschouwd als de auteur van een klassiek Chinees werk over militaire strategie, uit de periode tussen de vijfde en derde eeuw voor onze jaartelling die bekend staat als de Strijdende Staten. Sun Tzu wordt in de Chinese en Oost-Aziatische cultuur vereerd als een legendarische historische en militaire figuur; zijn historische bestaan ​​is echter onzeker.’ Het artikel geeft een aansprekend voorbeeld uit de traditionele biografie op Sunzi. ‘Koning Wu ontbood Sun Tzu naar het paleis en vroeg hem zijn bekwaamheid te demonstreren door de koninklijke harem van 180 concubines tot soldaten op te leiden. Sun Tzu wees twee concubines die het meest in de gunst van de koning stonden, als commandanten aan. Hij gaf hen vervolgens bevelen, maar ze barstten in lachen uit. Tot ontzetting van de koning liet Sun Tzu de twee concubines executeren. Daarop gingen de andere “soldaten” zich onmiddellijk gedragen. En de koning benoemde Sun Tzu tot generaal.’

    Verschillende soorten strijders

    De Spaanse Wiki zegt dat Sunzi het handboek was voor de shoguns en generaals die vanaf de achtste eeuw Japan tot een eenheid smeedden. Het Engelse Wiki-artikel vermeldt dat twintigste-eeuwse leiders zoals Mao Zedong en Ho Chi Minh, net als Amerikaanse generaals inspiratie uit het boek hebben gehaald. De Franse Wikipedia stelt dat Sunzi werd gebruikt door de FARC-guerrilla’s in Colombia, zoals in hun aandacht voor inlichtingen, spionage en misleiding. ‘De invloed van Sun Tzu op deze revolutionaire bewegingen nam aanzienlijk toe via China, dat in de jaren zestig en zeventig de geschriften van Sun Tzu in het Spaans vertaalde en er voor zorgde dat ze in heel Latijns-Amerika werden verspreid om communistische strijders te steunen.’ Het Chinese Wiki-artikel stelt dat Sunzi vandaag de dag ‘verplichte lectuur is voor senior managers in veel Japanse bedrijven’, ‘frequent wordt aangehaald in juridische geschriften over onderhandelings- en processtrategieën’, ‘wordt bewonderd door de hoofdcoach van de Amerikaanse football-liga’, ‘door de coach van de Braziliaanse voetbalbond is gebruikt om het WK 2002 te winnen’ en ‘is meegenomen door illegale Chinese emigranten die bang waren in het buitenland gepest te zullen worden’.

    Zelfstandigheid

    Geen van de artikelen op Wikipedia evenaart de kwaliteit van de inleiding plus uitgebreide toelichting per hoofdstuk van vertaler Mark Leenhouts. Leenhouts’ eerste constatering is dat De kunst van het oorlogvoeren, het oudste traktaat over oorlogvoering uit de wereldliteratuur, in feite de kunst behelst om het oorlogvoeren zo lang mogelijk uit te stellen. Er klinkt geen wapengekletter, er wordt geen bloed vergoten, we zien geen verheerlijking van geweld of heldendaden. Als er iets is wat Sunzi’s krijgskunst typeert, is het: verstandig zijn: ‘Bespaar kracht, middelen en mensen, bespaar volk en land, leed en ontwrichting.’ Historici, schrijft Leenhouts, zijn het er al lang over eens dat er achter ‘meester Sun’ een collectief van schrijvers moet schuilgaan. De relatief kleine legers van het verleden, waarin strijdwagens de voornaamste rol speelden, zwollen rond 500 v.Chr. aan tot vijftigduizend tot soms tweehonderdduizend man voetvolk. Dat had alles te maken met de verbreiding van het ijzer. Daarmee konden scherpere en hardere wapens worden gemaakt dan in de voorafgaande bronstijd, en bovendien op grotere schaal. Meester Suns tekst moet tot stand zijn gekomen in de late vierde en vroege derde eeuw.

    Vertaling

    De vertaling is geen geringe klus, mede omdat de overlevering nogal wat varianten heeft opgeleverd. En soms lijkt de aansluiting van de delen te rammelen. De historische tekstvergelijking is een voortgaand proces. Zo werd in 1972 in een koningsgraf de vooralsnog oudst bekende versie ontdekt, gekalligrafeerd op bamboelatjes uit de tweede eeuw v.Chr.. Die versie bevat een paar niet eerder bekende tekstdelen, die echter zo fragmentarisch en onvolledig zijn dat ze voornamelijk als ondersteunend materiaal konden dienen.

