• Memorabel proza dat leest als muziek

    Memorabel proza dat leest als muziek

    Ook in eenvoud kan schoonheid worden gevonden. Dat bewijst de Noorse auteur Tomas Espedal (1961). Hij schreef zestien boeken en won meerdere literaire prijzen, Buiten de orde is zijn tweede boek in vertaling van Marianne Molenaar. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal simpel: een achtenveertigjarige man wordt verliefd op een vrouw van vierentwintig.
    Het boek bestaat uit herinneringen, aantekeningen, observaties en citaten, niet altijd chronologisch. De ik-persoon, die net als de auteur Tomas heet, neemt de lezer mee op reis door zijn leven. Hij schetst zijn vorige relaties, zijn overleden vrouw, zijn dochter, zijn werk als schrijver en de moeite die het hem kost om romans op papier te zetten.

    Muzikale taal

    Buiten de orde leest als muziek: de taal dringt niet alleen je hoofd binnen, maar ook je hart. Dit is bijvoorbeeld de manier waarop de Tomas uit het verhaal zichzelf omschrijft: ‘Een brede mond, volle lippen, zijn lippen zijn gegroefd en er zitten littekens rond zijn mond van een gevecht of kwetsuur, hij heeft een grof en rimpelig gezicht. Misschien is het gehavend door eenzaamheid, of door te veel genot, het is onmogelijk te zeggen wat er in het gezicht schuilt, maar juist dat gehavende is het mooie aan hem; zij vindt dat hij een mooi gehavend gezicht heeft.’
    Later wordt duidelijk dat werken in een fabriek de oorzaak is van de littekens: Tomas lag op zijn zestiende een zomervakantie lang onder de machines terwijl er olie op zijn gezicht lekte. Dit is tekenend voor de rest van het boek, waarin de hoofdpersoon eenvoudige gebeurtenissen romantiseert.

    Een vacuüm van taal en schoonheid

    Een belangrijk thema in Buiten de orde is de tegenstelling tussen binnenshuis en de buitenwereld. Het begint al bij de fabriek waar Tomas als jongen werkte, hij weet niet meer zeker of het een warme zomer was, aangezien het tussen de machines altijd koel was. Wanneer hij volwassen is, reist hij met zijn vrouw Agnete naar Guatemala en Nicaragua, waar ze wonen in huizen met tralies voor de ramen. Agnete kan er werken als activistische actrice; Tomas blijft thuis om voor hun dochter te zorgen en door de onrust in beide landen moet hij binnen blijven. Later in het boek is het de buitenwereld die Tomas’ relatie met de vierentwintig jarige studente afkeurt, waardoor zij zich terugtrekken in zijn huis.

    Er zijn verwijzingen naar andere schrijvers, zoals Ovidius en Knausgård. Buiten de orde verhaalt, net als Ovidius’ Metamorfosen, dat alles op de wereld continu verandert, maar dat niets geheel verdwijnt, ook de liefde niet. Beide boeken stralen tijdloosheid uit, een vacuüm van taal en schoonheid dat de lezer tot het einde betovert. Knausgård is, net als Espedal, een Noorse auteur met een oeuvre dat autobiografische elementen bevat. Het is interessant hoe Espedal met deze verwijzingen speelt, bijvoorbeeld wanneer Tomas en zijn vriendin tegelijk één van Knausgårds boeken lezen: ‘Tot ik mijn boek neerlegde en haar aankeek; heb je dat gelezen? vroeg ik. Dat hij durft, het is ongelooflijk, hij maakt zichzelf kapot, zei ik.’

    Romantiek versus verstand

    Hoewel Tomas pas achtenveertig jaar is, voelt hij zich soms ouder: ‘Gaat dat zo: dat de ouderdom komt op een nacht als je alleen in bed ligt, zomaar opeens, als een schaduw in het vertrek; legt zich over je heen, drukt je neer op het bed, houdt je hoofd vast in een vreselijke greep en blaast ijs in je mond.’

