• Volharding der herinnering

    Volharding der herinnering

    De beknopte versie van De Violist van Ingrid de Vries behoorde tot de zeven beste inzendingen voor het boekenweekgeschenk 2025. Er waren zo’n honderdvijftig inzendingen, dus dat is een knappe prestatie. De Vries publiceert sinds 2021, De Violist is haar derde roman. Haar eerder gepubliceerde boeken – Schijnvrucht en Water val – werden goed ontvangen. De Violist is een kleine roman, in een krappe honderdvijfenzestig pagina’s wordt er grofweg en heel mensenleven beschreven.

    Het verhaal gaat over de vriendschap tussen Laurens en Guido, verbonden via de viool. Ze ontmoeten elkaar in Zoutkamp als Guido met zijn raam open staat te spelen en Laurens als zestienjarige jongen aanbelt en hem vraagt: ‘De muziek…wat was dat voor muziek?’ Geobsedeerd door het instrument en de muziek moet en zal hij viool leren spelen. Guido wordt zijn leraar en vriend. In drie jaar wordt Laurens klaargestoomd voor het conservatorium waarna hij met de noorderzon vertrekt. Na eenenvijftig jaar ontmoeten ze elkaar weer, maar Laurens heeft dan inmiddels Alzheimer.

    Vriendschap als rode draad 

    In de tussenliggende jaren zijn ze elkaar in gedachten trouw gebleven. Tenslotte is een lange vriendschap eigenlijk ook een soort huwelijk, met zijn eigen beloftes en verwachtingen. Elkaar achterlaten doe je niet zomaar zonder reden. Omdat het verhaal, met grote hink-stap-sprongen, een tijdspanne van ruim vijftig jaar behelst, blijft hun vriendschap wat oppervlakkig. Ze schelen twaalf jaar, en vinden het zelf ook moeilijk om hun band te definiëren. Tijdens hun laatste moment samen is te lezen: ‘In gedachte probeert Guido hun band een plaats te geven. Zijn ze vrienden, leraar en leerling, vader en zoon, broers? Alles tegelijk, denkt Guido.’ Hun levens worden afwisselend verteld. Laurens gaat naar het conservatorium in Utrecht, studeert af, speelt bij orkesten, doet concerten, trouwt, krijgt kinderen, gaat scheiden, hertrouwt en krijgt Alzheimer. Guido blijft in Zoutkamp, krijgt een relatie die uiteindelijk toch strandt en volgt Laurens’ leven via nieuwsberichten uit de muziekwereld. Beiden blijven hun hele leven viool spelen. Alle levensfases in die vijftig jaar dat ze elkaar niet zien, blijven ertussen hangen.

    Laurens is mysterieus en gesloten vanaf het moment dat hij bij Guido binnenstapt. Over zijn thuissituatie laat hij niets los. Maar dat hij Zoutkamp zo snel mogelijk wil verlaten, laat hij al snel blijken. Zonder tussenkomst van Guido schrijft hij zich in bij het conservatorium en zoekt een kamer. Hij laat Guido maar tot op een bepaalde hoogte toe. Want zodra hij zijn eigen uitvlucht heeft gepland, speelt Guido geen rol in zijn vertrek. Hulp met verhuizen wordt afgewimpeld, en zijn nieuwe adres krijgt Guido niet. Bij het afscheid blijft Laurens koeltjes. ‘Laurens maakt zich als eerste los. “Dan ga ik maar.” Hij beent weg met haastige passen. Zonder om te kijken verdwijnt hij om de hoek van de straat.’

    Geen hoop op een weerzien

    Guido is gevoeliger, van hem krijgt de lezer een stuk meer te weten. Hij mist Laurens, staat meerdere keren op het punt om hem op te zoeken. Maar doordat Laurens een schild om zich heen heeft gebouwd, is er iets wat hem tegenhoudt. Andere aspecten van Guido’s leven worden niet uitgebreid behandeld, zoals de band met andere vrienden of familieleden. Hij blijft zijn hele leven in Zoutkamp wonen, en verliest de hoop om Laurens ooit terug te zien niet.

    Laurens’ mysterie wordt pas op het eind van de roman opgeheven, dan weet het verhaal echt te raken. Ironisch genoeg leert de lezer Laurens het beste kennen wanneer hij al dement is. Zijn gedachtegang, gevoelens en frustraties komen in die fase uitgebreid aan bod. Evenals zijn thuissituatie en de reden van zijn trauma. Bijvoorbeeld tijdens een verwarde autorit die maar liefst zes pagina’s in beslag neemt. Of in de hallucinaties die Laurens heeft over zijn broer. Ontsnapping is een terugkerend thema in het verhaal. Laurens is op de vlucht. Eerst van thuis naar Guido, dan van Guido naar Utrecht en vervolgens blijft hij nergens lang wonen. Ook tijdens zijn ziekte stapt hij vaak in de auto, waarna hij een paar keer verdwaald. In zijn vlucht verliest hij het contact met Guido, zijn familie en uiteindelijk zijn geheugen. De vergankelijkheid van het leven wordt daardoor pijnlijk beschreven. De muziek blijft Laurens’ enige stabiele identiteit, zelfs als al het andere is weggevallen. De viool geeft hem een stem. Om het thema meer kracht bij te zetten had de vriendschap tussen hem en Guido wel wat meer uitgediept mogen worden. Hun gevoelens voor elkaar hadden het verhaal nog meer versterkt.

    Afscheid en vergankelijkheid

    Soms zijn er lange beschrijvingen van de omgeving en mist er  een verdieping van de plot. Die twee kunnen elkaar prima complementeren, maar dan moet het wel een natuurlijk verloop hebben. Nu ontstond er soms een afkeer in plaats van de beoogde verplaatsing in het perspectief en de situatie. Ook had die ruimte wellicht beter gebruikt kunnen worden voor meer diepgang van de personages en hun vriendschap, meer achtergrond over Laurens’ familie of zijn emotionele worstelingen.

    Het nawoord is ontroerend, wat een verdriet zit er in dit verhaal verweven. De Vries baseerde deze kleine roman op Albert Huisman en haar vroegere levensgezel Willem Jan Wegerif. Beide violist, beide getroffen door Alzheimer. De muziek bleef voor hen intact, zoals dat ook bij Laurens het geval was. Eigenlijk verdient het boek een tweede lezing omdat aan het eind de fundamenten van Laurens’ leven pas duidelijk worden. Afscheid en vergankelijkheid zijn universele thema’s die het verdienen om vereeuwigd te worden op papier.

     

     

  • Oogst week 15 – 2024

    Mocht er iemand langskomen

    Trilogieën te over. Van jongeling Thomas Korsgaard (1995) verschijnt dit jaar in Nederland Mocht er iemand langskomen. Korsgaards debuut werd direct een bestseller in Denemarken en Noorwegen. Het eerste boek in de zogeheten Tue-trilogie scharen critici onder het sociaal-realisme, maar het gaat zijdelings ook over Korsgaards eigen leven. Een hard, geïsoleerd bestaan op het platteland, herkenbaar en humoristisch neergezet.

    Hoofdpersoon Tue leeft met een gefrustreerde vader en ongelukkige moeder op een boerderij, die zo goed als zieltogend is. Ontluikend is daarentegen zijn seksualiteit, zijn gevoel voor dromen en zijn verlangen naar de stad. Deze motieven en verhaalonderdelen kennen we ook wel van Nederlandse romans, natuurlijk. En juist daarom zal Korsgaards verhaal hier vast goed scoren. Aan het talent van de Deen zal het niet liggen: de Boghandlernes Gyldne Laurbaer heeft hij al op zijn naam staan: de jongste winnaar ooit van deze onderscheiding.

