• Oogst week 39 – 2023

    Het lange antwoord

    Het lange antwoord is de debuutroman over de vele vormen van moederschap van Anna Hogeland. Alle aspecten komen voorbij: zwangerschappen, miskramen, bevalling, complicaties bij de bevalling, doodgeboren kinderen, abortus, eiceldonatie, ivf-behandelingen, onvruchtbaarheid enzovoort. Centraal in de roman staan de twee zussen Margot en Anna. De roman begint met een telefoongesprek tussen de twee dat al meteen duidelijk maakt dat er een zekere afstandelijkheid is tussen hen. Anna, die in verwachting is van haar eerste kind hoort via de telefoon van Margot (die al een zoontje heeft en voor de tweede keer in verwachting was) dat ze een miskraam heeft gehad. ‘We hoefden er verder geen woorden aan vuil te maken, zei ze, ze wilde gewoon liever dat ik het van haar hoorde dan van onze moeder. En ze wilde dat ik me vrij bleef voelen om tegenover haar over mijn zwangerschap te praten – toen ze belde zat ik op negen weken (…) Daarna wist ik niet zo goed of ik haar nog eens moest bellen, of ze het nog verder over haar miskraam wilde hebben, ook al beweerde ze van niet. Eigenlijk was ik verbaasd dat ze het me überhaupt had verteld. We waren nooit het type zussen geweest dat hun diepste geheimen met elkaar deelt en aangezien ik altijd het gevoel had dat die dynamiek bewuster van haar kwam dan van mij deed ik mijn best om dat te respecteren’.
    Die afstandelijkheid verandert als zij in een later gesprek komen op Elizabeth, wier verhaal het onderwerp van het eerste hoofdstuk vormt.

    Het lange antwoord
    Auteur: Anna Hogeland
    Uitgeverij: De Geus

    Moedermelk

    Nora Ikstena (1969) is een Letse schrijver, die studeerde in Engeland en Amerika, maar werkzaam is in haar geboorteland. Ze heeft al een twintigtal boeken op haar naam staan, maar Moedermelk is het eerste van haar dat we nu ook in het Nederlands kunnen lezen. Het verhaal gaat over drie generaties vrouwen die op verschillende manieren te maken hebben met de Sovjetonderdrukking. Globaal bestrijkt de roman de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van de Muur, de tijd dus dat Letland deel was van de Sovjet-Unie. Vertellers zijn afwisselend een moeder en haar dochter. De moeder is arts. Haar carrière wordt gesmoord als ze het opneemt voor een vrouw die door haar echtgenoot wordt mishandeld. Ze weigert haar dochter haar moedermelk te geven omdat die (door haar verbitterdheid over de Russische onderdrukking) doordrenkt is van onderdrukking. Daartegen wil ze haar dochter beschermen, die later een afkeer ontwikkelt van de melk die de kinderen op school gedwongen moeten drinken. Toch is er hoop via de derde vrouw in de roman, de grootmoeder van de dochter, wier optimisme het niet-onderdrukte Letland vertegenwoordigt.

    Moedermelk
    Auteur: Nora Ikstena
    Uitgeverij: Koppernik

    Teer

    Hoofdpersonages in Teer van Toni Morrison zijn het verliefde zwarte stel Jadine en Son. Ze komen beiden uit totaal verschillende werelden. Jadine is een beeldschoon fotomodel, ze heeft gestudeerd aan de Sorbonne en wordt financieel gesteund door een rijke familie. Son is een voortvluchtige man  man, die zijn vrouw heeft vermoord. ‘Teer’ uit de titel verwijst naar een benaming (‘Tar baby’) die blanken volgens Morrison vroeger gaven aan zwarte meisjes. Son vertelt Jadine het mythische verhaal van de teerpop. Omdat teer in de geschiedenis werd gebruikt om materialen aan elkaar te hechten, zoals het biezen mandje van Mozes, staat het beeld van de teerpop voor de zwarte vrouw die dingen bij elkaar weet te houden. In het Nawoord bij de roman van Neske Beks lezen we meer over: ‘Handig is te weten dat dit een Afro-Amerikaanse mythe [over Broer Konijn, Broer Vos en de teerpop] is die oorspronkelijk door totslaafgemaakten werd verteld’. Morrsison zei erover: ‘In het boek (…) gebruik ik dat oude verhaal omdat het, ondanks het grappige, vrolijke einde, mij vroeger bang maakte. In het verhaal komt een teerpop voor voor die door een witte man wordt gebruikt om een konijn te vangen’.
    Het uit 1981 stammende Teer van Toni Morrison is nu verschenen in de statige Perpetuareeks van Athenaeum.