    Net als in veel klassieke verhalen is de liefde hier verbonden met de dood: alleen zijn betekent dat de ouderdom vrij spel heeft. De stad en het platteland, de oude man met het jonge meisje, zelfs Tomas die Agnete opzoekt in Rome, de stad van de liefde – Buiten de orde zou samengevat kunnen worden in een opeenvolging van clichés. Na het lezen zijn het echter niet de clichés die blijven hangen. Het lijkt niet om het verhaal te gaan, maar om de manier waarop het verhaal is geschreven. Espedals ritme en romantiek overwinnen het verstand.

    Liefdesbrief aan de literatuur

    Tomas vindt het lastig om te schrijven over zijn geliefden: Agnetes naam noemt hij regelmatig, maar zij is in het heden overleden. Zijn eigen naam wordt tussen de regels door genoemd, alsof hij is vergeten hem weg te halen uit zijn notities. Pas op driekwart van het boek wordt duidelijk hoe zijn dochter heet. Daardoor lijkt het verhaal autobiografisch, wat de intensiteit nog verder versterkt.
    Buiten de orde lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig boek, maar is in staat de lezer te betoveren. De vertaling door Marianne Molenaar is zo goed dat deze betovering in het Nederlands standhoudt. Niet alleen bevat het verhaal liefdesbrieven, zelf is het ook een liefdesbrief aan de muzikaliteit van taal en de kracht van literatuur. Het resultaat is prachtig, memorabel proza dat je niet leest, maar ervaart. Hoewel Buiten de orde een dun boek is, leest het als een heel leven.

     

  • Oogst week 39 (2018)

    Een iets beschuttere plek misschien

    De oogst van deze week bestaat uit een nieuwe uitgave in de reeks Privé Domein, een literair tijdschrift, een kleine roman van de Noorse auteur Tomas Espedal en een ooit aan de keizer van Rome opgedragen boekwerk van de Romeinse letterkundige en amateur-wetenschapper C. Plinius Secundus.

    Schrijver en  publicist Cyrille Offermans (1945) werkte een jaar lang aan wat nog het best te omschrijven is als een intellectueel journaal. Een iets beschuttere plek misschien bevat een verzameling notities, beschouwingen, herinneringen, observaties alsook essayistische commentaren op gelezen boeken en gebeurtenissen in de wereld. Het boek (en dus het jaar) begint en eindigt met de doffe ellende in Syrië. Daartussenin worden vele onderwerpen gepresenteerd – van de Franse verkiezingen en de afnemende tekenvaardigheid van de schooljeugd tot en met uiteenzettingen over bibliomanie, de betekenis van carnaval, de eerste woordjes van een kleinkind of de ziekte van een vriendin. Er gebeurt veel in de wereld. En dat is te lezen in dit boek.

     

     

    Een iets beschuttere plek misschien
    Auteur: Cyrille Offermans
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    2018/3

    Vertaalster en publiciste Hein Groen schreef onder meer het mooie boekje De ruimte van Virginia Woolf (1998) over het scheppen van ruimte van de schrijfster om te kunnen schrijven. Op dit moment werkt Groen aan een literaire reisgids van Venetië waarover in deze Parelduiker een stuk over de Venetiaanse romanschrijver Pier Maria Pasinetti (1913-2006) getiteld, ‘Een vergeten Venetiaanse Proust’. Ze beschrijft de plekken waar hij geleefd en geschreven heeft. En daar schrijft ze mooi over, een wandeling die je graag met haar meeloopt. ‘Elke keer als ik in de wijk San Polo op de Ponte Bernardo langs het huis loop waar de schrijver (…) een groot deel van zijn jeugd heeft doorgebracht staat er wel ergens een raam open en kan ik de trillende reflectie van water op het plafond bijna zijn.’ Die bewegende weerschijn van water op het plafond noemen de Venetianen ‘La gibigiana’ en blijkt de meest veelzeggende metafoor in Pasinetti’s werk te zijn. Een reisgids om naar uit te kijken, en dan op naar Venetië.