    Er is in Sunzi’s werk veel invloed van het taoïsme bespeurbaar, de ‘zachte kracht’ van de natuur. De aantrekkelijkheid van het boek zit ‘m in de beknoptheid en de aforistische stijl. De kunst van het oorlogvoeren is een sterk gestileerde tekst met veel parallellie en herhaling, en een welhaast poëtisch gebruik van klank en ritme. De hoofdstukken hebben pregnante titels. Onder ‘Inschattingen’ schrijft meester Sun: ‘Als het terrein van leven en dood, de weg naar behoud of ondergang, kan die zaak niet zorgvuldig genoeg worden bekeken. Maak daarom uw eerste beoordelingen aan de hand van vijf hoofdzaken, uw verdere afwegingen aan de hand van zeven inschattingen, en verschaf uzelf zo inzicht in de situatie tussen de partijen.’ Onder ‘Slag leveren’ zet Sunzi uiteen dat dat fysieke strijd zoveel mogelijk vermeden moet worden: pas als men niet de plannen van de vijand kan verijdelen, niet zijn bondgenootschappen met andere generaals kan verstoren, komt het leveren van een veldslag of, ‘als laatste redmiddel’, het belegeren van een vesting in zicht. Het hoofdstuk ‘De negen terreinen’ gaat over de inzet van spionnen. ‘Plaatselijke spionnen worden geworven onder de onderdanen van de vijand. Interne spionnen worden geworven onder de ambtsdragers van de vijand. Dubbelspionnen worden geworven onder de spionnen van de vijand. Dode spionnen zijn eigen spionnen voor wie wij opzettelijk valse inlichtingen naar buiten brengen, opdat zij die doorgeven aan spionnen van de vijand. Levende spionnen zijn degenen die met inlichtingen weten terug te keren.’

    Wie de Chinese tekst kan lezen, ziet overal de mooie blokjes tekst waarin met heel weinig karaktertekens zoveel wordt verteld. Geen westerse vertaling kan dat echt recht doen. Maar met zijn beknopte zinnen en probate commentaar is het Mark Leenhouts gelukt optimaal de stijl en strekking van het origineel over te brengen.

     

  • Oogst week 40 – 2022

    Kroniek in steen

    Ismail Kadare (1936) is Albanië’s meest beroemde schrijver. In 1963 kreeg hij internationale bekendheid met zijn roman De generaal van het dode leger waarin een Italiaanse generaal twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog opdracht krijgt om in Albanië de stoffelijke resten van Italiaanse militairen op te sporen die daar omgekomen zijn bij gevechten met Albanese partizanen, Grieken en Duitsers. Kadare schreef daarna nog tientallen andere verhalen en romans, waarvan uitgeverij Atheneum nu Kroniek in steen uitgeeft in een vertaling van Hans de Bruijn. Kadare schreef het in 1971 en onder de titel Kroniek van de stenen stad verscheen het tweemaal eerder in het Nederlands.

    Het werk van Kadare heeft vaak een historische context, waarbij wraak, geruchten, afgunst en een koude omgeving met sneeuw, regen en kilte de belangrijkste ingrediënten zijn. In Kroniek in steen vertelt een jongetje van rond de tien jaar de lotgevallen van een niet bij naam genoemde oude stad in Albanië. Hij zwerft rond door stenen straten, markten en pleinen met waterputten. Hij komt in abattoirs en bezoekt salons waar oude vrouwen de toekomst voorspellen. De magie van het alom tegenwoordige bijgeloof wordt ruw verstoord door de Tweede Wereldoorlog en de werkelijkheid wordt afwisselend bepaald door Italiaanse, Griekse en Duitsers bezetters. Met een onbevangen kinderblik vertelt het jongetje wat hij waarneemt van communisten, fascisten, zigeuners, een vluchtende bevolking en uiteindelijk de partizanen, wier komst een nieuw begin inluiden. Ondertussen heeft hij een van zijn grootvader gekregen boek gelezen waardoor hij de betoverende kracht van taal heeft leren kennen.