    Teer
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Beloved Toni Morrison

    Beloved Toni Morrison

    Er zijn van die literaire boegbeelden waarvan je denkt dat ze nooit zullen verdwijnen. Toni Morrison, die maandag op 88-jarige leeftijd overleed, was zo iemand. In haar jeugd voelde ze zich totaal niet aangesproken door de boeken van de in die tijd als belangrijk geldende zwarte schrijvers als James Baldwin en Richard Wright. Die schreven volgens Morrison verhalen met een wit lezerspubliek in gedachten. ‘Ze gingen over mij, en waren geschreven door iemand als ik, maar de stem was bedoeld voor andere oren.’ Zo voelde dat, liet ze tien jaar geleden in een interview met Hans Bouman weten. Ze besloot zelf  te gaan schrijven. Verhalen met zwarte jonge vrouwen in de hoofdrol, de witte figurerend op de achtergrond. De rol van de vrouw van de slavenhouder op Sweet Home in Beloved, mevrouw Garner, is dan ook verwaarloosbaar. Wat Morrison voor haar verhaal nodig had gebruikte ze, maar ze creëerde geen podium voor de witte. Zij construeerde met haar personages een zwarte geschiedenis van de slavernij.

    Tien jaar na het verschijnen van Morrisons beroemde boek Beloved, bracht een vriendin haar eigen exemplaar voor me mee. Het was 1997, ik lag wekenlang in het ziekenhuis door een complicatie tijdens de zwangerschap van mijn jongste zoon. Mijn zelfbeeld was gedaald tot een nulpunt. Mijn leven was overgenomen. Lezen was mijn redding, al kon ik na een paar weken zelf geen nieuwe titel meer verzinnen. Toen kreeg ik Beloved, over een moeder die haar dochtertje vermoordt om haar een leven in slavernij te besparen. Ik vroeg me af wat mijn vriendin bezielde toen ze dit boek voor me meebracht. Bevond ik me op een roze wolk volgens haar, of gedroeg ik me teveel als het slachtoffer van niet te beïnvloeden omstandigheden?

    Schuldgevoel en vrouwen zijn al zolang de mens bestaat een pact aangegaan. Sethe, in Beloved, gaat gebukt onder het gewicht van de dood van haar tweejarige meisje dat later als geest haar huis teistert en haar en haar tweede dochtertje geen rust gunt. Het huis verlaten is geen keuze. Toen, in mijn hoedanigheid van patiënt die dagelijks een paar stappen buiten het bed mocht zetten; voetje voor voetje, schuifeldeschuifel, voelde me gegeneerd. Ik had geen weet van de wereld buiten me, nooit gedacht aan op witte lezers gerichte schrijvers. In het ziekenhuis  had ik Amerikaanse pastorale van Philip Roth gelezen en dat voelde goed. De helderheid, de directe verbinding tijdens het lezen door het ons kent ons gevoel. Ik had Toni Morrisons Beloved nodig om ergens van los te komen, een andere kant te zien. Te beseffen dat ik niets ken, niets weet. Het leverde een geweldige leeservaring op die nooit zal verdwijnen.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met korting en leest de godganse dag.

     

  • Toni Morrison (1931 – 2019)

    Toni Morrison speelde een belangrijke rol in het onder de aandacht brengen van Afro-Amerikaanse literatuur.  Ze heeft altijd geweigerd om over ‘white people’ te schrijven. In deze video vertelt ze wat er door haar heenging toen interviewer Bill Moyers vroeg wanneer ze over witte mensen zou schrijven.

