Sunzi, De kunst van het oorlogvoeren is een van de internationaal bekendste werken van de klassieke Chinese literatuur. Het is vele malen vertaald. Maar nu pas is er de eerste Nederlandse vertaling rechtstreeks uit Chinees, van de hand van Mark Leenhouts die in 2025 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs kreeg.
Diverse Wikipedia-pagina’s, in niet minder dan 111 talen, weerspiegelen de bekendheid van het boek. De Franse Wikipedia meldt dat de eerste Europese editie in het Frans verscheen, in 1772. De Duitse Wikipedia somt tien Duitse vertalingen op, de Japanse Wiki noemt een dozijn Japanse vertalingen. De Engelse pagina vat de positie van boek en auteur goed samen: ‘Sun Tzu (Sunzi) wordt traditioneel beschouwd als de auteur van een klassiek Chinees werk over militaire strategie, uit de periode tussen de vijfde en derde eeuw voor onze jaartelling die bekend staat als de Strijdende Staten. Sun Tzu wordt in de Chinese en Oost-Aziatische cultuur vereerd als een legendarische historische en militaire figuur; zijn historische bestaan is echter onzeker.’ Het artikel geeft een aansprekend voorbeeld uit de traditionele biografie op Sunzi. ‘Koning Wu ontbood Sun Tzu naar het paleis en vroeg hem zijn bekwaamheid te demonstreren door de koninklijke harem van 180 concubines tot soldaten op te leiden. Sun Tzu wees twee concubines die het meest in de gunst van de koning stonden, als commandanten aan. Hij gaf hen vervolgens bevelen, maar ze barstten in lachen uit. Tot ontzetting van de koning liet Sun Tzu de twee concubines executeren. Daarop gingen de andere “soldaten” zich onmiddellijk gedragen. En de koning benoemde Sun Tzu tot generaal.’
Verschillende soorten strijders
De Spaanse Wiki zegt dat Sunzi het handboek was voor de shoguns en generaals die vanaf de achtste eeuw Japan tot een eenheid smeedden. Het Engelse Wiki-artikel vermeldt dat twintigste-eeuwse leiders zoals Mao Zedong en Ho Chi Minh, net als Amerikaanse generaals inspiratie uit het boek hebben gehaald. De Franse Wikipedia stelt dat Sunzi werd gebruikt door de FARC-guerrilla’s in Colombia, zoals in hun aandacht voor inlichtingen, spionage en misleiding. ‘De invloed van Sun Tzu op deze revolutionaire bewegingen nam aanzienlijk toe via China, dat in de jaren zestig en zeventig de geschriften van Sun Tzu in het Spaans vertaalde en er voor zorgde dat ze in heel Latijns-Amerika werden verspreid om communistische strijders te steunen.’ Het Chinese Wiki-artikel stelt dat Sunzi vandaag de dag ‘verplichte lectuur is voor senior managers in veel Japanse bedrijven’, ‘frequent wordt aangehaald in juridische geschriften over onderhandelings- en processtrategieën’, ‘wordt bewonderd door de hoofdcoach van de Amerikaanse football-liga’, ‘door de coach van de Braziliaanse voetbalbond is gebruikt om het WK 2002 te winnen’ en ‘is meegenomen door illegale Chinese emigranten die bang waren in het buitenland gepest te zullen worden’.
Zelfstandigheid
Geen van de artikelen op Wikipedia evenaart de kwaliteit van de inleiding plus uitgebreide toelichting per hoofdstuk van vertaler Mark Leenhouts. Leenhouts’ eerste constatering is dat De kunst van het oorlogvoeren, het oudste traktaat over oorlogvoering uit de wereldliteratuur, in feite de kunst behelst om het oorlogvoeren zo lang mogelijk uit te stellen. Er klinkt geen wapengekletter, er wordt geen bloed vergoten, we zien geen verheerlijking van geweld of heldendaden. Als er iets is wat Sunzi’s krijgskunst typeert, is het: verstandig zijn: ‘Bespaar kracht, middelen en mensen, bespaar volk en land, leed en ontwrichting.’ Historici, schrijft Leenhouts, zijn het er al lang over eens dat er achter ‘meester Sun’ een collectief van schrijvers moet schuilgaan. De relatief kleine legers van het verleden, waarin strijdwagens de voornaamste rol speelden, zwollen rond 500 v.Chr. aan tot vijftigduizend tot soms tweehonderdduizend man voetvolk. Dat had alles te maken met de verbreiding van het ijzer. Daarmee konden scherpere en hardere wapens worden gemaakt dan in de voorafgaande bronstijd, en bovendien op grotere schaal. Meester Suns tekst moet tot stand zijn gekomen in de late vierde en vroege derde eeuw.
Vertaling
De vertaling is geen geringe klus, mede omdat de overlevering nogal wat varianten heeft opgeleverd. En soms lijkt de aansluiting van de delen te rammelen. De historische tekstvergelijking is een voortgaand proces. Zo werd in 1972 in een koningsgraf de vooralsnog oudst bekende versie ontdekt, gekalligrafeerd op bamboelatjes uit de tweede eeuw v.Chr.. Die versie bevat een paar niet eerder bekende tekstdelen, die echter zo fragmentarisch en onvolledig zijn dat ze voornamelijk als ondersteunend materiaal konden dienen.
Er is in Sunzi’s werk veel invloed van het taoïsme bespeurbaar, de ‘zachte kracht’ van de natuur. De aantrekkelijkheid van het boek zit ‘m in de beknoptheid en de aforistische stijl. De kunst van het oorlogvoeren is een sterk gestileerde tekst met veel parallellie en herhaling, en een welhaast poëtisch gebruik van klank en ritme. De hoofdstukken hebben pregnante titels. Onder ‘Inschattingen’ schrijft meester Sun: ‘Als het terrein van leven en dood, de weg naar behoud of ondergang, kan die zaak niet zorgvuldig genoeg worden bekeken. Maak daarom uw eerste beoordelingen aan de hand van vijf hoofdzaken, uw verdere afwegingen aan de hand van zeven inschattingen, en verschaf uzelf zo inzicht in de situatie tussen de partijen.’ Onder ‘Slag leveren’ zet Sunzi uiteen dat dat fysieke strijd zoveel mogelijk vermeden moet worden: pas als men niet de plannen van de vijand kan verijdelen, niet zijn bondgenootschappen met andere generaals kan verstoren, komt het leveren van een veldslag of, ‘als laatste redmiddel’, het belegeren van een vesting in zicht. Het hoofdstuk ‘De negen terreinen’ gaat over de inzet van spionnen. ‘Plaatselijke spionnen worden geworven onder de onderdanen van de vijand. Interne spionnen worden geworven onder de ambtsdragers van de vijand. Dubbelspionnen worden geworven onder de spionnen van de vijand. Dode spionnen zijn eigen spionnen voor wie wij opzettelijk valse inlichtingen naar buiten brengen, opdat zij die doorgeven aan spionnen van de vijand. Levende spionnen zijn degenen die met inlichtingen weten terug te keren.’
Wie de Chinese tekst kan lezen, ziet overal de mooie blokjes tekst waarin met heel weinig karaktertekens zoveel wordt verteld. Geen westerse vertaling kan dat echt recht doen. Maar met zijn beknopte zinnen en probate commentaar is het Mark Leenhouts gelukt optimaal de stijl en strekking van het origineel over te brengen.






