• Rusland, mijn Rusland

    Rusland, mijn Rusland

    ‘Ik bevond me op het juiste moment op de juiste plaats,’ schrijft Pieter Waterdrinker ergens in zijn jongste, sterk autobiografische roman Tsjaikovskistraat 40. Hier is een man aan het woord wiens leven wordt geregeerd door de bizarre grilligheden van het lot: ‘Misschien berustte alles ook wel op zuiver toeval, want dat is wat het leven mij heeft geleerd: deze wereld wordt geregeerd door willekeur.’

    Het verhaal begint wanneer de jonge student Waterdrinker in 1988 wordt benaderd door ene Siderius met de vraag om 7.000 bijbels naar de goddeloze Sovjet-Unie te smokkelen. Hij is op dat moment een beetje op de dool en zegt toe, ook al is hij niet bepaald gelovig. Waarschijnlijk kon Waterdrinker toen niet bevroeden dat hij dertig jaar later nog steeds in Rusland zou wonen en al helemaal niet dat hij de val van de Sovjet-Unie zou meemaken.

    Waterdrinker neemt de lezer mee op een wervelende trip die begint tijdens de nadagen van het communistische arbeidersparadijs. De ellende van een bejaardentehuis is een aanslag op alle zintuigen: ‘Er hing een stank van doorgekookte kool, urine, fecaliën en de ijzerachtige geur van bloed.’ De jonge Hollander kan het niet aanzien en neemt de bejaarde mevrouw Pokrovskaja mee voor een uitje naar het bouwvallige centrum van Leningrad, de stad die later weer Sint-Petersburg zal heten en waar hij met zijn toekomstige vrouw Julia zal wonen in de Tsjaikovskistraat 40 (niet genoemd naar de componist, maar naar de een of andere revolutionair). Niet veel later zal de Berlijnse muur vallen, en ook de Sovjet-Unie loopt op zijn laatste benen: ‘De tektonische platen onder het Sovjetrijk bewogen zich met een hoog zingend gepiep, althans voor hen die dat horen wilden; als het kruiende ijs op de Neva wanneer de schotsen in het voorjaar tegen elkaar op kropen en door het stromende water naar de Finse golf werden afgevoerd.’ Wanneer Waterdrinker een kleine dertig jaar later door de Russische hoofdstad loopt, is niets nog hetzelfde: ‘Waar ooit stinkende hompen Sovjetrundvlees werden verkocht, later geïmporteerd textiel, weer later de eerste mobiele telefoons, zat nu de Moskouse jeugd in een loungecafé met cappuccino’s en latte machiato’s te scrollen op hun iPhones en iPads.’

    John Lennon zei het al: ‘Life is what happens while you are busy making other plans.’ Waterdrinker doet zaken met louche Russische sjacheraars, gaat groepsreizen organiseren met een Nederlander die hij toevallig leerde kennen, leert op een van zijn reizen Julia kennen en kan tijdens een korte terugkeer naar Nederland als journalist voor een krant gaan werken. Maar Rusland blijft lonken en de kans om er correspondent te worden, kan Waterdrinker niet laten liggen. Tussendoor schrijft hij zijn romans.

    De aanleiding voor Tsjaikovskistraat 40 was de honderdste verjaardag van de Russische revolutie. Dat het geen droge geschiedenisles is geworden, hebben we te danken aan het feit dat de auteur vooral persoonlijke verhalen en anekdotes gebruikt en de Russen met veel liefde beschrijft zonder hun minder fraaie kantjes te verzwijgen of te vervallen in vermoeiende clichés over de Russische ziel of volksaard. Erg aangrijpend is bijvoorbeeld de passage waarin Waterdrinker met zijn vrouw hun dode kat Ljolja gaat begraven in de tuin van het Taurisch paleis, dezelfde plek waar de eerste Sovjet na de Februarirevolutie van 1917 zijn intrek nam, waarna ‘de ruim zeven decennia egalitaire grauwheid en grijsheid het land van Moermansk tot Vladivostok als een doodslaken zou overspannen’. De dialogen in dit boek zijn ijzersterk en wat de stijl betreft, laat Waterdrinker regelmatig zien dat hij meespeelt op het hoogste niveau. Je zou haast zin krijgen om het eerstvolgende vliegtuig naar Tbilisi te nemen als je dit leest: ‘Ik verheugde me op het buitenterras van Hotel Iveria, op het einde van de centrale Roestaveli-boulevard, voorbij het operagebouw, waar de geslaagde lokale mannen, modieus, en de meesten in het zwart gekleed, avondenlang tussen snaarmuzikanten zaten te dineren, de Sovjetchampagnekurken zo hard mogelijk lieten knallen, zongen, terwijl obers telkens nieuwe gerechten kwamen aandragen, als toneelknechten rekwisieten, alsook stenen kruiken witte en rode wijn, die ze vulden door deze simpelweg plonzend onder te dompelen in de eikenhouten vaten die pittoresk tegen een muur met druivenwingerd stonden opgesteld. In Moskou was zelfs de meest beroerde worst, een piepkuiken of een sinaasappel een zeldzaamheid geworden.’

