• Oogst week 41 (2018)

    Laatste plicht

    In 1996 verscheen de eerste aflevering van Feuilletons, het tijdschrift dat Jeroen Brouwers reserveerde voor alleen maar eigen bijdragen, die vele vormen aannamen: verhalen, herinneringen, dagboekaantekeningen, schrijversportretten, polemieken, brieven, essays en overpeinzingen. Feuilletons is niet alleen qua inhoud, maar ook qua toon een staalkaart van Brouwers’ kunnen en kijk op de literaire wereld.

    Deze week verscheen de tiende en tevens laatste aflevering: Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest. Hans Roest (1917 – 2006) was chef van de lectuurredactie van een uitgeverij van familiebladen toen Jeroen Brouwers hem in 1962 leerde kennen. Hij had al gauw in de gaten dat Brouwers zich beter op zijn eigen werk kon richten dan in opdracht van ‘de Geepee’ – de Geillustreerde Pers – jeugdidolen en andere BN’ers te interviewen. Dankzij zijn connecties bezorgde hij Brouwers niet alleen een uitgever, maar ook een baantje als dat hem in staat stelde te schrijven, waardoor hij ‘niet meer naar Ria Valk, Rob de Nijs, Mieke Telkamp of een andere coryfee uit door spotlights beschenen werelden’ hoefde om ze te ondervragen.

    Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest is een eerbetoon, al plaatst Jeroen Brouwers ook kritische kanttekeningen, aan de man die zijn chef en mentor, en in zekere zin ook zijn mecenas was. ‘Ik heb veel aan hem te danken, veel van hem geleerd’, schrijft Jeroen Brouwers in Laatste plicht.
    Roest die zelf ook wel eens dichtte, onderhield contacten en correspondeerde met schrijvers van naam, collectioneerde hun werk en hengelde handtekeningen en opdrachten binnen.

    Zoals Hans Roest aan het eind van zijn leven grote schoonmaak hield en alleen de hem dierbaarste schrijvers onderdak bleef bieden (waaronder heel veel Jeroen Brouwers), zo ruimt Brouwers met zijn herinneringen aan Meneer Roest in zekere zin ook op. Laatste plicht moest hij nog schrijven. Zoals hij het ook ooit zijn plicht vond om de biografie van Hélène Swarth te schrijven, die Hans Roest ondanks al zijn goede voornemens – en de toezegging aan de dichteres – niet in op papier bleek te krijgen.

    Roest gaf zelf tijdens zijn leven nauwelijks iets over zichzelf prijs, Brouwers schreef een liefdevol portret waarin hij zonder zichzelf op de voorgrond te dringen ook een belangrijke plaats voor zichzelf heeft ingeruimd.

    Een dag voor Laatste plicht: terugdenken aan Hans Roest verscheen Feuilletons: een selectie waarin een dwarsdoorsnede staat van wat Jeroen Brouwers sinds 1996 in zijn eigen tijdschrift schreef. Waarbij aangetekend moet worden dat stukken die al eerder in boekvorm werden herdrukt ontbreken.

    Laatste plicht
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    De rechtvaardigen

    ‘Ik kon geen Baltische ziel van hem maken’, zei Jan Brokken tijdens de presentatie van zijn boek De rechtvaardigen: hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde. Honorair consul Jan Zwartendijk – zijn geld verdiende hij bij Philips – woonde maar drie jaar in Litouwen, niet lang genoeg om het opnemen van zijn verhaal in Baltische zielen te rechtvaardigen.
    En dat is achteraf maar goed ook want het verhaal over Zwartendijk en de andere rechtvaardigen die samen een groot aantal – hoeveel precies is niet duidelijk – joden via een ‘Curaçaovisum’ Litouwen uit wisten de loodsen zou niet in dat boek gepast hebben.

    Jan Brokken reconstrueert minutieus hoe het idee voor het ‘Curaçaovisum’ ontstond, wie er bij betrokken waren en wat hun beweegredenen waren. Daarnaast ging hij op zoek naar mensen die hun leven te danken hebben aan deze ontsnappingsclausule. Hun verhalen en ervaringen bedt hij in in het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, dat in grote lijnen als bekend verondersteld mag worden, maar door het inzoomen op de details opnieuw zeggingskracht krijgt.

    Jan Zwartendijk – ‘de engel van Curaçao’ – stierf in 1976 zonder te weten of hij de duizenden joden ook werkelijk een dienst bewezen had (hij vreesde dat zij hun dood tegemoet vluchtten). Onderzoek naar het effect van zijn daden bleef lang uit, hoewel zijn familie daar bij diverse instanties op aandrong. Uiteindelijk bleek dat 95 procent van de mensen die hij van een visum voorzag de oorlog overleefde. In plaats van een onderscheiding kreeg Jan Zwartendijk een reprimande: hij had zich niet aan de consulaire regels gehouden (inmiddels zijn daar Kamervragen over gesteld).

    Jan Brokken vertrouwde niet blind op bestaand onderzoek, maar spitte verder. Met hulp van velen, waaronder de zoon en dochter van Jan Zwartendijk. Rangschikte de feiten en componeerde vervolgens een complex verhaal, dat recht doet aan alle betrokkenen. De rechtvaardigen is een eerbetoon, zoals ook het monument in Kaunas voor Jan Zwartendijk en elk steentje op het familiegraf in Hillegersberg een eerbetoon is.

    En het boek gaat niet alleen over Jan Zwartendijk.

