• Oogst week 26 – 2020

    Onderwaterverhalen

    Onderwaterverhalen was volgens schrijver en dichter Ineke Riem niet wat ze aanvankelijk wilde schrijven: ze begon aan een roman, en eindigde met een heel nieuw manuscript, dat van een verhalenbundel. Ze werd onder andere geïnspireerd door een reis naar de Azoren en door het idee van een zogenoemde ‘eenheidservaring’ of verbintenis van afzonderlijke verhalen. Mensen die niet helemaal passen in de tijd waarin ze leven lijken een thema in haar werk: in haar nieuwste bundel hebben alle personages een ‘oude ziel’. Haar boek Rauw hart (2017) handelt over een man die geen binding voelt met het moderne tijdperk. Ook de sprookjesachtige sfeer en onderwatersymboliek keren in verschillende boeken van Riems hand terug: niet alleen in Onderwaterverhalen, maar ook in haar debuutroman Zeven pogingen om een geliefde te wekken (2013) en poëziedebuut Alle zeeën zijn geduldig (2015) – what’s in a name. Riem ontving voor Zeven pogingen om een geliefde te wekken de Bronzen Uil en de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. Daarnaast werd haar debuut genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

    Onderwaterverhalen
    Auteur: Ineke Riem
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het boek der tranen

    Heather Christle schreef met The Crying Book, door Koen Boelens en Helen Zwaan vertaald als Het boek der tranen, een boek over de rol van tranen in onze hedendaagse samenleving. Ze schuwt haar eigen kwetsbaarheid daarbij niet: zelf verloor ze haar beste vriend en maakte ze een emotionele zwangerschap door. Haar ervaringen en beelden vervlecht ze met haar cultuuranalyse. Ze snijdt overkoepelende thema’s en vragen aan die te maken hebben met het fenomeen huilen: scheikunde, poëzie, geschiedenis, feminisme – hoe komt het toch dat huilen als iets typisch vrouwelijks – en (onterecht) zwaks – wordt gezien? –; semantiek – to cry is “luider” dan “to weep, schreien”, dat is het “natst”; esthetiek – Christle constateert wat er mooi en lelijk is aan huilen, en is nu eens droog en humoristisch, dan weer ernstig.

    Het boek der tranen
    Auteur: Heather Christle
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Ness

    Ness van Robert Macfarlane is lastig eenduidig te omschrijven: het verhaal doet zowel denken aan toneel als aan poëzie en is een moderne mythe, een met trekjes van een dystopische novelle. De Ness waarnaar met de titel wordt verwezen is de natuur van een landtong voor de oostkust van Engeland. Vroeger was er een militaire basis gehuisvest waar nucleaire experimenten werden uitgevoerd. Nu is de bunker vervallen en overwoekerd en strijden natuur en De Wapenmeester, een geheimzinnige kracht, om de heerschappij. De intrigerende zwart-witbeelden komen uit de pen van illustrator Stanley Donwood (pseudoniem van Dan Rickwood), die sinds jaar en dag het artwork van de band Radiohead verzorgt.

    Ness
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Recensie door: Carolien van Welij

    Recensie door: Carolien van Welij

    In Museum de Fundatie in Zwolle is nu de tentoonstelling ‘Meer licht’ te zien. Hans den Hartog Jager, schrijver en kunstcriticus, is de samensteller van deze expositie. Tegelijkertijd publiceerde hij het essay Het sublieme, over ‘de opmerkelijke, ongemakkelijke manier waarop er in de hedendaagse kunst wordt omgegaan met schoonheid.’ Het boek en de tentoonstelling liggen in het verlengde van elkaar: ze zijn allebei een verslag van een zoektocht naar het sublieme in de hedendaagse kunst.

    Startpunt van deze zoektocht is de ervaring die Den Hartog Jager opdeed in 2004 in de Tate Modern (Londen). Daar ging hij kijken naar The weather project, het overweldigende kunstwerk van de IJslands-Deense kunstenaar Olafur Eliasson: een enorme, gele, lichtgevende bol in de imposante ruimte van de Turbine Hall. Het kunstwerk maakt van alles los bij Den Hartog Jager. Hij is diep getroffen door de schoonheid ervan. En dat brengt hem in verwarring, want schoonheid deed er al lang niet meer toe in de beeldende kunst. Als ‘kunstprofessional’ hoorde hij altijd bij het kamp van de toeschouwers die naar ideeën zoeken in een kunstwerk; nu voelt hij zich opeens verbonden met dat andere kamp: de mensen die alleen maar op zoek zijn naar esthetische bevrediging, de ‘schoonheidszoekers’.

