• Lessen van een knorrige oude man

    Lessen van een knorrige oude man

    Ze bestaan ook in Finland, de oude knarren die handelen en denken zoals ze dat in hun jeugd hebben geleerd en die nooit voldoende redenen hebben gezien om daarvan af te wijken.
    En waarom zouden ze geen gelijk kunnen hebben?
    Dat is zo ongeveer het thema van Vroeger was alles beter van de Finse schrijver Tuomas Kyrö.
    Zijn ruim 80-jarige hoofdpersoon vindt dat de wereld sinds ongeveer 1954 er alleen maar op achteruit gegaan is en tegenwoordig vooral geregeerd wordt door lawaaischoppers.
    Niet dat hij zich daar iets van aantrekt, want hij is een weldenkend mens. Waarvan er heel veel bestaan, meent hij te weten.

     ‘Je vindt ons in Iran, in Noord-Korea, Rusland, Lahti, Oulainen, Opper-Volta en Congo. We staan gewoon niet vooraan te schreeuwen voor een televisie-camera. (…) Weldenkende mensen zitten op de achtergrond koffie te drinken (…) en vragen zich af waarom de rest van de wereld zo’n herrie maakt.

    Aan het uiten van gevoelens doet hij niet, zelfmedelijden kent hij niet. Hij leeft van dag tot dag, netjes en bedaard, zoals het hoort. Zijn voornaamste bezigheid is het dagelijkse bezoek aan de dementerende ‘Moeder de Vrouw’, die een goed mens was en hem en de zoon altijd voorzag van nette kleren en stevig voedsel. In zijn bejaarde ‘Voort Escoort’ naar haar verblijfplaats rijdend kijkt hij naar de veranderende wereld om hem heen met misprijzen en hoofdschuddend.
    Zijn zoon, die hem geregeld bezoekt, hanteert het ‘zeg maar’-idioom en de oude baas kijkt naar hem met een mengeling van ergernis en vaderliefde. De vrouw met wie de zoon getrouwd is, zeg maar de schoondochter, is duidelijk een gevaar voor zijn gemoedsrust, iemand met stellige opvattingen. Die heeft hij zelf al méér dan genoeg, daar hoeft niets aan toegevoegd.
    Kortom een Clint Eastwood, maar dan uit Finland.

    Leven zonder ironie
    Als hij bezig is zijn testament annex necrologie op te stellen, een stuk waarin hij ook zijn opvattingen zal vastleggen, leest hij zijn zoon er een stukje uit voor.

    ‘Ik vroeg aan mijn zoon hoe het tot nu toe klonk. (…) Mijn zoon vond dat de tekst een sterke zuigkracht had. Ik wist niet of hij het meende of dat hij die aangeboren afwijking heeft die kenmerkend is voor zijn generatie, namelijk ironie, een woord dat ik in het leenwoordenboek heb opgezocht. Toen ik jong was, was ironie nog niet eens uitgevonden. Je zei wat je bedoelde en anders hield je je mond. Over lastige kwestie werd in stilte nagedacht, of ze bleven de rest van je leven binnen in je sudderen. Natuurlijk komt er ooit schimmel op te staan in je hoofd, maar dat hoort bij het leven, al kun je schimmel beter niet in je huis hebben. ‘

    Terwijl hij – houtbewerker van beroep – bezig is zijn eigen doodskist te maken (zonde om daar geld aan uit te geven) krijgt hij een ongelukje en komt terecht in het ziekenhuis in Helsinki.
    Als hij daar uit zijn bewusteloosheid wakker wordt maar dat voorzichtigheidshalve nog niet laat merken hoort hij hoe zijn zoon en schoondochter kibbelen over het invullen van een formulier waarin de patiënt zo goed mogelijk omschreven moet worden.

     ‘Vader is niet wat je noemt een traditionele grootvader, zeg maar…’ mijmerde mijn zoon.
    ‘Niet?’ reageerde mijn schoondochter meteen.‘Niet traditioneel? Hervormingsgezind dus? Modern? Ik zou eerder zeggen: een patriarch.’

