• Een ongrijpbaar, prachtig boek

    Een ongrijpbaar, prachtig boek

    Bij lezing van de nieuwe roman van de Pool Jakub Małecki, getiteld Saturnin, dringt zich bij tijd en wijle de indruk op dat er iets nét niet in de haak is, alsof een schilderijtje scheef hangt dat je maar niet recht kan krijgen. Dat unheimische gevoel wordt concreet als de verteller een buskaartje beschrijft dat heen (7 km) de reis korter voorstelt dan terug (9 km). Zo is het precies met dit boek, je weet dat er iets niet helemaal klopt, maar wat dat is, blijft lang onhelder. Toch slaagt Małecki er heel goed in de lezer mee te zuigen in een poging van de verteller(s) hun familieverleden te begrijpen. Saturnin is Małecki’s tweede in het Nederlands vertaalde boek, na het zeer positief ontvangen Roest.

    De plot van de roman is niet in een paar zinnen samen te vatten. De sfeer wel: die is voor een groot deel droomachtig. Dromen worden daadwerkelijk beschreven, maar andere delen lijken op verkenningen van de schrijver. De schrijver tast alternatieve werkelijkheden af in fantasievolle (dag)dromen; wat als een situatie anders was gelopen? Er is niet één waarheid, zo lijkt Małecki te stellen, zonder dat die vaststelling cliché aanvoelt. En door middel van zijn nawoord zet hij zijn eigen roman in wezen ook weer op z’n kop. Waardoor dat komt, moet maar even in het ongewisse blijven, om spoilers te voorkomen.

    Zijn ‘idiote naam’

    Małecki schrijft geestig en toegankelijk, waardoor het boek gemakkelijk leest. Toch is het dat niet; het snijdt heftige thematiek aan die de lezer niet onberoerd laat. Hoofdpersoon Saturnin, oud-gewichtheffer, wordt namelijk min of meer gedwongen zich in de, voor hem onbekende, heftige geschiedenis van zijn grootvader te verdiepen. Saturnin woont inmiddels in de grote stad en één van de grote vragen waar hij mee worstelt is waarom hij nou in vredesnaam zo’n ‘idiote naam’ heeft.

    Zijn opa, Tadeusz, een stugge man wiens verleden als militair in de Tweede Wereldoorlog voor Saturnin een raadsel is, blijkt opeens verdwenen. Halsoverkop rijdt hij naar Kwilno op het Poolse platteland, ten westen van Warschau, waar hij is opgegroeid. Daar woont zijn grootvader met zijn dochter, Saturnins moeder. Samen met zijn moeder gaat hij zijn opa zoeken. Hij blijkt vernoemd naar een dienstmaat van zijn grootvader, wat het startschot betekent voor een duik in het verleden.

    Małecki doet een reuzenstap terug in de tijd als het verleden van Tadeusz aan bod komt wanneer hij de (ogenschijnlijk gedroomde) avonturen van Tadeusz als militair in het Poolse leger tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog beschrijft. Het is dat onderdeel van het boek dat het meeste indruk maakt.

    Poppen

    De auteur laat zien hoe een oorlog voor een militair een onduidelijk en onbegrijpelijk fenomeen is. Ook Tadeusz lijkt zich te realiseren dat er iets niet klopt: ‘ik weet niet of dit zo hoort, of oorlog neerkomt op om iemand heen lopen, maar ik zeg niks, want ik hier geef ik de voorkeur aan, ik geef er de voorkeur aan om iemand heen te lopen dan dat ik ga vechten, dus zet ik zwijgend de ene stap na de andere, wel vind ik het een beetje stom: in uniform, en toch een lafaard. Dat is precies wat ik ben. (…) De hele tijd had ik schijnbaar gehoopt dat we zo zouden blijven marcheren en kruipen tot de oorlog voorbij was en we veilig naar huis konden terugkeren. (…) Overal soldaten, half bewusteloos, onder het bloed en de modder. Ze liggen als poppen verspreid over het gras en het mos. Ze slapen of kijken voor zich uit, alsof er niets meer is.’

    In die chaos komt Tadeusz terecht, raakt hij gewond en keert hij na zijn herstel terug de oorlog in. Zijn zus Irka bezweert dat hij niet zal sterven, maar dat, mocht het toch gebeuren, ze elkaar bij een vijver in de buurt zullen ontmoeten. Helaas blijft dat laatste bij een droom.

