• De vier vrouwen van Hemingway

    De vier vrouwen van Hemingway

    Hadley Richardson, Pauline ‘Fife’ Pfeiffer, Martha Gellhorn en Mary Welsh hebben in ieder geval één ding met elkaar gemeen: ze hebben allemaal, op een moment, de achternaam van Ernest Hemingway aangenomen.

    Hadley ontmoet Ernest in 1920 op een feestje. Ernest is eenentwintig, Hadley is negenentwintig. ‘Eenentwing pas? Vijfentwintig zou teleurstellend zijn geweest, maar eenentwintig is schandalig jong.’ Toch houdt dit Hadley niet tegen om hopeloos verliefd te worden op de knappe en jonge Ernest Hemingway. De hopeloze verliefdheid zal echter een paar jaar later omslaan in pure hopeloosheid wanneer ze haar man dreigt te verliezen aan haar beste vriendin Fife.

    Mevrouw Hemingway is opgedeeld in vier hoofdstukken. Eén hoofdstuk voor elke mevrouw Hemingway. De hoofdstukken zelf staan niet in chronologische volgorde, maar zijn opgedeeld in verschillende tijdsblokken. Dit heen en weer springen in de tijd geeft het boek een dynamisch karakter. Soms krijg je alvast een voorproefje van wat er nog staat te gebeuren en soms krijg je juist nog de aanvullende informatie die het verhaal compleet maakt.

    Het boek begint in Antibes in 1926. De familie Hemingway is op elkaar aangewezen in de villa van de Fitzgeralds tot de kinkhoest van zoon Bumby is genezen. Maar ze zijn daar niet alleen: ook minnares Fife is uitgenodigd op deze familievakantie. Er ontstaat een rare driehoeksverhouding tussen de vrouwen en Ernest. Hadley is er nog niet zo lang geleden achtergekomen dat haar beste vriendin Fife tevens de minnares van haar man is. Hadley heeft Ernest vriendelijk verzocht de ‘toestand’ tussen hem en Fife op te lossen, maar het is duidelijk dat hij hier niet al te veel moeite voor heeft gedaan.

    Hadley is zich bewust van het feit dat ze de strijd om haar man misschien niet zal winnen. Alles doen ze die zomer met zijn drieën: het ontbijt, het zwemmen, de avondborrel. En tijdens het bridgen vraagt Hadley zich af of ‘die vrouw’ het soms net met haar man heeft gedaan. Ze zijn die vakantie alle drie even ongelukkig, maar niemand wil de eerste zijn om de driehoek te verbreken.

    En zo houden ze deze voorstelling de hele zomer vol. Hadley voelt steeds meer dat Ernest zijn keuze eigenlijk al gemaakt heeft. Ze vertelt hem dat hij zijn spullen uit hun huis kan halen, maar dat hij pas met Fife mag trouwen als hij haar honderd dagen niet heeft gezien. Nog voor deze periode voorbij is, is het voor Hadley duidelijk dat het een verloren zaak is en geeft ze Ernest haar zegen om met Fife te trouwen.

    In het volgende hoofdstuk over Fife wordt al snel duidelijk dat Ernest het monogame leven nog steeds als een lastig iets beschouwd. Al vrij snel in het tweede hoofdstuk wordt de derde vrouw van Ernest geïntroduceerd. Fife bevindt zich nu weer in een soortgelijke driehoeksverhouding als eerst, maar nu is ze de vrouw van Ernest en verlangt ze terug naar de tijd dat ze nog zijn minnares was.

    In eerste instantie wordt Ernest omschreven als een knappe en charmante man. Hij is zelfverzekerd, kan makkelijk een praatje maken en hij hoeft er niet veel voor te doen om indruk te maken op de vrouwen. ‘…die kijken hem na als hij voorbijkomt en stoppen pas met kijken als hij uit het zicht is verdwenen.’ Zelfs mannen zijn van hem onder de indruk.

    Geleidelijk aan komen in het boek ook de mindere kanten van Ernest naar boven. Hij heeft zo zijn nukken: hij kan wispelturig, onbehouwen en soms ronduit gemeen zijn. Hij kan niet alleen zijn en ontmoet zijn volgende vrouw al voor hij goed en wel gescheiden is van de vorige. Maar misschien is zijn liefde voor drank nog wel groter dan zijn liefde voor vrouwen. Naarmate het boek vordert worden de ‘mixjes’ en martini’s steeds vroeger ingeschonken en neemt de hoeveelheid drank hiermee ook langzaam toe. Zijn depressies heeft hij onder controle als het schrijven goed gaat, maar ook schrijven wil op een gegeven moment niet meer lukken.

