Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.
Verder kijken – Esther Kinsky
Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.
His Natural Life – Marcus Clarke
Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)
Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden
Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.
Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer
Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)
De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren
Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.
Het boek van de kinderen – A.S. Byatt
Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)
Nirwana – Tommy Wieringa
Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.
Het hart van de ever – Baltasar Porcel
Het hart van de everis de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)
Ruitjesblues – Jan Beuving
Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)
Luister – Sacha Bronwasser De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.
Een schitterend wit – Jon Fosse Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)
Das Spinnennetz – Joseph Roth Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.
De wintersoldaat – Daniël Mason
In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)
Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje
Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.
De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf Ademloos las ik dit jaar Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)
Scherven – Bret Easton Dit jaar las ik Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie.
In het huis van de dichter – Jan Brokken Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)
Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.
De laatste witte man – Mohsin Hamid Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)
Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom Als poëzierecensent wil ik allereerst deze verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden.
Balts – Luuk Gruwez In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)
Arkadia – Sipko Melissen Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,Arkadia is prachtig geschreven!
Drengr – Aron Dijkstra Een echte Viking is drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)
Jij zegt het – Connie Palmen Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’
Goudjakhals – Julien Ignacio
Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)
Marente de Moor – De schoft
Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen.
Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt
Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)
Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose
Een prachtig indrukwekkende debuutromanvan de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.
Rugzwemmen – Marc ter Horst
Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)
Een kleine weldaad – Raymond Carver
Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.
De minnaar – Marguerite Duras
Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)
In maart 1785 werd in Gent middels een strooibiljet bekend gemaakt ‘dat d’Heer Alpy in dese Stad is gekomen; hij komt van Lapland, en heeft met sig dry REENDIEREN, te weten: Het Manneken, het Wyfken en een Jong (…) Hy ho(o)pt dan van aen de Heeren der Natuer-kundige het vernoegen aen te doen van hun levendig te laeten sien, aengesien het meeste deel die maer door afbeeldsel, en door hooren seggen gezien en hebben. Hy versoekt de Heeren Liefhebbers van hunne natuerlyke Historie mede te brengen om het afbeeldende tegen het levende te vergelyken’.
Giovanni Antonio Alpi moet rond 1755 geboren zijn, waarschijnlijk in Parma. Hij reisde kermissen af met wilde dieren en verkocht ze ook. In De leeuw van Alpi beschrijft Arie van den Berg het leven van de man, die onder andere beesten leverde aan de keizer van Oostenrijk en Lodewijk Napoleon.
Auteur: Arie van den Berg
Uitgeverij: Atlas Contact
De wereld is niet stuk te krijgen
Maxim Osipov (1963) is een Russische cardioloog en schrijver, vooral van korte verhalen. Daarover zei hij twee jaar geleden in een interview met de Los Angeles Review of Books: ‘Ik denk dat korte verhalen, zelfs lange korte verhalen (waaraan ik persoonlijke de voorkeur geef), dichter bij poëzie kunnen staan dan bij romans. In korte fictie staat voor mij niet het onderwerp centraal, maar stijl en vorm; die zijn veel belangrijker dan de inhoud. Diepgaande kennis van je materiaal – in mijn geval van geneeskunde en in mindere mate van godsdienst, muziek, theater, politiek en zelfs schaken – is, hoezeer het ook kan helpen, niet essentieel. Ik schrijf het liefst over onderwerpen waarmee ik vertrouwd ben’.
Osipov (zijn vrouw is pianiste) vergelijkt het lezen van korte verhalen met luisteren naar een sonate van maximaal 40 minuten: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven- niet het onderwerp’. De wereld is niet stuk te krijgen is Osipovs eerste verhalenbundel die in het Nederlands verschijnt. Het zijn stukken vol compassie en ironie.
Auteur: Maxim Osipov
Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
Gedachten over onze tijd
‘Rond de Saksische boerderij waar ik eens met mijn vader woonde worden de oude, glooiende essen langzaam maar zeker door landbouwmachines afgevlakt en verdwijnen de houtwallen in hoog tempo. Het betoverende coulissenlandschap maakt plaats voor graswoestijnen ten dienste van de intensieve landbouw, het bodemleven is zo goed als dood. Meststoffen en glyfosaat vervuilen het grondwater en driekwart van de insecten is verdwenen.
