• Door de tijd reizen in een hoek van de kamer

    Door de tijd reizen in een hoek van de kamer

    In een beeldroman vertelt de auteur een verhaal, met behulp van tekst en afbeeldingen. De verhouding daartussen ligt niet vast. Er zijn schrijvers die veel tekst gebruiken. Dick Matena heeft zelfs romans van Elsschot, Wolkers, Reve en Thijssen verstript, waarbij hij de complete tekst overgenomen heeft. Het andere uiterste zijn beeldromans waarin nauwelijks of geen tekst voorkomt, zoals Het Tuitelcomplex van Wasco en Doolhof van Eeden van Roelof Wijtsma.
    De meerwaarde van het genre komt het duidelijkst naar voren als de afbeeldingen meer zijn dan illustraties, als ze ook vertellen, informatie overdragen die we niet uit de tekst kunnen afleiden.

    Tijd
    In Hier laat Richard McGuire de afbeeldingen zo’n beetje al het werk doen. Op de eerste pagina’s komen we niet meer tekst tegen dan een jaartal: 2014, 1957, 1942, 2007. Op elke afbeelding (die steeds twee bladzijden beslaat) zien we dezelfde locatie: een hoek van een kamer, steeds in een ander jaar. Andere meubels, andere kleuren, maar onmiskenbaar dezelfde plek.
    Dan krijgen we opnieuw 1957 en op deze afbeelding komt er voor het eerst een persoon voor: een vrouw die zich afvraagt: ‘Wat kwam ik hier ook alweer doen?’ Binnen de afbeelding is er een vierkant ‘uitgesneden’: een kat, met de datering 1999. Je zou ook kunnen zeggen dat er een plaatje van een kat op de afbeelding is geplakt.
    Ineens gaan de tijden door elkaar lopen.

    Dat doet McGuire het hele boek door: we zien dezelfde kat uit 1999, net als de mevrouw uit 1957, terug in 1623, in een boslandschap. Dezelfde plek blijkbaar, maar in een tijd dat het huis nog niet gebouwd was.
    Zo flitsen we door de tijd heen: van miljoenen jaren voor de gebruikelijke jaartelling tot ver in de toekomst. We zien hoe een overstroming in de toekomst (de tweeëntwintigste eeuw) het huis zal bedelven en hoe in de drieëntwintigste eeuw mensen door een gids door het gebied geleid worden.
    Soms kan de lezer een tijdje een verhaal binnen het verhaal volgen. Enkele bladzijden na elkaar zien we (ook weer ingeplakt in andere tijden) een scène waarin vier mensen bij elkaar zitten. Een van hen vertelt een mop.

    Plaats
    De titel geeft duidelijk de plaats aan: hier, in deze hoek van de kamer. Dat is het constante in het boek en dat houdt het verhaal dus bij elkaar. Hier is bijzonder strak in het hanteren van het principe eenheid van plaats.
    Een enkele keer wijkt McGuire lichtjes af: dan zoomt hij uit tot buiten het gebouw. Daardoor wordt duidelijk hoe het huis eruitziet en in welke omgeving het staat. Soms zien we een ingeplakte scène die zich buiten op het grasveld afspeelt, maar het overgrote deel van het boek wordt de camera niet verplaatst.

    Het lezen van Hier heeft een wonderlijke uitwerking: de lezer wordt zich bewust van de geschiedenis die zich vastgezet heeft in een bepaalde plek. En ook dat die geschiedenis geen lijn is, maar een opeenstapeling van momenten, die door elkaar geschud kunnen worden en in een willekeurige volgorde op kunnen duiken.

    Aan het eind van het boek zien we weer de vrouw uit 1957, die zich afvroeg wat ze hier ook alweer kwam doen. Ze ziet een boek en pakt het op. ‘Nu weet ik het weer’, zegt ze. Het effect is dat je je voor kunt stellen dat het hele boek in haar hoofd zit, dat alle scènes door haar heen geflitst zijn: als personage (maar ook als persoon) maak je deel uit van de geschiedenis. Je bent op deze plaats en dus ben je een zandkorreltje in die berg van momenten.
    Misschien ook pakt de vrouw het boek op dat de lezer in handen heeft. Dan hebben we te maken met het Droste-effect: een vrouw pakt een boek op waarin een vrouw voorkomt die een boek oppakt, waarin…

    Kruimel
    Hier
    wijst ons op de onbeduidendheid van de mens. Weliswaar gaat een groot deel van het boek over de periode dat het huis bewoond was, maar dat is een uitvergroting van een minieme tijdsspanne, zeker als je rekent in miljarden jaren.
    De lezer wordt klein bij het doorkijken van Hier. Een broodkruimel op de rok van het universum, schreef Lucebert al. Alle tijd valt weg, er is alleen nog plaats: de grond waarop je je bevindt en die er nog zal zijn als jij en je hele soort verdwenen zullen zijn.