  • Roekeloos met boekenbonnnen

    Roekeloos met boekenbonnnen

    Direct bij het verlaten van de boekhandel overvalt het me – of nee, eerder al, bij het afrekenen, het intoetsen van mijn pincode – alweer te veel contactloos betaald – ik heb het niet vaak maar nu is het onmiskenbaar aanwezig: naderende spijt en vragen. Ik kwam voor de lezingen van Toni Morrison, knipperde twee keer met mijn ogen en kocht de nieuwe roman van Sally Rooney erbij. Weken eerder, in een andere stad, overkwam me hetzelfde. Ineens stond ik buiten met Motherhood, het nieuwe boek van Sheila Heti.
    Sally en Sheila – ik haal ze, of eigenlijk hun eerdere boeken, altijd door elkaar. Wanneer ik Conversations with Friends en How should a person be las, moet ik opzoeken, de verhalen ben ik kwijt. Wel herinner ik me goed hoe beurs ik van die boeken werd, hoe vervelend ik die zelfgenoegzame toon vond. Toch doorgelezen, want niets zo lekker als een goede hateread van tijd tot tijd. Beide boeken haalde ik uit de bieb, ik wist op voorhand dat ik ze niet hoefde te hebben. Waarom dan nu geld uitgeven aan nieuw werk?
    (Simpele verklaring: boekenbonnen. Ik word roekeloos met die dingen op zak.)

    Opnieuw lijkt het mis te gaan. Telkens wanneer het in Normal people, Rooneys nieuwste, over Mariannes uiterlijk gaat – haar dunne polsen, de witte huid, het donkere haar of hoe Connell haar het bedachtzame van een hert toedicht – blader ik zuchtend door naar de auteursfoto. Ik weet niet helemaal wat het is, misschien het vermoeden dat de schrijver een interessantere versie van zichzelf heeft bedacht. Een eigen manic pixie dream girl alter ego creëerde, iemand die ze zelf had willen zijn – de angst ook, ik heb het nog niet gecontroleerd – of ik dat in mijn eigen debuut ook heb gedaan. Vast wel. In de flaptekst van een pas verschenen debuutroman werd melding gemaakt van een beeldschoon mager meisje, doodvermoeid legde ik het boek op de tafel.

    (Was het tienermeisje Emma in Rebecca Waits’ The view from the way down over wie er op zeker moment zoiets stond als: ‘Echt weer iets voor haar om op de verkeerde manier dik te zijn’? Zelden zo gelachen in een verder zo droevig boek.)

    Maar Normal people blijkt allesbehalve een hateread. Ingetogen, haast voorzichtig, onderzoekt de schrijver de relatie tussen twee mensen die duidelijk dol op elkaar zijn maar elkaar steeds net mislopen, elkaar wel aanraken maar ook, ongewild en onbedoeld, weer loslaten. De contrasten worden rustig op tafel gelegd: hij meent zich op de middelbare school redelijk zelfverzekerd te voelen, soort-van-thuis in de wereld, zij heeft dat bijna tijdens de studie, tot gebeurtenissen uit heden en verleden hun denkbeelden weer doen omkeren. Hij is arm maar komt uit een warm nest, zij is rijk maar van koude grond. Er zit veel mededogen in Rooneys beschrijvingen van Connells depressie en Mariannes destructiviteit, beide moeilijke (want platgetreden) karaktertrekken. En steeds komen ze net niet samen. Ik kan niet stoppen met lezen, dit keer om positieve redenen. Ontzettend zin in Heti hierna.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

     

  • Oogst week 38 (2018)

    Het oog van de school

    Zeebiologe Helen Scales duikt, onderzoekt en schrijft. Ze is daarbij zowel gefascineerd door als bezorgd om het leven in het water. En hoewel het misschien een ongewoon boek is tussen alle romans, besteden we toch kort aandacht aan dit bijzondere boek over vissen. Want blijkbaar kunnen we nog wat van ze leren als we de ondertitel van het boek mogen geloven.

    In Het oog van de school geeft Helen Scales tal van geheimen prijs. Vissen blijken slim, emotioneel en bedachtzaam en kunnen ons veel vertellen over het leven, de oceanen en meer. Het is een boek over ‘vissen met prachtige namen en kleuren, over vliegende, kruipende, zingende en dansende vissen, over vissen met handjes, vissen die aan graffiti doen en vissen die met elkaar communiceren door middel van flatulentie. Maar bovenal over het onuitwisbare stempel dat vissen drukken op onze eigen bovenwaterwereld.’

