• Blue Monday in De Balie

     Agenda

    Op de derde maandag van januari, officieel de meest deprimerende dag van het jaar, kan het publiek bij de SLAA zwelgen in een winterdepressie. Te gast zijn: Ton Anbeek, Marc van Uchelen, Vrouwkje Tuinman en Daan Heerma van Voss. Presentatie: Anton de Goede. Muziek: Kobra Ensemble.

    Zwaarmoedigheid en literatuur lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op de derde maandag van januari, volgens psychologen de meest depressieve dag van het jaar, trekt de SLAA een avond uit om de zwaarmoedige kant van de literatuur te verkennen.

    Reve, Hermans, Slauerhoff, Heeresma – allen schreven zij literatuur waarin zwaarmoedigheid een belangrijke rol speelt. Hoewel er tal van voorbeelden te bedenken zijn van uitstekende zwaarmoedige literatuur uit verschillende buitenlanden (Edgar Allan Poe, Franz Kafka, Helle Helle), lijken schrijvers uit de lage landen zich bij uitstek thuis te voelen in dit genre. Waar de buitenlandse schrijvers eerder lijken te neigen naar het melancholische, haast het romantische, wringt er in de Nederlandse literatuur onophoudelijk iets, is er altijd een droge ironie voelbaar. Waar ligt dit aan? Heeft het te maken met onze lijdzame, calvinistische aard?

    Al te optimistische romans worden minder serieus genomen, zijn geen echte literatuur, zijn naief. Is dit terecht? En heeft deze opvatting altijd bestaan? Ton Anbeek praat over dit verschijnsel in een mini-college.

    Uiteraard passeren ook enkele voorbeelden van zwaarmoedige literatuur de revue. Acteur Marc van Uchelen draagt een passage voor uit het werk van Gerard Reve, zijn favoriete schrijver. Dichteres Vrouwkje Tuinman komt praten over zwaarmoedige poezie, zowel die van haarzelf als van anderen. Daan Heerma van Voss heeft speciaal voor deze avond een kort zwaarmoedig verhaal geschreven. Tussen de bedrijven door worden er liederen ten gehore gebracht door het dameskoor Kobra Ensemble. Na afloop van het programma gaat de bar open en kunt u samen met ons uw verdriet wegdrinken.

    Blue Monday
    21 januari 2013, 20.15 uur
    De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam
    Organisatie: SLAA
    Kaartverkoop: www.debalie.nl
    Meer informatie: www.slaa.nl

     

     

  • Straatrumoer

    Straatrumoer

    Ton Anbeek heeft na 17 jaar weer een roman geschreven. Een ander leven, zijn boeiende vorige roman verscheen in 1992 en deze recensent was daar zeer over te spreken. Goed geschreven en met een levendige thematiek. Vooral de mooie beschrijvingen van Anbeek vielen op. Nu komt Anbeek met Vast een boek over een Tbs-kliniek.

    Anbeek is in de huid gekropen van ene Ronnie, die is opgesloten wegens geweldpleging. In de kliniek zijn allerlei hiërarchieën, er zijn Marokkanen en Antillianen en deze twee groepen mengen totaal niet. Iedereen heeft een bijnaam bijvoorbeeld de pedo. Anbeek heeft een omslag voor het boek laten ontwerpen met puzzelstukken, die tegelijkertijd huizen, flats zijn. Ze zijn allemaal van elkaar gescheiden, zoals alle gedetineerden van elkaar zijn gescheiden. En blijven. De leiding bestaat uit slordig langs elkaar heen improviserende sociaalwerkers. Dieptepunt is de psychiater, ‘psiech’ genoemd door Ronnie, die eerst contact met hem krijgt, maar daarna spoorloos verdwijnt en Ronnie aan zijn lot overlaat. Het jargon van de gedetineerden heeft Anbeek goed bestudeerd. We worden op bladzijden vol dialogen getrakteerd, waarin de boys hun slang moge uitleven.

    (…) In de doucheruimte breekt oorlog uit: ‘Waarom smeer je niet meteen een hele pot gel in je haar?’ ’Fok op man.’ ‘Je ziet eruit als een aap met tyfus.’ ‘Fok op man of ik geef je klappen. ‘Nou gééf ze dan man, gééf ze, kom op.’

    Was er niet een redacteur die Anbeek had kunnen tegenhouden: ‘Leuk Ton, maar we willen niet allemaal dialoogjes, wissel dat af met beschrijvingen, daar ben je veel beter in. Dit doet erg geforceerd aan.’ Het is namelijk gewoon jammer en doet erg stijfjes aan dat Anbeek zich steeds laat verleiden tot dialoogjes. De verhaallijn stokt erdoor. Aan het einde, we zijn dan op driekwart van het verhaal, breekt er een soort opstand uit op een bonte avond. Ene Joop gaat een rap voordragen, met stuitende teksten en er ontstaan vechtpartijen. Dat wordt op een adequate manier beschreven, maar het is al te laat. De lezer is in slaap gewiegd en alle spanning is uit het verhaal verdwenen.

    Anbeek deed in de jaren tachtig als hoogleraar de uitspraak dat er meer straatrumoer moest in de Nederlandse Letteren. Inmiddels is hij op z’n wenken bediend. Giphart, Zwagerman, Erkelens, Joris Moens en Van Duijnhoven kwamen, zagen en verdwenen weer. Weg straatrumoer. Maar het is jammer dat hijzelf nu uitgerekend zijn roman laat verpesten door datzelfde straatrumoer.

    (…) ‘Wij Marokkanen zijn altijd de lul,’ zegt Hamid, ‘die vuile kankerkoppen van de wacht, hun moeten mij altijd hebben. Terwijl er hier anderen zijn’ ? ‘Wie ?’ vraagt Kees, met zijn mond vol. Hij verraadt niemand. Is geen snitch.

    Zijn observaties zijn messcherp. Zoals in het stukje over het kijken naar de televisie door de gedetineerden.

    (…) Het is een Amerikaanse serie, zelfs de bewaaksters dragen pakjes die strak om het lijf sluiten. Alle vrouwen en meisjes. Blond, bruin en zwart, zijn bloedmooi, met haar gewassen en geföhnd aks of ze achter de tralies niks anders te doen hebben. Ze lijken in niets op de droevige types, die hier op de meidenafdeling snoep zitten te eten, de hele dag door, tot ze bijna vierkant zijn geworden.

    Is de thematiek van een Tbs-kliniek ons als lezer nu veel duidelijker, als we het boek hebben gelezen? De chaos in zo’n kliniek, waardoor wordt die dan veroorzaakt? Door de agressiviteit van de gedetineerden of de imbeciliteit van de oppassers, die niet weten wat ze moeten doen? Het is mij nog steeds een raadsel. En Anbeek heeft ondanks het feit dat hij kan schrijven een enorme kans laten liggen een klassieker te schrijven.