    Ook besteedt de Parelduiker in drie afleveringen aandacht aan de Culturele hoofdstad Leeuwarden. In deze editie ‘Literair Leeuwarden (II)’. Teake Oppewal, redacteur op het gebied van Friese literatuur schreef,  ‘Onder het plaveisel van de stad’, een literaire wandeling door de stad. Een plattegrond is erbij opgenomen.
    In de rubriek ‘Laag water’ een reactie van Clara Eggink op het gedicht Jij, socialistisch meisje door Jac. van Hattum, een gedicht dat haar ‘kriegel’ maakte en ‘kwaadaardigheid’ bij haar opriep.

    2018/3
    Auteur: Eindredactie: Hein Aalders
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Buiten de orde

    Tomas Espedal (Noorwegen 1961) verheft zijn eigen biografie – net als zijn landgenoot Karl Ove Knausgård – tot literatuur. Maar waar Knausgård zijn leven tot in detail weergeeft, is Espedal een minimalist in woorden en dat levert ingedikt proza op. Hoewel Espedal als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen geldt, verscheen pas in 2017 een eerste vertaalde roman van hem in Nederland: Tussen april en september, een roman over het verlies van een vrouw en over rouw.

    Ook in Buiten de orde, is sprake van een gestorven geliefde en verwerking van verlies. De ik-figuur van de roman krijgt een relatie met een veel jongere vrouw. Zijn omgeving keurt hun relatie af en daarom trekken ze zich terug in het huis van de man. De man is gelukkiger dan ooit, tot hij na zes jaar wordt verlaten door de jonge vrouw. Ze wil de wereld in en laat de man gewond achter. De man wordt vervolgens overspoeld door herinneringen aan zijn jeugd, zijn eerste liefde, de jaren met zijn overleden vrouw. Beelden van gelukkige ogenblikken en moeilijke momenten trekken aan hem voorbij. Langzaam lost het verdriet van de man op. “Jij zegt voorbij, maar de liefde wil niet voorbij zijn.’ is uiteindelijk zijn bitterzoete conclusie.

    Buiten de orde
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De wereld

    C. Plinius Secundus (23- 24 na Chr.) was een Romeins letterkundige en amateur-wetenschapper en had als doel in zijn leven zoveel mogelijk kennis (over wat dan ook) te verzamelen. Het blijkt dat hij geen oog dicht wilde doen omdat hij niets van het leven wilde missen. Om geen snippertje van het leven te verspillen, zou hij zich tijdens het eten en baden hebben laten voorlezen en liet hij aantekeningen maken. Alle feiten die hij ooit gedurende zijn leven had gevonden bracht hij samen in het boekwerk De wereld, Naturalis Historia.

    De wereld is een overzicht van antieke kennis: over alles wat de Romeinen en de Grieken wisten over de hemel, de aarde, mensen, dieren, planten, geneesmiddelen, stenen, metalen en kunstwerken. Plinius schrijft over insecten, vogels, exotische beesten, rare mensen, overstromende rivieren, ingepolderd land. Over honderdvijfentachtig soorten wijn en de opslag ervan, hoe je touw maakt, of papyrus, of glas, hoe je edelstenen vervalst. Honderden plantaardige en minerale geneesmiddelen somt hij op, tegen allerhande kwalen, vaak onzinnig, dikwijls effectief. Plinius is cynisch over zijn tijdgenoten die niet geïnteresseerd zijn in wetenschap. En hij lardeert zijn boek met anekdotes en sappige verhalen. Ook had hij graag verteld hoe een vulkaanuitbarsting er van dichtbij uitziet, maar dat experiment overleefde hij niet.

     

    De wereld
    Auteur: C. Plinius Secundus
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Zomer

    De vakantie breng ik dit jaar in Noorwegen door. Al dan niet concreet of in herinnering vergezeld door drie boeken: Zomer uit De vier seizoenen van Karl Ove Knausgård, Tussen april en september van Tomas Espedal en Nooit meer slapen van W.F. Hermans.