     

    Het oog van de school
    Auteur: Helen Scales
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)

    De vulkaan

    Op de Nederlandse Wikipedia pagina over Klaus Mann, wordt zijn roman De vulkaan niet genoemd. Maar volgens de uitgeverij beschouwde hij De vulkaan zelf als zijn beste boek, en de uitgeverij noemt het ‘een van de belangrijkste exilromans ooit geschreven’. Ria van Hengel heeft het nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    ‘Een groep uit Duitsland gevluchte kunstenaars, geleerden en bohemiens spreekt begin jaren dertig regelmatig af in een Parijs café. Onder hen de actrice Marion en de aan heroïne verslaafde dichter Martin (in wie iets van Klaus Mann zelf te herkennen is), die er zijn geliefde, de Braziliaan Kikjou, leert kennen. In Amsterdam probeert een ontslagen Joodse hoogleraar uit Bonn een nieuw bestaan op te bouwen, terwijl twee jonge Duitse proletariërs zonder papieren door heel Europa worden gejaagd – Klaus Mann biedt ons een breed palet van verschillend gemotiveerde emigranten.

    We volgen hen in hun strijd om het bestaan, in hun twijfels en heimwee, hun vriendschap, eerzucht en liefde, eenzaamheid en angst voor de dood, of juist het verlangen daarnaar. Want de dreiging neemt almaar toe: in 1939 staat Europa als een vulkaan op uitbarsten.’

    De vulkaan
    Auteur: Klaus Mann
    Uitgeverij: Querido (2018)

    De herkomst van Anderen

    Nobelprijswinnares Toni Morrison, een van Amerika’s belangrijkste hedendaagse auteurs schrijft in De herkomst van Anderen over de thema’s die haar werk kenmerken: ras, grenzen, migratie, angst, het verlangen om ergens thuis te zijn. ‘Wat is ras en waarom is het zo belangrijk? Waarom heeft de mens behoefte aan de Ander? En waarom beangstigt de aanwezigheid van de Ander ons?
    In De herkomst van Anderen gaat Toni Morrison op zoek naar antwoorden. Ze grijpt terug naar haar eigen jeugd, maar onderzoekt ook de geschiedenis, de politiek en de literatuur. Ze schrijft over de negentiende-eeuwse literatuur waarin slavernij werd geromantiseerd en vergelijkt deze boeken met de dagboekaantekeningen van slavenhouders. Morrison onderzoekt wat het betekent om zwart te zijn en verkent verschillende opvattingen over raciale zuiverheid, globalisering en massamigratie in deze eeuw. De herkomst van Anderen is Morrisons persoonlijkste non-fictiewerk tot nu toe.’

    De herkomst van Anderen
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2018)

    Autobiografie van mijn moeder

    Tot slot aandacht voor een debuut van de Franse Violaine Huisman (1979). Autobiografie van mijn moeder gaat over drie vrouwen, de zusjes Elsa en Violaine en hun ongewone moeder. Hun moeder is danseres, mooi, bipolair, gek en onvoorspelbaar, deelt met vele mannen het bed, en is dol op haar dochters en dat is wederzijds.

    Violaine Huisman woont en werkt in New York, waar ze literaire evenementen organiseert en Engelstalige literatuur naar het Frans vertaalt.

     

    Autobiografie van mijn moeder
    Auteur: Violaine Huisman
    Uitgeverij: De Geus (2018)
  • Misschien Madelief

    Misschien Madelief

    Om de meest gelukkige reden denkbaar ben ik veel met namen bezig de laatste tijd. Er is opnieuw een Ronja geboren in mijn omgeving, niet bij ons maar wel dichtbij. Wat een geluk moet het zijn om je dochter te vernoemen naar een van de stoerste personages uit de (jeugd)literatuur, wat een belofte zit er in die naam. Dat een naam een wens moet zijn of een boodschap, iets dat je je kind wil meegeven, houdt me al langer bezig. Dus zoek ik een eigen Ronja.
    In verhalen heb ik ze vaak vrij snel – en zodra ik ze heb, veranderen namen nauwelijks nog. Daags voor mijn debuut naar de drukker ging, moest er echter nog een nieuwe naam komen voor een van de hoofdpersonages: te veel namen begonnen met een A, aldus de proeflezers. Nog steeds struikel ik soms over het resultaat: hoe tevreden ik ook over Michelle ben, voor mij blijft ze altijd Amy.

