• Een onmogelijke liefde

    Een onmogelijke liefde

    In kwantitatieve zin is het oeuvre van de Amerikaanse Marilynne Robinson (1943) niet heel omvangrijk – er verschenen van haar hand welgeteld zeven boeken tussen 1980 en 2020 – maar de waardering voor die boeken is er niet minder om. Ze is met name bekend geworden vanwege haar roman Gilead die in 2005 werd bekroond met de Pulitzerprijs voor literatuur. In 2012 ontving ze de prestigieuze National Humanities Medal, een onderscheiding die jaarlijks door de Amerikaanse president aan maximaal twaalf mensen wordt uitgereikt. De zogenaamde Gilead-serie begon met het boek Gilead (2004) waarna Home (2009) en Lila (2014) verschenen en eind vorig jaar verscheen Jack. De boeken zijn door thematiek en personages met elkaar verbonden maar ook uitstekend los van elkaar te lezen.

    Jack speelt zich af in de jaren vijftig vorige eeuw. Mannen zijn gekleed in  kostuums en dragen hoeden en vrouwen hebben handtassen die passen bij hun schoenen. In St. Louis, waar het verhaal zich afspeelt, zijn de regels duidelijk over wat wel en niet hoort en wat zelfs strafbaar is in de omgang met andere rassen. Della, een jonge, zwarte, vrome lerares wordt op een avond onverhoeds ingesloten op een kerkhof, waar ze zat te werken aan een gedicht. Ze wordt aangesproken door Jack, een vriendelijke alcoholist die wel vaker de nacht lijkt door te brengen op het kerkhof. Aanvankelijk weigert Della om met hem te praten, want Jack is wit en de segregatie is in St. Louis in die tijd nog alomtegenwoordig.

    De intelligente Jack weet haar echter uit haar tent te lokken. ‘Laat me raden. De lievelingsdochter van je vader zwerft ’s nachts rond met een ongure blanke. Blootsvoets. Op een kerkhof. Als ze betrapt wordt, zal het schandaal nog eeuwen nagalmen, tot in de verste uithoeken van Tennessee, en zullen alle vreemde details breed worden uitgemeten. Voor altijd. En hij was zo trots op je.
    Vervolgens voeren Jack en Della urenlang een zeer geanimeerd en diepgaand gesprek over grote levensvragen en diepgaande emoties. Ze ontdekken hun gedeelde liefde voor poëzie en literatuur en tegen de ochtend nodigt Della Jack zelfs bij haar thuis uit voor het komende Thanksgivingdiner.

    Rode rozen

    Omdat het boek vanuit het perspectief van Jack geschreven is, wordt duidelijk wat de invloed van deze ontmoeting op diens leven is. Hij zoekt en vindt een baan, gaat minder drinken en bezoekt de bibliotheek. Hij verdiept zich daar vooral in Hamlet. Qua karakter lijken Hamlet en Jack enigszins op elkaar; ze delen de bijzondere combinatie van impulsiviteit en besluiteloosheid. Wanneer Jack zich bijvoorbeeld met een in een opwelling gekochte enorme bos rode rozen naar het huis van Della begeeft voor het etentje, duurt het uiteindelijk tot diep in de avond voordat hij daadwerkelijk bij haar durft aan te kloppen. De rozen liggen dan inmiddels al in de bosjes omdat hij er bij nader inzien twijfels over had om ze te geven. Ondanks het feit dat Jack er wat sjofel uitziet vanwege een tweedehands kostuum met gerafelde manchetten, is Della toch dolgelukkig om hem terug te zien en blijken ze allebei gevoelens voor elkaar te hebben.

    Positieverbetering van het ras

    Er breekt een lastige tijd aan voor zowel Della als Jack. Jack komt tot de ontdekking dat Della de dochter is van de imposante bisschop Miles. Haar ‘zeer prominente en achtenswaardige’ familie blijkt ‘ten diepste betrokken [te zijn] bij de positieverbetering van het ras’. Een relatie tussen Della en Jack komt in de optiek van Della’s familie dus niet van pas. Al snel staat er eerst een tante en vervolgens een zus bij Della op de stoep die allebei proberen om haar wat Jack betreft op andere gedachten te brengen. 