    Mocht er iemand langskomen
    Auteur: Thomas Korsgaard
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Over het zwijgen

    Roelof ten Napel (Joure, 1993) schrijft poëzie, essays en romans. Voor Dagen in huis ontving hij de Grote Poëzieprijs en kreeg hij nominaties op zijn naam voor de Joost Zwagerman Essayprijs, de C. Buddingh’-prijs en de Poëziedebuutprijs. Zijn dichtkunst reikt tot ver over onze landsgrenzen, maar ook menig theater brengt zijn werk onder de aandacht: zijn roman Het leven zelf werd bewerkt voor toneel. Over het zwijgen, zijn derde roman, gaat over een dichteres die twintig jaar terug ophield met dichten. Maar waarom?

    Marie Verhulp, zo heet ze, doceert tegenwoordig filosofie en bezoekt congressen, musea, concerten en kroegen. Via haar notities, observaties en overwegingen laat Ten Napel de lezer kennismaken met Verhulp, die met veel verschillende, interessante geesten in gesprek raakt. Over het zwijgen is daarom een zinderende roman vol indrukken en innerlijke monologen. Langzamerhand krijgt het portret van deze Marie vorm. Tragisch genoeg lijkt ze zich af te vragen of mensen ook zónder verhalen zouden kunnen leven.

    Over het zwijgen
    Auteur: Roelof ten Napel
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Mam, ik ben geen crisis

    Ismail Mamo (1996) vlucht in 2016 uit Syrië voor ISIS. Hij staat dan op het punt geneeskunde te studeren. Vanaf het moment dat hij voet zet op Nederlandse bodem, leert hij zichzelf de taal aan. Twee jaar terug kreeg Mamo nationale bekendheid in een filmpje waarop hij aan andere vluchtelingen bij Ter Apel kleding uitdeelt. Zijn eigen kleren. Hierdoor mag hij dezelfde avond bij programma Op1 zijn verhaal doen, wat hij smakelijk en gevoelvol doet. Toeval of niet: inmiddels is hij student aan de toneelacademie in Arnhem.

    Mam, ik ben geen crisis gaat over alle lichte en donkere kanten van de mens, wanneer die op de vlucht slaat. In tijden van zelfbehoud en angst floreren natuurlijk egoïsme, opportunisme en ellebogenwerk. Vooral wanneer kwaadwillende, louche mensenhandelaren grotendeels bepalen welke wending je lot neemt. Hoe nijpend de situatie voor vluchtelingen ook is, toch dringt hun wanhoop niet tot het grote publiek door. Daarom zijn verhalen als deze, van Mamo en lotgenoten, zo belangrijk.

     

    Mam, ik ben geen crisis
    Auteur: Ismaîl Mamo
    Uitgeverij: Das Mag
  • Vluchtig als een herfstblad

    Vluchtig als een herfstblad

    Kaouther Adimi werd in 1986 in Algerije geboren. Ze studeerde moderne literatuur en HRM en woont sinds 2009 in Parijs, waar ze werkt voor L’Oréal. Ze begon met schrijven toen ze studeerde en brak in Nederland door met De boekhandel van Algiers. Kwade wind is haar tweede roman die naar het Nederlands vertaald is.

    Kwade wind heeft als motto het gedicht Herfstlied van Paul Verlaine, waarin de ik-figuur als een vallend blad van hier naar daar wordt meegevoerd door een kwade wind. Het gedicht vertelt eigenlijk in een notendop wat er gebeurt in de levens van de hoofdpersonages van het boek, Tarek en Leïla.

    Een moeder zonder melk

    Het boek begint met een soort proloog, die De schrijver heet. Het verdient aanbeveling om die te herlezen nadat je het boek uit hebt, omdat je die dan op een andere manier leest. Daarna volgt het deel dat Tarek heet, naar één van de hoofdpersonen. Het Algerijnse gehucht El Zahra vormt het stoffige decor waar Saïd en Tarek als pasgeboren baby’s allebei gevoed worden door de moeder van Tarek, omdat de moeder van Saïd geen melk heeft. De moeder van Tarek spreekt nooit, vanwege een trauma dat ze vlak voor de geboorte van Tarek heeft meegemaakt. Als gevolg daarvan groeit Tarek eveneens op als een zwijgzaam kind, terwijl voor Saïd taal als ‘levenslucht’ blijkt te zijn. Hij wordt een meester in het Arabisch. Desondanks worden de twee jongens vrienden en beloven ze elkaar op hun tiende verjaardag om in voor- en tegenspoed bevriend te blijven. Leïla is het buurmeisje van de twee vrienden, zij wordt soms betrokken bij hun spel. Zij wordt op vijftienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een vriend van haar vader. Het huwelijk is bepaald niet gelukkig en op een dag vlucht Leïla met haar zoontje. Tarek wordt gerekruteerd om in de Tweede Wereldoorlog te gaan vechten met de geallieerden en belooft zichzelf dat hij Leïla’s hand zal vragen als hij de oorlog overleeft.

    Zevenmijlslaarzen

    Inmiddels is het de lezer van Kwade wind duidelijk geworden dat Adimi het prettig vindt om met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van haar personages heen te stappen. In het hoofdstuk dat volgt op de rekrutering van Tarek zijn we namelijk ineens drie jaar verder en constateert Tarek dat hij de oorlog heeft overleefd. Er is geen woord gewijd aan wat hij heeft meegemaakt in die drie jaar of waar hij is geweest. Duidelijk is wel, dat de Algerijnse soldaten het moeilijk hebben (gehad) in Europa. Tarek keert terug naar Algerije en trouwt met Leïla. Saïd schittert door afwezigheid op de bruiloft. Tarek keert weer terug naar zijn oude beroep van herder, totdat hij wederom gaat vechten in een oorlog, ditmaal in de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954 – 1962) tegen Frankrijk.

    Om deze roman beter te begrijpen is enige kennis van de geschiedenis van Algerije noodzakelijk. Na de oorlog keert Tarek niet direct terug naar El Zahra en naar Leïla, maar gaat hij meewerken aan de productie van de bekende film De slag om Algiers van de Italiaanse regisseur Pontecorvo. Vervolgens gaat hij bij gebrek aan werk in Algerije aan de slag als gastarbeider in Parijs. Hij spaart als een bezetene om geld te kunnen sturen aan zijn gezin en keert pas na anderhalf jaar terug bij Leïla, zijn stiefzoon en (inmiddels) vier dochters. Wanneer De slag om Algiers eindelijk ook in Parijs in de bioscoop vertoond wordt, breekt er voor de Algerijnse gastarbeiders daar een zware tijd aan en neemt Tarek een bijzondere beslissing die hij geheimhoudt voor zijn gezin.

    Hij is overigens niet de enige die er geheimen op na houdt. In het tweede deel van het boek, Leïla, komen we er (eindelijk, in beperkte mate en ook weer in vogelvlucht) achter hoe het leven van Leïla is geweest toen Tarek in het buitenland was. Ook zij heeft keuzes gemaakt die zij niet deelt met haar echtgenoot. En dan verschijnt plotseling de eerste roman van hun wederzijdse vriend Saïd, die voor Leïla de aanleiding vormt om haar echtgenoot met grote spoed terug te laten keren uit Europa. Het boek van Saïd zorgt ervoor dat Tarek en Leïla hun leven radicaal omgooien.