Wie in Twente weidevogels wil horen kan ze het best beluisteren op waarneming.nl, want in het vrije veld zijn ze zowat uitgestorven’. Een typische Tommy Wieringaformulering die hij vorig jaar schreef in zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad. Wieringa is bezorgd over onze omgang met cultuur, natuur, democratie en vrijheid. Gedachten over onze tijd geeft een indruk van het brede veld van cultuur, natuur, (misbruik van) vrijheid en democratie waarover de zorgen van Tommy Wieringa zich uitstrekken.
Voor wie het even niet helemaal gevolgd heeft, de ECI Literatuurprijs, (eerder AKO Literatuurprijs) is niet meer. Daarvoor in de plaats is er sinds maart van dit jaar de BookSpot Literatuurprijs, een nieuwe naam voor een jaarlijks literair prijzenconcours die – zo gisteren bekend werd- dit jaar gewonnen is door Tommy Wieringa met zijn boek De heilige Rita (Bezige Bij, 2017). Naast de BookSpot Literatuurprijs (50.000 euro)was er ook een Lezersprijs die ook door Wieringa gewonnen werd. Opmerkelijk is dat de winnaars van de (toen nog) ECI Literatuurprijs, Martin Michael Driessen (2016) en Koen Peeters (21017), ook de publieksprijs van 10.000 euro hebben gewonnen.
Tommy Wieringa (1967) ontving al eerder Ferdinand Bordewijk Prize (2006) voor zijn debuutroman Joe Speedboot (2005), en in 2015 won hij de Libris Prijs voor zijn roman Dit zijn de namen (2012).
De andere genomineerden voor de BookSpot Literatuurprijs waren Arjen van Veelen met Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, Aukelien Weverling met In alle steden, Suzanna Jansen met Ondanks de zwaartekracht, Peter Middendorp met Jij bent van mij en Peter Verhelst met Voor het vergeten. Zij wonnen elk een bedrag van 5000 euro.
De Lezersprijs werd toegekend door een jury van lezers uit Nederland en Vlaanderen. De Bookspot Literatuurprijs door een jury die bestond uit de beroepsrecensenten Daan Stoffelsen, Jeroen Vullings, Jos Geysels, Sofie Gielis, Sebastiaan Kort en Jelle van Riet.
Je hoeft tegenwoordig niet meer naar Nieuwsuur te kijken om te weten wie de shortlist van de Libris Literatuurprijs heeft gehaald. Op enig moment wordt dat ergens officieel bekendgemaakt door de juryvoorzitter. Daar zijn media bij en voordat je het weet, heeft het nieuws ook jou bereikt. Misschien ging dat altijd al zo en was ik me daar niet voldoende van bewust of wilde ik er niet aan dat het langs de deuren van genomineerde schrijvers gaan een milde vorm van nepnieuws is. Hoe dan ook: dit jaar kwam het me vooral goed uit dat ik niet van Nieuwsuur afhankelijk was.
Hoewel ik op de avond van de bekendmaking van de nominaties met een gerust hart ver voor tienen in een snotterslaap viel, kon ik het een dag later niet laten om toch even te kijken naar Martin Michael Driessen, Murat Isik, Marjolijn van Heemstra, Ilja Leonard Pfeijffer en Arjen van Veelen die (deden alsof ze) voor het eerst kennis namen van het voor hen goede nieuws. Er werd als vanouds aangebeld en op deuren geklopt, er werd opengedaan en schoorvoetend binnengelaten. Dit keer was het Tommy Wieringa die zijn uitgever de honneurs liet waarnemen.
Van alle genomineerden leek Ilja Leonard Pfeijffer het meest op een echte schrijver. Hij speelde zijn rol met verve en was op minstens zeven manieren ‘wellevend’.
Dankzij de ‘sfeerreportages’ die Nieuwsuur sinds jaar en dag maakt, ben ik heel wat huiskamers van Nederlandse schrijvers binnen getuimeld. Hoewel schrijvers bijna altijd onmiddellijk weten wat die cameraploeg voor hun deur doet, weten de meesten toch de indruk te wekken overvallen te worden door de situatie.
