• Hoe ze het doen

    Hoe ze het doen

    Ik begon te  lezen in de dagboeken van Doeschka Meijsing. Nee wacht, eerder was ik al begonnen in Truman Capote’s In koelen bloede. Dat boek lag in de badkamer op de rand van het bad. Is het raar boeken op de rand van het bad? We gebruiken het niet meer sinds we zuinig met water moeten zijn, enkel nog als de tweeling kleindochters hier logeren. G stelde al voor een grote plank over de badkuip te leggen voor alle boeken die in de badkamer verblijven uit een bepaalde noodzaak. Maar we hadden geen grote plank. Dus blijven de boeken op de rand van het bad liggen, de dagboeken van Meijsing, Truman Capote en Meisjesherinneringen van Annie Ernaux, die schrijft, ‘Er zijn mensen die worden overweldigd door de werkelijkheid van anderen, door hoe ze praten, hun benen over elkaar slaan, een sigaret opsteken.’ In gedachten vul ik aan met hoe ze kijken, hun boodschappen op de lopende band leggen, of een gevallen kind in een beweging overeind helpen, het toespreken.

    Er is veel dat me in stille verwondering, met een gevoel van gemis, achterlaat. Laatst nog, toen ik een jurk kocht van een duurder soort dan ik me doorgaans veroorloven kan. Ik beloofde mezelf op dat moment dat ik jarenlang enkel die jurk zou dragen. Ik keek hoe de verkoopster de jurk door haar handen liet gaan, de stof aanprees, me feliciteerde met mijn keuze. Ze legde de gevouwen jurk op een vloeipapiertje met goudkleurige krabbeltjes, vouwde het om de jurk heen. Ze vouwde en streek glad met mooi gemanicuurde handen. Ik wenste voor even die verkoopster te zijn.

    Als het lezen van alle belangrijke boeken een missie was, zou ik die willen vervullen. De wereld in kaart brengen door middel van literatuur, mezelf begrijpen aan de hand van personages, schrijvers. Hoe ze het doen. Na de eerste tachtig bladzijden van In koelen bloede, ben ik vol bewondering. Enthousiast vertel ik G hoe Capote zes jaar onderzoek heeft gedaan voor dit boek. Zes jaar! Zijn hele leven draaide van 1959 tot 1965 om de brute moord op een boerengezin, de familie Clutter. Hij sprak met de mensen uit het stadje Holcomb in Kansas, met familie van de slachtoffers, bezocht de daders in de gevangenis, ploos hun levens uit. En het is zo goed geschreven, riep ik.

    In de jaren vijftig sloot op het platteland niemand zijn huis af, je kon overal gewoon binnenlopen. Na de gruwelijke moord, die heel Amerika schokte, begonnen mensen sloten op deuren te zetten, de angst had toegeslagen. Zo ontstaan gewoonten.
    Uit zijn diepgaande onderzoek schiep Capote de persoon Mr. Clutter, vader van twee dochters en twee zoons waarvan er twee niet meer thuis woonden, en eigenaar van een welvarend boerenbedrijf. Iemand zal Capote verteld hebben dat Mr. Clutter van appels hield. Capote beschrijft hem als hij ’s ochtends vroeg in de keuken is. ‘Na het glas melk gedronken te hebben en een met schapewol gevoerde pet te hebben opgezet, nam Mr. Clutter zijn appel mee naar buiten om de ochtend te inspecteren.’ Even later, ‘voegde een hond, half Schotse herder, half straathondenras, zich bij hem, en samen kuierden ze weg in de richting van de veekraal, die zich naast een van de drie op het erf staande schuren bevond.’ 

    En liefde in mindere mate, dagboeken 1961-1987 van Doeschka Meijsing telt 742 pagina’s, meer dan de helft is voor het notenapparaat, twaalfhonderdzesendertig noten. Het maakt het boek weerbarstig, het valt steeds uit mijn handen als ik het goed wil openen. Het formaat is te klein, je zou het moeten breken. Ik wil enkel haar gedachten lezen, van haar wisselende stemmingen en verliefdheden weten, haar vroege wens schrijver te willen worden. ‘Misschien moet ik eerst veel verdriet hebben gehad om te kunnen schrijven. Ik ben achttien, ik wil weten hoe liefhebben is. Het enige verdriet dat ik nu nog maar ken, is de ineenkrimping onder boze woorden.’ De ‘ineenkrimping onder boze woorden’, daar begint alles mee. En dan weer opkomen, en door.

     


    inge meijer

    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV om te lezen.