    Kroniek in steen
    Auteur: Ismail Kadare
    Uitgeverij: Atheneum 2022

    In het labyrint – Nagelaten verhalen

    De literaire aantrekkingskracht van Franz Kafka (1883-1924) behoeft geen betoog. Zijn wereldberoemde Het proces heeft talloze lezers bekoord en weinig schrijvers kunnen erop bogen dat hun naam een bijvoeglijk naamwoord is geworden. “Kafkaësk” is zo ingeburgerd geraakt dat menigeen zich er wel een situatie bij kan voorstellen.
    De meester van de vervreemding, het beklemmende en het absurde heeft veel ongepubliceerde teksten nagelaten. Deze zijn allemaal verzameld in de Nachgelassene Schriften und Fragmente, waaruit In het labyrint – Nagelaten verhalen is samengesteld.

    De Franse literatuurcriticus Roland Barthes maakt een onderscheid tussen ‘leesbare’ en ‘schrijfbare’ teksten. De leesbare teksten zijn duidelijk, de lezer hoeft niet te gissen naar de betekenis van de woorden en zinnen. Bij de schrijfbare teksten is de betekenis multi-interpretabel waardoor er weinig zinnigs over gezegd kan worden. De teksten in In het labyrint zijn volgens de uitgever leesbare stukken. Het boek bevat een vrijwel afgerond verhaal plus andere, onaffe verhalen, maar ook losse uitgewerkte scènes en afzonderlijke zinnen waarmee Kafka een idee opschreef. Hoe kort of lang ook, de beelden die Kafka met zijn woorden oproept tonen altijd weer zijn fantastische, absurde en toch herkenbare wereldbeeld, waarin de humor niet ontbreekt.

    In het labyrint - Nagelaten verhalen
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Koppernik 2022

    Boekhandel in de bergen

    De Italiaanse Alba Donati (1961) maakte naam als dichter en literair criticus. Met haar werk won ze verschillende Italiaanse poëzieprijzen. Ze werkte voor tv en radio, vertaalde poëzie en had poëziecolumns in diverse kranten. Het Regionaal Orkest van Toscane zette haar gedicht Het lied voor de vernietiging van Beslan op muziek.

    Woonachtig in Florence neemt Donati het besluit om een nieuw project te starten. In haar geboortedorp Lucignana, waar 170 mensen wonen, opent ze een boekhandel. In Boekhandel in de bergen, het dagboek waarin ze haar werk in de boekhandel en het leven in Lucignana beschrijft, tekent ze op: ‘Het idee van de boekhandel kwam op een nacht kant-en-klaar, ingepakt en wel, bij me aankloppen. Het was 30 maart 2019. (…) Ik had weinig geld: ik moest iets verzinnen.’

    Na een paar weken al breekt er brand uit in Donati’s boekhandel, maar met hulp van haar dorpsgenoten en jeugdvrienden komt ze er bovenop. ’s Nachts leest ze, overdag runt ze de winkel. ‘De pakketjes voor de vrouw in Salerno en haar twee dochters zijn bijna klaar. Dit is hoe ik op het idee ben gekomen om een boekhandel te beginnen in een dorpje in de Toscaanse bergen tussen de Prato Fiorito en de Apuaanse Alpen. Ik ben erop gekomen zodat een moeder in Salerno haar dochters twee dozen vol Emily Dickinson kan geven,’ schrijft ze in het dagboek. Haar Libreria Sopra la Penna wordt een toevluchtsoord voor gelijkgestemden. In beeldrijke taal noteert Donati haar gedachten over de beste boeken, bezielde auteurs en memorabele personages, gelardeerd met dorpsverhalen en beschrijvingen van de Toscaanse natuur.

    Boekhandel in de bergen
    Auteur: Alba Donati
    Uitgeverij: Cossee 2022
  • Bevochten vrouwenrollen begin twintigste eeuw

    Bevochten vrouwenrollen begin twintigste eeuw

    Nacht en dag (1919), de tweede roman van Virginia Woolf, vertelt op het eerste gezicht het geijkte verhaal van een aantal mensen die door onhandige keuzes en ongelukkig toeval in een precaire situatie terechtkomen waaruit geen uitweg mogelijk lijkt. Maar ondanks dat particuliere verhaal is Nacht en dag vooral ook maatschappijkritisch van ondertoon. In de nieuwe vertaling van Barbara de Lange is de roman honderd jaar later nog even relevant. 