    Hier kent nauwelijks tekst: het verhaal wordt voornamelijk verteld door de afbeeldingen. Of misschien is juist de gedachte achter de structuur van het boek datgene wat ons het verhaal vertelt. Zoals plaats triomfeert over tijd, is het beeld het woord de baas. Hier had een geschiedenisboek kunnen zijn, met enkele honderden bladzijden tekst. Het is een beeldroman geworden die voornamelijk uit afbeeldingen zonder tekst bestaat. De vertelling is er alleen maar indringender op geworden.

     

  • Getekend leven

    Getekend leven

    Riad Sattouf is striptekenaar en cartoonist. Dus ligt een autobiografie in stripvorm voor de hand. In twee delen geeft de Franse tekenaar-schrijver (en filmer) een inkijkje in zijn eerste zes levensjaren die zich voornamelijk in het Libië van Khaddafi en het Syrië van Hafez al-Assad afspelen. Het succes van deze boeken (bestsellers in Frankrijk, internationale uitgaven) zal niet helemaal toevallig zijn, want het onderwerp Arabische wereld is mede dankzij IS en de situatie in Syrië actueler dan ooit.

    In 1978 in Parijs geboren uit een Franse moeder en een Syrische vader die aan de Sorbonne moderne geschiedenis studeerde wordt Riad al jong in twee werelden geplaatst.

    In deel 1 van De Arabier van de toekomst (de jaren 1978-1984) kiest vader Abdel, geobsedeerd door zijn doctorstitel waarmee hij in het Midden-Oosten op aanzien kan rekenen, voor een baan aan de universiteit van Tripoli. Het gezinnetje verhuist naar Libië. Maar na een tijdje wordt bekend dat ‘Khaddafi nieuwe wetten had afgekondigd die mensen verplichtten van baan te wisselen. Leraren moesten boer worden en boeren leraar.’ De Sattoufs gaan vervroegd terug naar Frankrijk. Daarna wordt Abdel hoofddocent aan de Universiteit van Damascus. ‘Alle andere posities waren al bezet door mensen met de juiste connecties,’ vertelt hij zijn vrouw. Ze gaan wonen in het dorp van de familie Sattouf waar Riad in deel 2 (1984-1985) ook naar school gaat.

    Kind zonder oordeel
    Sattouf tekent de scènes zoals hij ze zich herinnert. Wel heeft hij die momenten en beelden ingevuld met verbeelding en onderzoek, legt hij in interviews uit. In de boeken is het het kind dat zonder oordeel waarneemt, dat iets leuk of vreemd vindt of ergens bang voor is. Tekeningen met tekstballonnen geven de scènes weer. Erboven vertelt Sattouf in tekstblokjes over de politieke achtergrond van dat moment en in de tekeningen attenderen klein gedrukte woorden de lezer op een gezichtsuitdrukking, een gevoel of een geur. Ze geven het verhaal een volledigheid die in een grafische autobiografie anders minder snel tot uiting komt. De cartooneske stijl maakt de tekeningen vrolijk. Ook de humor ontbreekt niet.

    Moslim in een moslimland
    Abdel is een moderne man die in Frankrijk net als anderen varkensvlees eet. Eenmaal terug in zijn dorp vervalt hij in traditionele gewoontes en is hij van mening dat je in een moslimland gewoon moslim moet zijn. Als hij thuiskomt van zijn werk verwisselt hij zijn pak snel voor een djellaba.  Languit ligt hij op de grond televisie te kijken met zijn hoofd opgeheven en de handen als steun eronder. Zijn zoon ziet het met verwondering aan. Maar Sattouf laat hem in zijn tekeningen nergens bidden.

    Onontwikkelden
    Het is geen groot spannend jongensverhaal dat Sattouf vertelt. Hij geeft wel een uiterst interessant zicht op de cultuur van het platteland. De wreedheid is die van de onontwikkelden. Jongens vangen kikkers, binden ze aan hun fietsband en gaan ermee fietsen – om daarna te constateren dat de ogen er echt helemaal uit liggen. De dochter van een familie wordt door haar vader en broers vermoord omdat ze ongehuwd zwanger is geraakt. Aan vrijwel iedere zin voegen de Arabieren ‘Als God het wil’ of ‘God is groot’ toe.