    Hulpeloos sta ik voor mijn boekenkast, niet met de handen in het haar maar op mijn buik. Voor een jongensnaam hoefde ik niet lang te zoeken, voor een meisje is het lastiger. De naam die al jaren op het puntje van mijn tong ligt, neem ik in heroverweging. Liefst zou ik iets uit een boek willen. Maar – er is altijd een maar.
    Niet alleen blijken mijn lievelingsschrijfsters hele vreemde voornamen te hebben (Flannery, Marlen, Toni, Willa), voor de weinige vrouwelijke personages die me bijbleven in alles wat ik las geldt zelfs dat ze ongelooflijk onhebbelijke karakters hebben: neem Louise Bentley uit Winesburg Ohio, wiens verhaal door haar schepper, Sherwood Anderson, wordt geïntroduceerd als een ‘geschiedenis van misverstanden’. Wat volgt is een karakterschets van een moeilijke vrouw, een oerkracht die zichzelf evenmin begrijpt als in de hand heeft.

    Steeds moet ik aan Sethe denken – misschien heeft het met angsten te maken, de duistere vraagtekens die het oppervlak zoeken zodra er van alles in een vrouwenlichaam verandert. Zelden las ik zo’n schitterende naam, zo’n schitterend verhaal. Maar is Sethe de heldin van Toni Morrisons Beloved of het slachtoffer? Dit is geen verhaal om verder te vertellen, staat er in mijn vertaalde exemplaar. Wie beide boeken heeft gelezen zal begrijpen dat Sethe en Louise geen namen zijn die je zomaar doorgeeft.
    Dan zijn er nog de vrouwelijke personages in de romans van Marlen Haushofer, allen op de rand van waanzin en, belangrijker, naamloos. Alleen Stella uit Wij doden Stella krijgt actief een stempel en dat is er nu juist weer geen die je wilt doorgeven, het is Haushofers Lolita, een nimf en net zo irritant. Even denk ik aan de vrouwen in Faulkners As I lay dying maar ach, dat zouden geen beloftes zijn maar een vloek.

    Wat geef je iemand mee en mag het ook gewoon een beetje mooi zijn? Een van de leukste (literaire) namen die ik ken gaf ik al aan een kat – nee, Haggis was het niet. Misschien Madelief. Zo mooi vond ik de boeken van Guus Kuijer. Ik heb gelukkig nog even.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen begin dit jaar bij Uitgeverij Cossee.

  • Zelfzorg

    Zelfzorg

    Goed voor jezelf zorgen is weten wat je nodig hebt en wanneer: in vriendschap en andere sociale relaties, in voeding en nachtrust of in tijd. Zo geef ik altijd gehoor aan mijn wens om de zee te zien. Niets brengt me terug op aarde zoals het ruisen van de Noordzee dat doet: de schuimkragen op de golven; die ondefinieerbare kleur (is het blauw of groen of grijs of toch iets daartussenin) en het gevaar dat dit ondiepe water met zich meebrengt – want de zee is onvoorspelbaar en hoeveel mensen zijn er dit jaar weer verdronken? Het heeft iets verslavends. Gezond eten heeft dat niet.
    Grappig genoeg weten mijn katten evengoed wanneer ik ze nodig heb: hoe mijn eigen lijf bij pijn snakt naar de warmte van hun harige lijven; het monotone gebrom van hun spinnen; hoe Haggis bijvoorbeeld met al haar gewicht op mijn borst gaat liggen. Rust komt duidelijk van wezens waar ik niets van begrijp. En, natuurlijk, van boeken.

    Er is een reden waarom ik jaarlijks Beminde van Toni Morrison herlees, ik schreef er al eerder over, het is een boek waarvan ik, ondanks alle ellende en de eenzaamheid, gelukkig word: misschien zit het in de afloop, ik weet het niet, misschien zit het in de taal. Een gelukkig boek, zou Kees ’t Hart het noemen.
    Een tijd lang volgde ik een site waarop alleen positief nieuws werd gepubliceerd: vliegtuigen die een noodstop maakten omdat de verwarming in het ruim was uitgevallen en er een hond dreigde dood te vriezen, dat soort dingen. Ik kon me uren laven aan alle online gepubliceerde liefde en vrolijkheid, het was wat je noemt bemoedigend nieuws. Dat had ik kennelijk nodig.
    Nu is de schrijver van het fijnste jeugdboek uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, Madelief, een van de twee redenen waarom ik nog op Twitter zit (de ander is de Toto Africa-bot, een geautomatiseerd account dat tot in het oneindige de songtekst van Toto’s monsterhit de wereld in knalt). Van Madelief herinner ik me weinig anders dan dat ik het verhaal van die oma zo mooi vond: Krassen in het tafelblad – wat een schitterende vondst. Als dat geen gelukkig schrijven was, dan was het wel gelukkig lezen.