    Mevrouw Hemingway is een boek over liefde, emoties en onderlinge verhoudingen. Voor je aan het boek begint, weet je al dat Ernest vier vrouwen zal verslinden in zijn leven, maar Naomi Wood weet het zo te schrijven dat je toch wel heel benieuwd raakt naar hoe hij de ene vrouw zal verlaten om de volgende vrouw tot de zijne te maken. Ook weet ze goed de verschillende belevingswerelden van de vrouwen te verwoorden. Zo weet Martha, vrouw nummer drie, al vanaf het begin dat ze niet de laatste zal zijn in Ernests gastvrije bed, maar zij gaat hier compleet anders mee om dan Fife. Dat het boek ook nog heel lekker doorleest, is een bijkomend voordeel.


    Mevrouw Hemingway

    Auteur: Naomi Wood,
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido
    Aantal pagina’s: 272
    Prijs:  € 19,99

  • In memoriam Doeschka Meijsing (1947-2012)

    ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’

    Maandag 30 januari overleed de schrijfster Doeschka Meijsing op 64 jarige leeftijd. Mijn boekenkast als stille getuige dat ik haar kende; De hanen en andere verhalen, Robinson, Tijger, tijger!, De beproeving, Vuur en zijde, 100 % chemie en Over de liefde, stonden met hun ruggen, opeens lichtelijk verschrokken naar me toe. Alsof ze te lang vergeten stonden. Doeschka Meijsing, haar naam alleen al steeg uit boven andere schrijvers, die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig debuteerden. Robinson was het eerste boek dat ik van haar las en het was prachtig, terughoudend en bedacht maar tegelijkertijd vrij rebellerend.

    Doeschka Meijsing werd geboren onder de naam Maria Johanna Meijsing in Eindhoven op 21 oktober 1947 als tweede kind in een gezin van vier kinderen. Begin jaren vijftig verhuisde het gezin naar Haarlem. Ze vertrok naar Amsterdam toen ze Nederlands en literatuurwetenschap ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In die tijd schreef ze verhalen en gedichten en op 22 jarige leeftijd debuteerde ze in het literaire tijdschrift Podium. Na haar studie gaf ze van 1971 tot 1976 les aan het St. Ignatiusgymnasium en tot 1978 was ze wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. In 1978, ze had toen al drie boeken gepubliceerd, trad ze toe tot de redactie van de boekenbijlage van Vrij Nederland en in 1989 werd ze literatuurredacteur van opinieblad Elsevier.

    Ze schreef zo’n 20 boeken waaronder verhalen, romans, gedichten en essays. Met  haar jongere broer, Geerten Meijsing schreef ze in 2005 Moord & doodslag. Voor haar werk  ontving ze verschillende prijzen waaronder de Annie Romeinprijs in 1997 voor haar gehele oeuvre en in 2008 werd Over de liefde met meerdere prijzen bekroond: AKO Literatuurprijs, F. Bordewijkprijs en Opzij Literatuurprijs.
    Doeschka Meijsing schreef een aanzienlijk en respectabel oeuvre bij elkaar. Deze maand zou haar nieuwe verhalenbundel Het kauwgomkind uitkomen maar volgens uitgeverij Querido heeft ze het boek niet kunnen voltooien.

    In haar laatste boek, Over de liefde (2008), waarmee ze volgens sommigen pas echt doorbrak, (wee degene, die haar daarvoor niet kende), roept Meijsing dezelfde onherroepelijkheid op als in haar eerste roman Robinson. In Over de liefde begint Meijsing de derde alinea met: ‘Iemand had, buiten mijn weten, mijn leven overhoop geschopt en mijn toekomst aan diggelen.’ In die sfeer opende ze ook haar eerste roman (Robinson): ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’ De onomkeerbaarheid van het lot, al doe je nog zo je best, het neemt je altijd onverwacht te grazen. Haar personages zijn immer zoekende en worstelen met de werkelijkheid maar gingen er nooit aan onderdoor. Op 30 januari bepaalde het lot anders en overleed Doeschka Meijsing na een zware operatie. Een belangrijk schrijfster is heengegaan. Haar boeken blijven, fier rechtop in de boekenkast en hopelijk zullen veel van haar titels een herdruk beleven.

     

     

  • Derde deel in reeks over prangende kwesties zoals geen vlees eten

    Derde deel in reeks over prangende kwesties zoals geen vlees eten

    Recensie door DdH

    Vorig jaar is uitgeverij Querido begonnen met een pamflettenreeks. Dunne boekjes met een mening over prangende kwesties. Het eerste deeltje werd geschreven door Thomas Rosenboom, Denkend aan Holland, een eloquente aanklacht tegen de verwende houding van de Nederlander. Daarna volgde Dèsanne van Brederode met Modern dédain, een al minstens zo belangrijke aanklacht tegen de intellectuele nivellering in Nederland. Intellectualisme, vroeger een deugd, is nu een zonde, elitair en onzinnig.