    Jack twijfelt ondertussen eveneens over zichzelf en over een mogelijke relatie met Della. Hij is zich ervan bewust dat hij haar leven volledig zou kunnen ruïneren; zijn aanwezigheid bij haar thuis zou haar reputatie onherstelbare schade kunnen berokkenen en dat is een risico dat een lerares niet kan lopen. In het ergste geval zou Della in de gevangenis kunnen belanden wanneer mensen alleen al het vermoeden zouden hebben dat zij zouden samenwonen. Hij gaat met een predikant in gesprek over zijn bedenkingen, waarbij hij zichzelf als volgt beschrijft: Ik ben een begenadigde dief. Ik lieg moeiteloos, vaak zonder aanwijsbare reden. Ik ben een kwaadaardig en overtuigd alcoholist. Ik heb geen talent voor vriendschap. De talenten die ik heb, gebruik ik niet. Ik ben me voortdurend en bijna obsessief bewust van alles in mijn directe omgeving wat breekbaar is en ik heb een obsessieve aandrang om dat kapot te maken.’

    Gladjanus

    Jack blijkt in het verleden inderdaad voor diefstal in de gevangenis te hebben gezeten. Op zijn werk wordt hij vanwege zijn uitstraling Gladjanus genoemd, maar toch voelt de lezer aan dat hij zichzelf tekort doet met bovenstaande karakterschets. Hij schildert zichzelf in het pastorale gesprek bewust onwaardig af, ook omdat hij beseft dat Della in de problemen zou kunnen komen wanneer het tot een echte relatie zou komen. Anderzijds zegt hij over zijn liefde voor Della in een volgend gesprek dit: Ik zal haar trouw zijn. Ik geef haar mijn erger-dan-nutteloze trouw, tot de dood ons scheidt. Als ik haar soms ontrouw ben, omdat dat in mijn aard ligt of omdat ik me laat overhalen door de meest overtuigende en volmaakte redenen die er op deze wereld bestaan, dan zou dat mijn einde betekenen, wat een opluchting kan zijn.’ Uiteindelijk voert Della’s familie de druk steeds verder op en maakt Jack plannen om zijn leven elders voort te zetten. De grote vraag is of Jack in staat zal zijn om de grootst mogelijke diefstal te plegen, namelijk het ‘op sluwe wijze stelen van geluk uit de klauwen van wettelijke verbodsbepalingen’.

    Geen waardeoordeel

    Jack is een fraaie roman over een op het eerste gezicht onmogelijke liefde. De prachtige dialogen laten een ander beeld van Jack zien dan de zwaarmoedige hersenspinsels die hij heeft wanneer hij alleen is. Della begrijpt Jack en beschrijft hem heel raak als een persoon ‘die leeft als iemand die al overleden is’. Het is bijzonder dat Robinson geen waardeoordeel geeft over de situatie waarin Jack en Della zich bevinden wat betreft de segregatie. Net als Jack en Della moet de lezer het blijkbaar doen met een aantal gegevens waar je best wat van kunt vinden, maar die onveranderbaar zijn. Het onrecht dat Jack en Della door de maatschappij respectievelijk door familie kan worden aangedaan komt daardoor wel in balans.

    Robinson heeft een bijzondere gelaagdheid in haar roman aangebracht die ook nieuwsgierigheid oproept naar de andere Gilead-romans. De relatie tussen Jack en zijn vader bijvoorbeeld is verstoord en er is ook een broer die af en toe wat geld achterlaat in het pension waar Jack verblijft. Het zijn wat losse eindjes die redenen genoeg bieden om ook de andere romans uit de serie te gaan lezen.

    Genade

    Het meest aantrekkelijke van de roman zijn de zeer inhoudelijke en interessante gesprekken die Della en Jack voeren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ze gaan onder meer over zonde, over breekbaarheid, over literatuur en poëzie, over schaamte, over trouw, over de ziel en – en dat is misschien wel het mooiste gesprek – over genade. Ze zijn een bewijs van Robinsons schrijftalent en zetten de lezer aan het denken. De intelligente discussies zorgen er – in combinatie met de vraag of er een toekomst zal blijken te zijn voor Della en Jack – voor dat Jack een roman is die de lezer van het begin tot het einde weet te boeien.

     

     

  • Tractatie over literatuur

    Tractatie over literatuur

    Julian Barnes is niet alleen romanschrijver (bekend van onder andere The Sense of an Ending, Arthur & George en Flaubert’s Parrot), maar publiceert in tijdschriften en kranten ook regelmatig essayistisch werk. Dit jaar verscheen de vertaling van zijn bundel met essays over literatuur: Through the Window (Uit het raam).

    Wat biedt deze bundel? Krijg je meer zicht op de ideeën van Julian Barnes over wat goede literatuur is, zijn poëtica? Ren je naar de boekhandel om nieuwe ontdekkingen meteen aan te schaffen? Of zijn de stukken op zichzelf weer nieuwe literatuur?

    In de inleiding herinnert Julian Barnes ons er nog even aan hoe bijzonder fictie is: ‘Fictie verklaart en verrijkt, meer dan enige vorm van schrijven, het leven.’ En sterker nog, in het opgenomen pamflet ‘Een leven met boeken’ schrijft hij: ‘Als je een goed boek leest, ontsnap je niet aan het leven, je stort je er juist dieper in.’