    Herfstblad

    De boekhandel van Algiers werd in de pers een ode aan de literatuur genoemd. Kwade wind lijkt er vooral over te gaan dat (het gebrek aan) taal, lezen en boeken een ontwrichtende werking kunnen hebben op mensenlevens. Tarek is degene die zonder taal opgroeit. Zijn moeder spreekt niet, hijzelf is een zwijgzame, hardwerkende man met een spraakgebrek, die als een herfstblad met een kwade wind wordt meegevoerd van Algerije naar allerlei delen van Europa. Saïd groeit juist op in een taalrijke omgeving, kan goed leren, weet de oorlogen te vermijden, lijkt een rustig leven te leiden en wordt uiteindelijk schrijver. Zijn boek zorgt ervoor dat het leven van Tarek en Leïla volledig op zijn kop wordt gezet en Leïla een antipathie tegen boeken ontwikkelt: ‘Toen haar dochters thuiskwamen, kregen ze tot hun verbijstering te horen dat ze geen boeken meer in huis mochten halen. Schriften verdroeg Leïla nog wel, zolang ze die maar niet hoefde te zien. Haar kinderen kregen het verzoek voortaan in de bibliotheek te studeren. Een van haar dochters probeerde tegen te sputteren, maar ze had niets in te brengen. “Geen boeken meer in dit huis. Nooit meer!” schreeuwde Leïla tegen haar.’

    Vraagtekens

    Kwade wind hinkt op drie gedachten, waardoor het boek wat vluchtig aandoet. Ten eerste is er het verhaal van Saïd, Tarek en Leïla. Het is vooral lastig te begrijpen waarom ze elkaar nog vrienden noemen, omdat ze elkaar na hun jeugd nooit meer ontmoeten of schrijven. Hooguit horen ze via via over elkaars levens. Het lijkt erop dat de moedermelk van Tareks moeder de belangrijkste reden voor hun band is. Het is jammer dat er verder weinig aandacht besteed wordt aan de vriendschap tussen de mannen. Het leven van Saïd en de beweegredenen voor zijn boek blijven helaas onderbelicht. Ook over het huwelijk tussen Tarek en Leïla blijven er nog veel vraagtekens, terwijl zo’n huwelijk op afstand juist veel vragen oproept. Ten tweede is er de kwestie van de geschiedenis.

    Kaouther Adimi beschrijft in reuzenstappen wat er gebeurde in Algerije (en deels ook in Europa), grofweg tussen de jaren twintig en de jaren negentig van de vorige eeuw. Dat is behoorlijk ambitieus in een boek van nauwelijks tweehonderdvijftig bladzijden en er zijn dan ook heel wat open plekken die niet ingevuld worden. Ten slotte wordt de vraag opgeworpen in hoeverre taal en literatuur bepalend kunnen zijn voor een mensenleven, maar daar krijgt de lezer niet echt een antwoord op. Het boek blijft op alle fronten te veel aan de oppervlakte. Zowel de personages, de historische context als de rol van taal en literatuur hadden het verdiend om verder uitgediept te worden. Soms kun je van een roman zeggen dat hij beter ingekort had kunnen worden, voor Kwade wind geldt dat zeker niet. Vermoedelijk had Kaouther Adimi in een twee keer zo dikke roman haar punt veel beter kunnen maken. De onderwerpen die zij aansnijdt hadden dat zeker verdiend.

     

     

  • Oogst week 25 – 2023

    Veelvuldig en alleen

    Voor Veelvuldig en alleen maakte schrijver en wiskundige Anjet Daanje foto’s van rotspartijen en tekende ze plattegronden, van het verzonnen dorp waar het verhaal zich afspeelt, van het kasteel waarin hoofdpersoon Daan verblijft, van zijn kamer. Dat laat zien hoe grondig zij te werk gaat bij het schrijven van romans en scenario’s, wat ze al sinds de jaren tachtig doet. Met De herinnerde soldaat (2019) kreeg ze grote bekendheid en sinds Het lied van ooievaar en dromedaris (2022) een bestseller werd, mag voor velen duidelijk zijn hoe ingenieus haar romans (en scenario’s) in elkaar zitten.

    Veelvuldig en alleen werd voor het eerst uitgegeven in 2003. Het handelt over Daan, die zeven jaar eerder een beslissing nam waardoor er iets vreselijks gebeurde. Vanaf die tijd ligt hij in bed en ontvangt vrienden aan wie hij het graag doet voorkomen alsof de reden daarvoor een intellectuele oorsprong heeft. De vrienden vertellen hem over de vroegere gebeurtenissen, Daan piekert. Hoe betrouwbaar zijn hun aller herinneringen?
    ‘Als hij zich nu voorstelt hoe hij daar loopt, met de zelfverzekerde, ferme passen die voor Floors ogen zijn bedoeld, de zebragestreepte handdoek om zijn nek, voelt hij een verlamd, opstandig medelijden. Het is alsof hij naar een onwetend kind kijkt en niets kan ondernemen om te verhinderen dat het straks over een boomwortel zal struikelen. De vijftienjarige Daan is hopeloos onnozel. Hij zoekt zijn vrienden bij de zee waarin een van hen vier dagen later zal verdrinken, maar hij voelt het niet aankomen.’
    Daanje laat in dit verhaal de waarheid vele gezichten hebben en schuld vele verschijningen.

    Veelvuldig en alleen
    Auteur: Anjet Daanje
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Kwade wind

    Kaouther Adimi (Algiers, 1986) ontdekte tussen haar vierde en achtste levensjaar het plezier van het lezen. Ze woonde op dat moment met haar familie in Grenoble. In 1994 keerde ze terug naar Algerije, waar toen een religieuze burgeroorlog tussen de Algerijnse overheid en gewapende islamitische groeperingen woedde. De mogelijkheden om te lezen waren beperkt, reden waarom Adimi zelf maar verhalen begon te schrijven. Ook tijdens haar studies literatuur en hrm schreef ze. Met haar verhalen en novellen won ze vele prijzen. Sinds 2009 woont en werkt ze in Parijs. De boekhandel van Algiers verscheen in 2017 en werd in 2021 in het Nederlands uitgegeven. De roman werd alom geprezen. Dagblad Le Figaro ziet Adimi als het nieuwe wonderkind van de literatuur.

    Nu is daar Kwade wind, waarin bijna een eeuw Algerijnse geschiedenis aan bod komt; van de kolonisatie tot aan de burgeroorlog. In de jaren twintig zijn twee jongens en een meisje in een Algerijns dorp goede vrienden. De jongens, Tarek en Saïd, zijn beide verliefd op Leila. Zij wordt jong uitgehuwelijkt, de rijke Saïd gaat in het buitenland studeren en Tarek wordt herder. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moeten beide mannen naar het front.
    Als Tarek terugkomt ontmoet hij Leila, die dan gescheiden is en een zoon heeft, opnieuw en trouwt met haar. Hij werpt zich in de strijd voor onafhankelijkheid en keert terug naar Europa omdat hij in eigen land geen werk kan vinden. Saïd is schrijver geworden en publiceert een roman, met grote gevolgen voor Tarek en Leila.

    Kwade wind
    Auteur: Kaouther Adimi
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo⎪Anthos 2023

    Een tafel bij het raam

    In de tweede roman van Mirthe van Doornik is chef-kok en ik-personage Alp het liefst alleen in de keuken van zijn restaurant dat een tragische geschiedenis achter zich heeft. Koken is niet direct zijn passie. Hij heeft zich op het restaurant gestort om te ontkomen aan de zorg voor zijn ouders. De gasten en de rest van de buitenwereld interesseren hem niet echt. Zijn aandacht is bij het koken, bij recepten, zijn to-dolijstjes en de zorg voor het op tijd klaar zijn van zijn menu’s. In de warme zomer kampt hij ook nog eens met te weinig personeel en is genoodzaakt om voor de bediening de afwasjongen in te schakelen. Een eenling, net als hijzelf.