    Mary Datchet, een overtuigd feministe, valt voor een man die haar niet ziet staan, advocaat Ralph Denham. Ralph heeft sterke gevoelens voor een ander, de knappe maar ondoorgrondelijke Katherine Hilbery, die uit een gegoede intellectuele familie komt. Katherine verlooft zich op haar beurt met William Rodney, een pseudopoëet die nogal vol is van zichzelf, en William wordt nog tijdens hun verlovingsperiode hopeloos verliefd op Katherines nichtje, Cassandra Otway – met alle pijnlijke én komische gevolgen van dien. Klinkende porseleinen theekopjes, de grauwe straten en gehorige huizen van Londen en de typisch Britse omgangsvormen waarachter zoveel meer schuilgaat dan alleen beleefdheid, nuffigheid of ongemak maken Nacht en dag een karakterstudie en zedenschets ineen.

    Vals ideaalbeeld

    De onbegrepen liefdes, vileine grappen en talloze (thee)visites aan familie en kennissen doen denken aan Jane Austens Trots en vooroordeel, met als significant verschil dat daar, ondanks alle verwikkelingen, uiteindelijk toch het geluk zegeviert. Waar Elizabeth Bennet Fitzwilliam Darcy eerst veracht, moet ook Katherine Hilbery aanvankelijk niets van Ralph Denham weten. Keer op keer schatten ze de gevoelens van de ander verkeerd in. Maar als Katherine en Ralph elkaar uiteindelijk toch naderen, probeert Katherine de betovering tussen hen beiden te verbreken. Ralphs liefde is haars inziens een idee-fixe; geen echte verliefdheid, maar eerder het nastreven van een vals ideaalbeeld van de voor hem perfecte vrouw. Daardoor blijft er, ondanks het toch min of meer geruststellende einde, slechts een voorzichtig sprankje hoop op een goede afloop achter bij de lezer.

    Contrasten in personages

    Nacht en dag is uitgesponnen, maar nooit saai. Dat is onder meer te danken aan de diepte van Woolfs personages. Ze vertonen grote contrasten, zowel innerlijk als uiterlijk. Katherine Hilbery, met haar rationele, ongenaakbare uitstraling en rijzige schoonheid, verschilt als dag en nacht van haar nichtje Cassandra Otway (een speaking name), die lijkt op een frêle Française en haar aandacht nooit lang op één persoon, gesprek of hobby  kan vestigen. ‘De nichten leken samen een heel scala voortreffelijke eigenschappen te bezitten die nooit in één persoon verenigd en zelfs zelden in een handvol mensen bij elkaar wordt aangetroffen,’ schrijft Woolf, spottend haast. Ralph Denham is advocaat, schrijft zo nu en dan journalistieke stukken en draagt zorg voor zijn moeder, een weduwe, en zijn broers en zussen. Hij is het tegenbeeld van William Rodney, de onaantrekkelijke dichter met literaire ambities die Denham in de hitte van hun “strijd” om Katherines liefde bestempelt als een ‘veinzende, ijdele, bizarre fat’. Toch vervalt Woolf nergens in flat characters. Het scherpe contrast dient een doel, het serveert de lezer steeds een andere veronderstelde werkelijkheid, bezien en bevraagd door de afzonderlijke hoofdpersonages, en bewerkstelligt uiteindelijk compassie met hen die elk op hun eigen manier twijfelen over de zin van het bestaan.

    Karakterontwikkeling

    Woolf dwingt haar lezer zich onder te dompelen in hun psyche. Met scherpe blik en psychologische diepgang schetst ze de mechanismen die schuilgaan achter een handbeweging, het voorbereiden van de theebijeenkomst of de overdenkingen tijdens een namiddagwandeling. Elk gebaar, elke uitspraak is in het licht van hun eigenschappen volkomen geloofwaardig. Woolf kent haar personages als waren ze haar kinderen, maar spaart ze niet. Het uitgebreide onderzoek dat waarschijnlijk aan de karakteriseringen vooraf is gegaan legitimeert de soms wijdlopige stijl. De enige kanttekening is de dramatische ironie. Bij voorbaat wéét je dat er iets mis zal gaan, en dat gaat het dan ook. De uitgebreide innerlijke dialogen zijn dan eigenlijk overbodig. Als je als lezer al weet dat een handeling onherroepelijk ergens toe zal leiden is de gedachtestroom die daaraan voorafgaat minder boeiend. Maar omdat de karakterontwikkeling misschien wel een van de belangrijkste pijlers van het verhaal is, is dit niet iets om Nacht en dag op af te rekenen. De gemene deler is dan ook de verandering die zich voltrekt als personages hun eigen gedrag beginnen te ontleden. Katherine zou zich bijvoorbeeld liever op de wiskunde storten dan tegen wil en dank de literaire nalatenschap van haar opa, de beroemde dichter Richard Alardyce, te editeren. Ralph wil zijn toga aan de wilgen hangen en een knus huisje kopen, ver van zijn familie. Uiteindelijk komt de rode draad van Katherines rationaliteit langzaam maar gestaag los als ze tegenstrijdige gevoelens ervaart. Ralph beseft hoeveel zijn familie eigenlijk voor hem betekent en hoe moeilijk het is om zijn verantwoordelijkheid naast zich neer te leggen.