    Het is een bont gezelschap van boeken en auteurs die Barnes bespreekt. Opvallend is de aandacht die hij schenkt aan onbekende schrijvers, zoals de Engelse dichter Arthur Hugh Clough en de Franse aforismenschrijver Chamfort (1741-1794). Maar de grote namen krijgen ook een plek: van George Orwell en Rudyard Kipling tot hedendaagse auteurs als Houellebecq en de (toen net overleden) John Updike. En het zijn niet alleen mannen: Penelope Fitzgerald, Lorrie Moore en Joan Didion komen onder anderen eveneens aan bod. De enige overeenkomt tussen de auteurs is dat het uitsluitend Britse, Amerikaanse en Franse schrijvers betreft.

    De aandacht voor Franse literatuur zal de kenners van het werk van de francofiele Barnes niet verbazen. Zijn fascinatie en bewondering voor Flaubert zie je terug in de vele verwijzingen. Maar Julian Barnes maakt je ook nieuwsgierig naar een aantal bijna obscure Franse werken. Want niet iedereen is op de hoogte van bijvoorbeeld het bestaan van Nouvelles en trois lignes van Félix Fénéon. Deze ‘onzichtbaar beroemde’ kunstcriticus, kunsthandelaar, uitgever, vertaler en journalist werkte in 1906 voor een krant en was verantwoordelijk voor de faits divers (gemengde berichten) ook wel bekend onder de naam ‘chiens écrasés’ (overreden honden). Julian Barnes laat met veel voorbeelden zien wat deze nieuwsberichten van drie regels tot literatuur maakt: ‘Hij wist hoe je een scherpe zin moest opstellen, hoe je die drie regels kon laten ademen, een stukje essentiële informatie uitstellen, een eigenzinnig bijvoeglijk naamwoord toevoegen, het noodzakelijke werkwoord tot het laatst bewaren.

    Met precisie ingaan op de ambacht van het schrijven: dat maakt een aantal essays interessant. Een voorbeeld daarvan is het stuk over een bijzondere vorm van schrijven, namelijk het vertalen. Barnes analyseert grondig zes verschillende vertalingen van twee zinnen uit Madame Bovary, waaronder de recente vertaling van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis. Barnes biedt de lezer de kans om in de huid van de vertaler te kruipen en alle dilemma’s te ondervinden die daarmee gepaard gaan. Een vertaling is ‘een [..] manier om onvermijdelijk tekort te schieten.’

    In het essay over Houellebecq gaat Barnes ook in op een aantal romantechnische aspecten om tot de conclusie te komen dat ‘het gevoel [opdringt] dat Houellebecq een intelligent man is, maar een veel minder intelligent romancier.’

    Wees niet bang voor droge, technische verhandelingen. Julian Barnes verlevendigt zijn stukken met literaire roddels (‘waar niet altijd op moet worden neergekeken’, zoals hij zelf zegt). En veel artikelen gaan vooral in op biografische wetenswaardigheden van de betreffende auteurs. Zo lezen we over de autotochten van Kipling door Frankrijk. Kipling deed dat niet alleen als toerist, maar ook als inspecteur van horecagelegenheden voor de Automobile Association. Nadat zijn zoon in de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk is gesneuveld, is hij actief als lid van de Oorlogsgravencommissie en inspecteert hij de militaire begraafplaatsen. Barnes citeert uit zijn autodagboeken en laat de schrijnende kant van de droge notities zien: ‘Dury. Geen grafstenen. Stenen sinds een jaar opgestapeld.’

    In ieder essay trakteert Barnes je op treffende beschrijvingen. Liefhebbers van de schrijver Ford Madox Ford, die volgens hem altijd in de minderheid zullen zijn maar zich niet uit het veld laten slaan, vergelijkt hij bijvoorbeeld met leden ‘van een van die vrijwilligersgroepen die het Britse kanalenstelsel helpen restaureren. [..] Je bent er vrij zeker van dat ze iets goeds doen, maar als je er zelf niet in springt om ook aan het graven te gaan en onder de modder komen te zitten, snap je waarschijnlijk niet wat je eraan hebt dit werk te doen.’ Ondertussen probeert het Barnes het aantal ‘fordianen’ uit te breiden met een enthousiasmerend pleidooi voor het lezen van de roman The Good Soldier.

    Het laatste essay over rouw (naar aanleiding van de boeken van Joan Didion en Joyce Carol Oates) lees je met een brok in je keel. Barnes voert op een oprechte wijze een bijna onmogelijke taak uit, namelijk het bespreken en beoordelen van twee autobiografische romans over rouw. Hij vermeldt niet dat hij nog niet lang geleden zelf zijn vrouw heeft verloren.

