• Oogst week 42 – 2019

    Nacht en dag

    Deze week in de oogst twaalf verhalen van de Britse schrijver Cynan Jones in vertaling van Jona Hoek, gedichten uit het nest geroofd in Het Liegend Konijn onder redactie van Jozef Deleu en een nog niet eerder vertaald werk van Virginia Woolf door Barbara de Lange.

    De laatste roman die Barbara de Lange van Virginia Woolf (1882-1941) vertaalde was De jaren, die Woolfs omvangrijkste roman werd genoemd. Naar blijkt kan het nog omvangrijker. Nacht en dag,  verschenen in 1919 is de tweede roman van Woolf, en nog omvangrijker dan De jaren. Hoewel Woolf werd gezien als modernist was de kritiek op Night and Day dat niet vernieuwend was maar volledig in de Engels romantraditie stond. Een roman waarmme Woolf in de voetsproren trad van  door haar bewonderde Engelse schrijfster, met name Jan Austen. De openingszin is dan ook een Engelse klassieker: ‘Het was een zondagmiddag in oktober, en net als veel andere jonge dames uit haar kringen was Katherina Hilbery bezig thee te schenken.’ Na die eerste zin wil je verder, duik je onder in ontmoetingen tijdens theevisites en diners en loop je mee op de vele omzwervingen door de straten van Londen.

    Nacht en dag
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum

    Het Liegend Konijn 2019/2

    Twee edities per jaar verschijnen er van Het Liegend Konijn, een compact boekwerk waarin vele dichters geregeld nieuw werk presenteren. In de oktober uitgave zijn honderdvijfennegentig nieuwe gedichten, uit het nest van negenendertig dichter geroofd, waaronder vier gedichten van Anneke Brassinga, Demetercyclus in tien afdelingen van  Anna Enquist, Heidi Koren met twee gedichten, Delphine Lecompte met drie gedichten, Maarten Buser met vijf gedichten, Paul Demets met Plattelandgedichten in acht delen en Willem van Zadelhoff, enkel om alfabetische volgorde, sluit af met een reeks gedenkgedichten getiteld: Zonder aanzien des persoons, waarin onder meer Menno Wigman, Wim Brands en Jan elemans herdacht worden. Met een ware slotrede: ‘envoi’ waarvan hier het eerste couplet: aan het graf geen eenzame dichter / laat zijn hei elders zoeken /naar levenden om te wekken / met verzen en veerkracht’.

     

    Het Liegend Konijn 2019/2
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Pelckmans

    De wetten van water

    Natuurelementen spelen een rol in het werk van de uit Wales afkomstige schrijver Cynan Jones (1975). In de novelle Inham vecht een man tegen de zee en wordt een man door de bliksem getroffen, bij De lange droogte is het een boer die de droogte van het land moet ondergaan. In De wetten van water, hebben de inwoners van een stad te maken met waterschaarste. De trein die de stad van water moet voorzien loopt het risico gesaboteerd te worden en mensen gaan de straat op om te demonstreren tegen het feit dat ze hun huizen moeten verlaten voor de bouw van een IJsdok. Een gebeurtenis waarbij veel emoties vrijkomen en raakt aan de tijd waarin we nu leven: die van de klimaatcrisis.

     

    De wetten van water
    Auteur: Cynan Jones
    Uitgeverij: Koppernik
  • Nederlands diplomaat klapt uit de school

    Nederlands diplomaat klapt uit de school

    Recensie door Rein Swart

    Een ambassadeur vertegenwoordigt een land in een ander land. Vaak hoor je weinig over dat soort mensen. Ze bevinden zich achter dikke muren met hoge hekken, (laten zich) rijden in dure auto’s, nemen deel aan diners en handelen administratieve plichtplegingen af. Coen Stork (1928), die in 1961 attaché werd in Bagdad en in 1988 ambassadeur in Roemenië, is een uitzondering. Als diplomaat heeft hij over de hele wereld gezworven en hij vertelt daarover aan Peter Henk Steenhuis. Deze redacteur van Trouw legde zijn avonturen, met foto’s verluchtigd, vast in De rode ambassadeur dat als ondertitel De twintigste eeuw door de ogen van Coen Stork meekreeg. De omslag toont een kaart van de wereld waarop rode vlekken aanduiden met welke landen hij bemoeienis had. De vlekken in Spanje, Zuid-Afrika, Argentinië, Cuba en Roemenië zijn het grootst. In zijn Nawoord geeft Stork aan dat hij dictaturen het meest interessant vond.