    Verzetsstrijder

    Daarna verwordt Saturnin tot een lappendeken van realiteit en fantasie. Tadeusz sneuvelt, maar hij vertelt verder: ‘Een paar boeren uit een naburig dorp begraven me tegelijk met anderen die aan de Bzura zijn gesneuveld, het graf is drie bij vijf meter, tamelijk ondiep en er passen veertien lichamen in. (…) Ik zal dus op mijn zij liggen en helemaal verdraaid, met mijn rechterarm onder mij (…) Mijn hoofd drukt in de rug van een magere Duitse soldaat. (…) Mijn ouders zullen mijn lichaam nooit te zien krijgen.’

    Daar blijft het niet bij. Hij staat plots weer op en verandert in een gevierd verzetsstrijder die menig Duitser ombrengt. Hij glijdt als een slang door de bossen richting zijn volgende slachtoffers en ziet zijn vriend Saturnin, die wat aan de corpulente kant is, bosjes Duitsers in één keer verzwelgen. Tadeusz wordt met andere woorden een held. Maar is hij het ook werkelijk? Zodoende verklaart Małecki langzaam maar zeker waarom Tadeusz op zijn oude dag verdwijnt.

    Al met al is Saturnin al een prachtig geschreven boek. Het droomachtige gevoel dat het bij de lezer oproept maakt dat wat er gebeurt ongrijpbaar – maar zijn dromen zelf dat niet per definitie? De roman maakt de lezer op haast pijnlijke wijze deelgenoot van het verdriet dat een oorlog aanricht binnen een familie. Een boodschap die nu, na 14 maanden oorlog in Oekraïne, alleen nog maar heviger resoneert.

     

     

     

  • Oogst week 27 – 2020

    De hel en andere bestemmingen

    Madeleine Albright (1937) werd in 1997 de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton. Ze was lid van de Nationale Veiligheidsraad en ambassadeur voor de VS bij de Verenigde Naties. De hel en andere bestemmingen zijn haar memoires van 2001-2019.

    Toen Albright in 2001 terugtrad als minister van Buitenlandse Zaken, werd haar gevraagd hoe zij herinnerd wilde worden. Haar antwoord: ‘Ik wil niet herinnerd worden, ik ben er nog steeds en ik wil dat elke fase van mijn leven spannender is dan de voorgaande.’

    Sinds die tijd houdt ze zich bezig met schrijven, lesgeven, reizen, lezingen geven, strijden voor democratie, opkomen voor vrouwen, campagne voeren voor politieke kandidaten en haar kleinkinderen. Ze is een strijder pur sang en met haar schrijven geeft ze een stem aan miljoenen mensen die respect verdienen, ongeacht hun gender, achtergrond of leeftijd.

    Volgens de uitgever is Madeleine Albright op haar best in dit boek: ‘openhartig, grappig, persoonlijk en serieus’.

    De hel en andere bestemmingen
    Auteur: Madeleine Albright
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De dagen

    Willem van Toorn (1935) heeft een lange staat van dienst als roman- en verhalenschrijver, dichter en essayist. Daarnaast schreef hij de biografie van Emanuel Querido, de grondlegger van Uitgeverij Querido. 

    Onlangs verscheen van hem de dichtbundel De dagen bij uitgeverij Querido. Een bundel met heldere gedichten die hun oorsprong vinden in alledaagse ervaringen en waarnemingen. Van Toorn woont een groot deel van het jaar in Midden-Frankrijk, de dagelijkse werkzaamheden daar – zoals houthakken voor de winter, omgang met eeuwenoud gereedschap, het overtrekken van kraanvogels, krijgen soms een plaats in zijn poëzie. Weer andere gedichten ontstaan uit confrontaties met de dood, zo is daar de aanwezigheid van een overleden vader, de herinneringen van Dora Diamant aan Franz Kafka, en het delven van een graf voor een kleine hond.

    Voor zijn poëzie ontving Willem van Toorn de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning 2000.

