• Het niemandsland tussen trouw en ontrouw

    Het niemandsland tussen trouw en ontrouw

    In de roman Trouw, vertaald door Hilda Schraa, verkent de Italiaanse auteur Marco Missiroli het schemergebied tussen trouw en ontrouw. Deze tegengestelde begrippen lijken ver uit elkaar te liggen, maar Missiroli maakt aannemelijk dat dat best mee- dan wel tegenvalt. Hij suggereert dat de begrippen elkaar zelfs deels kunnen overlappen. Het niemandsland tussen beide uitersten blijkt voor degenen die zich erin wagen, uitgestrekt en onherbergzaam te zijn. Daarom doen Missiroli’s personages veel moeite om in gedachten de kloof tussen trouw en ontrouw zo smal mogelijk te maken.

    Paradox

    Centraal staat de relatie tussen de universitair schrijfdocent Carlo en zijn vrouw, makelaar Margherita. Ze gaan beiden vreemd: Margherita met haar fysiotherapeut Andrea en Carlo met verschillende vrouwen, nadat tot zijn frustratie een opbloeiend avontuur met zijn studente Sofia ongeconsummeerd blijft. In hun gedachten wringen zij zich schuldbewust in alle bochten om tot eenzelfde paradoxale conclusie te komen. Margherita weet ‘één ding wel: haar efficiënte aanpak had eruit bestaan Andrea te willen en te krijgen, om hem vervolgens niet meer te willen.’ En voor Carlo geldt: ‘Over de toekomst met Margherita had hij nooit getwijfeld. […] wat als vreemdgaan voor hem de manier was geweest om keer op keer Margherita trouw te zijn?’

    Zo lukt het Carlo en Margherita om voor zichzelf de kloof tussen trouw en ontrouw te dichten. Wat daarbij helpt is het maken van onderscheid tussen verschillende vormen van trouw: trouw zijn aan je geliefde, trouw zijn aan jezelf, trouw zijn aan je ouders. Is vreemdgaan niet eigenlijk een vorm van trouw zijn aan jezelf? Zowel Carlo als Margherita lijken dat idee te omarmen, al brengt Margherita het ‘efficiënter’ ten uitvoer dan Carlo. Zij hoeft zich slechts één welgekozen affaire te veroorloven, terwijl Carlo bij verschillende vrouwen naarstig op zoek blijft naar wat hij bij Sofia is misgelopen. Dat is een goede afspiegeling van hun loopbanen: Margherita heeft een geslaagde carrière in de makelaardij, terwijl Carlo tegen zijn zin een kleine aanstelling bij de universiteit moet combineren met een baan als redacteur van reisbrochures.

    Caleidoscoop

    Carlo geeft aan de universiteit college in verteltechnieken, en Missiroli heeft voor zijn roman dan ook een bijzondere vertelvorm gekozen. Hij maakt gebruik van een meervoudig perspectief. Behalve de vier eerder genoemde personages gebruikt Missiroli ook nog het personage van Anna, de moeder van Margherita, om zijn verhaal te vertellen. Afwisselend zien en overdenken de personages de gebeurtenissen en de mogelijke consequenties daarvan. Het bijzondere van dit vijfvoudige perspectief zit hem vooral in de vloeiende wijze waarop Missiroli de verschillende gezichtspunten in elkaar laat overgaan. De schrijver is daarin op zijn best op de momenten waarop het hem lukt de verschuiving van perspectief bijna onopgemerkt te laten plaatsvinden. Wanneer je die werkwijze als lezer voor het eerst opmerkt, verschijnt er onwillekeurig een glimlach op je gezicht. Wel vraag je je meteen af of en hoe de schrijver dit het hele boek door gaat volhouden zonder gekunsteld over te komen.

    Interessante dynamiek

    Missiroli’s caleidoscopische perspectief geeft de roman een interessante dynamiek en roept meteen allerlei associaties op. Bijvoorbeeld met de film 1917 van regisseur Sam Mendes, die in één, continue shot lijkt te zijn opgenomen. Maar ook met de verrassende bloemlezing Zwaan kleef aan van Doe Maar-muzikant Henny Vrienten, waarin het ene gedicht telkens het volgende oproept. Of met de roman Roem van Daniel Kehlmann, die bestaat uit negen op subtiele wijze samenhangende verhalen.