    Onderhuidse borreling

    Woolfs analyse van en kritiek op de overkoepelende culturele ideeën en mores maken Nacht en dag een roman van grote sociale en maatschappelijke urgentie. Opvallend zijn de strikte sociale regels en de onderkoelde maar uiterst beleefde wijze waarop iedereen met elkaar omgaat in het Londen van het begin van de twintigste eeuw. Nooit verheft iemand zijn stem, nooit bevecht iemand zijn lot op het scherp van de snede, maar onderhuids borrelt er van alles. Uit de relaties die de personages aangaan spreekt bovendien een zekere voorwaardelijkheid. Of, zoals Katherine in gesprek met Mary constateert: ‘Misschien zijn onze affecties wel de afschaduwing van een idee, Mary. Misschien bestaat er niet zoiets als affectie op zichzelf…’ De gegoede intellectuele kringen waarin vooral Katherine verkeert (en die tot op zekere hoogte parallellen vertonen met het milieu waarin Woolf opgroeide), worden op de hak genomen. De vooroordelen en hypocrisie die schuilgaan achter het perfecte beeld voor de buitenwacht brengt Woolf met haar stream of consciousness meesterlijk in beeld.
    Het is dan ook geen toeval dat Katherine Hilbery en Ralph Denham in een van de sleutelscènes juist in de Londense dierentuin vrijuit van gedachten kunnen wisselen: daar voelt Katherine zich geen ‘gekooid wild dier’, daar lijken hun vooroordelen voor het eerst echt weg te vallen. Maar ook de tijdens hun verloving opgebouwde spanning tussen Katherine en William leidt tot een explosie. Het is prachtig en pijnlijk tegelijk.

    Ook de uiteindelijke confrontatie tussen Katherine en haar vader is veelzeggend. In een felle discussie over de keuzes die ze maakt, laat ze haar emotie de vrije loop en weigert ze tegelijkertijd haar gevoelens tegenover hem te verantwoorden. Na hun ruzie stelt Trevor Hilbery voor samen Walter Scott te lezen. ‘Voordat zijn dochter kon protesteren of ontsnappen, werd ze al door tussenkomst van Walter Scott omgevormd tot een beschaafd mens.’ Die oplossing is illustratief voor hoe hij omgaat met problemen, en hoe alle generaties vóór hem deden: dek de onenigheid toe met de mantel der civilisatie, zorg voor remmingen en de zaak is gered. 

    Feminisme

    De feministische thematiek die Woolf in A Room of One’s Own (1929) zou uitwerken, schemert al door in Nacht en dag. Ze wordt niet alleen weerspiegeld in Katherines onwil zich te conformeren aan de gewoonten van haar familie, maar ook door Mary, die voor een suffragetteorganisatie werkt en thuis pamfletten schrijft om het onderwerp stemrecht voor vrouwen onder brede aandacht te brengen. Haar kamer wordt een broedplaats van verwachting, een symbool voor soevereiniteit: het in vrijheid nastreven van je idealen, zonder dat iemand over je schouder meekijkt. Vanuit de rollen die Katherine en Mary op zich nemen, toont Woolf genuanceerd verschillende vormen van feminisme. Katherine lijkt gevangen in haar familieomgeving en haar editeursrol, maar komt tegelijkertijd over als een onafhankelijke en ongenaakbare vrouw. Ze is in haar omgang met mannen rationeel en scherp, wat deze als bedreigend ervaren. Het traditionele huwelijk is eigenlijk niet aan haar besteed. Mary lijkt enerzijds star in haar overtuigingen, anderzijds minder streng voor zichzelf en haar vrienden, wordt hopeloos verliefd op Ralph en ontpopt zich vervolgens tot raadgever van alle ongelukkige geliefden. Uiteindelijk besluit ze toch haar eigen zakelijke plan te trekken en de prioriteit van een huwelijk te laten varen om de feministische zaak te dienen.