Ondanks dat zijn ze kort daarna tot spreken in staat en hebben ze aardige woorden over voor hun concullega’s. Een enkeling slaagt er zelfs in zinnige dingen te zeggen, zoals Alex Boogers die zich twee jaar geleden niet liet verleiden tot een uitspraak over zijn kansen. ‘Ik win als ik meedoe aan een sportwedstrijd en in de literatuur weet ik niet precies wat het is om te winnen.’
Er is voor televisiemakers geen eer te behalen aan deze items. Heel creatief kunnen ze in de amper zes minuten die er uiteindelijk overblijven niet zijn en dus lijkt in the end elke reportage op die van het vorige jaar.
Wat zou ik graag schrijven dat het om sterke staaltjes camp gaat. Dat verslaggever van het eerste uur Tonko Dop met zijn wat lullig aandoende filmpjes liet zien dat hij precies begreep wat Susan Sontag bedoelde toen ze schreef dat ‘liefde voor het kunstmatige en de overdrijving’ de essentie van camp is (en er geen weg terug was, toen hij die toon gezet had).
Maar zo is het niet. Nieuwsuur is geen kwestie van kunst of Kitsch. Nieuwsuur brengt achtergronden bij het nieuws, en met de berichtgeving over de genomineerden voor de Libris Literatuurprijs is van alles mis. Het gaat niet om de inhoud van de titels op de shortlist en ook de schrijvers zijn van ondergeschikt belang. Het enige dat van hen verwacht wordt is dat zij het spel vol overgave meespelen. En dat doen ze dan maar. Want dat is goed voor het boek.
Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.
Toen Liter een paar nummers geleden besloot het woord ‘christelijk’ uit de naam te schrappen en voortaan als Liter. Literair tijdschrift door het leven te gaan, leidde dat tot reacties van verontruste lezers. De grootste vrees was dat het tijdschrift met het veranderen van de naam wezenlijk van karakter zou veranderen en het levensbeschouwelijke definitief tot het verleden zou behoren. De redactie voelde zich geroepen haar besluit toe te lichten en de lezers gerust te stellen. Zij was niet van plan overtuigingen overboord te gooien. Ze sprak de hoop uit dat Liter zonder het woord ‘christelijk’ in de titel potentiële lezers welwillender tegemoet kan treden. Minder veroordelend zal zijn. Dat recht gedaan wordt aan een breder levensbeschouwelijk perspectief dan alleen het protestants-christelijke.
Eerst zien en dan geloven, zal een deel van die lezers gedacht hebben. Inmiddels hebben die lezers hun conclusies kunnen trekken.
Dat de redactie van plan is woord te houden, bleek uit het themanummer waarmee het twintigjarig bestaan van het tijdschrift gevierd wordt. Een nummer geheel gewijd aan G’d, met de gedichtencyclus Quarantaine van Malachi Black als bonus. Een cyclus waarin de getijden leidend zijn; gedichten gebeden lijken en zelfinzicht tot stand komt in gesprek met iemand die het meer dan een mens voor het zeggen lijkt te hebben.
Een gevarieerd nummer – proza, poëzie en beschouwende stukken – waarin geloof, religie en godsdienst nog net zo letterlijk en figuurlijk aanwezig zijn als voorheen.
Het nummer opent met 95 Stellingen, een bonte verzameling beweringen over God opgetekend uit de monden van voor de hand liggende en verrassende ‘volgers’.
De signatuur van het tijdschrift komt ook duidelijk tot uitdrukking in het gesprek met Joost Baars over zijn bundel Binnenplaats, de analyse die Frans Berkelmans maakt van het gedicht Johannes 1:14 van Jorge Luis Borges en de papieren tweespraak tussen Malachi Black en Ruben Hofstra. Speels verwijzend naar de vorm en inhoud van de Bijbel is het gedicht Kohelet of Adviesgroep van Pauliene Kruithof, en ook Koos Geerds geeft een hedendaagse draai aan een Bijbels verhaal, in dit geval dat van Noach. Het minst door religie aangeraakt lijken de bijdragen van gastschrijver Tommy Wieringa. Hij mag dan geen uitgesproken door een geloof geleid schrijver zijn, zijn werk getuigt van een levensinstelling die verre van vrijblijvend is.
In het ‘kerstnummer’ – nummer 88, eind december verschenen – treedt het levensbeschouwelijke minder nadrukkelijk op de voorgrond, al begint het met een kerstverhaal van Len Borgdorff en een interview met Mieke van Zonneveld voor wie woorden in eerste instantie nog steeds een Bijbelse connotatie hebben.