    Als lezer hoop je stilletjes dat Missiroli zijn krachttoer vlekkeloos zal voltooien. Blijkbaar was hij soms bang dat het te gortig zou worden, want af en toe veroorlooft hij zichzelf een witregel in plaats van een vloeiende overgang, wat eigenlijk jammer is. Daar staat tegenover dat hij zich op een paar bladzijden tegen het einde van het boek van zijn beste kant laat zien, door meerdere perspectieven op kunstige wijze in elkaar te toveren. Dan lukt het hem om in één alinea de vier perspectieven van Anna, Andrea, Margherita en Carlo met elkaar te verweven en in één zin Sofia en Margherita elk aan hun overleden moeder te laten denken. Al met al geeft de vertelvorm de roman een filmisch karakter en het is dan ook niet verwonderlijk dat die tot een Netflix-serie wordt bewerkt.

    Philip Roth

    Missiroli ontleent het motto voor zijn boek aan Philip Roth: ‘Op die manier weten we dat we leven: we begrijpen er niets van.’ Alle personages in het boek zijn zoekende, op zoek naar een juiste manier van leven. Dat de schrijver zijn twijfelende en aarzelende personages voortdurend in het duister laat tasten, maakt het boek belangwekkend en realistisch. Opvallend daarbij zijn ook de beschrijvingen van het drukke, hedendaagse Milaan, waar het verhaal zich voor het grootste gedeelte afspeelt. Missiroli gebruikt de economische hoofdstad van Italië als metafoor voor de gevoelens van onrust waardoor zijn personages beheerst worden. Soms doet hij dat expliciet, wanneer hij bijvoorbeeld schrijft over ‘het plotselinge gewriemel van de Corso Buenos Aires, het razende verkeer op de binnenring, het gecompliceerde Milaan’ en dat vergelijkt met het karakter van Andrea. Soms is het implicieter, wanneer bijvoorbeeld Sofia vanuit Milaan terug wil verhuizen naar haar vader in Rimini en ze weet wat ze zal gaan missen: ‘De gebouwen aan de Piazza Missori, de tussen de spitsen uitstekende waterspuwers, de ijzeren trams op de rails richting de Dom, de gehaaste mensen, de mogelijkheid je in elke willekeurige straat te verstoppen’. Ook Missiroli zelf komt uit Rimini en woont tegenwoordig in Milaan.

    Al met al lijkt Missiroli’s experiment geslaagd. Met een originele verteltechniek heeft hij de complexiteit van het thema ‘(on)trouw’ inzichtelijk weten te maken. Hij had bij het schrijven de teugels misschien nóg strakker kunnen houden, maar heeft er waarschijnlijk bewust voor gekozen om niet te streven naar perfectie. Om zo zijn roman een getrouwe afspiegeling te laten zijn van het echte leven, dat vol zit met momenten waarop we impulsieve en irrationele keuzes (moeten) maken.

     

  • Vooruitkijkend naar de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2020

    Vooruitkijkend naar de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2020

    Komende maandag, 22 juni, wordt de Libris Literatuurprijs 2020 bekend gemaakt. Daarop vooruitlopend las criticus Rob Schouten de zes genomineerde boeken en deed daar verslag van in Letter & Geest, de weekendbijlage van dagblad Trouw, en komt met een winnaar.

    Schouten vraagt zich eerst af, en terecht waarom Otmars zonen van Peter Buwalda er niet opstaat en vindt ook dat de jury behoudend is geweest wat betreft de keuze van de genomineerden, want geen schrijvers van rond de dertig op de shortlist. Helemaal gezien het feit dat er de de laatste jaren ‘een enorme hausse’ aan talent is opgestaan. Hij mist dan ook schrijvers als Jamal Ouariachi, Ninã Weijers, Maartje Wortel en de ‘broertjes Heerma van Voss’.

    Wat geeft de doorslag, buiten dat het een goed boek is, wie er zal winnen? Zo overpeinst Schouten dat het eigenlijk gek is dat Oek de Jong, nu genomineerd met Zwarte schuur, nog nooit een echt grote prijs heeft gekregen. Wat doet vermoeden dat het dit jaar wel eens zou kunnen gebeuren. Maar ook dat elke jury graag een onderbelichte schrijver in het zonnetje wil zetten, en doelt daarbij op Sander Kollaard en zijn boek Uit het leven van een hond, een roman die volgens Schouten het zeker waard is de prijs te winnen. Zo neemt hij elke genomineerde titel onder handen en besluit dat het zes zeer geslaagde en verhalen vertellende boeken zijn die gaan over het mensbeeld van mannen en vrouwen. ‘Dat is kennelijk wat de literatuur nu vraagt: goeie verhalen.’