    Plastisch, zwartkomisch en fijngevoelig beschrijft Van Doornik de gebeurtenissen rondom Alp. ‘Nooit eerder had ik muizen gehad. Het was een dik, traag beestje, absoluut een muis voor beginners, maar ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken. (…) Er zijn veel dierenhemelen waar ik zelf ook niet meer aan kan kloppen. Piepende kreeften in mijn pan, soms nog stuiptrekkend op de grill. Niet in de kreeftenhemel, niet in de hertenhemel, geen hemelse velden waar lammetjes grazen. Ik ben er nooit helemaal onverschillig over geweest.’ Mens en dier komen in Een tafel bij het raam aan bod, net als eenzaamheid, erkenning en verzet. Hoe moet Alp tegemoetkomen aan de steeds buitenissigere wensen van de gasten? Hoe moet hij met teruglopende reserveringen het restaurant laten voortbestaan?

    Een tafel bij het raam
    Auteur: Mirthe van Doornik
    Uitgeverij: Uitgeverij Prometheus 2023
  • Wat Euripides niet vertelde

    Wat Euripides niet vertelde

    De klassieke mythologie gezien vanuit het vrouwelijk perspectief levert een ander verhaal op. Dat is de inzet van Pat Barker in De vrouwen van Troje (The Women of Troy). Barker is vooral bekend als auteur van de meermaals bekroonde Rengeneratie-trilogie, waarin ze de Eerste Wereldoorlog door de ogen van vrouwen beschreef. Deze nieuwe roman is een direct vervolg op Barkers Ilias-bewerking De stilte van vrouwen (The Silence of Women, 2018) en moeilijk er los van te zien. In De vrouwen van Troje baseert Barker zich op Euripides’ toneelstuk De Trojaanse vrouwen, een Griekse klassieker. 

    Plaats van handeling is het Griekse oorlogskamp in Troje in de nadagen van de tienjarige oorlog. De afwikkeling van de oorlog wordt beschouwd door de ogen van de jonge vrouw Briseïs. Zij is in het winnende Griekse kamp beland als oorlogstrofee van de grote held Achilles. De vrouwen van Troje zet in na de dood van Achilles. Hij wordt opgevolgd door zijn puberzoon Pyrrhos. Omdat Briseïs zwanger is van Achilles, regelt deze voor zijn (bijna aangekondigde) dood dat ze trouwt met Alcimus, zijn schildknaap. Daarmee stijgt haar status van slavin naar wettige echtgenote, van een trofee naar iets dat een persoon nadert. 

    En toch: Barker laat er geen misverstand over bestaan dat er in de wereld van de mythologie weinig gehoor is voor vrouwen. Het verrast zelfs de slimste der mannen, Odysseus, dat een vrouw zelfstandig een idee kan ontwikkelen, een gegeven dat Barker nadrukkelijk uitvergroot. Ook laat ze Briseïs over Pyrrhus zeggen: ‘Het was iemand die zichzelf nog geen twee uur achter elkaar in de hand kon houden.’ 

    Stilistische tijdsprongen

    Met haar hervertellingen van de klassieke mythologie staat Barker niet alleen. Een alternatieve lezing van de mythologie geven bijvoorbeeld ook Christa Wolf met Kassandra, (1983), Margaret Atwood met The Penelopiad, (2005) en de classica Anne Carson met haar wonderschone gedichtencycli The Autobiography of Red (1998) en Red Doc (2013). 

    Het is geheel eigen aan Barker hoe ze met een stilistische truc als het ware een tijdsprong maakt van het antieke Griekenland naar het heden. Het gebrul en gescheld van haar Griekse krijgers heeft de subtiliteit van het gebrul van voetbalsupporters in de hitte van de wedstrijd – in smeuïg jargon dat in de Nederlandse vertaling niet helemaal overkomt. Ook personages zoals de priester Calchos worden gekweld door hedendaagse twijfels. Hij weet dat hij met zijn gepoederde gezicht en sieraden niet in hoog aanzien staat bij de mannen. De verwachting is dat hij vertelt wanneer ze naar huis kunnen zeilen, maar in zijn rol als bemiddelaar tussen de goden en de mensen schiet hij tekort. Het blijft wachten op een gunstige wind. 

    Een verhaal van vrouwen? 

    De ongewenste stilstand is in De vrouwen van Troje te voelen. Het verhaal wil niet echt op gang komen. Gebeurtenissen uit De stilte van vrouwen, Barkers voorgaande boek, worden steeds aangehaald en uitgelegd. Mogelijk doet ze dat vanwege de veelvoudige herhalingen in de klassieke mythologische vertellingen, maar voor de roman pakt dat minder gunstig uit. Waar protagonist Briseïs in de eerste roman haar eigen oorlog te vechten had, is ze in De vrouwen van Troje vooral een waarnemer. Ze toont veel compassie met vrouwen die het minder goed getroffen hebben dan zij, maar als personage ontbreekt het haar aan eigen reliëf. Markanter zijn – naast Calchos – karakters zoals dat van de ziener Cassandra, de Trojaanse koningin Hecuba en de slavin Amina. 

    Het is in feite dankzij de vastberaden Amina (geen mythologische figuur, maar een uitvinding van Barker) dat er halverwege het boek echt iets begint te gebeuren. Pyrrhus is vastbesloten om bij wijze van extra machtsvertoon het lijk van de overwonnen Trojaanse koning Priamus niet te laten begraven. Maar Amina heeft te veel ontzag voor de dode koning om de ontbinding van zijn lijk te kunnen aanzien. Briseïs, solidair met Amina, schiet haar te hulp. De vrouwen worden op heterdaad betrapt. Als vrouw van Alcimus en moeder van Achilles’ ongeboren kind – halfbroertje van Pyrrhos – komt Briseïs ermee weg, maar het doet haar beseffen dat haar positie nog steeds precair is. Ook een vrije vrouw kan de volgende dag een slavin zijn. 

    En niet alleen dat. Barker laat Briseïs opmerken dat zelfs haar verhaal niet van haarzelf is: ‘Het verhaal van Achilles eindigt nooit; overal waar mannen vechten en omkomen, zul je Achilles treffen. En wat mij betreft – mijn verhaal was onlosmakelijk verbonden met het zijne.’ Een vertelling van vrouwen misschien, maar dan nog bepaald door de daden en vooral, de misdaden van mannen. 

     

  • Leren van een vogel hoe te leven

    Leren van een vogel hoe te leven

    Over vader-zoonrelaties zijn al tal van boeken geschreven. Dat opvoeding en een warm nest levensbelangrijk zijn in het opgroeien, is duidelijk. Dat laatste mag je in Vlieglessen ook letterlijk nemen. De rode draad is een jonge ekster die uit het nest is gevallen en door hoofdfiguur Charlie wordt gered van een gewisse dood. De opvoeding van de ekster zorgt bij Charlie voor een reflectie op zijn eigen opvoeding en zijn hobbelige verleden. De roman is het autobiografische debuut van Charlie Gilmour, adoptiezoon van Pink Floyd-legende David Gilmour.

    Wanneer zijn vriendin Yana met een gevallen ekstertje thuiskomt, en daarna voor een week vertrekt, staat Charlie alleen voor de opvoeding van de vogel. Al gauw groeit er een innige band tussen hem en Benzene, zoals hij de ekster heeft gedoopt. Tevens vallen hem de gelijkenissen op tussen hem en zijn biologische vader, de controversiële dichter, acteur, toneelschrijver en activist Heathcote Williams. Hij liet zijn gezin in de steek toen Charlie amper zes maanden oud was. Ook hij had een innige band met een vogel, een kauw die uit een kerktoren was gevallen.