    In het juryrapport van die laatste prijs: ‘Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurend veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we niet zelf hebben gekozen. […] Dit is wat Van Toorn bezighoudt. De melancholie om het verval, de liefde voor het landschap, het ironisch geamuseerd zijn, het meegevoel, het verlangen om iets vast te houden in taal […] De taal overleeft.’ 

    De dagen
    Auteur: Willem van Toorn
    Uitgeverij: Querido

    Zeeangst

    Als jongetje van dertien was schrijver L.H. Wiener bijna verdronken, of zoals hij het zelf zegt, had hij, ‘het verdrinkingsproces zo goed als geheel ondergaan.’ Deze gebeurtenis heeft de zee tot zijn vijand gemaakt, die aldus bestreden moet worden. In zijn logboek Zeeangst doet Wiener daar verslag van. Wiener maakte als schipper met zijn vriendin en hun poes een zeiltocht langs de Engelse zuidkust en het eiland Wight.

    Naast een logboek is het ook een scheepsjournaal van een schrijver die een glas whisky brengt naar het graf van Malcolm Lowry, een saluut brengt aan Virginia Woolf. Inzake de poes die meevaart, spreekt de schrijver ook Paul Leéautaud nog aan.

    Achterin is een mooie lijst met zeilbegrippen opgenomen, zoals: ‘zeemijl – nautische afstandsaanduiding: 1.852 meter’. Dat maakt het meevaren als lezer inzichtelijker.

    Zeeangst
    Auteur: L.H. Wiener
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Een verhaal over kunstwerken, muziek en jeugdherinneringen

    Een verhaal over kunstwerken, muziek en jeugdherinneringen

    Straks komt het is de nieuwe roman van K. Schippers, meester van de associatieve vertelling. Hij heeft inmiddels al zoveel geschreven dat alle titels niet eens meer voorin een nieuw boek worden opgenomen. Schippers schrijft onder meer gedichten, essays, en kinderboeken. Het wordt nadrukkelijk een roman genoemd, maar is het dat wel. Je zou kunnen zeggen dat er kop noch staart aan dit boek zit, dat het van de hak op de tak springt. Maar dat is een ongewild negatieve benadering, want Schippers schrijft boeiend.

    Een roman gebaseerd op autobiografische elementen, geschiedenis, beeldende kunst, muziek, oorlog, toekomst en wat al niet meer. Het vertelt onder meer het verhaal van de liefde van Schippers voor de kunstschilder en publicist Kurt Schwitters (1887-1948), met wiens werk hij ooit kennismaakte in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij stond perplex en heeft zijn leven lang de liefde voor het werk van Schwitters behouden. Schippers: ‘Hij hief de grens op tussen de officiële kunsten en het leven van alledag. Als ik iets heb geprobeerd, is het om daarmee verbonden te blijven.’

    Liefde voor een kunstenaar

    Schippers beschrijft  zijn reis langs de plaatsen waar Schwitters woonde, wat er nog over is van zijn werk, met name van Merzbau, een kunstwerk dat volgens Schippers met niets te vergelijken is, een soort driedimensionale eigen wereld, gebouwd uit restjes: ‘bouwmateriaal, speelkaarten, lapjes stof, pleisters, letters uit een kinderdrukkerij’. Je kunt bijna zeggen: gebouwd zoals Schippers zijn boeken bouwt: uit losse eindjes, gevonden voorwerpen, losse aantekeningen, gedachten en ideeën.

    Zowel Schwitters als Schippers creëren iets wat uit een grabbelton lijkt te komen. Niets is minder waar: achter alles wat in zowel het kunstwerk van Schwitters als in dit boek wordt getoond en verteld zit een idee. Het is aan de kijker en lezer te ontdekken wat al die schijnbaar losse ideeën met elkaar te maken hebben; wat wil de kunstenaar dat de beschouwer mee krijgt?

    Muziek van Gershwin

    Naast alle  informatie over Schwitters,  zijn geschiedenis, het feit dat hij door nazi-Duitsland werd veracht, over zijn persoonlijk leven, over de achtergronden en filosofie van zijn kunst, krijgt de lezer ook nog even alles over de componist Gershwin mee. Schippers vindt dat de muziek van The American Songbook (jazz en lichte muziek) een soort filmscore is bij de kunst van o.a. Schwitters. Gershwin had dezelfde wijze van werken als Schwitters (en als Schippers): gebruik alles wat er is, plak het aan elkaar, leg het op elkaar.