    Ommekeer – een beetje
    Maar in het ziekenhuis verandert er iets in de oude baas. Noodgedwongen moet hij nu omgaan met andere patiënten en maakt kennis met wat hij noemt ’de beschaafde nozem’.
    Die bezorgt hem een schoottelevisie waar de lezer na enig denken een tablet in herkent. Het bezorgt hem de mogelijkheid om via Skype moeder de vrouw te zien en zijn zoon te instrueren over de wijze waarop zij gevoed moet worden. En al vegend over het scherm opent zich een nieuwe wereld voor hem met nieuws en documentaires en beelden van vreemde landen. Televisie kende hij, maar dit is stukken beter! De nieuwe techniek heeft toch iets goeds opgeleverd, moet hij constateren.
    Maar zijn behoefte om zijn eigen weg te blijven gaan is onverminderd en als zijn zoon en schoondochter hem met zachte aandrang in een verzorgingstehuis willen loodsen, zet hij hen voor een grote verrassing.

    Schrijver Tuomas Kyrö staat in Finland bekend als satiricus en maatschappij-criticus. Die kritiek laten verwoorden door een 80-jarige stijfkop en mensenhater lijkt niet de beste manier om je gelijk te krijgen. Maar het heeft wel geleid tot een amusant en bij wijlen hilarisch verslag van het leven van een voortploeterende oude baas.

     

  • Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

    Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

    Liefhebbers van gitzwarte humor kunnen zich in de handen wrijven met Haas & bedelaar, de onlangs in vertaling verschenen Finse bestseller van Tuomas Kyrö (1974). Een sterk staaltje maatschappijkritiek opgetekend in een droogkomisch avontuur dat zich het best laat typeren als een bijzondere mix van schelmenverhaal, road trip en modern sprookje. Maar bovenal is het een satire. Geen pagina gaat voorbij of de Finse samenleving wordt op de korrel genomen. Bij tijd en wijle vliegt Kyrö met zijn provocerende statements uit de bocht, maar door de bank genomen heeft hij met Haas & bedelaar een uiterst vermakelijk – en tot nadenken stemmend – boek afgeleverd.

    ‘Uiteraard zouden er alternatieven zijn geweest; onze hoofdpersoon had auto’s kunnen gaan stelen, koperen telefoonkabels kunnen verzamelen of zijn nieren kunnen verkopen. Maar van alle slechte opties was die van Jegor Koegar de beste. Het garandeerde hem een arbeidsovereenkomst van een jaar, vervoer naar de werkplek en ook opdrachten voor zijn zus, met als bonus nieuwe tanden en borstimplantaten.’ De openingsalinea van de roman. Welkom in het met ironie doorspekte rijk van Haas & bedelaar.  

    Vatanescu – een bescheiden, naïeve goedzak zonder angsten en ambities – heeft slechts één grote wens: voetbalschoenen voor zijn zoon. Geen eenvoudige opgave in uitzichtloos Roemenië waar God van de aardbol lijkt verdwenen en geen cent te verdienen valt. Vastberaden als hij is, laat Vatanescu zich door mensenhandelaar Jegor Koegar naar Finland sluizen om daar als bedelaar aan de slag te gaan. Geld bij elkaar sprokkelen, het gedroomde schoeisel scoren en hup terug naar huis om zoonlief te verblijden. Dat is het idee. Fantastisch plan, ware het niet dat alles in werkelijkheid toch net even anders verloopt …

    Alras ontpopt mensenhandelaar Jegor zich als agressieve, zelfzuchtige schurk en ook het  bedelaarschap – ‘mondhoeken naar het zuiden, van je smoel naar je reet’ – blijkt één grote fysieke en financiële martelgang, een hypocriete bende. Time to wake up, Vatanescu, time to break free! Op listige wijze weet Vatanescu zich uit handen van de bruut te werken om in vrijheid zijn missie te vervolgen. Lang blijft hij niet alleen. Onderweg redt hij een haas die eigenlijk een konijntje is (een vette knipoog naar de fabel ‘Haas’ van Kyrö’s grote voorbeeld Arto Paasilinna, overigens niet de enige verwijzing naar zijn held in dit boek). Het blijkt de ideale reisgenoot, dit fabelachtig wezen met bovennatuurlijke krachten dat op onvoorziene momenten in de meest bizarre situaties precies het juiste weet te doen.

    In tien hoofdstukken, alle voorzien van uitvoerige titels -‘hoofdstuk 5: waarin Vatanescu de eerste klasse wil binnengaan, een babbeltje maakt en een Volvo onder zijn kont krijgt’ -, beschrijft Kyrö in ongepolijste rauwe taal en met moordend tempo op onnavolgbare, droogkomische wijze de strijd die Vatanescu – met haas in zijn kielzog – levert om het lot te bestieren. Met zowel de internationale misdaad als politie op de hielen, de spotlights van de media in het gezicht, de talrijke obstakels en zonderlinge mensen op de weg een ware Odyssee door het Finse ongewisse. ‘Ja zoon, Papa regelt voetbalschoenen voor jou.’ Nou en of!

