• Vermakelijk absurdisme in verhalenbundel vol liefde

    Vermakelijk absurdisme in verhalenbundel vol liefde

    ‘Liefde is een stroopgraf voor de bij’ beweert een van de hoofdpersonen uit het laatste verhaal van de recent verschenen verhalenbundel van Tom Hofland. ‘Wie zich er […] in laat zakken zal zich omringd voelen met het zoetste wat de wereld te bieden heeft’. Maar, vervolgt hij, passie verblindt. En zoals de bij verstrikt en vleugellam raakt in een teveel aan zoetigheid, zo leidt liefde en passie ook bij een mens tot veel onheil. Het laatste verhaal, ‘Een stroopgraf voor de bij’ uit de gelijknamige bundel, is in meerdere opzichten een dissonant, maar geeft met de liefdesmetafoor wel een van de belangrijkste thema’s aan.

    De bundel bevat tien korte verhalen. De eerste negen beslaan elk minder dan zestien pagina’s, het laatste (titel)verhaal is vijftig pagina’s lang. Die eerste negen zijn een feest om te lezen. Ze zijn toegankelijk geschreven, bevatten prikkelende open plekken of plottwisten en zijn vooral vermakelijk door bizarre gebeurtenissen en wendingen.

    Liefde en absurdisme

    Moederliefde of het gebrek daaraan speelt een belangrijke rol in het eerste verhaal, ‘De pruik’. Er is in dat verhaal sprake van een moeder die haar zoontje verlaat als hij nog heel jong is – op zijn verjaardag nota bene! Hoofdpersoon Yorgos beleeft dat moment therapeutisch na en gaat vervolgens een liefdesrelatie aan met de vrouw die in die setting zijn moeder verbeeldt. Een half jaar later gaat hij met deze Risha min of meer onaangekondigd naar zijn moeder toe om het met haar te hebben over haar vertrek van twintig jaar geleden en zijn gemis. Zij heeft nooit tijd en aandacht voor hem gehad en heeft dat ook nu eigenlijk niet. De pijn is navoelbaar. In het verhaal ‘Het advies’ wordt deze pijn nog eens beschreven. Elsie verwoordt de paniek van haar vriend toen zij hem vertelde dat ze hem zou verlaten als ‘alsof ik zijn moeder was en hij mijn kind, en ik hem vertelde dat ik hem achter zou laten.’

    Liefde, vaak in een hilarische, onbereikbare of ploeterende vorm, speelt een rol in veel van de verhalen. De ‘sirene’ uit het tweede verhaal van de bundel is een vreemde vogel die Suli, de vrouw van Junot lokt, Elsie uit het verhaal ‘Het advies’ verlaat zoals gezegd haar geliefde. Zama de zwerfster uit het gelijknamige verhaal knoopt een verrassende en wellicht wat opportune relatie aan met politiechef Hein, professor Anderson uit ‘De mysterieuze barricade’ is ‘verliefd op iemand die er niet meer is’. Voor Acea uit ‘De scheur’ is er een definitieve scheiding van zijn geliefde doordat het moedercontinent Pangea scheurt en zij zich beiden aan verschillende zijden bevinden. Verliefdheid is een ‘romantisch concept dat lang niet voor iedereen is weggelegd’ aldus Elsie.

    Wat de verhalen ‘spannend’ maakt, zijn de irreële, vaak absurde gebeurtenissen. Een bezoeker die enkele dagen in het zwembad in de tuin staat is zo’n absurditeit in het verhaal de ‘De sirene’, maar ook en vooral de vrouw des huizes die een liefde voor hem op lijkt te vatten, en niet in de laatste plaats hoofdpersoon Junot die dit alles maar heel gewoon lijkt te vinden en onverstoorbaar liefdevol blijft voor zijn vriendin. Ook de hoofdpersoon Arvo Klam uit het verhaal ‘De belediging’ lijkt zo’n subassertief watje. Hij laat zich door een ober onheus bejegenen en anderszins schofferen en verlaat vervolgens aangeslagen en nederig het restaurant. De gebeurtenissen zijn verrassend en origineel, de reacties van de personages bij tijden tenenkrommend, maar ook ontwapenend kwetsbaar en integer.