     

     

  • The Capote Tapes

    Soms ben je ervan overtuigd dat je iets geweldigs onder handen hebt. Je vertelt niemand erover, hoewel, nou vooruit, zo nu en dan laat je los dat je met een meesterwerk bezig bent, het vordert gestaag. Er komt een soort voorpublicatie in een van de glossy’s van New York, waarna opeens heel de beau monde over je heen valt. Het overkwam Truman Capote, beroemd geworden met Breakfast at Tiffanys. Na de verschijning van In Cold Blood, waarmee hij de non-fictie roman in de literatuur  initieerde, liep de upper-class van New York met hem weg. In de documentaire The Capote Tapes van Ebs Burnough, die ik thuis op de bank zag, (lucky me) komt een beminnelijke Capote naar voren in het New York van de bruisende, broeierige jaren ’50, ’60, ’70. Het gekke is dat je direct van deze schrijver, deze kleine, springerige man gaat houden. Natuurlijk, door zijn geweldige boeken en verhalen, maar ook door Kate Harrington, zijn ‘geadopteerde’ dochter die liefdevol over hem spreekt. Dat hij zich ooit over een veertienjarige dochter van een man waarmee hij een affaire had, ontfermde! Het biedt direct een andere kijk op de Capote die vooral bekend stond als ‘freak’, ‘bitchie’, ‘mean’.

    Kate trok bij hem in, hij zorgde voor haar, liet haar kennis maken met literatuur, (ze vroeg hem waar zijn televisie stond, hij nam haar mee naar zijn bibliotheek en toonde haar zijn boeken, ‘dit is mijn televisie’). Ze ging mee naar lunches, waar ze zich verveelde. Capote adviseerde haar te luisteren naar de gesprekken naast haar, ‘en op weg naar huis vertelde ik hem alles wat ik gehoord had, en daar genoot hij van’. Capote werd van schrijver steeds meer entertainer van de upper-class. Hij werd meegenomen op bootreizen, grootverbruiker van drank, drugs, graag geziene gast in talkshows. Zijn opmerkelijk hoge stemgeluid, het slissen, (alsof de tong te groot is voor de mondholte), verrast me telkens wanneer hij spreekt. Misschien dat Capote daarom in (voortreffelijke) one-liners sprak. In een opname uit eind jaren ’50, begin jaren ’60 flaneert hij gearmd met een jonge vrouw van buiten Manhattan langs etalages. Voor een winkelpui passeren ze een homoseksuele jongeman in een lange dames bontjas. De vrouw kijkt om, giechelt, ‘Bij ons heb je dat niet.’ Waarop Capote zegt, ‘Oh yes you have dear, but they are not wearing fur coats.’

    Slim Keith, vroegere bewonderaarsters uit de upper-class, vertelt op band hoe Capote bij het afscheid nemen tegen haar zei, ‘I love you, big mama!’ Zij, ‘I love you to, Truman,’ riep, waarop hij riposteerde, ‘No, you don’t!’ Hij zei dat mensen niet van hem houden. Dat ze hem amusant en fascinerend vinden, maar niet van hem houden. Hij vertelde welke reacties hij oproept als hij, de overduidelijk homoseksuele, springerige, kleine man, met zijn hoge jongensstem een vertrek binnenkomt. ‘You see the shock on people’s faces. I see how they look. And when I’m so outrageous, so squeaking and carrying on, is simply to release them of this sudden embarrassment. And all they can do is laugh. And then it’s ok.’ Zo blijf je afwijzingen altijd een stap voor.

    The Capote Tapes wekt de verwachting dat er in de documentaire uitspraken onthuld worden die niet voor derden bedoeld waren. Het ligt anders, de tapes bevatten gesprekken van biograaf George Plimpton, met vriend en vijand van Capote. Die gesprekken staan merendeels in de biografie van Capote. Neemt niet weg dat die tapes een goed raamwerk vormen voor de film.
    Het laatste beeld van de documentaire is een dansende, springende Capote, een Mexicaanse omslagdoek om zich heen, op een verlaten strand. Hij springt steeds dichter op de camera toe. Met de omslagdoek voor zijn mond gedrapeerd, focust hij in de lens, als een onberekenbare beminde. Ik kan er niet genoeg van krijgen het steeds opnieuw te bekijken. Alsof in die opname alles (wat dan?) besloten ligt. En wat zou je verdomd graag die Answered Prayers willen lezen.

     

     

    The Capote Tapes / vanaf 26 mei in verschillend Filmhuizen te zien.


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest altijd tot de laatste bladzijde.

  • De twee werelden van Truman Capote

    De twee werelden van Truman Capote

    Fronsen. ‘Dat betekent alleen maar meer siliconen, meer rekeningen van dokter Orentreich.’ Mooi detail waarmee Truman Capote het milieu van de rijken in New York neerzet in zijn verhaal ‘Mojave’. Het verhaal gaat over een blasé echtpaar dat zich bezighoudt met de nieuwtjes en roddels van vrienden en buitenechtelijke affaires. Capote kende deze kringen maar al te goed, zeker na het succes van zijn bekendste roman In cold blood uit 1965. Hij wilde ook een grote roman schrijven over deze wereld, maar na een voorpublicatie keerden al zijn vrienden hem de rug toe. De gevierde schrijver verloor zichzelf in alcohol en drugs. De high society in New York is één kant van Capote; de andere kant wordt gevormd door zijn jeugd in het Zuiden van de VS. Beide werelden zijn prachtig verbeeld in Capote’s korte werk, nu voor het eerst in het Nederlands bijeengebracht in de bundel Alle verhalen.