    Traumatische jeugd

    In een van zijn dichtbundels wijdde hij verschillende gedichten aan zijn band met het beestje. Charlie grijpt hiernaar terug en schetst de moeizame relatie met zijn vader. Deze hield grote afstand.  Er was nauwelijks contact, behalve nu en dan een kaartje of een gesigneerd exemplaar van een nieuw boek. Zijn ‘pa’ David Gilmour omarmde hem als zijn eigen zoon, maar kon niet verhinderen dat het woelige verleden diep had ingehakt op de jonge Charlie. Deze zocht zijn toevlucht in drugs en drank, en reageerde fel na elke nieuwe afwijzing van Heathcote. Hij ging het verkeerde pad op en belandde ook enkele maanden in de cel. Zijn vriendin Yana bracht rust in zijn leven en ook de omgang met Benzene maakte hem meer en meer verantwoordelijk.

    Toch blijft hij steeds worstelen met zichzelf en is hij bang om de volgende stap te zetten. Hij twijfelt sterk aan zijn capaciteiten om een gezin te stichten en een goede vader te worden. Zit het ontbreken van verantwoordelijkheidszin niet in de genen? Hij heeft een heilige schrik om in dezelfde fouten te vervallen als Heathcote. Op het einde van diens leven leert hij zijn halfzussen kennen waarmee hij daarvoor nooit contact had. Zij schetsen een ander beeld van Heathcote en nemen hem op in hun familie. Dat brengt een zekere rust en een zeker vertrouwen teweeg bij Charlie. 

    Levenslessen

    De titel Vlieglessen – overigens een goede vertaling van de Engelse titel Featherhood: On Birds and Fathers – slaat eigenlijk spijkers met koppen. Net zoals de ekster leert vliegen en opgroeit, leert ook Charlie hoe het leven in elkaar zit. Het opvoeden van de ekster houdt Charlie als het ware een spiegel voor en hij wordt telkens geconfronteerd met zijn eigen turbulente leven en zijn existentiële twijfels. Telkens hij de volgroeide ekster wil vrijlaten, keert die onverwijld terug. Vrijheid is een lastig ding, ook voor Charlie. De levenslessen die hij onderging, zorgen er uiteindelijk voor dat hij stappen zet in het onbekende, het nieuwe, maar ook dat hij berust. Hetachcote sterft, maar zijn dochtertje wordt geboren en Benzene vliegt dan toch zijn vrijheid tegemoet. Een mix van rouw en liefde, van vrijheid en geborgenheid.

    Gilmours autobiografische roman is een sterk staaltje vertelkunst. De lezer komt veel te weten over kraaiachtigen, maar wordt vooral geraakt door de eerlijkheid waarmee de auteur zijn leven en zijn twijfels voorlegt. Vlieglessen is zoveel meer dan het verhaal over een man en een vogel, een verhaal over een vader en een zoon. Het biedt een ingetogen, maar aangrijpende blik op het leven zoals het is: niets is vanzelfsprekend. Net zoals een jonge ekster die uit het nest valt en weer opstaat, kan het leven een rollercoaster zijn van pijn en vreugde, vrijheid en gevangenschap, rouw en liefde.

    Allemaal grote thema’s die vloeiend verbonden zijn in een prachtig verteld verhaal over een niet zo fijne jeugd en het verwerken daarvan. Gilmour slaagt erin de juiste toon te vinden om zijn memoires te vertellen. De stijl is de perfecte mix tussen scherpzinnige observatie, nostalgische terugblik en de nodige dosis humor. Daardoor blijft de lezer niet achter met een zwaar en donker gevoel, maar met een voldane glimlach om de lippen en het besef dat wat hij net gelezen heeft een ongewoon mooie vertelling is die doet nadenken en stilstaan bij de kleine en belangrijke dingen des levens. Gilmours debuut is er een om te koesteren.

     

  • De geschiedenis van piano’s tegen de geschiedenis van Rusland

    De geschiedenis van piano’s tegen de geschiedenis van Rusland

    Soms krijg je een boek in handen met een titel en een onderwerp waarvan je niet meteen garen weet te spinnen. Hoezo verdwenen piano’s in Siberië? Waren die er überhaupt in dit enorme en ondoorgrondelijke land van koude onherbergzaamheid? De Britse reisjournaliste Sophy Roberts doorkruiste Rusland en beschreef heel toegankelijk haar persoonlijke avontuur aan de hand van de zoektocht naar piano’s en hun verhalen, muziek en de rijke culturele geschiedenis van Siberië. Op levendige wijze haalt ze prachtige en ontroerende anekdotes over piano’s, hun eigenaren en geschiedenissen boven tafel.

    Het boek is een speurtocht die soms meer gaat over het zoeken dan over het vinden in het ‘land van eindeloos praten’. Een land dat opgebouwd is door gevangenen, ballingen, opstandelingen, dekabristen en Poolse immigranten. ‘Siberië is veel meer dan een plek op de kaart: het is een gevoel dat blijft haken als een klis, het is een koorts, het geluid van doezelige sneeuwvlokken op zachte heuvels en het geknars van voorzichtige voetstappen achter je rug. Siberië is een kleedprobleem – ’s winters te koud en zomers te warm – met hutten van hout en met schoorstenen die lijkgrauwe rook de wijde witte hemel in stoten. Het is een melancholieke filmische liefdesgeschiedenis, gedrenkt in transparante maneschijn, ongehaaste treinreizen, pijpen in jute gewikkeld en een kapotte schommel aan een piepende ketting.’

    De perfecte piano

    Roberts zoekt naar piano’s en hun verhalen en raakt in de ban van het land en zijn mensen. De aanleiding was een bezoek aan Mongolië waar ze bevriend raakte met de jonge Mongoolse vrouw Odgerel Sampilnorov. Zij was pianolerares van de kinderen van de Duitser Giercke, die met zijn familie in Mongolië in een ger, een Mongoolse tent, woont. Volgens Giercke is Odgerel een virtuoos pianiste en hij vraagt aan Roberts om in Rusland de perfecte piano voor haar te zoeken. Ze speelt zelf geen piano, vertrouwt ze de lezer toe, maar gaat de uitdaging aan. 

    Tijdens haar zoektocht ontmoet de schrijfster veel bijzondere mensen en stuit op tal van verhalen over piano’s, musici en kunstenaars. Ze verdiept zich in de geschiedenis van de tsaren. hun muziek en de bizarre ontwikkelingen rond hun moord. Ze bezoekt de plaatsen waar ze werden begraven. ‘Ik was naar de Oeral gekomen om de laatste piano van de tsaar te vinden. In plaats daarvan vond ik een bizarre knoop in verhouding van het land tot zijn verleden, waar ik geen wijs uit werd.’

    Ze gaat in op de geschiedenis van de dekabristen, ballingen en grote musici en daarbij weet ze zelfs van instrumenten personages te maken. Zoals de eerste kerkklok die in 1591 naar Siberië werd gestuurd als een balling. Het is een romantisch verhaal van Artoer die in vijf of zes minuten heel Irkoetsk in de ban houdt met zijn klokkenspel in een oude krakkemikkige kerk, en na afloop met een grijns zegt: ‘Het meeste kan ik hier wel spelen, alleen geen rock-‘n-roll.’

    Land van ballingen en dekabristen

    Siberië is een land van ballingen en dekabristen, dat waren woeste revolutionairen die alles uit hun ballingschap haalden door bijvoorbeeld horloges of juwelen te maken, onderwijs te geven en tuinen op te zetten, en als er een piano in de buurt was, te musiceren. Invloedrijke en culturele families, zoals de Loesjnikovs, familie van Kandinsky, woonden zelfs in uithoeken van Siberië. Ze hielden theesalons en recitals voor de burgers.

    Ze haalt grote Russen aan als Kandinsky en vertelt over zijn deels illustere afkomst, de andere helft is afkomstig van struikrovers. Ze reist in de voetsporen van Tsjechov die dramatische verhalen schreef over de gruwelijke strafkolonie Sachalin en hoe de gevangenen veroordeeld werden aan het eind van de 19e eeuw. Gerhard Richter maakte een succesvol tournee door Siberië en bezocht uithoeken van Siberië, en de grote Liszt kreeg het Russische publiek op de knieën. De muziek van Sjostakovitsj schalde tijdens het beleg van Leningrad uit luidsprekers door de lege straten, wat iets zegt over het belang van muziek voor de Russen. 