    De rechtvaardigen
    Auteur: Jan Brokken
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    80 jaar oorlog

    Al direct na de eerste aflevering oogstte de televisieserie 80 jaar oorlog veel lof. De makers hebben er alles aan gedaan om de Tachtigjarige Oorlog tot de verbeelding te laten spreken. Feiten worden in verhalen gegoten en er wordt ingezoomd op getuigenissen van mensen van vlees en bloed.
    Ook in het bijbehorende boek met dezelfde titel wordt dat concept in rood, wit en blauw gevolgd. Historicus Gijs van der Ham die verantwoordelijk is voor de tentoonstelling in het Rijksmuseum beschrijft het verloop van de oorlog (het rode katern). Tekstschrijver Marchien den Hertog – historicus van opleiding – en  tekent ‘kleine’ verhalen op die duidelijk maken hoe groot de invloed op het dagelijks leven van degenen die de oorlog voerden en ondergingen was (wit), en Judith Pollman, Peter Vandermeersch en Stephanie Archangel laten zien dat de oorlog die van 1568 tot 1648 duurde sporen heeft nagelaten in het hedendaagse Nederland (blauw).

    80 jaar oorlog is een rijk geïllustreerd – documenten, schilderijen, voorwerpen en stills uit de serie – boek, dat geen concessies doet. Het is een grondige reconstructie van een oorlog die de meeste Nederlanders alleen nog van naam kennen. Er worden heikele kwesties in aangesneden die nu net zo in het geding zijn als toen, zoals tolerantie, godsdienstvrijheid en identiteit.

    Als in het Rijksmuseum de tentoonstelling 80 jaar oorlog: de geboorte van een land na 20 januari 2019 plaatsgemaakt heeft voor een volgende en de televisieserie alleen nog via Uitzending Gemist bekeken kan worden, kan het boek heel goed zonder die referentiekaders geraadpleegd en/of gelezen worden.

    80 jaar oorlog
    Auteur: Gijs van der Ham ; Judith Pollmann ; Peter Vandermeersch
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)
  • ‘We moeten ons verhaal nog doen’

    ‘We moeten ons verhaal nog doen’

    In 1977 schiep Jan Wolkers het Auschwitzmonument , ook bekend als het Spiegelmonument.  Naar eigen zeggen een onmogelijke taak, omdat je nooit een misdaad kunt gedenken ‘waarvan je het gevoel hebt dat die nog niet uitgewist zal zijn als onze planeet over twee of tweeduizend eeuwen in het heelal zal zijn opgelost’.

    Om het onmogelijke toch te realiseren plaatste Wolkers gebroken spiegels bovenop een urn met as van Joodse slachtoffers van de Nazigruwelen. Om zo te laten zien dat de wereld sindsdien voor altijd anders is. Of, zoals Wolkers het zelf zegt: ‘Voorgoed kan op deze plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld worden.’

    Hetzelfde gevoel krijg je bij het lezen van De laatste getuigen: kinderen in de Tweede Wereldoorlog van Svetlana Alexijevitsj, een literaire variant op Wolkers’ Spiegelmonument, waarbij het ruwe, willekeurige mozaïek van glazen scherven is vervangen door honderdeneen kindergetuigenissen. Stuk voor stuk verhalen die de gruwelen van de oorlog genadeloos weerspiegelen en je naar de strot grijpen. Verhalen die je tot in je haarvaten voelt, tot in de uiterste synapsen van je zenuwen, tot in je diepste innerlijk, op een manier die je niet voor mogelijk hield. Alsof je er zelf bij bent geweest en zelf beleefde wat die kinderen meemaakten. Het onbeschrijfelijke en onnoembare. Wat is gebeurd.

    Zoals de herinnering van de vierjarige Polja Pasjkevits die zag hoe haar moeder voor haar ogen werd doodgeschoten. ‘Toen ze viel ging haar jas open. Die werd helemaal rood, en ook de sneeuw om mama heen.’ Of de zesjarige Zjenja Belkevitsj die zich herinnert hoe een vliegtuig overvloog en haar moeder daarna met gespreide armen langs de weg lag. ‘We vroegen haar op te staan maar dat deed ze niet. Ze kwam niet overeind. Toen hebben soldaten haar in een lap zeildoek bewikkeld en ter plaatse in het zand begraven. We schreeuwden en smeekten: “Gooi mama’s kuil niet dicht. Als ze wakker wordt lopen we verder.” ’

    Het zijn verhalen waar je dood- en doodstil van wordt. Herinnering na herinnering. Honderdeneen tekende de Wit-Russische onderzoeksjournalist Alexijevits er tussen 1978 en 2004 op, van oorlogsslachtoffers die tijdens de oorlog tussen de nul en vijftien jaar oud waren. Slachtoffers die zich herinnerden hoe de Duitsers Wit-Rusland binnen vielen en er huishielden. Die zich herinnerden hoe het voelt als je moeder voor je ogen wordt doodgeschoten. Of wat honger, ontreddering en ontmenselijking in een getto met je doet.

    Het maakt De laatste getuigen geen plezierige leeskost, maar wel een noodzakelijke. Omdat vergeten nog erger zou zijn dan de herinnering. Met haar boek biedt Alexijevits lezers de kans zich in te leven in die herinneringen. Waarbij het de kracht van deze winnares van de Nobelprijs voor Literatuur (2015) is dat ze die herinneringen documenteert zonder er zelf tussen te komen. Door de kinderen van toen aan het woord te laten. Omdat zij de laatsten zijn die de dingen hebben meegemaakt die verteld moeten worden. Toen het nog kon.

    ‘Wij zijn de laatste getuigen. Ons tijdperk loopt ten einde. We moeten ons verhaal nog doen…’