In zijn analyse van drie gedichten van Martinus Nijhoff – Soldatenkerstmis, Zingende soldaten en De soldaat die Jezus kruisigde – schrijft Mark de Haan toe naar de Bijbelse werkelijkheid waar de dichter aan refereert. De vraag is alleen of het close readen van De Haan zoveel toevoegt aan de gedichten dat het de ruim zes pagina’s rechtvaardigt die het stuk beslaat, terwijl de gedichten zelf niet zijn afgedrukt.
Actueel is deze Liter als het gaat om de poëzie van Pierre Boskma. Van hem is een fragment opgenomen van een nog te verschijnen langer gedicht. De gedichten van Hester Knibbe hebben niet alleen iets tijdloos, maar laten zich ook vanuit verschillende invalshoeken lezen. Dat geldt ook voor Man, hond.
Veel aandacht in dit nummer voor de scheidende gastschrijver Tommy Wieringa. Christely van Mourik herleest Joe Speedboot en Els Meeuse leest De heilige Rita. Deze roman neemt ook een belangrijke plaats in, in het dagboek van Tommy Wieringa.
Het gedicht De haas van Benno Barnard en een stuk over een haas uit De heilige Rita van Wieringa sluiten wonderlijk mooi op elkaar aan. Het fragment laat bovendien zien hoe zintuiglijk het schrijven van Wieringa is. En hoeveel daarvan verloren gaan als er in recensies in algemene zin over een roman gesproken wordt. Zijn gastrol zit er definitief op na het laatste deel van het vakinhoudelijke edoch baldadige gesprek met Marcel Möring, net als Benno Barnard ook een voormalig gastschrijver.
Vergeleken met het themanummer over God lijken de bijdragen in het 88e nummer van Liter. Literair tijdschrift een minder grote noodzaak te hebben. Willekeuriger gekozen te zijn. Dat is vanzelfsprekend als er geen thema is dat bijdragen bindt, maar op een of andere manier ontbreekt er een evenwicht. Hoe inhoudelijk en lezenswaardig de afzonderlijke bijdragen ook zijn, Liter is niet meer dan de som van de afzonderlijke delen. Waar hem dat precies in zit, laat zich na het lezen van de laatste drie nummers niet zo eenvoudig vaststellen. Misschien speelt het feit dat zowel een redactie als de gastschrijver een stem hebben in het samenstellen van de nummers die samen een jaargang vormen een rol. Misschien is de diversiteit te groot en wreekt een aantal vaste rubrieken zich louter en alleen door de plaats die ze in het tijdschrift innemen. Maar misschien heeft het ook te maken met de verwachting dat een papieren tijdschrift coherenter is dan een digitale verzameling stukken die onder één noemer verschijnt. Het ligt vooralsnog niet aan het het schrappen van dat ene woord uit de ondertitel.
Het jubileumjaar van Liter. Literair tijdschrift is voorbij. Volgend jaar is Abdelkader Benali gastschrijver.
De papieren versie van Liter. Literair tijdschrift verschijnt vier keer per jaar.
Een abonnement kost € 40,00.
Liter heeft ook een digitale divisie, die de papieren editie aanvult.
Achterblijvers, dat zijn de personages in Tommy Wieringa’s nieuwe roman De heilige Rita. Ging het in eerdere romans als Caesarion (2009), Dit zijn de namen (2012) en De dood van Murat Idrissi (2017) over hen die grote omzwervingen maakten, dit keer richt de schrijver zijn blik op degenen die hun geboortegrond nooit verlaten hebben. Eén keer ging Aloïs Krüzen van huis, op huwelijksreis naar Amsterdam. Maar hij miste zijn thuis in het Twentse dorp Mariënveen, en voortijdig keerde het pasgetrouwde stel weer terug. Aloïs’ verse echtgenote had wel willen blijven, maar ze schikte in zijn wens om terug te gaan. Uit dit nest van thuisblijvers komt Paul Krüzen voort.