    Roberts’ zoektocht leidt naar een piano in de verste uithoek van Siberië: het eiland Sachalin, dat bijna de kop van Japan kust. Hier ontmoet ze Lydia, een vrouw die in het uitgestorven en unheimische Dué nog een piano zou bezitten. Er is geen piano maar wel een ontroerend relaas over haar vader die instrumenten maakte met paardenharen die hij ’s nachts uit hun staarten stal. In het hoofdstuk over de plaats Tomsk wordt beschreven hoe belangrijk de Polen voor de muziek en het pianobezit in Siberië zijn geweest. Aan het eind van haar reis en zoektocht ontmoet Roberts Nina, een blinde vrouw van 86 jaar met een ongelooflijke heldere herinnering aan haar jeugd in Siberië en aan een, naar blijkt, bijzondere piano.

    Geschiedenis van de eigenaar

    In deel II, ‘Gebroken akkoorden’, gaat Roberts onder andere naar Harbin, een stad die begin vorige eeuw nog tot Rusland behoorde en ongekende rijkdom kende met veel muzikaliteit, en piano’s. Ze vertelt het verhaal van de Russische jazzmuzikant Oleg Lundstrem en beschrijft de gruwelijke dood van Josef Kaspe, een talentvol pianist van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig behoort Harbin tot China en is ieder spoor van Russische geschiedenis en daarmee de piano’s verdwenen. Roberts schrijft, ‘Een gevoel van dystopie bekroop me, en ik besefte dat een voorwerp betekenisloos kan worden wanneer het verband met de geschiedenis van de eigenaar verloren gaat, als bij een lichaam dat wordt gescheiden van de ziel of bij een vluchteling die zijn vaderland verliest.’

    Roberts bezoekt het Toendravolk de Nentsen in Noordwest-Rusland op het schiereiland Jamal en stuit op een onvoltooide spoorlijn, een prestigeproject van Stalin. In een land als Siberië, met de verschrikkingen van de goelag waarin het leven van gevangenen werd geknecht en gemarteld, was muziek vaak het enige wat hen staande hield.
    Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan met een verhelderende kaart van Siberië met daarop aangeduid de plek waar Roberts haar onderzoek deed, daarnaast illustreren tal van foto’s de anekdotes.

    De geschiedenis van piano’s en hun geluid 

    Ze gaat uitgebreid in op de geschiedenis en het bouwen van de piano, ze noemt serienummers en namen van diverse fabrikanten en hun achtergronden. Toen ze in Petropavlovsk in de verste uithoek van oost-Rusland was en het even niet meer zag zitten, moedigde Valeri Kravtsjenko haar aan om vooral door te gaan met haar zoektocht. De verhalen zouden zeker verdwijnen als ze de laatste echo’s ervan niet probeerde te vangen. ‘Volgens mij zijn er geen onmogelijke ideeën,’ aldus Valeri. En dankzij die obsessieve vasthoudendheid weet ze de geschiedenis van de piano’s tegen de geschiedenis van Rusland als land tot leven te brengen, zelfs hun geluid beschrijft ze.

    Uiteindelijk komt ze bij drie generaties pianostemmers terecht. Daar staat de piano die ze naar Odgerel zal sturen. Pianostemmer Kostja gaat mee met de barre tocht over land. De piano wordt in de ger geplaatst en onder de ogen van diverse muziekminnaars speelt Odgerel de ontroerende epiloog. Dit boek is een aanrader voor piano- en muziekliefhebbers en voor wie geïnteresseerd is in Russische geschiedenis.

     

  • Oogst week 14 – 2021

    De verdwenen piano's van Siberië

    De Britse reisjournalist Sophy Roberts begeeft zich bij voorkeur naar extreme bestemmingen, naar daar waar anderen niet zo snel zullen gaan. Toen ze van een Mongoolse concertpianist dan ook hoorde over een unieke, verloren gewaande piano in Siberië, was dat voor Roberts reden ernaar op zoek te gaan. De zoektocht duurde drie jaar, de uitkomst was De verdwenen piano’s van Siberië dat op 13 april verschijnt.

    Siberië roept vooraleerst de gedachte op aan ijzige kou, onherbergzaamheid, verlatenheid, ballingschap en strafkampen. In dit immense gebied vindt Roberts talloze oude piano’s, van prachtige oude vleugels uit de hoogtijdagen van de negentiende eeuw tot vormelijke piano’s uit de tijd van de Sovjetunie. Met de piano’s als leidraad vertelt Roberts hoe pianomuziek omarmd werd door het volk dat zoveel ontberingen moest doorstaan, waarmee ze ook de geschiedenis belicht. Catharina de Grote was de aanjager waardoor pianomuziek werd opgenomen in de Russische cultuurgeschiedenis. ‘Dit boek is een persoonlijk en literair avontuur,’ schrijft Roberts. ‘Als mijn definities eenzijdig zijn, komt dat doordat ik geen historicus ben. Als ze Eurocentrisch zijn, komt dat doordat ik Engels ben; al mijn reizen naar Siberië gaan van west naar oost – fysiek, cultureel, muzikaal.’

    Paul Theroux noemt De verdwenen piano’s van Siberië ‘een elegante reis door literatuur, geschiedenis en muziek maar ook langs revolutie, moord en verbanning.’ De Sunday Times vindt het boek ‘Een bijzondere kennismaking met een fascinerend deel van de wereld waar we opvallend weinig van weten.’

     

    De verdwenen piano's van Siberië
    Auteur: Sophy Roberts
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De grijzen

    Geheimzinnigheid, raadsels, dood, onbeantwoorde vragen, het zijn geliefde thema’s van Vincent Merjenberg. Zijn korte verhalen laten de lezer weifelend achter. Ook in zijn debuutroman De grijzen die 15 april verschijnt, vormen mysterie en de onmacht van het individu de hoofdmoot. Er is een grensstad, waar ‘hopelozen’ zich in buitenwijken voorbereiden op een gevaarlijke oversteek naar de ander kant van de grens. In de buitenwijken zijn ook de ‘vondsten’, lichamen van mannen, vrouwen en kinderen die rechtop in de aarde worden aangetroffen. In een appartement kijkt een oude man terug op de tijd dat hij pas in de stad woonde. Hij weet meer van de vondsten: ‘De herinneringen komen uit de diepte. Sinds de eerste vondsten werden gedaan en ik er voor het eerst over las – ondertussen alweer maanden geleden – worden ze scherper, pijnlijk scherp, en ze komen steeds vaker bovendrijven, of ik het nou wil of niet. Ik weet dat het komt door wat ik lees, doordat ik lees. Dat het daar in ieder geval mee begint. En toch volg ik de berichtgeving over de gruwelijkheden op de voet: de speculaties, de zogenaamde ooggetuigenverslagen, de beschuldigingen die steevast volgen op iedere nieuwe ontdekking.’

    De jonge journalist Lena lijkt steeds meer te weten te komen over betrokkenen, over het kwaad waartoe mensen in staat zijn. Maar juist als een antwoord op de vragen toch ver weg is, stuit Lena op een verdwenen schrijver en zijn verdwenen manuscript. Brengt dat haar dichter in de buurt van de oplossing van de raadselen?