    Moeder verloochent zich niet
    De vrouwen hebben een simpel leven binnenshuis. Riads Franse moeder schikt zich naar haar mans wensen, tenminste, voor zover we tot nu toe hebben kunnen lezen. Volgende delen zullen moeten uitwijzen of dat zo blijft. Voorlopig past Clementine zich aan, al verloochent ze zichzelf en haar meningen nooit, rent bijvoorbeeld naar buiten als ze jongens met een pup ziet voetballen. Ze verafschuwt primitiviteit en draagt ook geen lange jurken of een hoofddoek over haar blonde haren. Soms lijkt ze Abdels moreel kompas. Abdel doet voor haar wat hij kan om het leven gemakkelijker te maken, zoals zorgen voor een wasmachine en een gasfornuis. Deze komen via Libanon en de zwarte markt Syrië binnen.

    Werkelijkheid
    Hoewel het kijken in vreemde levens altijd wel weer nieuwe informatie oplevert, zullen westerse lezers niet echt verbaasd zijn over wat ze voorgeschoteld krijgen. Daarvoor is de informatiestroom waaruit wij hier voortdurend kunnen putten te groot. We weten al dat voor veel Arabieren joden en Amerika vijand nummer één zijn en dat ongeveer iedere westerling daaraan gelijk wordt gesteld. Dat de kleine blonde Riad door andere jongens voor jood wordt uitgemaakt werkt echter toch bevreemdend. Alsof je ontdekt dat iets wat je van tv-beelden gewend bent, ook werkelijkheid kan zijn. De statische tekeningen lijken op een of andere manier harder aan te komen. We zien dat het kind het gedrag van de jongens niet begrijpt en dat de kleine Arabiertjes het zelf waarschijnlijk evenmin begrijpen.

    Vermakelijke tekeningen
    Het is even wennen aan de tekeningen. Wellicht komt dat door het allereerste plaatje waarop vooral de tekst suggereert dat we hier met een beeld van een kind te doen hebben: ‘Lang, platinablond haar, Goudglanzend, Doordringende en zeer sprekende ogen’ (deel 1), ‘Smachtende lippen, Zich iets te goed bewust van zijn aantrekkelijke verschijning, Stem van een klein meisje’ (deel 2) en nog een paar kenmerken. Wat we zien is echter eerder een wat boertig aandoend ventje met teveel haar en een grote neus, dan een knappe peuter en kleuter. Dat hoeft ook niet, maar gezien de tekst en de eerste plaatjes in deel 1, waarop iedere volwassene smelt bij het zien van het kind, word je op het verkeerde been gezet. In deel 2 pakken ook de Arabische moeders hem vertederd op om hem te kussen. Alle zijn het vermakelijke mensenfiguurtjes, geen oogstrelende personages. De gezichtsuitdrukkingen zijn niet altijd herkenbaar. Een dreigend gezicht is niet altijd dreigend, angst staat niet steeds als angst op een gezicht. Dan moet je het van de context en de rest van de tekening hebben, die overigens aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Sattouf vertelt een goed verhaal.

    Prijzen
    Hij tekende en schreef al meer stripboeken en regisseerde tot nu toe drie films terwijl hij aan andere meewerkte als acteur of scenarist. Voor zijn stripboeken ontving hij diverse prijzen, waaronder tweemaal de Fauve d’or van het stripfestival in Angoulême, de laatste keer (2014) voor De Arabier van de toekomst. Verder tekent hij onder meer voor Charlie Hebdo en Le Nouvel Observateur.

    Hoe beeldbewust Sattouf is blijkt uit het feit dat hij de regie houdt over alle uitgaven van De Arabier van de toekomst. ‘Ik wil dat het boek eruitziet zoals ik het wil’ zegt hij. De landen waar hij afwisselend woont hebben hun eigen steunkleur gekregen. De kleuren worden door hem bepaald, net als het lettertype en het papier, wat ook geldt voor de publicaties buiten Frankrijk. Met dit beheer heeft Sattouf de productie voor honderd procent in eigen hand. Persoonlijker kan een autobiografie niet zijn.

  • Oogst week 18

    door Carolien Lohmeijer

    Het vertellen van een verhaal is de beste manier om iets duidelijk te maken moet filosoof Jonas Lüscher gedacht hebben toen hij zich aan het schrijven van zijn debuut Het voorjaar van de barbaren zette. In deze novelle wordt een gezelschap van overwegend jonge, rijke Britten die in Tunesië een exorbitant huwelijksfeest vieren, in één klap geconfronteerd met de gevolgen van het Engelse staatsbankroet: middenin de woestijn, geblokkeerde creditcards, geen geld en geen baan meer, wel torenhoge schulden. Het is het begin van de barbarij. Deze parabel werd na verschijnen in Duitsland humorvol, bitterzoet en tegelijkertijd messcherp genoemd. Binnenkort een eigen recensie op Literair Nederland.
    Het voorjaar van de barbaren, Jonas Lüscher, vertaald door Gerrit Bussink, Wereldbibliotheek, 160 pagina’s, € 17,95