    Uitgekauwde materie, denk je nu wellicht, de Odyssee van de underdog die huis en haard heeft verlaten. Hoe cliché. Mis! In deze roman gaat het in essentie helemaal niet om de bevrijding van de zichzelf en geluk zoekende antiheld maar wordt onder het mom van avontuur en zege stevig politiek bedreven. Of het nu gaat om de armen & de rijken, de sterken & de zwakken, arbeid & kapitaal, liefdadigheid & hebzucht, natuur & milieu, vrijheid & onderdrukking, onbekendheid & beroemdheid, natuur & technologie, autochtoon & allochtoon: Kyrö zet ze stuk voor stuk op de maatschappelijke kaart. Elk item wordt met verve geserveerd en rijkelijk voorzien van een zwart – of geschift – sausje. Tel daar het meervoudig gekozen vertelperspectief, de fabelachtige reisgenoot en het spel met understatements bij op en de clichégedachte kan overboord. Kyrö’s Haas & bedelaar is zonder twijfel originele kost.

    Hoewel ontvlucht, blijft schurk Jegor het hele boek volop in beeld. De bruut krijgt zowaar een eigen stem – fonetisch plat jargon – tussen Vatanescu’s bedrijven door als dagboekfragmenten opgetekend. Het zijn vooral zijn woede en frustratie die worden neergepoot. Daar waar het leven van Vatanescu zich in opwaartse richting beweegt, lijkt Jegor steeds dieper in ellende weg te zinken. Allerminst toevallig is dat met het stijgen van Vatanescu’s roem Jegors toon almaar grimmiger wordt: ‘Godverdegodverdegodverdekut!!! Een mythe? Halloo! Zo’n Vatanescu heb net zo weinig met ’n mythe van doen as de handzeep van de Lidl.’. Vatanescu zelf ontbreekt het aan dialoog, wel worden in cursief zijn gedachten en gevoelens met regelmaat verwoord, waardoor zijn innerlijk extra body krijgt. Ergens halverwege wordt ook nog een alwetende verteller geïntroduceerd, maar díe had Kyrö beter thuis kunnen laten. Het verhaal heeft deze metadimensie helemaal niet nodig. Het helikoptergeluid werkt eerder storend dan dat het iets toevoegt.

    Ontroerend mooi is de kinderlijk lief beschreven verwantschap tussen haas en bedelaar die in schril contrast staat met de doorgaans zo rauw beschreven wereld: ‘Een stapje. Nog een stapje. Loop maar achter me aan, loop zoals ik het doe. Voorzichtig, maar met blind vertrouwen in iets. Er is alleen dit moment. We herinneren ons gisteren niet, weten niets over morgen.’ Om even later onder de sterrenhemel samen in slaap te vallen ‘op een bed van mos, tevreden met zichzelf, hun daden en de hen omringende werkelijkheid.’ Ook relaties weet Kyrö schitterend te typeren: ‘Wanneer Harri Pykström zijn vrouw een godvergeten gehaktbal noemde, was mevrouw Pykström de enige die de onderlinge betekenis van de woorden kende. Liefste, mijn waardevolste. Kom mee het bed verwarmen.’ 

    Terug in de realiteit, na het dichtslaan van Haas & bedelaar, rijst de vraag of Kyrö zichzelf met dit boek heeft willen troosten. Achter het satirisch pantser gaat voelbaar een enorme  woede schuil: de kapitalistische samenleving, de groeiende economische ongelijkheid, de individualisering, het gebrek aan medemenselijkheid, het privacy-schendende internet… Kreeg de schrijver zijn morele verontwaardiging niet meer weggeslikt dus serveerde hij die aan ons? Een smaakvol doch bitter gelag. Het zou niet verbazen als Piketty op zijn nachtkastje prijkt.

    Achtergrond

    ‘Voor de lezers van Arto Paasilinna’ stelt de rode sticker op de kaft van Haas & bedelaar. Een aanbeveling van betekenis! Zo blijkt het boek niet alleen te zijn opgedragen aan Kyrö’s  grote voorbeeld en landgenoot Paasilinna maar zelfs in navolging van diens Haas (1975) te zijn bedacht en opgetekend. Deze in Finland bejubelde en veelgeprezen auteur heeft ruim veertig werken – in 45 talen vertaald, enkele zelfs verfilmd – op zijn naam staan, waarvan Haas (vertaling 1995) en De zelfmoordclub (1990, vertaling 2004) in Nederland het meest bekend zijn.