    Zoals je altijd zult zien, was er wel wat kritiek over het waarheidsgehalte van dit boek. Sommigen stoorden zich aan de sterke verhalen. Uiteraard valt niet uit te sluiten dat bepaalde passages wat zijn aangedikt of wie weet zelfs grotendeels verzonnen – of belandt u soms vaak met een dierentemmer, een kunsthandelaar en twee Siberische schoonheden in een Moskovisch luxehotel? Maar op het omslag van dit boek staat heel duidelijk dat het een roman is, dus fictionaliseren mag, zeker als de auteur daar zelf gewoon heel open over is: ‘Je versierde met enig patina je eigen leven, ontleende volop aan wat anderen hadden geschreven, met ruimhartige bronvermelding, verzon er desnoods wat bij, roerde alles door elkaar, als de ingrediënten van een stevig gebonden soep, et voilà: het boek had als het ware zichzelf geschreven. Het trucje van de non-fictie, tegenwoordig zo veelgeprezen, even gelikt als doortrapt.’

    U merkt het al, Waterdrinker schrijft uitgesproken on-Hollands. Dit is geen navelstaarderig grachtengordelproza van een Schrijver die schrijft over de zware beproevingen van het schrijversleven. Waterdrinker heeft trouwens klaarblijkelijk geen hoge dunk van de hedendaagse Nederlandse literatuur: ‘Maar schrijven in het land waar ik vandaan kom is een voortdurend stikken. Terwijl de wereld een stankbel is, geuren de letteren daar als een met ochtenddauw bedekte rozenknop. Het gros schrijft met een knikker in de reet, uit vrees te verraden dat ook zij een aars hebben die kan stinken. Klein geserreerd, met nooit een woord te veel. Wát een literatuur!’

    Zou het geen geweldig statement tegen de spruitjeslucht van de Nederlandstalige letteren zijn als Waterdrinker een belangrijke literaire prijs kreeg voor deze ongegeneerd barokke roman met zowaar een echt belangwekkend onderwerp?

     

     

     

  • Oogst week 45

    Tsjaikovskistraat 40

    In een interessante bijdrage op deze website over hedendaagse westerse auteurs die over Rusland schrijven, noemt Anky Mulders ook Pieter Waterdrinker: ‘Wie wel eens wil weten hoe het leven vandaag de dag in Rusland eruitziet maar geen zin heeft in droge kost kan bij de fictie van Ruslandcorrespondent en –kenner Pieter Waterdrinker terecht. Waterdrinker heeft al heel wat romans geschreven die de lezer laten delen in het bestaan van de Russische burger. Met kennis van zaken plaatst hij fictieve personages in het huidige Rusland, veelal in Moskou waar de nieuwe rijkdom het walhalla is. Dat levert adembenemende literatuur op.’

    Onlangs is de nieuwe roman van Pieter Waterdrinker verschenen, Tsjaikovskistraat 40. In deze autobiografische roman neemt hij de lezer mee op een duizelingwekkende reis door de Russische geschiedenis en door zijn eigen leven. Vertrekpunt is zijn huis in Sint-Petersburg, waar de auteur woont met zijn vrouw en drie poezen, midden in de buurt die honderd jaar geleden het epicentrum was van de Russische revolutie van 1917.

    Tsjaikovskistraat 40
    Auteur: Pieter Waterdrinker
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    In extremis

    In extremis is de nieuwste roman van Tim Parks. De Zweedse auteur Per Wästberg, een van de juryleden van de Nobelprijs, schrijft over dit boek: het is ‘simply spellbinding and quite unique in my reading experience; very funny and very existential, compact and chatty, complicated and raw.’ 

    In extremis gaat over Thomas. Hij weet dat er iets is dat hij aan zijn moeder moet vertellen voor ze sterft. Maar zal hij haar op tijd bereiken? En heeft hij de moed om te zeggen wat hij eerder niet kon? Zijn telefoon trilt, zijn hersenen maken overuren, en hij kan zijn aandacht niet houden bij de ernst van wat er staat te gebeuren. Moet hij proberen de familiecrisis van een vriend op te lossen? De scheiding van zijn eigen vrouw heroverwegen? Thomas beweegt zich jachtig door de dagen, maar kan in feite geen stap zetten. Waarom is hij zo volslagen verward en verlamd?

     

    In extremis
    Auteur: Tim Parks
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Handboek voor de heerser

    Tot slot aandacht voor een boek dat je in eerste instantie op het verkeerde been zet. Want de uitgever schrijft hierover:

    ‘In dit boek komen de kernaspecten van leiderschap aan de orde: het evalueren van mensen en het beoordelen van talent, de competitie met je rivalen, het omgaan met groeiende macht en invloed, het vergroten van je organisatie en het vormgeven van je nalatenschap.’

    Het alsof je de aanbeveling van een nieuw managementboek leest. Met dat verschil dat het woord ‘heerser’ dan natuurlijk niet past.

    In Handboek voor de heerser staat de nog steeds actuele wijsheid van de Chinese keizer Tang Taizong (598-649) centraal. Taizong wordt wel aangeduid als ‘onbetwist de grootste keizer in de Chinese geschiedenis’. Hoewel hij zijn vader en zijn broer vermoord had, werd hij een gewaardeerde heerser die de nazaten van de Hunnen versloeg, een vereenvoudigde wetgeving doorvoerde, de zijderoute opende voor handel en een gouden eeuw van kosmopolitische cultuur creërde, vrouwen een betere positie verschafte en het Christendom en de Islam voor het eerst in China toestond. Zijn dynastie zou driehonderd jaar standhouden.

    In Handboek voor de heerser biedt de schrijver Chinghua Tang de weerslag van de gesprekken tussen Taizong en zijn belangrijkste adviseurs.

     

     

    Handboek voor de heerser
    Auteur: Chinghua Tang
    Uitgeverij: De Arbeiderspers