Nieuwkomers Als vijftiger woont Paul nog steeds bij zijn oude vader voor wie hij de verzorging op zich heeft genomen. Net als zijn vader heeft hij de Saksische boerderij nooit verlaten. Zijn moeder Alice wel. De ongemakkelijke huwelijksreis zinspeelde er al op, maar Aloïs zag het niet aankomen en Paul was destijds nog te jong. Ze ging er vandoor met een Russische piloot, een vluchteling uit de Sovjet-Unie, de verpersoonlijking van vrijheid en avontuur.
Deze piloot wilde aan zijn bestaan ontsnappen en besloot met een klein vliegtuigje naar Denemarken te vluchten. Maar hij week van zijn koers af en kwam in Twente terecht. Overmand door slaap op zijn lange vlucht stortte hij neer naast de boerderij van Krüzen. Met deze crash kwam de grote wereld Mariënveen binnen. Later, toen de globalisering nog verder toenam, kwamen er ook anderen: Polen, Chinezen, Bulgaren. Van overal kwamen ze naar dit stukje vergeten Nederland, hopend op een beter leven.
De achterblijvers begroeten de nieuwkomers met ambivalentie. Er is argwaan jegens de vreemdeling, latent racisme sluimert. Tegelijk zijn het de immigranten die deze regio nieuw leven inblazen. Terwijl steeds meer winkels sluiten en de pinautomaat wordt opgeheven, zijn zij het die de horeca overnemen. Wie opent er nog een restaurant als zelfs de Chinezen hun eethuis Shu Dynasty sluiten. Bovendien biedt deze nieuwe keuken een variatie op de eeuwige aardappels met jus.
Hopeloze gevallen In dit Twentse landschap groeide Tommy Wieringa op. Maar anders dan Paul Krüzen vertrok hij wel op zijn zestiende. Wanneer in de roman een jongen uit de streek het tot de finale van een talentenjacht op tv schopt en hem wordt gevraagd wat zijn grootste wens is, blijkt ook hij het liefste weg te willen. Weg van de plek waar niets is, hopend op een beter leven elders. Zijn dorpsgenoten die het hem op televisie horen zeggen, voelen het als een verraad.
De heilige Rita is een kroniek van de levens van deze dorpsgenoten, zij die het honk nooit verlaten hebben. De roman volgt Paul Krüzen in zijn beweging tussen de boerderij waar hij zijn vader verzorgt en waar hij de militaria opslaat die hij via internet verkoopt, het Chinese restaurant en Club Pacha. Dit laatste is een bordeel vlak over de grens vol Aziatische meisjes. Pauls favoriet is Rita, een Filipijnse die vernoemd is naar de beschermheilige van de hopeloze gevallen. Slechts af en toe verlaat Paul zijn haard om oude wapens, uniformen en aanverwante zaken in Duitsland op te kopen.
Het duurt schier eindeloos voor er iets gebeurt in deze roman en zelfs dan is het niet veel. Tegen het einde van de roman treden er veranderingen op in het dorp. Maar je moet als lezer wel heel erg graag hebben willen doorlezen om dit nog met interesse te volgen. Natuurlijk, in romans hoeft er helemaal niet veel te gebeuren: een klein leven beschrijven kan veel moois opleveren. Maar als het niet de gebeurtenissen zijn, dan moet er iets anders zijn dat sprankelt. Een scherpe observatie, een mooie zin bijvoorbeeld. Beide ontbreken in De heilige Rita; er staat geen zin in het boek die je versteld doet staan.
Het is troosteloos daar in Twente, zoveel maakt Tommy Wieringa duidelijk. Maar waarom wijdt hij daar een hele roman aan? Hij slaagt er onvoldoende in om te laten voelen hóe zijn personages hun leven ondergaan. Met een zin als de volgende neemt de verteller ook wel behoorlijk afstand tot zijn personages: ‘Wat een zegen was de gematigde klimaatzone waarin Mariënveen lag, zonder insecten die in je schoenen kropen en gastro-entrische ziektes die je systeem ondermijnden.’
Misschien is het ook dat de tragiek in De heilge Rita is ingebakken en onontkoombaar is. Wanneer Paul na lange tijd weer afspreekt met een oud-klasgenoot kán de seks die daarop volgen moet ook niet anders zijn dan een mislukking. Dat Paul een doosje After Eight bij de Plus voor haar meenam was voor de lezer weer een niet te missen vooruitwijzing. Wat Paul ook doet, het is een is allemaal een demonstratie van de troosteloosheid van de grensstreek. Nooit zal het anders voor hem worden, omdat zijn schepper het zo bepaald heeft. Het maakt dat Tommy Wieringa met dat kleine leven geen grootse roman heeft weten te schrijven.