    Coen Stork vertegenwoordigde zijn land met veel sociale betrokkenheid. Door zijn bazen werd hem dat niet altijd in dank afgenomen. In zijn Nawoord noemt Stork het Ministerie van Buitenlandse Zaken reactionair en de Buitenlandse Dienst nog een graadje erger omdat altijd de nadruk lag op handelsbevordering. Stork bepleitte in plaats van een VOC-mentaliteit, meer aandacht voor cultuur en mensenrechten. Hij werd dan ook na zijn pensioen in 1993 door OVSE-voorman Max van der Stoel gevraagd hem te assisteren in Roemenië. Helaas keurden de Roemeense regeringsleden zijn benoeming niet goed. Stork had zich, tegen de zin van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek, kritisch uitgelaten over het nieuwe regime van Iliescu. Van den Broek noemde hem een onbezoldigde verslaggever van de Nederlandse pers. Angst voor de pers was bij diplomaten ingebakken, zegt Stork daarover.

    De getuigenissen van Stork geven meer inzicht in de werkelijkheid dan men gewoonlijk in de krant leest. Tijdens het proces tegen Nelson Mandela en andere ANC leden, lijkt Stork zich op de borst kloppen over zijn invloed in het voorkomen van de doodstraf, maar hij blijkt daarna een man met het hart op de goede plaats. Als Luns oproept om als diplomaten het Nederlands belang te dienen zet Stork zijn huis open voor mensen die verdrukt worden door hun regering.

    Hoewel af en toe de gesprekstoon tussen Stork en Steenhuis door de tekst heen dringt zijn de avonturen spannend genoeg. Het is boeiend te lezen over de zware jaren in het Spanje van Franco, het teloorgaan van het peronisme in Argentinië en Storks onzekerheid in 1980 over Castro, die het niet nauw nam met de mensenrechten maar wel zorgde voor basisvoorzieningen.

    Behalve over diens ambtelijke bezigheden schetst Steenhuis ook een beeld van de persoon Stork. Af en toe wijdt hij een hoofdstuk aan de jeugd van Stork. Zijn grootvader zat in de Eerste Kamer en werd door Thorbecke zeer gewaardeerd. Zijn familie behoorde tot de top van industrieel Nederland. Coen Stork daarentegen ontwikkelde een aversie tegen economie en werd meer aangetrokken tot het culturele leven.

    Ook zijn tumultueuze liefdesleven komt ruimschoots aan bod. Stork trouwde in 1963 op 34-jarige leeftijd met de Amerikaanse Kiki Parker en kreeg kinderen met haar, maar hun huwelijk raakte in het slop. Stork wilde verder met zijn secretaresse Ellen, die hij zwanger had gemaakt, maar een vriendin was een vreemd verschijnsel in de wereld waarin hij zich bewoog. Nadat zijn vrouw tenslotte een scheiding accepteerde, trouwde hij met Ellen maar ook met haar liep het mis. Een diplomaat reist nu eenmaal veel en doet overal contacten op, lijkt Stork als verklaring te geven. De verwijdering met zijn moeder die het oneens was met zijn duidelijke stellingname op politiek gebied is schrijnend om te lezen.

    De tijd in Roemenië noemt Stork zijn spannendste tijd. Hij arriveerde daar in 1988 en werd als ambassadeur door het autoritaire regime geïntimideerd om te voorkomen dat hij geen onwelgevallige berichten naar buiten zou brengen. Hij kwam op tegen de systematisering, waarmee de sloop van dorpen en het weghalen van stadswijken ten gunste van megalomane gebouwen onder Ceausescu werd bedoeld. Een memo daarover aan Buitenlandse Zaken toont het belang aan van diplomatie. Stork zegt in dit verband: ‘Een goede diplomaat doet niet alleen verslag van wat hij ziet of hoort, maar zet zich ook persoonlijk in, laat zien wie hij is, wat hij goed vindt, slecht vindt. Een diplomaat probeert na te gaan of wat er in een land speelt tegen zijn gevoel van menselijkheid in gaat of niet.’

    Het zou mooi zijn als dat in elke geloofsbrief komt te staan die een ambassadeur voor zijn beëdiging aan het staatshoofd aanbiedt!