    Woolf laat zien wat er gebeurt als mensen een pasklaar referentiekader (werken, trouwen, een gezin stichten) over de grillige werkelijkheid plaatsen en op hun eigen onvolkomenheden en niet waargemaakte verwachtingen stuiten. Ze legt de lezer indirect universele vragen voor. Moet je trouwen om gelukkig te zijn, dien je in de voetsporen van je familie te treden of juist de status quo te doorbreken, en is het erg als je (nog) niet weet wat je doel in het leven is? Nacht en dag biedt een boodschap die resoneert, zeker in een tijd waarin identiteit en individuele beweegredenen expliciet worden bevraagd en herzien.

     

     

  • Zintuiglijke subtiliteit

    Zintuiglijke subtiliteit

    Wanneer je als schrijver na een zeer succesvol debuut een tweede boek schrijft, blijkt de reactie daarop soms vergelijkbaar te zijn met die wanneer je als jonger kind les krijgt van eenzelfde docent die ook aan je geniale broer of zus heeft lesgegeven; er bestaat een grote kans dat er vergeleken gaat worden. Dat was ook het geval met het tweede boek van Carson McCullers (1917-1967), Gespiegeld in een gouden oog, een boek dat oorspronkelijk verscheen in 1941 en onlangs in het Nederlands werd vertaald door Molly van Gennep. Het debuut van McCullers uit 1940, Het hart is een eenzame jager, werd namelijk alom geloofd en geprezen, waardoor de recensenten die haar tweede boek beoordeelden een bijna wetmatige neiging hadden om hun ‘loftuitingen te temperen’, aldus Tennessee Williams die de inleiding schreef bij dat tweede boek.

    Het is de vraag in hoeverre de critici gelijk hadden, aangezien ieder boek het verdient om op zijn eigen merites beoordeeld te worden. Indertijd was het kwaad echter al geschied. Gespiegeld in een gouden oog deed in de jaren veertig van de vorige eeuw vooral stof opwaaien vanwege de toespelingen op homoseksualiteit, voyeurisme, overspel en seksuele passie en werd beschouwd als obsceen en immoreel. De verfilming van het boek in 1967 werd ondanks de bekende cast met acteurs als Marlon Brando en Elizabeth Taylor evenmin een groot succes. 

    Gespiegeld in een gouden oog is een zeer compact geschreven boek. Het telt vier hoofdstukken en 140 bladzijden. De opbouw springt direct in het oog, want op de eerste bladzijde wordt meteen al vermeld waarnaartoe gewerkt gaat worden: ‘Zo is er in een plaats in het zuiden enkele jaren geleden een moord gepleegd. De hoofdrolspelers in dit drama waren: twee officieren, een soldaat, twee vrouwen, een Filipijn en een paard.’ Deze intrigerende gegevens vormen een uitnodiging aan de lezer om enerzijds te ontdekken welke gebeurtenissen geleid hebben tot die moord en anderzijds wie het slachtoffer ervan zou worden.

    Verhoudingen

    De alwetende verteller neemt de lezer mee naar de eentonigheid van een legerplaats in vredestijd. Soldaat Ellgee Williams is werkzaam in de stallen van de kazerne en zorgt onder meer voor het mooiste paard van het hele terrein, een voskleurige hengst die het eigendom is van de knappe vrouw van kapitein Penderton. Williams raakt verregaand in de ban van de schoonheid van deze vrouw, die op haar beurt een relatie blijkt te hebben met majoor Langdon. Deze laatste laat zich de aandacht van de knappe Leonora Penderton graag aanleunen, want zijn echtgenote Alison, die meer dan liefdevol verzorgd wordt door de Filipijnse bediende Anacleto, is ziekelijk en depressief. Het huwelijk tussen Alison en majoor Langdon is slecht. Alison en Anacleto fantaseren er regelmatig over om er samen vandoor te gaan. Kapitein Penderton tenslotte ontdekt dat hij gevoelens heeft voor soldaat Williams, maar weet zich daarmee geen raad. McCullers beschrijft de gevoelens en verlangens van haar personages uiterst subtiel en met gevoel voor detail. Dat ze af en toe naakt zijn en expliciet spreken over echtscheiding is voor mensen uit de eenentwintigste eeuw waarschijnlijk minder choquerend dan voor lezers die het boek zo’n tachtig jaar geleden onder ogen kregen.