    Julian Barnes vergelijkt romans met steden. Er zijn steden die helder ontworpen zijn, zoals de kleurige metrokaarten. En er zijn steden zonder zo’n routekaart, waar je zelf de weg moet vinden en kan dwalen. In deze essays zijn beide benaderingen verenigd. Barnes maakt je deelgenoot van zijn dwalingen door de literatuur en neemt de tijd om te ‘pauzeren’ en te ‘lummelen’, maar door zijn heldere en precieze schrijfstijl raak je nooit de weg kwijt.

     

     

  • Recensie door: Rein Swart

    Recensie door: Rein Swart

    Misschien zijn Amerikanen wel het best in staat het moderne levensgevoel uit te beelden. Vooral aan de westkust heeft de middenklasse ruimschoots de gelegenheid gehad om zonder oorlog en niet belast door een zwaar drukkend verleden de eigen genoegens uit te leven. Waar zoiets toe leidt wordt duidelijk in de boeken van Bret Easton Ellis, maar ook Jennifer Egan schrijft met verve over ontworteling en het verglijden van de tijd. Dat laatste komt ook tot uiting in de titel. De roman is meteen opgemerkt door de critici. En terecht. Het boek is als een narcoticum, dat een verslavend en duizelingwekkend gevoel teweegbrengt.

    Met een ongelooflijke dynamiek scheurt Egan door het moderne leven. Dat begint met Sasha, een kleptomane die tijdens het bemachtigen van een nieuwe buit, een damesportemonnee in het toilet, in gedachten een gesprek voert met haar therapeut Coz. De verteller schiet moeiteloos heen en weer tussen de twee verschillende werelden waardoor het verhaal een enorme vaart krijgt. Het moderne levensgevoel komt onder andere tot uiting in de leeftijd van Sasha die in werkelijkheid vijfendertig jaar oud is.

    ‘Ook nu nog kende zelfs Coz haar echte leeftijd niet. Eenendertig was de schatting die het dichtst bij haar werkelijke leeftijd was gekomen, maar de meesten meenden dat ze in de twintig was. Ze deed iedere dag aan fitness en bleef zo veel mogelijk uit de zon. Volgens al haar online-profielen was ze achtentwintig.’

    Als Sasha een monteur met een gereedschapsriem met daarin een glimmende schroevendraaier ziet, is ze verloren. ‘Er zat een prachtige schroevendraaier in waarvan het doorzichtige oranje handvat in de versleten leren lus glom als een lolly. De zilverkleurige, gebeeldhouwde schacht fonkelde.’

    Dit soort beeldende taal gaat het hele boek door, waardoor het leven in geur en kleur tot uitdrukking wordt gebracht. Hoofdpersoon Sasha is in het begin de assistente van Bennie, die een belangrijke rol in het boek speelt, waarin muziek een belangrijk thema is. Bennie is een latino uit de Bay Area en is, na zijn tijd als bassist in een band een belangrijk persoon in de muziekbusiness. Met zijn zoon Chris van negen, brengt hij na de scheiding met Stephanie bezoeken aan dokter Beet om opvoedkundig op het juiste spoor te blijven, hetgeen een duidelijk kenmerk van de moderne tijd is.

    Het is teveel om een samenvatting te geven van het verhaal, dat ook nog eens heen en weer schiet in de tijd. Verrassend is dat de verteller soms vooruitspringt en vertelt hoe het met bepaalde mensen verder gaat. Ook merkt de verteller eens op dat we afdwalen, hetgeen met zo’n grote cast bijna onvermijdelijk is. Wellicht kan men het beste de verschillende hoofdstukken als losse verhalen lezen, die dan op een of andere manier verband met elkaar houden door de erin optredende personen, die vaak niet eens geïntroduceerd worden. De verschillende verhaallijnen hebben niet eens zoveel plot, zoals in een hoofdstuk waarin Bennie vreemdgaat met een vriendin van Stephanie. Dit wordt door de laatste opgemerkt, omdat ze een haarspeld van haar vriendin in de broekzak van Bennie vindt. De lezer moet zelf aan het einde van het boek een en ander aan elkaar breien.

    Minder sterk is de powerpointpresentatie door Alison, de dochter van Sasha aan het eind van het boek, maar alles bij elkaar is Het bezoek van de knokploeg een overrompelende ervaring, die de lezer vol in het gemoed treft.

    Bezoek van de knokploeg

    Auteur: Jennifer Egan
    Vertaald door: Ton Heuvelmans
    Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
    Aantal pagina’s: 336
    Prijs: € 19,95