    Kracht zit in de stijl

    Tot zijn negende woonde Capote in het Zuiden van de Verenigde Staten. Hij werd in 1924 in New Orleans geboren als Truman Streckfus Persons – Capote is de naam van de tweede man van zijn moeder – en bracht zijn jeugd door in Alabama. Episodes uit zijn jeugd in ‘the deep South’ heeft hij beschreven in het autobiografische verhaal ‘Kerst in New Orleans’. Het is een verhaal van ontluistering voor de jonge Capote. Hij gaat kerst vieren bij zijn vader en ontdekt aldaar niet alleen dat de kerstman niet bestaat, maar ook hoe zijn vader de kost wint. En tegelijk is het niet minder pijnlijk voor de vader die zich verheugt op het weerzien met zijn zoontje: ‘En plotseling, toen ik uit de bus stapte, tilde een man me op en nam hij me in zijn armen, drukte me zo hard tegen zich aan dat ik geen adem meer kreeg; hij lachte, hij huilde, een lange knappe man, lachend en huilend. Hij zei: “Herken je me niet? Herken je papa niet?”’

    De kracht van Capote’s verhalen zit niet zozeer in de plot, maar vooral in de stijl. Prachtig is de achteloosheid waarmee hij zijn verhalen begint. ‘Ik weet best wat er over me wordt gezegd, en je kunt partij kiezen voor hen of voor mij, dat moet je zelf weten,’ zo begint ‘Mijn kant van de zaak’ dat Capote op zijn eenentwintigste schreef. Of zie hoe ‘De muren zijn koud’ begint, het eerste verhaal uit deze bundel: ‘“…dus Grant zei gewoon, ga mee naar een gaaf feest, en ja, zo simpel was het dus. Ik vond het echt een briljant idee om ze mee te nemen, misschien brengen zij in godsnaam dan een beetje leven in de brouwerij.”’

    Beklemmende sfeer

    Ook de sfeer is bepalend voor de verhalen van Capote. Hoe beklemmend die kan zijn laat het verhaal ‘Een nachtboom’ zien. Een meisje van negentien, Kay, stapt in de nachttrein en de beschrijving van de wagon zet de toon. De trein is vol en er is maar één plaats om te zitten. Het liefst wil Kay met rust gelaten worden, maar het vreemde echtpaar tegenover haar eist haar aandacht op. Het wordt steeds onaangenamer in de coupé en weg kan ze niet; een flauw smoesje wordt meteen doorzien. Capote bouwt de spookachtige en onheilspellende sfeer mooi op.

    Sommige verhalen die in New York spelen beschrijven de wereld van welgestelden, of in ieder geval van hen die ooit geld hadden. Over lunches, nertsmantels en schone schijn gaat het in ‘Je eigen nerts’ en ‘Het koopje’. Maar net zo makkelijk roept Capote de sfeer van de ‘southern gothic’ op in New York. In ‘Meneer Malheur’ maken we kennis met Mr. Revercomb, een wat mysterieus persoon die dromen koopt van anderen. Letterlijk. Hij geeft geld als je hem een droom vertelt. Sylvia verkoopt haar dromen zodat ze op een eigen plek in de stad kan wonen. Een krot noemt ze het, maar het is beter dan bij haar inmiddels getrouwde jeugdvriendin Estelle in te wonen. Het New York van dit verhaal is kil en onpersoonlijk.

    Goed in dit genre

    Het verkopen van je dromen blijkt lucratief, maar al snel ontdekt Sylvia de nadelen. Het verhaal speelt steeds op het niveau van de letterlijke betekenis van ‘je dromen verkopen’, maar de lezer voelt de figuurlijke bijbetekenis steeds. Haar leven is inmiddels in het ongerede geraakt. Ze lijkt wel een verslaafde die steeds meer afhankelijk is van Mr. Revercomb, die niet voor niets de bijnaam meneer Malheur heeft. De sfeer en de manier waarop het onderscheid tussen droom en werkelijkheid begint te vervagen maakt dit verhaal tot een van de hoogtepunten van deze verzameling.

    In Alle verhalen zijn de twintig verhalen gebundeld die Capote schreef tussen 1943 en 1982, plus het verhaal ‘Jachten en zo’ dat ontdekt werd in 2012. Het geeft een mooi overzicht van zijn schrijverschap gedurende zijn hele carrière. Het korte verhaal gold voor Capote als het moeilijkste literaire genre. De naam Truman Capote zal altijd verbonden blijven aan zijn successen Breakfast at Tiffany’s en In cold blood, maar de beste verhalen in deze bundel laten zien hoe goed hij ook dit genre beheerste.