    Goed opletten

    Aanvankelijk is het lastig om de verschillende personages uit elkaar te houden, omdat ze dan weer met hun voornaam, dan weer met hun achternaam en in het geval van de mannen met hun militaire rang aangeduid worden. De informatiedichtheid is daarnaast bijzonder groot en er wordt van de lezer veel gevraagd op het gebied van deductieve vaardigheden. Tenslotte is McCullers een meester in het vertragen en versnellen van de tijd die onvoorspelbaar voortkabbelt respectievelijk voortraast. De thema’s die het boek aansnijdt zijn in onze tijd beduidend minder controversieel dan op het moment van verschijnen en nu misschien wel actueler dan destijds. De beschrijvingen van de personages en de ruimte waarin zij zich bevinden zou je filmisch kunnen noemen, omdat ze zo gedetailleerd weergegeven zijn dat je ze voor je ziet. McCullers schrijft prachtige dialogen waarin ze op een subtiele manier humor verwerkt, zoals bijvoorbeeld: ‘”Zij geven en dan nemen zij weer”, zei Leonora, wier kennis van de Heilige Schrift geen gelijke tred hield met haar goede bedoelingen.’ De oprechte pogingen van bediende Anacleto om Frans te spreken zijn weinig succesvol, maar eveneens onderhoudend om te lezen: ‘Maar Anacleto was nog maar net Frans aan het leren […] Hij vervolmaakte zijn antwoord echter zeer indrukwekkend en waardig: “Maitre Corbeau sur un arbre perché, majoor”.’ Deze aanhef van de fabel van Jean de La Fontaine over de vos en de raaf zou maar in weinig gesprekken te pas zijn gekomen, maar Anacleto laat zich daar niet door weerhouden. 

    Universeel

    Gespiegeld in een gouden oog is een boek om met aandacht te lezen en tussendoor regelmatig te laten bezinken. De bijzondere verhoudingen tussen de hoofdpersonages zijn geloofwaardig en de stijl die McCullers hanteert leest prettig; ze houdt haar lezers in alle opzichten geboeid. Dat heeft niet in de laatste plaats te maken met de in het begin aangekondigde moord die uiteindelijk op de laatste bladzijden gepleegd wordt. Vanwege de ingewikkelde relatie die er tussen de verschillende personages bestaat maken ze in theorie namelijk stuk voor stuk kans om vermoord te worden of hebben ze redenen om een ander te vermoorden. Maar wellicht is het grootste pluspunt van Gespiegeld in een gouden oog de zintuiglijke subtiliteit waarmee gevoelens van verlangen en verliefdheid worden beschreven. Het is een verdienste van McCullers dat ze een boek heeft weten te schrijven dat zoveel jaren na verschijning nog steeds universeel en actueel blijkt te zijn.

     

  • Een zoektocht door de woestijn

    Een zoektocht door de woestijn

     

    Kennis van de Bijbel, het heilige boek van de joden en de christenen en het meest verkochte boek van de afgelopen vijftig jaar, is niet langer vanzelfsprekend. Generaties kinderen groeien op zonder te horen en te lezen over de Ark van Noach, de Toren van Babel of het Laatste Avondmaal.

    Guus Kuijer, vooral bekend van de kinderboekenreeks Madelief, vindt dit jammer en probeert met zijn project De Bijbel voor ongelovigen het heilige boek toegankelijk te maken voor ongelovigen. Het eerste deel, Genesis, is nu uit. De Bijbel voor ongelovigen is niet, zoals je zou kunnen verwachten op grond van de titel, een roman waarin wetenschappelijke verklaringen gegeven worden voor de wonderlijke gebeurtenissen in de Bijbel. Kuijer beschouwt de Bijbel als een bundel waardevolle, mondeling overgeleverde verhalen die moeten worden doorverteld aan volgende generaties.