    De Arabier van de toekomstIn de autobiografische beeldroman De Arabier van de toekomst schrijft en tekent Riad Sattouf over zijn vroegste jeugdjaren (1978 tot 1984) die hij voornamelijk doorbracht in het Libië van Khadaffi en het Syrië van Assad. Hij is de zoon van een Franse moeder en een Syrische vader en valt door zijn blonde haren altijd op tussen de donkere Arabische kinderen.
    Zijn vader, geen overtuigd islamiet, maar wel gehecht bepaalde islamitische gebruiken, is hoogopgeleid aan de Sorbonne, maar kan in Frankrijk geen baan vinden en daarom vertrekt het gezin eerst naar Libië, later naar Syrië.

    De actualiteit van vandaag is waarschijnlijk mede bepalend voor het succes van De Arabier van de toekomst, al speelt dat dus zo’n 30 tot 40 jaar geleden. Volgens de uitgeverij geeft het de lezer wel ‘een kritisch en komisch inkijkje in de culturele achtergrond van de conflicten van vandaag.’
    Arabier van de toekomst, De Geus, Riad Sattouf, vertaald door Toon Dohmen en Mariella M. Manfré, 160 pagina’s, € 21,95

     

    Dit is geen theater meerDan is bij ons binnengekomen Dit is geen theater meer, de nieuwe dichtbundel van Annemarie Estor. Zij ontving in 2013 de Herman de Coninckprijs voor de beste bundel De oksels van de bok. Hoewel, bundel kan je het niet noemen: het boek bevat één lang gedicht.
    Estor is veelzijdig, samen met Lies van Gasse schreef en tekende ze ook het beeldverhaal Het boek Hauser. Aan het project Paradijselijke reizen van Paul van Gulick leverde ze een belangrijke bijdrage in de vorm van 8 gedichten.
    In Dit is geen theater meer ‘worden decors afgebroken en komt een uitgeteerde wereld tevoorschijn. Estor beschrijft de dromen, verlangens en dwaalwegen van de mens.’
    Estor is zowel in Nederland als in België actief. Op 13 mei a.s. vindt in Antwerpen in de Arenbergschouwburg een muzikale boekpresentatie plaats rondom Dit is geen theater meer.
    Annemarie Estor, Wereldbibliotheek, 64 pagina’s, € 19,95

     

     

  • IJstijd – Nicolas de Crécy

    Afgelopen maand is de Nederlandse vertaling verschenen van Période glaciaire van de Franse striptekenaar Nicolas de Crécy. Het is uitgekomen onder de titel IJstijd en is vertaald door Toon Dohmen.

    IJstijd verhaalt over een gebeurtenis in Europa, na de Grote Klimaatramp. Het hele continent ligt verborgen onder een dikke laag sneeuw en ijs. Een wetenschappelijke expeditie zoekt naar sporen van de beschaving die het ooit bevolkte. Als ze stuit op een glazen piramide en ruïnes gevuld met schilderijen en beelden, weten de wetenschappers niet precies wat ze in handen hebben. Door inhoud en functie van de kunstwerken te verklaren, proberen ze te begrijpen hoe de samenleving er vroeger uit heeft moeten zien. Zodoende krijgt de lezer een ironische kijk op onze samenleving, een stuk kunsthistorie en een beknopte geschiedenis van het Louvre voorgeschoteld.

    Het Louvre in Parijs begon in 2005 met het uitgeven van een serie stripboeken, waarbij de makers werd gevraagd om een verhaal te maken rond het museum en haar collectie. Nicolas de Crécy beet met IJstijd destijds de spits af en werd bekroond met de Prix de Libraires de Bande Dessiée 2006. Inmiddels bevat de collectie negen albums, gemaakt door gerenomeerde auteurs als Enki Bilal, Étienne Davodeau, David Prudhomme en Bernard Hislaire.

    In het Institut français des Pays Bas loopt tot en met 29 maart een tentoonstelling waarin een selectie van de tekeningen uit IJstijd gepresenteerd zal worden.

     

    Expositie IJstijd
    Institut français des Pays-Bas, Vijzelgracht 2a, Amsterdam
    Tot en met 29 maart 2014
    Gratis toegang


    IJstijd

    Auteur: Nicolas de Crécy
    Vertaald door: Toon Dohmen
    Verschenen bij: Stichting Zer.El
    Aantal pagina’s: 80
    Prijs: € 21,95