     

     

    De grijzen
    Auteur: Vincent Merjenberg
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De hond die durfde te dromen

    Van de Zuid-Koreaanse schrijfster Sun-mi Hwang (1963) zijn in eigen land meer dan veertig boeken verschenen. Vanwege het sprookjesachtige karakter worden ze gelezen en gewaardeerd door zowel volwassenen als kinderen. In Nederland is nu De hond die durfde te dromen verschenen, het derde boek van Hwang in een Nederlandse vertaling.
    Hond Kroezel ligt niet goed bij andere honden omdat ze nogal temperamentvol is en een lange vacht heeft. Ze doet niet veel meer dan op de binnenplaats rondhangen en haar baas gezelschap houden. Toch droomt ze van een beter leven. Deze dromen geeft ze ook niet op als ze ’s winters ten prooi valt aan de donkerte. Daarvoorbij weet ze geluk, vriendschap, moederschap, maar dan moet ze wel de kansen die zich voordoen durven grijpen en de moed hebben om te zijn wie ze is.

    De hond die durfde te dromen gaat over fouten maken en daarvan leren, over de speciale band tussen mens en dier, over liefde en verlies, over vertrouwen hebben, kortom over levenswijsheid en troost.
    Van Sun-mi Hwang zijn Het huis met de kersenbloesem en De kip die dacht dat ze kon vliegen eerder in het Nederlands vertaald. Van het laatste boek is in Zuid-Korea een succesvolle animatiefilm gemaakt. De schrijfster is er erg geliefd en won met haar boeken vele prijzen.

     

    De hond die durfde te dromen
    Auteur: Sun-Mi Hwang
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 2 – 2021

    Shuggie Bain

    De Schotse auteur Douglas Stuart (1976) wilde als jongvolwassene graag Engelse literatuur studeren, maar een van zijn leraren raadde dat af omdat Stuart uit een ‘slecht milieu’ kwam. Daarom koos hij voor The Scottish College of Textiles en werd modeontwerper, waarna hij voor verschillende grote merken werkte. De liefde voor literatuur bleef sluimeren. In 2020 verscheen zijn debuutroman Shuggie Bain. Het boek werd een enorm succes en leverde zelfs hem de Booker Prize op.

    De hoofdpersoon in Shuggie Bain is Hugh, een jongen die opgroeit bij zijn alcoholistische moeder. Ze hebben een sterke band, maar haar verslaving wordt steeds erger. Wat is er belangrijker voor haar: haar zoon of de drank? Douglas Stuart baseerde dit boek op zijn eigen jeugd, zijn moeder overleed toen hij zestien was aan de gevolgen van jarenlang alcoholmisbruik.

    Shuggie Bain
    Auteur: Douglas Stuart
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    De vooravond

    Een ander boek dat gebaseerd is op ware gebeurtenissen, is De vooravond van Rashid Novaire (1979). Geïnspireerd door zijn familiegeschiedenis neemt Novaire de lezer mee naar 1939, wanneer Adolf Hitler alle Duitse dienstbodes oproept om terug te keren naar het vaderland. De jonge dienstbode Trude wil graag in Nederland blijven, maar dat kan alleen als ze binnen een maand trouwt. Gelukkig kan ze zich verloven met Johannes. Alles lijkt goed te komen, tot hij de bruiloft steeds langer uitstelt en jonge vrouwen ontmoet boven een café. Wanneer Trudes broer Rudi op bezoek komt, dreigt de bom te barsten. Novaire schreef meerdere romans, waaronder Zeg dat we niet thuis zijn, en werd tweemaal genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

    De vooravond
    Auteur: Rashid Novaire
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De vrouw in het maanlicht

    Uitgeverij Podium heeft besloten om het werk van Herman Pieter de Boer (1928-2014) opnieuw uit te geven. Daarom verschijnt zijn succesvolle verhalenbundel De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen uit 1973 weer. De Boer verhuisde in dat jaar van Amsterdam naar Giethoorn, een cultuurshock. Dat uitte zich in zijn werk: zijn verhalen zijn soms ongewoon, soms bedriegend simpel, met vaak een vleugje occultisme. De vervreemdende vertellingen, geschreven in glasheldere taal, worden al decennialang door een grote groep lezers gewaardeerd.

    De vrouw in het maanlicht
    Auteur: Herman Pieter de Boer
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Oogst week 51 – 2020

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special

    In de laatste Oogst van dit jaar een vers verschenen literair tijdschrift, een debuutroman, en een keuze van twee boeken uit de stapel boeken die de afgelopen maanden zijn binnengekomen.

    De vijfde papieren editie van Zuca-magazine is geheel gewijd aan de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Wat deze editie vooral wil laten zien is dat Pessoa niet alleen dichter was, maar ook was hij journalist, chroniqueur, verhalenschrijver, filosoof, polemist, reclameman, oprichter van tijdschriften, misdaadauteur, uitgever en groot briefschrijver. Veel schreef hij vanuit zijn zogenaamde heteroniemen, zoals de dichter Ricardo Reis. Waarover Yves van Kempen een mooi stuk schreef, ‘De dichter Ricardo Reis en zijn geestelijke vaders’. Waarmee hij natuurlijk Pessoa zelf bedoelt, maar ook Saramago die Ricardo Reis in zijn roman Het jaar van de dood van Ricardo Reis, vanuit Brazilië waarheen Pessoa hem had laten emigreren, laat terugkeren naar Portugal. En beste lezer, wees gewaar dat het hier dus een door Pessoa verzonnen persoonlijkheid betreft, die verder leefde nadat hij zelf overleden was.

    Van Abdelkader Benali een stuk over toen hij als jongeman Het boek der rusteloosheid begon te lezen, de vele streepjes die hij zette, tot pag. 30 van het boek, toen begon het ‘fladderen’ zoals hij schrijft. ‘Het oog werd ekster’ die de aansprekende stukken eruit pikt, ze verzamelt. ‘Snapshots. Dit boek leent zich daar goed voor.’ De korte en langere stukken tekst van Pessoa, die zoals het redactionele stuk vermeldt: ‘Er is een Pessoa voor iedereen!’ Maar het mooie is, dat deze special de verschillende delen van Pessoa naast elkaar laat zien, die soms aan elkaar passen maar nooit helemaal samenvallen met een en dezelfde persoon.

    De vertalingen zijn van de hand van Harrie Lemmens, met een enkel opgenomen stuk in vertaling van August Willemsen.

    In het middenkatern een keuze uit de eerder op de site van Zuca-magazine verschenen citaten van Pessoa die samengaan met een kleurenfoto van Ana Carvalho, die een beeld zo dichtbij haalt dat er een andere werkelijkheid ontstaat.

     

     

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special
    Auteur: Onder redactie van Ana Carvalho, Marylin Suy en Harrie Lemmens
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    De druppel

    Jan van Mersbergen is romanschrijver en een veelschrijver, en dat is positief bedoelt. Dagelijks schrijft hij een verhaal op zijn blog, of een stuk dat leest als een fragment uit een roman, hij is schrijfdocent en schrijft ook nog onder het pseudoniem van Frederik Baas thrillers.

    De druppel is zijn derde thriller en gaat over een burenruzie die nogal uit de hand loopt. Met de nogal obsessieve schrijver van een bestseller over opruimen, rust en regelmaat, Tom: een echte controlefreak. Schrijver Jan van Mersbergen is niet ver weg in deze thriller, hij zit in de schrijfstijl, in fragmenten als, ‘Als je een vaste baan hebt en iedere dag naar kantoor gaat dan weet je altijd hoe laat het is en welke dag het is. Zit je thuis met een stapel boeken op je tafeltje, en het werk is gedaan, dan maakt het niet uit welke dag het is.’

    En dan is er de mailwisseling met een schrijfdocent met de initialen J.M, en de cursist Gerard, die in het verhaal de bovenbuurman van Tom is. De druppel zit gewoon geweldig in elkaar, ingenieus geconstrueerd, en levert ook nog schrijftips op.