    Hugo Brandt Corstius schreef het derde deel in de reeks, Eetgeenvlees. Dat is hij, de vegetariër Eetgeenvlees.

    Eetgeenvlees! Wat een genotbederver, wat een halfzachte idioot, wat een bijgelovige sukkel die zichzelf een idealist vindt, wat een zielige aandachttrekker, die geenvleesenookgeenvis-eter, die veganist, die get-ver-demde véé-géé-táriër, verdomd-Gehate-Tirannieke-Ariër. Liefst zou u hem ter plekke willen villen, centrifugeren, magnetroneren, met gloeiende jus overgieten, tamponneren, aan stukken snijden en opeten.

    Eetgeenvlees is geen welkome gast. Vegetarisme staat voor veel mensen nog altijd gelijk aan hysterische gelijkhebberij, een overblijfsel uit de jaren zeventig toen we nog dachten dat de maatschappij maakbaar was en de wereld verbeterbaar. Bovendien moet Eetgeenvlees zich altijd verantwoorden voor zijn niet-vleesetende gedrag. En dan krijg je het. De commentaren. Eetgeenvlees heeft de meest voorkomende keurig voor je op een rijtje gezet in zijn pamflet. Een kleine greep: ‘Hitler was een vegetariër’, ‘Ik zie dat je leren schoenen draagt’, ‘Eet je wél eieren?’, ‘En, zijn de dieren je dankbaar?’, ‘Ik zou ook niet graag een varken killen, kelen en uitbenen, maar er bestaan zoveel nare karweitjes waar je iemand voor kan inhuren’.
    Eetgeenvlees stelt terecht dat het verschil tussen de vleeseter en Eetgeenvlees is dat de vleeseter zich aangevallen voelt door Eetgeenvlees. En dat terwijl Eetgeenvlees geen Jehova-achtige praktijken voorstaat met zijn niet-vleeseten. Hij eet gewoon geen vlees. Maar jij als vleeseter wéét: hij heeft gelijk. Zelfs al weet je niet precies wat dat gelijk is, of wil je het niet weten, je laat je een schuldgevoel bezorgen door Eetgeenvlees, je voelt je eigenlijk een beetje weggezet door Eetgeenvlees. Want eigenlijk heeft de vleeseter niet meer argumenten tot zijn beschikking dan de roker, namelijk: ja maar, het is zo lekker. Veel mensen brabbelen dan ook nog iets over vitamine B12, en dat dat alleen in vlees zit, maar tegenwoordig zit alles ook in een potje en bovendien heb ik nog nooit iets gelezen over een vegetariër die door een gebrek aan vitamine B12 was overleden.
    Het genotspunt is duidelijk, vlees kan heel lekker zijn, maar de vraag waar het om draait is: mag je een dier vermoorden alleen maar om hem op te kunnen eten. Het antwoord moet ja zijn, want anders zou het niet op zo’n enorme schaal gebeuren, maar het antwoord kan eenvoudigweg niet ja zijn. Want er schuit iets gruwelijk hypocriets in de manier hoe wij met onze dieren omgaan. Martel het paard op de kinderboerderij en je krijgt een celstraf en als het echt nodig lijkt, TBS. Terecht, roepen we. Wie echter aan de lopende band kippen en koeien dag in, dag uit, martelt en vervolgens vermoordt krijgt daarvoor een salaris. Zo stelt Eetgeenvlees het, en verdomd, hij heeft gelijk, maar dat willen we dus niet weten. Hij maakt het nog bonter ook bovendien, hij durft het eens te zijn met de moeder van J.M. Coetzee die in Dierenleven in een door haar gehouden lezing een parellel trekt tussen de wijze waarop wij met dieren omgaan en de Holocaust. Tut-tut denk je in eerste instantie, maar Eetgeenvlees schrijft dit:
    Zij die tegen de vergelijking protesteren lijken te willen zeggen: ‘Een tijdelijke, incidentele moordpartij met zes miljoen slachtoffers is erger dan een eeuwenlange, conventionele moordpartij met zes miljard slachtoffers.’ Ik ben het daar niet mee eens.
    Rest natuurlijk de vraag: kun je het moorden van een dier, zonder ziel en bewustzijn, gelijkstellen aan dat van de mens. Die vraagt beantwoordt Eetgeenvlees niet, maar verder biedt zijn pamflet alle reden tot ernstig nadenken over ons gedachteloos vleeseten.