    Om te besluiten met een pleidooi dat de prijs naar Manon Uphoff moet gaan, ‘die van iets verwerpelijks in deze soms wel erg moralistische MeToo-tijden een subliem en spetterend vuurwerk heeft gemaakt. Echt heel erg goed.’

    De genomineerden zijn:

    Saskia De Coster met Nachtouders
    Sander Kollaard met Uit het leven van een hond
    Marijke Schermer met Liefde, als dat het is
    Oek de Jong met Zwarte schuur
    Manon Uphoff met Vallen is als vliegen
    Wessel te Gussinklo met De hoogstapelaar

    Lees hier het artikel op Trouw online.

     

     

  • Schrijver en columnist Carl Friedman overleden (1952 -2020)

    Van haar uitgever ontvingen we het bericht dat schrijver en columnist Carl Friedman vrijdag 27 maart in haar woonplaats te Amsterdam na een kort ziekbed is overleden, haar zoon heeft dit wereldkundig gemaakt.

    Carl Friedman werd op 29 april 1952 in Eindhoven als Carolina Klop geboren. In 1991 debuteerde zij met de novelle Tralievader. Samen met de in 1993 verschenen roman Twee koffers vol werden dat haar beroemdste boeken. Beide boeken werden verfilmd, het laatste door Jeroen Krabbé‚ onder de titel Left Luggage (1998).
    In 1996 verscheen Friedmans derde boek,
    De grauwe minnaar. Onno Blom schreef destijds in een recensie in Trouw dat Friedmans ’transparante taal en haar scherpe oog voor treffende details’ ook in De grauwe minnaar opvallen.

    Friedman schreef wekelijks een column, eerst voor Trouw en vanaf 2002 voor Vrij Nederland. Haar columns verschenen gebundeld onder de titels, Dostojevki’s paraplu (2001) en Wie heeft de meeste joden (2004).
    Voor haar werk ontving de schrijfster in januari 2004 de E. du Perronprijs 2003, van de gemeente Tilburg en de letterenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. 

    Doordat haar twee eerste boeken zich afspelen tegen de achtergrond van de jodenvervolging met vermenging van autobiografische gegevens, werd aangenomen dat Carl Friedman joods was. Dat zij de achternaam van haar ex-man (van joodse komaf) David Friedman, altijd heeft aangehouden, versterkte deze veronderstelling. In 2005 werd haar publiekelijk verweten dat zij deze aanname nooit heef ontkracht. Zelf heeft zij nooit op de aantijgingen gereageerd. Wel lieten haar familie en uitgever weten dat haar debuut Tralievader wel degelijk op feiten is gebaseerd en een sterk autobiografisch karakter heeft.

    Haar vader, Egbert Klop werd in de Tweede Wereldoorlog als verzetsman opgepakt en kwam in concentratiekamp Sachsenhausen terecht. Na de Dodenmars werd hij bevrijd door het Rode Kruis en kwam zwaar getraumatiseerd thuis. de impact die zijn trauma’s hadden op zijn kinderen, verwerkte Friedman in Tralievader.
    Het boek, geschreven vanuit het perspectief van een klein meisje, heeft internationaal een grote reikwijdte gehad. Friedmans boeken kenden een groot succes en worden nog steeds veel gelezen. In sommige delen van Duitsland is Friedmans debuut verplicht leesvoer geworden op middelbare scholen.

     

    In Filter, tijdschrift voor vertalen schreef vertaler Christiane Kuby, die Tralievader naar het Duits vertaalde, hoe zij Carl Friedman zich herinnert.

     


    Publicaties

    Tralievader. Amsterdam, Van Oorschot, 1991. (vert. in het Duits, Engels, Frans, Hebreeuws, Italiaans, Spaans)
    Twee koffers vol. Amsterdam, Van Oorschot, 1993. (vert. in het Duits, Engels, Frans, Hongaars, Russisch)
    De grauwe minnaar. Amsterdam, Van Oorschot, 1996. (vert. in het Duits, Engels, Italiaans)
    Dostojevski’s paraplu. Amsterdam, Van Oorschot, 2001.
    Wie heeft de meeste joden. Amsterdam, Van Oorschot, 2004.