Pijnscheuten trekken door mijn schouders. In twee weken tijd vijf boekinkopen gedaan. Ik kocht kunstboeken in Hilversum, aan de rand van de stad, ik rook het bos en de hei. Ik kocht boeken in de Amsterdamse binnenstad, geschiedenis en literatuur. Aan de Kalkmarkt, in een van de oudste delen van de stad, stond ik zwetend boeken te sjouwen onder 17de eeuwse balken. Ik kocht boeken op twee redacties; Filosofie Magazine en New Scientist, ressorterend onder Veen Media. Ze moesten verhuizen naar Utrecht. Of ik even snel duizend boeken kan komen ophalen. In de Houthavens – een opgepimpte havenbuurt – in een sjiek en hip gebouw waar ook Hugo Boss verblijft, heb ik een paar auto’s vol filosofieboeken en populair-wetenschappelijke edities opgekocht.
Afgelopen weekend werd ik gebeld door Tommy Wieringa. Of ik zo spoedig mogelijk langs kon komen aan de Prinsengracht om de bibliotheek van zijn schoonvader te komen bekijken. Huis verkocht, moet dinsdag leeg. Schoonvader bleek de zoon te zijn van een van de naoorlogse burgemeesters van Amsterdam. Zondagochtend ging ik langs en zag honderden juridische boeken, boeken over de geschiedenis van Amsterdam, kunst- en architectuurboeken. Vooral de kunstboeken vond ik interessant. Ook kreeg ik een stapel boeken van de schrijver zelf mee. Meerdere exemplaren van dezelfde titel – vooral Caesarion – en een aantal luisterboeken. Bleek dat zijn schoonvader naar boekhandel Scheltema of Athenaeum toog om daar de boeken van Tommy op te kopen. Om hem te steunen. Gisteravond haalde ik de boeken op. Omdat ik de auto op een onjuiste plek had neergezet om in te laden, bleek oom agent een prentje uit te hebben geschreven. Ik hoorde de politiemotor de Leidsegracht opgaan toen ik de papieren ‘Aankondiging van strafbeschikking’ ontwaarde onder mijn ruitenwisser. Ai, boete van 90 euro.
Vanochtend was ik bij een architect in ruste. Net binnen de ring in Amsterdam-Noord had hij met zijn vrouw een huis gevonden, komend uit de binnenstad waar geen enkele woning meer betaalbaar bleek. Ik vertelde dat ik hetzelfde had meegemaakt. Nadat ik met nieuwe eigenaren te maken kreeg die het predikaat ‘geldwolven’ met onverschrokken trots dragen, zocht ik naar nieuwe winkelruimte in de stad op een goede en betaalbare locatie. Dat bleek onmogelijk. Waarna ik de sprong waagde over de ringweg naar het stadsdeel Nieuw-West/ Geuzenveld.
Steeds meer binnenstedelingen kunnen geen nieuwe stap maken zonder een goed gevulde portemonnee. De internationalisering – multi-nationale bedrijven, winkelketens en dus ook veel expats – en een exploderend aantal toeristen – airbnb, local-goods-stores – veranderden de binnenstad in een onbetaalbaar paradijs. Zo ontstaan in de voorheen minder bedeelde stadswijken een nieuwe bevolkingslaag. De vooral import-Amsterdammers die – zoals ze voorheen de Jordaan bevolkten – nu ook naar de tuinbuurten trekken en een deel van de binnenstadse leefstijl meenemen.
Genoeg overpeinzingen, nu weer aan de slag met de tientallen dozen met boeken die staan te wachten om te worden beschreven en te worden verkocht.
Winternachten (22e editie) is er voor wie stof tot nadenken zoekt, romans, poëzie of non-fictie leest en die een ander perspectief op de actualiteit wil. Een vierdaags festival dat inspireert met verhalen van internationale en Nederlandstalige schrijvers die reflecteren in zaalgesprekken en debatten, rond filmvertoningen en muziekoptredens aan de hand van het motto ‘Is this the real life?’ op de grote en de alledaagse vragen waar Nederland en Europa mee worstelen.