     

    De druppel
    Auteur: Frederik Baas
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Varkensribben

    Het prozadebuut Varkensribben van Amarylis De Gryse is een tragikomisch verhaal over een jonge vrouw die aan het begin van de roman in een auto leeft omdat haar jeugdliefde haar uit huis heeft gezet. Vanuit die auto vertrekt ze elke ochtend naar een verzorgingstehuis om haar ochtendshift te doen. Terug naar huis, naar haar moeder, blijkt geen optie. Als jongste van vier dochters, wordt het niet gewaardeerd dat haar relatie met de zoon van de slager verbroken is. Waarbij even gedacht wordt aan het prozadebuut van Tom Lanoye, Een slagerszoon met een brilletje. Waarbij met name de sfeer uit het leven van een middenstandsfamilie overeenkomsten vertoont.
    Varkensribben is opgebouwd uit herinneringen, mooi beschreven familietafereeltjes als uitstapjes naar het strand, het vieren van verjaardagen, de rolverdeling onderling.

    Maar meer nog is Varkensribben het verhaal van een jonge vrouw die zich in de steek gelaten voelt, haar eigen route moet gaan bepalen. Het verleden, herinneringen daaraan, spelen een belangrijke rol. Geschreven in prettig korte hoofdstukken, met gedetailleerde beschrijvingen van het menselijk ongemak.

    Varkensribben
    Auteur: Amarylis de Gryse
    Uitgeverij: Prometheus

    Treurzang voor een thuisland

    Ayad Akhtar(1971)  is een Amerikaanse toneel-, roman- en scenarioschrijver van Pakistaanse afkomst die in 2013 de Pulitzerprijs voor Drama ontving voor zijn toneelstuk ‘Disgraced’. Zijn romandebuut De hemelverdiener (2012) verscheen in meer dan twintig landen.

    Zijn nieuwe boek Treurzang voor een thuisland is een hybride roman waarin het politieke met het persoonlijke verhaal verweven is en leest als een aanklacht tegen Amerika. Het verhaal van een vader die cardioloog is, zijn zoon en de ‘Great American Dream’. Een droom die ook voor Ayad Ahkyar uitkwam, na jaren van geploeter werd hij beroemd en rijk. Toch hoort hij er nog steeds niet helemaal bij, omdat hij moslim is, kind van Pakistaanse ouders.

    Treurzang voor een thuisland  gaat over die Amerikaanse Droom, over schulden en drugsverslaving die talloze levens verwoesten, over een gierige reality-tv-persoonlijkheid die president is geworden en over hardwerkende immigranten die voortdurend in angst leven. Een boek dat we zouden moeten lezen.

    Treurzang voor een thuisland
    Auteur: Ayad Akhtar
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 38 – 2020

    Het hele leven

    Bart Moeyaert (1964) is een veelzijdig auteur. Hij debuteerde al op negentienjarige leeftijd met Duet met valse noten, dat in meerdere talen werd gepubliceerd. Naast vertalingen, gedichten en toneelstukken schrijft hij zowel jeugdboeken als romans. In 2019 won hij de Astrid Lindgren Memorial Award, ook wel bekend als de Nobelprijs voor Kinderliteratuur. Nu is Het hele leven verschenen, een bundeling van Moeyaerts eerdere cyclus De Schepping, Het Paradijs en De Hemel, geïllustreerd door Peter Van Den Ende. Deze cyclus is ontstaan uit een samenwerking tussen Moeyaert en het Nederlands Blazers Ensemble. Deze muzikaliteit komt terug in de poëtische taal en de illustraties maken het geheel compleet.

    Het hele leven
    Auteur: Bart Moeyaert, Illustraties Peter Van Den Ende
    Uitgeverij: Querido

    Op het eerste gezicht

    Lucy is een tweeënveertige vrouw uit een witte wijk. Ze ligt in scheiding en wordt verliefd op Joseph, die bij de slager werkt. Hij is twintig jaar jonger, een stuk armer en zwart. Hun relatie is niet makkelijk voor hun omgeving en er ontstaan nog meer grenzen wanneer blijkt dat het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de brexit. Dat is de inhoud van Op het eerste gezicht, de nieuwe roman van bestsellerauteur Nick Hornby (1959), vertaald door Nico Groen. Hornby won meerdere prijzen en verschillende van zijn boeken zijn verfilmd. De recentste adaptie is High Fidelity, te zien op de streamingdienst Hulu.

    Op het eerste gezicht
    Auteur: Nick Hornby
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Winterbijen

    De Duitse auteur Norbert Scheuer (1951) won in zijn taalgebied meerdere literaire prijzen. Voor het eerst is één van zijn romans in het Nederlands vertaald door Anne Folkertsma: Winterbijen, gebaseerd op een plaatselijke geschiedenis. Egidius Arimond, leraar Latijn, woont in de Eifel en wordt vanwege zijn epilepsie ontslagen. Als hobby houdt hij bijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog smokkelt hij Joodse vluchtelingen in bijenkisten over de grens met België. Tussendoor heeft hij een affaire met de echtgenote van een prominente nazi. In 1944 komt er nog een dreiging bij: Engelse en Amerikaanse bommenwerpers boven de Eifel. De situatie escaleert wanneer Egidius wordt opgepakt.

    Winterbijen
    Auteur: Norbert Scheuer
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 24 – 2020

    Een week of vier

    Een alleenstaande moeder woont in een stad die ze nog niet goed kent en raakt besmet met een dodelijk virus. Een ziekenhuisopname kan haar leven redden, maar haar baby moet dan achterblijven bij onbekenden die ze niet vertrouwt. Als ze niet gescheiden wil worden van haar baby, is er slechts één andere optie: vluchten. In de op het coronavirus geïnspireerde roman Een week of vier beschrijft Laura van der Haar (1982) de consequenties van de keuze die de moeder maakt.

    Laura van der Haar publiceerde eerder de dichtbundel Bodemdrang en de roman Het wolfsgetal. Ze is een winnaar van het Nederlands kampioenschap Poetry Slam en schrijft daarnaast voor onder meer De Speld en Vice.

    Een week of vier
    Auteur: Laura van der Haar
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Fantoomliefde

    Laura Freudenthaler (1984) wordt gezien als hét literaire talent van Oostenrijk. Ze schreef eerder een verhalenbundel en een roman, maar haar internationale doorbraak kwam pas na de publicatie van haar derde boek Fantoomliefde, naar het Nederlands vertaald door Jan Bert Kanon. In 2019 won ze met dit boek de EU Literatuurprijs.

    Fantoomliefde gaat over Anne, een pianiste die al twintig jaar samenwoont met Thomas. Wanneer ze een sabbatical neemt, gaat alles mis: piano spelen lukt niet meer en voor het boek dat ze wil schrijven krijgt ze geen letter op papier. Tot overmaat van de ramp is Thomas steeds vaker weg en Anne vermoedt dat hij vreemdgaat. Dit levert een intense roman op waarin de hoofdpersonen steeds verder van elkaar vervreemden.

    Fantoomliefde
    Auteur: Laura Freudenthaler
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Sempre Susan

    De Amerikaanse auteur Sigrid Nunez (1951) doceert creative writing aan de Boston University. Ze schreef verschillende romans en korte verhalen en won in 2018 een National Book Award voor haar roman De vriend.

    Op haar vijfentwintigste kreeg ze een baantje als typist voor de beroemde essayist Susan Sontag. Zo leerde ze Sontags zoon kennen, David Rieff, die nog bij zijn moeder woonde. Nunez kreeg een relatie met hem, trok bij hen in en Sontag werd haar grote voorbeeld.

    Sempre Susan, naar het Nederlands vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, bestaat uit herinneringen van Nunez aan deze periode. Het is een intiem verslag van de band tussen een beginnend schrijver en een groot intellectueel.

    Sempre Susan
    Auteur: Sigrid Nunez
    Uitgeverij: Atlas Contact