    Als Schippers zo’n idee heeft, gaat hij er mee aan de haal en dus gaat hij naar New York om te zien waar Gershwin heeft gewoond en gecomponeerd. Boeiende vertellingen en levert veel historische feiten en citaten uit de Amerikaanse volksmuziek, van Gershwin, een stukje Strange Fruit van Billy Holliday op. En dat doet hij op dezelfde wijze als de beschrijving van alle indrukken die hij krijgt op de plaatsen waar Schwitters heeft gewoond en gewerkt: hoe is het licht, welke mensen lopen er in een appartementengebouw rond, is dit dezelfde lift waar Gershwin in gestaan heeft, hoe zit dat met zijn kinderen en zijn vrouw, en zo  maar door.

    Jeugdherinneringen

    Daar tussendoor loopt als een rode draad de jeugdherinneringen van de broertjes Schippers die vlak na de bevrijding de wereld opnieuw ontdekken: muziek, kunst en  alles wat ze op straat tegenkomen: etalages, moffenhoeren die worden kaalgeschoren, de eerste kauwgom en frisdrank. Verhalen die er uitzien als een stadswandeling. Waarbij de indrukken die bij Schippers via al zijn zintuigen binnenkomen een plek krijgen en daardoor belangrijk zijn. Schijnbaar onbelangrijke zaken (gevonden briefjes met een gedicht) krijgen een plaats. Zo ook de collages van Schwitters. En let vooral op de parallellen in het gebruik van al zijn zintuigen. De indrukken van vlak na de oorlog legt hij een op een op wat zijn zintuigen opvangen over het leven van Schwitters en Gershwin.

    Tijdens een bezoek aan een museum eind jaren veertig gaf Schippers’ moeder hem een goede raad: ‘Moeder zei dat je in een museum altijd bij iemand moet blijven, anders verdwaal je. “Zoek maar ‘ns iemand in een vol museum”, zei ze.’
    Zo’n boek is het dus: je verdwaalt in een vol boek, maar gelukkig blijft de auteur bij je. Of zoals Freek de Jonge een show opbouwt: zijwegen, bijzalen, achterdeuren, maar uiteindelijk altijd weer de uitgang.

    Gedachtesprongen

    De zintuigen van Schippers zijn de regisseur van al zijn associaties. Dat vergt van de lezer wel het een en ander om mee te kunnen  gaan met alle gedachtesprongen en heeft daarbij ook enige (cultuur) kennis nodig. Wat erop neerkomt dat je Schippers al gauw leest met Google bij de hand. Hup, daar komt weer een naam van een kunstwerk, een muziekstuk, een straat in een stad. Alles heeft betekenis dus ga maar zoeken wat het is. Gelukkig staan er ook diverse illustraties van Schippers zelf in zijn boek: foto’s, kunstwerken, waaronder een prachtige tekening die van hem en zijn broer is gemaakt vlak na de oorlog. Het geeft Schippers direct weer een reden om de tekenaar op te zoeken. Wat dan weer een prachtige dialoog oplevert.

    Ritmische taal

    Schippers is van huis uit dichter en dat is aan alles  te merken. Zijn taal is in proza gestolde poëzie: ritmisch, beeldend, vaak swingend, altijd spannend en origineel. Over de kinderlijke verwachting, de hoop op een leven waarin leuke dingen kunnen gebeuren. Dingen waarvan je  nog geen weet hebt maar toch nauwelijks op kunt wachten. Kleine kinderen hebben het altijd over later als ik groot ben, als ik sterk ben, later ‘als’. Schippers citeert hierin George Formby: ‘It’s in the air; this funny feeling everywhere’.

    In Straks komt het heeft alles met alles te maken en ziet Schippers verbanden, of legt ze zelf, tussen allerlei zaken die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. Hij schetst een wereld vol zaken die er op wachten ontdekt te worden. De schrijver heeft de kinderlijke blik en open mind die nodig is om alles onbevangen tegemoet te treden, wat hij volop doet in dit boek. Daarmee roept hij de lezer op de wereld ook zo te bezien. Laat je vooral meevoeren door dit geweldige boek.