Er zullen tijdens deze dagen zo’n tachtig gasten optreden waaronder Arnon Grunberg, Tommy Wieringa, Bas Heijne, Joke Hermsen en, uit het buitenland, Ian Buruma, Colson Whitehead, Michel Faber, Tomas Sedlacek, Michaïl Sjisjkin en Salena Godden.
Vaste prik is de NRC Leesclub, dit jaar vertegenwoordigd door wetenschapper en schrijver Louise O. Fresco, ingeleid door NRC-chef boeken Michel Krielaars. Fresco bespreekt met het publiek De tienduizend dingen van Maria Dermoût. Fresco vertelt waarom deze Indische roman uit 1955 relevant en waardevol is om (opnieuw) te lezen. Ze nodigt u uit om de roman te lezen, en er met haar en andere bezoekers over in gesprek te gaan. Fresco zegt over De tienduizend dingen: “Je kunt dit boek op vele manier lezen. Als een schitterend portret van een voorbije koloniale tijd; als een ode aan de nostalgie, het sensuele verlangen naar sfeer, landschap, zee en geuren; maar ook als een tijdloze studie in hoe je zin moet geven aan het leven, familierelaties, eenzaamheid en de al of niet plotselinge dood. In 1958 riep Time de Engelse vertaling uit als een van de beste boeken van het jaar.”
Tijdens de grote festivalavonden Friday & Saturday Night Unlimited keert dit motto terug in debatten als This is Not America, IS: The Horror Show, Fictie in tijden van Fake en De verborgen stad.
Op vrijdag- en zaterdagavond verzorgt Spoken Beat Night optredens waarin jazz, spoken word, wereldmuziek, voordracht, live animatie en funky beats zich vermengen. Tijdens het festival worden de Oxfam Novib PEN Awards (donderdag 19 januari) en de Jan Campert-prijzen (zondag 22 januari) uitgereikt.
Eigenlijk is het simpel. Wie iets met boeken heeft en alles wat daarmee samenhangt moet naar de Buchmesse. Al is het maar een keer in je leven. Dat de Buchmesse groot is, een duizelingwekkend gevarieerd en grensoverschrijdend aanbod presenteert is een cliché. Het zou niemand af moeten schrikken, integendeel. Opvallend zijn de typische verschillen in sfeer, stijl en publiek. Bij de Antiquarian Book Fair: meer mannen met grijs haar. Bij kunstboeken: meer stijl en gedurfd design. Bij kennismaking met nieuwe VR-toepassingen: meer kekke, hippe youngsters.
Wat zich vooral opdringt is: optimisme. Zoveel mensen spannen zich in om op even zovele verschillende manieren mooie, nieuwe, originele producten aan te bieden. Sommige namen van landen zijn synoniem voor oorlog, honger en ellende. Op de Buchmesse zijn vertegenwoordigers uit deze landen present met keurige publicaties in een smaakvolle stand.
En natuurlijk kan op talrijke plekken kennis gemaakt worden met de gastlanden Nederland en Vlaanderen. In de drukte op het Buchmesse-complex zie je ze lopen: Arnon Grunberg, Geert Mak, Cees Nooteboom.
Bij het gastlandpaviljoen is door middel van projectie een 360 graden illusie gecreëerd van strand, zee en lucht. Panorama Mesdag 2.0 zeg maar. In de schemerige ruimte zelf wordt genoten van literatuur op een opzienbarend meubelstuk voor 2 personen: één die voorleest en één die voorgelezen wordt. Er is een podium waar Tommy Wieringa in zijn beste Duits vragen beantwoordt. En de prozaïsche noot is ditmaal… een geur. Van frituurvet. Misschien wordt geprobeerd voor de echte Lage Landen-sfeer kroketten te bereiden. Of behoren die tot wat we níet delen?
Hoe het antwoord op die vraag ook luidt, simpel blijft het. Wie echt iets met boeken heeft moet naar de Buchmesse. Al is het maar één keer.
Onder de titel Een nieuw hoofdstuk wordt een grote literaire benefietavond gehouden voor vluchtelingenkinderen. Vele auteurs hebben zich hierbij aangesloten en treden die avond belangeloos op in een uniek programma dat in en samen met de Stadsschouwburg Amsterdam wordt georganiseerd. Naast initiatiefnemer Dimitri Verhulst geven onder anderen Tommy Wieringa, Connie Palmen, Jelle Brandt Corstius, Christine Otten, Anne Vegter, Kader Abdolah, Renate Dorrestein, Maartje Wortel en Esther Gerritsen acte de présence. Presentatie van de avond is in handen van onder meer Ruben Nicolai en er is muziek van Wende Snijders.