     

    Herfst van Knausgård las ik al eerder – ja, gedurende de herfst. Lente en Winter heb ik nog niet gelezen. Alle delen, dat heb ik al wel gezien, zijn stuk voor stuk prachtig geïllustreerd. Ze bevatten allemaal korte stukken, mini-essays haast; een genre dat we van de Knausgård van vóór, maar ook wel degelijk uít de serie Mijn strijd kennen.
    De notities in Herfst zijn geschreven voor zijn dochter Anne. Prachtige teksten zijn het, die je mondjesmaat tot je moet nemen en laten smelten als een bonbon op je tong. Zoals:

    ‘Van Gogh probeerde zich te verplichten tot de wereld, maar dat lukte niet, hij probeerde zich te verplichten tot het schilderij, maar dat lukte niet, daarom ontsteeg hij beide en verplichte zich tot de dood, pas toen kwam de wereld en het schilderij binnen zijn bereik. Want alle kracht in deze schilderijen, al hun manische licht en heel hun unieke vermogen om tot je door te dringen, waardoor ze eruitzien alsof het hemelse in het aardse is doorgedrongen en dat verheft, bestaat op voorwaarde dat zijn blik werkelijk een laatste is.’

    Ik verheug me op Zomer!

    Zomer
    Auteur: Karl Ove Knausgård
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus

    Tussen april en september

    En ik geniet na van Tussen april en september van de eveneens Noorse schrijver Tomas Espedal, een boek dat deels speelt in Bergen, een hernieuwde kennismaking tijdens mijn reis. Er zitten omschrijvingen van de fjorden in dit boek, zoals:

    ’s Ochtends kwam het licht, een fel, wit licht dat tussen de bergen door de glanzende fjord [Sognefjord, EvS] doorsneed, alsof ze op ijs voeren, alsof de passagiersboot door een tunnel van licht gleed.’

    Wit staat bij Espedal overigens voor ‘iets boosaardigs dat zich verbergt in het zichtbare’: een huis waar de dood aanklopte, het bed van de overledene, de kastdeuren, het plafond en ga zo maar door. Maar ook sneeuw is wit, en die legt een beschermende laag. Want wit kan ook een gevoel geven ‘van geluk, van vrijheid, van niets’. Die dubbelheid – dat is mooi. Alleen daarom is het boek van Espedal een aanrader.

    Tussen april en september
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Nooit meer slapen

    Mijn vakantie is tenslotte ook een uitgelezen gelegenheid om weer eens een boek van W.F. Hermans ter hand te nemen, Nooit meer slapen in dit geval. Dit speelt immers in Noorwegen. Weliswaar op een hogere breedtegraad (Finnmark) dan ik dit keer kom, maar toch.
    Hermans schrijft ook nog eens weergaloos mooi. Bijvoorbeeld over de natuur:

    ‘Rendieren. Fabelwezens van kerstkalenders en ansichtkaarten. Herten met geweien van vilt. Exotisch en door overmaat van beroemdheid banaal geworden. Maar dat rendieren voortdurend grommen, heb ik nooit geweten, nooit ergens gelezen en ik zou het nooit hebben kunnen vermoeden.
    Ik strompel voort, de anderen achterna, om zo dicht mogelijk bij de rendieren te kunnen komen. De lage zon werpt mijn schaduw voor mij uit, die tien maal langer is dan ikzelf ben. Iedere voetstap komt op andersoortig terrein terecht: mos, een struik, een steen en maakt een ander geluid. Daardoorheen alleen het ruisen van de rivier. Enkel als ik stilsta, bereikt het grommen van de rendieren mij, zoals je hartslag alleen tot je doordringt als je stil in bed ligt. De voorsten staan al in het water en nog verontrust onze aanwezigheid hen niet. Wij horen nu ook het klingelen van de bellen die sommige bokken dragen. Maar zelfs dit geluid geeft ons niet aan de bewoonde wereld terug.’

    Ik ben benieuwd hoe lang het na mijn reis duurt voor ik weer aan de bewoonde wereld teruggegeven ben …

     

     

    Nooit meer slapen
    Auteur: Willem Frederik Hermans
    Uitgeverij: De Bezige Bij