    Dat gelukkige lezen vind ik terug op het Twitteraccount van de schrijver. Guus Kuijer is grappig, wijs en sympathiek en als ik lusteloos door de tijdslijn scroll maken zijn uitspraken me vrolijk zoals die berichten op de positief-nieuws site dat deden. ‘Liefde is houden van het verschil,’ schrijft hij ergens. Zo’n zin kan enorm flauw zijn, bij hem werkt het.
    Weten wat je nodig hebt is: op de juiste momenten je vrienden bellen (of je moeder), salade maken voor jezelf en je lief of juist pizza bestellen, soms is het gewoon jezelf de vernieling indrinken – het komt nauw kijken en is voor iedereen weer anders. Voor mij is het momenteel achter elkaar in Hoe word ik gelukkig van Guus Kuijer lezen alles onderstrepen wat ik mooi vind. Uiteraard met een kat op schoot – of aan zee.

     

  • Steeds meer worden

    Steeds meer worden

    ‘O, ik vind dit zo jammer.’ De verloskundige zucht.
    Met zijn drieën – man, ik, verloskundige – kijken we naar het scherm. Daar is mijn baarmoeder te zien, compleet met vruchtzak. Maar waar een foetus zou moeten zitten, ongeveer ter grootte van een kers, is het zwart. Alleen in een hoekje zit iets kleins, misschien een rijstkorrel. Tien weken zwanger maakt plaats voor een vruchtje dat weken eerder gestopt is met groeien, het moet er alleen nog uit. Een missed abortion, heet zoiets. Dat klinkt als een landmachtoperatie.
    De foto van de echo neem ik mee naar huis en stop ik in een lade. Soms kijk ik ernaar, de helderheid van het beeld stelt me gerust: het is echt gestopt, hier, zie maar. Een paar dagen later krijg ik pillen om de miskraam op te roepen.

    De cijfers over miskramen variëren van kansen van een op vijf tot 10% in het eerste trimester. Feit is dat het heel vaak voorkomt en niet iedere vrouw merkt dat ze er een heeft – soms menstrueert ze zonder dat ze weet dat zij zwanger is. Of was, dus.
    Man en ik wisten het wel, van die zwangerschap. Mijn groeiende borsten, de honger (puddingbroodjes!), de misselijkheid – alles was aanwezig. Kraakhelder waren de streepjes op de tests. Ook nu we weten dat het niet goed zit, blijken die symptomen gewoon door te gaan. Mijn lichaam, dat me zo trots maakte door zwanger te zijn, is een onbetrouwbare verteller.
    Thuis doen de pillen hun werk. De miskraam doet zeer, zoals voorspeld, en duurt ook lang.

    Willem Jan Otten schreef in zijn essay De schok van herkenning over de film Broken Flowers, waarin het personage van Bill Murray te horen krijgt dat hij een zoon heeft. Murray begint een zoektocht, maar er wordt niemand gevonden. Waar het Otten om gaat, is dat het personage van Murray ‘steeds meer een vader is geworden’. Daar denk ik veel aan.
    In de afgelopen weken ben ik steeds meer een moeder geworden, mijn man (opnieuw) een vader en mijn ouders opa en oma – een ontwikkeling die ik bijna literair zou noemen. Wat gebeurt daarmee op het moment dat het misgaat?

    Een jaar geleden publiceerde dichteres Maartje Smits over haar miskraam op Hard//hoofd. Prachtig schrijft ze over het lege gevoel dat achterblijft na de miskraam, hoe dat lege gevoel voor haar genoeg zei. Voor mij zei bloed genoeg. Nu voelt mijn lijf leeg, maar stroomt mijn hoofd over.
    Een kind verliezen doe ik niet, wel een verwachting. Dat is groots. Hoe sterk onze kinderwens is, blijkt nu man en ik daar langer op moeten wachten. Ondanks de teleurstelling heeft dat iets moois. Ik koester het gevoel dat ik steeds meer een moeder ben, hij weer een vader, mijn ouders opa en oma. Het komt wel.

    ‘Er bestaat een verlangen dat je kunt wiegen,’ staat er aan het einde van Toni Morrisons meesterlijke roman Beminde. Dat is zo. In mijn armen wieg ik het verlangen tot het plaatsmaakt voor een baby.