De opbrengsten van de avond gaan naar My Book Buddy. Dit project voorziet alle kinderen in AZC’s van een eigen prentenwoordenboek Nederlands en zorgt ervoor dat AZC-scholen boekenkasten met geschikte leesboeken krijgen. In dit project wordt niet ingegaan op de oorzaken en gevolgen van het vluchtelingenvraagstuk, dat vele nuances kent. Het richt zich op een groep kwetsbare kinderen die de huidige crisis niet heeft veroorzaakt, maar er wel door wordt geraakt.
2016 Jaar van het Boek Het benefiet wordt georganiseerd door de Leescoalitie* in het kader van 2016 Jaar van het Boek. Doel van dit jaar is om boeken dichter bij iedereen te brengen: bij jong en oud, rijk en arm, laaggeletterd en boekenwurm, bij hen die al generaties lang hier wonen en bij nieuwkomers. Taal en lezen als basisvaardigheden kunnen gevluchte kinderen op weg helpen in een nieuwe samenleving. Beschikbare en aantrekkelijke boeken helpen bij de taalontwikkeling, bieden inspiratie en (voor)leesplezier.
De line up wordt nog steeds aangevuld, zie voor een actueel overzicht 2016jaarvanhetboek.nl. Tickets voor het benefiet zijn verkrijgbaar via de ticketshop van Stadsschouwburg Amsterdam. De opbrengsten uit de kaartverkoop gaan volledig naar My Book Buddy.
De benefiet wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationale Toneel.
‘Hoe kun je optimistisch zijn in een tijd die niet gekenmerkt wordt door optimisme?’ twitterde de Amerikaanse schrijfster A.M. Homes in reactie op critici die verbaasd waren omdat ze haar roman een keihard happy-end had gegeven.
Tijdens het Wintertuinfestival, dat over vier dagen en verschillende locaties in Nijmegen verspreid is, staat deze vraag centraal. Tientallen schrijvers, dichters, wetenschappers, muzikanten en kunstenaars gaan in op het thema Hoop. Hoe staat het met het engagement in de literatuur en kan de literatuur hoop bieden als antwoord op de cynische wereld waarin we leven? In vier dagen tijd zijn er op allerlei locaties in Nijmegen activiteiten te vinden: van een campusdag tot Autoloze zondag en van een bomvolle festivalavond in Doornroosje tot de presentatie van de vier nieuwe chapbooks. De line up liegt er niet om met onder meer Toon Tellegen, Dominee Gremdaat, Tommy Wieringa, Bas Heijne, Kader Abdolah, Simone van Saarloos, Saskia de Coster en talloze aanstormende talenten reizen het laatste weekend van november af naar Nijmegen.
Het festival opent met een symposium en college op de campus van de Radboud Universiteit door A.H.J. Dautzenberg. Deze schrijver en oproerkraaier zal de hemelbestormers in de Nederlandstalige literatuur in een bomvol programma met opruiende schrijvers, muzikanten en theatermakers en hun bewonderaars bezingen. Als finale wordt de door hem samengestelde bloemlezing Vuur!, over bezieling en betrokkenheid in de Nederlandse letteren, gepresenteerd.
Dominee Gremdaat wijst in een unieke gastcollege de luisteraar de weg met een speciaal voor dit festival geschreven rede. In de tweede helft van het college vindt er een nagesprek plaats met acteur, cabaretier en theatermaker Paul Haenen.
Op de laatste dag van het festival, Autoloze zondag zullen schrijvers het achterste van hun tong laten zien in de frisse talkshow onder leiding van Hanneke Hendrix en Jaap Robben.
Een special editie van Autoloze zondag zal geheel in het teken staan van de Amerikaanse schrijver John Fante. Vertoond wordt er de documentaire Against a perfect sky en de presentatoren (en grote fans van Fante) Hanneke Hendrix en Jaap Robben gaan met Jasper Henderson (een van de makers van de docu) en Fante-fan Henk van Straten in gesprek.