    Als de verhalen in de Bijbel zo waardevol zijn, zouden ze op eigen kracht de hedendaagse  – ongelovige – lezer moeten kunnen bereiken en overtuigen. Toch vond Kuijer het nodig om van de Bijbelse verhalen een prozaïsche bewerking te maken, want de verhalen staan om meerdere redenen te ver van de moderne mens af. Ten eerste spelen de verhalen zich meer dan tweeduizend jaar geleden af in het Midden-Oosten, met bijbehorende moraal en gebruiken. Voor een joodse man van aanzien was het in die tijd  – als we de Bijbelse verhalen mogen geloven – bijvoorbeeld niet ongebruikelijk om meerdere vrouwen te hebben, zoals het geval is bij Abraham en Jacob. Wanneer de lezer gelovig is, kan hij zich over deze barrière heen zetten omdat hij Abraham en Jacob als zijn geestelijke voorouders beschouwt. De Bijbel is nu eenmaal het fundament van zijn geloof. Maar bij de hedendaagse lezer, die vaak niet meer in (de christelijke) God gelooft, vervalt de noodzaak om de verhalen over Abraham en Jacob te lezen. Kuijer zocht daarom naar een manier om de literaire en levensbeschouwelijke kwaliteit van de Bijbelverhalen in een nieuw jasje te steken.

    De nazaten van Adam zijn jaloers, worstelen met de intentie van God, geven commentaar op traditionele rituelen en vragen zich af welke god ze moeten gehoorzamen, want elk volk heeft weer zijn eigen goden. Abrahams vrouw Sarah spreekt dan ook niet van God, maar van ‘Abrahams god’. Hiermee ondergraaft Kuijer de hele idee achter het Oude Testament, namelijk dat de god van Abraham, Isaak en Jacob de enige, ware God is. Kuijer doet een  grote concessie aan de huidige tijd, waarin de mensen ‘relishoppen’: ze pakken elementen uit verschillende religies en maken daarmee hun eigen, persoonlijke ‘god’.

    De auteur legt het perspectief niet bij de hoofdrolspelers in de Bijbel, zoals Noach, Abraham of Josef, maar bij de kritische buitenstaanders. Hierdoor probeert hij ruimte voor twijfel en ongeloof te scheppen, zoals hij in zijn nawoord uitlegt. In de ogen van Noachs zoon Cham bijvoorbeeld is Noach een dronken dorpsgek die het Woord van God met vlagen van waanzin verwart. Noach haat Cham om zijn kritische opmerkingen en staat versteld wanneer Cham zijn vader zijn hulp aanbiedt bij het bouwen van de ark. Cham doet dit eerder uit medelijden met zijn koppige vader, dan uit overtuiging over wat hen volgens Noach te wachten staat.

    Abraham, die al even koppig en nors is als zijn verre voorvader, heeft van God gehoord dat Hij de stad Sodom gaat vernietigen. Abrahams vrouw Sarah, die het verhaal vertelt, is geschokt en probeert haar man ertoe te bewegen God van dit plan te laten afzien. Natuurlijk, het gros van de bevolking leeft erop los, maar de kinderen zijn toch onschuldig? Abraham ‘vergeet’ dit punt bij God aan te snijden, waardoor Sarah woedend wordt. Ze verzet zich tegen de absolute gehoorzaamheid aan God: ‘Tussen mij en de goden kwam het nooit meer goed, dat wist ik zeker’.

    Het hele boek prachtig is geschreven, al zijn de verhalen van verschillende kwaliteit. Het begin van het verhaal, met Adam en Eva, de Ark van Noach en de Toren van Babel, komt langzaam op gang. Het heeft een groot ‘o ja, zo ging het’-gehalte. Wellicht komt dat doordat Kuijer hier vooral bezig is met het navertellen van het Bijbelverhaal. De auteur geeft een humoristische draai aan de schepping van de wereld, maar hij is pas echt op dreef vanaf het verhaal van Sarah. Zij is een complex en geloofwaardig personage geworden, dat schippert tussen liefde voor Abraham en twijfel over de goede bedoelingen van God. ‘Waarom God, waarom? U bent me een raadsel, maar ik ben mezelf een nog groter raadsel. Waarom weerhield ik Abraham niet, waarom liet ik hem doen wat ik van hem had gevraagd? Een misdaad is een misdaad, ook wanneer de goden ermee instemmen.’

    De figuren in Kuijers Genesis zijn op zoek. Waarnaar precies, dat weten ze niet. Hun enige houvast is de stem van God, die hun opdrachten geeft en hen leidt van het ene land naar het andere. De hedendaagse, ongelovige lezer mist de stem van God die tot hem spreekt, maar is wel nog steeds op zoek. Door dit tijdloze en algemeen menselijke thema te benadrukken, brengt Kuijer de wereld van de Bijbel een heel stuk dichterbij.