    Den Hartog Jager weet zijn ervaring zo te beschrijven dat je als lezer het gevoel krijgt ook onder die zon te hebben gestaan. Hij beschrijft in een eigen, persoonlijke stijl niet alleen het kunstwerk zelf, maar ook de mensen om hem heen, de sfeer in de ruimte, zelfs de wandeling vanaf het metrostation. Daarnaast neemt hij je mee in zijn binnenwereld met beschrijvingen van alle gevoelens, gedachten en vragen die bij hem opkomen: ‘Was dit werk nu eigenlijk mooi of dreigend?’ [..] ‘Had Eliasson een briljant kunstwerk gemaakt of was het toch een pretparkinstallatie, overgoten met een artistieke saus?’ De schrijver heeft niet alleen aandacht voor de inhoud van zijn beschrijvingen, maar ook altijd voor de formulering. Die aandacht voor de taal – de auteur is ook romanschrijver – maakt dit boek een plezier om te lezen.

    Als een echte Montaigne gaat Den Hartog Jager in dit essay te werk: zoekend, twijfelend, en uitgaande van zijn persoonlijke ervaringen voert hij de lezer mee in zijn gedachtegang en gemoedstoestand. De beschrijving van een observatie of inzicht wordt gevolgd door een nóg preciezere formulering. En een stellige bewering wordt gevolgd door een sceptische vraag. Deze beschrijvingen van zijn persoonlijke ervaringen bij het aanschouwen van kunstwerken zijn verreweg de mooiste stukken van het boek. Hans den Hartog Jager weet al zoekende de woorden te vinden voor een fenomeen dat zo moeilijk te beschrijven is, namelijk wat kunst met je kan doen.

    De ambities van de schrijver gaan echter veel verder. In zijn zoektocht naar de rol van schoonheid in de kunst wil hij ook antwoorden en houvast bieden. In de loop van het boek volgt een min of meer chronologisch historisch overzicht van de ontwikkeling van de beeldende kunst. Op iedere bladzijde worden tientallen kunstenaars en kunstwerken genoemd en – met Google bij de hand en de illustraties achterin – word je zo langs alle interessante kunststromingen geleid in woord en beeld. Deze beschrijvingen zijn heel anders van toon: hier is de schrijver niet voorzichtig en zoekend, maar zeker van zijn zaak. Zo ontstaat er soms een stijlbreuk, bijvoorbeeld als het beschouwende gedeelte over zijn ervaring bij de zon van Eliasson wordt onderbroken door een mini-betoog over de invloed van ’11 september’ op de kunst.

    Het is jammer dat Den Hartog Jager die sceptische houding in de stijl van Montaigne op dat soort momenten niet af en toe weer oppakt. Hij gebruikt bijvoorbeeld allerlei bekende begrippen uit de kunstgeschiedenis en de esthetica op een eigen manier zonder daarvoor argumenten te geven. Het opvallendst is dat bij de begrippen ‘schoonheid’ en ‘het sublieme’. Deze gebruikt de auteur door elkaar en op dezelfde manier, zonder in te gaan op de traditie in de filosofie van de kunst waarin juist een verschil tussen die twee begrippen wordt verondersteld.

    Zodra Hans den Hartog Jager zijn persoonlijke ervaringen verlaat, verdwijnen de precieze beschrijvingen en struikelen we daarentegen over de ‘etiketten’: de romantische traditie, l’art pour l’art en avant-garde zijn termen die op bijna iedere bladzijde terugkomen. Al deze kunstopvattingen komen volgens de auteur namelijk neer op ‘de totale en onbegrensde vrijheid van de kunstenaar.’ Nu is dat natuurlijk een interessante stelling, maar het is wel verwarrend als er in de literatuur- en kunstgeschiedenis altijd een verschil wordt verondersteld tussen het idee van l’art pour l’art (kunst om de kunst) en de avant-gardistische stromingen, zoals het dadaïsme en futurisme (die juist een revolutie via de kunst voor ogen zagen).

    Het is zonde dat in dit essay de afwisseling van het concrete met het abstracte samengaat met een afwisseling van het precieze en het rommelige. De visie van Den Hartog Jager op de ontwikkeling van de kunst is daardoor niet overtuigend. Daarentegen is zijn enthousiasme over kunstwerken in het algemeen en die van zijn tentoonstelling ‘Meer licht’ aanstekelijk. De zoektocht naar het sublieme in de kunst leidt niet tot bevredigende antwoorden, maar wel naar de tentoonstelling in Museum de Fundatie.

     

    Het sublieme
    Het einde van de schoonheid en een nieuw begin

    Auteur: Hans den Hartog Jager
    Verschenen bij:  Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep
    Aantal pagina’s: 224
    Prijs: € 19,95