    Kyrö zelf mag als schrijver ook niet klagen. In Finland worden zijn boeken stuk voor stuk bestsellers en is hij welbeschouwd één van de interessantste auteurs van zijn generatie. In 2005 won hij de De Kalevi Jäntti-prijs, een literatuurprijs die jaarlijks aan veelbelovende jonge schrijvers wordt toegekend en voor zijn belangrijke bijdrage aan de Finse literatuur ontving hij in 2011 een medaille. Naast zijn schrijverschap timmert Kyrö ook als cartoonist aardig aan de weg.

     

  • Oogst week 41

    Door Ingrid van der graaf

    Gustaaf Peek is een schrijver die je steeds nieuwsgierig maakt naar zijn volgende boek. Na vier jaar komt hij eindelijk met een nieuwe roman, Godin held. Na zijn laatste roman, Ik was Amerika ( waarvoor hij de BNG Literatuurprijs ontving), bleef het vier jaar stil. Maar nu is er dan Godin held, een roman over een stel dat sinds hun schooltijd verliefd op elkaar is maar niet met elkaar leeft. Ze leven jarenlang van geheime ontmoetingen in hotelkamers. Een romance, of ook wel: een bevlieging, een affaire of een obsessie genoemd. Volgens de uitgever het ‘onverhulde verhaal, verteld van einde tot begin. Wat natuurlijk een mooi perspectief biedt, vertellen van einde tot begin. Uit zijn vorige romans is gebleken dat Peek zich goed kan inleven in zeer uiteenlopende personages. Een recensie over dit boek volgt binnenkort. Godin held werd uitgegeven bij Querido, 274 blz., prijs €19,99.

    Dichter en prozaschrijver 9200000028425277Jacob Groot publiceerde dertien dichtbundels en drie romans waarvan de laatste Adam seconde, alsmetafysische liefdesroman werd betiteld. Nieuwe zon is een groots opgezet poëzie boek. Een ‘bewustzijnsstroom van 26 hoofdstukken waarin zich een dramatische denktocht voltrekt, een megagedicht dat alle grenzen passeert, een passieboek’, aldus de uitgever. De hoofdstukken zijn getiteld naar de letters van het alfabet. A ik ademde de bedwelming (…) B Ik sliep met de mensheid‘. Nieuwe zon is groots van structuur en van een overrompelende taal.  Nieuwe zon is verschenen bij Uitgeverij De Harmonie. Prijs: € 29,90, Blz.: 200.

    9789028425835_VRKDe Finse schrijver Tuomas Kyrö is een bestseller auteur in eigen land. Haas & bedelaar is zijn eerst roman die in het Nederlands vertaald is zodat we ook hier mogen ervaren wat voor een schrijver Kyro is.
    Fragment van de flaptekst: De Roemeen Vatanescu vertrekt naar het koude en donkere Finland om er te gaan bedelen. Met andere bedelaars zet hij een feestmaal op touw met de inhoud van een afvalcontainer, maar hun werkgever, de mensenhandelaar Jegor Koegar, wijst dit bacchanaal ten strengste af. Het conflict loopt zo hoog op dat Vatanescu zowel internationale misdaadorganisaties als de politie moet zien te ontwijken. Hij vlucht samen met een ter dood veroordeelde haas – die eigenlijk een konijn is. Ze belanden in Lapland, op het bouwterrein van het Nationaal Ideeënpark, en komen zelfs tot in de hoogste regionen van de Finse politiek. Haas & Bedelaar werd uitgegeven door Wereldbiblitheek. Prijs: 19,95.

    9200000022205921Inez Weski schrijft wekelijks voor Opzij over strafzaken. Met De jacht op het recht, over de advocaat en de rest van de wereld maakt Weski haar debuut. Ze is bekend van haar werk in grensoverschrijdende strafzaken. In De jacht op het recht beschrijft ze met scherpe pen en met humor haar trektochten door het woud van de hedendaagse strafprocedures. Bevlogen vertelt ze over de pracht van haar vak, of over het recht, dat zoveel gemeen heeft met kunst: soms zo mooi en altijd zo kwetsbaar. En dat alles lardeert ze met hilarische gebeurtenissen en absurde banaliteiten, zoals de onmenselijke inrichting van menig moderne rechtbank. De jacht op het recht is uitgegeven door Querido. Prijs: € 18.99, Blz.: 196.