    Absurdisme voorbij

    Het absurdisme in sommige verhalen doet erg denken aan dat van de korte verhalen uit Armando Duyns’ Herenleed uit 1977, maar het is minder realistisch. Zo is er in ‘De tafel’ sprake van een ik-figuur die zich niet alleen absurd lang onder de tafel verstopt om zijn vriendin te verrassen en vervolgens om haar niet te laten schrikken, maar die uiteindelijk voor altijd blijft zitten en één wordt met de tafel. In ‘De mysterieuze barricade’ is er een werkende tijdmachine waarmee de professor terug kan naar zijn (nu) onbereikbare oude liefde. In het eerste geval is de niet-realistische ontwikkeling nog wel vermakelijk want origineel en verrassend, in het tijdmachineverhaal is ze nogal voorspelbaar. In het verhaal ‘Het advies’ doen buitenaardse wezens hun intrede. Voor de hoofdpersoon is het schokkend dat ze een nogal vergaand advies heeft opgevolgd dat uiteindelijk van zo’n wezen blijkt te komen, voor de lezer is het een grappige plottwist.

    Schrijver Tom Hofland flirt vaker met ‘bovenmenselijke’ zaken. Naast (toneel)schrijver is hij ook radio- en podcastmaker. In zijn podcastserie ‘Er is iets vreemds gebeurd’ komen allerlei bijzondere ervaringen langs van doorgaans nuchtere mensen. Hofland geeft in een interview aan dat hij gefascineerd is door dat wat we niet weten en wat we niet helemaal kunnen begrijpen. Met negen van de tien verhalen uit deze bundel probeert hij onze hedendaagse onttoverde wereld weer van wat magie te voorzien en dat is goed gelukt.

    In het laatste verhaal van de bundel, ‘Een stroopgraf voor de bij’, is dit niet aan de orde. Het is een ‘kostuumdrama’, een negentiende-eeuws realistisch verhaal dat zich afspeelt in fictief Mesopië, ergens in Oost-Europa. Het sluit aan bij Hoflands debuutroman Lyssa uit 2018 die zich ook daar en dan afspeelt. Dezelfde personages duiken op, zoals de mysterieuze Gaspar Szabó als cynische maar ook verraderlijk verliefde hoofdpersoon. Het is een verhaal dat niet bij de bundel past en dat is jammer, want dat levert een teleurstellende anticlimax op na negen verhalen vol leesplezier.

     

  • Mengsel van horror en maatschappijkritiek

    Mengsel van horror en maatschappijkritiek

    De titel, De menseneter, en het beeld op de omslag lichten meteen een tipje op van de sluier die over het verhaal ligt. Dat geldt ook voor de eerste zin. ‘Pascal Bonare legt zijn bebloede hand op het bureau.’ Vervolgens blijkt het bloed niet van hem te zijn, maar van de vage kennis met wie hij in een café zat en die ter plekke door zijn oog geschoten wordt. De man staat op, en met een servet tegen zijn oog gedrukt, wankelt hij weg. De toon is gezet, het lijkt een scène uit Tarantino’s Pulp Fiction. Na dit inleidende hoofdstuk keert Bonare pas in het laatste hoofdstuk weer terug. Hij heeft verder weinig met het verhaal te maken, of het moet zijn dat hij de wrede dans van Reiner en Lombard ontspringt.

    Het verhaal speelt zich af op de Veluwe, een tamelijk brave setting voor een gruwelijke ontknoping. Het farmaceutische bedrijf Aletta, dat capsules voor poeders maakt, wordt verkocht aan een Zwitsers bedrijf, en om de koop te bestendigen wordt de afvloeiing van een hele afdeling geëist. Protagonist Lute is verantwoordelijk voor het vertellen aan tweeëndertig mensen dat ze weg moeten, liefst zo dat ze zelf opstappen en ze hun contract verbreken. Lute is in zak en as, begrijpelijk, sommige mensen kent hij al jaren en iedereen levert goed werk.

    Hulp bij ontslagen

    In een kroeg ontmoet hij Reiner, een overjarige cowboy die zegt dat hij junior recruiter is bij het bedrijf Mediscouter. Hij wil Lute graag helpen bij het ontslag van de tweeëndertig mensen, Lute hapt gretig toe. Reiner en zijn baas Lombard zijn de volgende dag al van de partij en zullen verder alles regelen. Lute vertrouwt hen blindelings en geeft zich zonder kritische vragen te stellen aan hen over. Hij heeft ook wel wat anders aan zijn hoofd, zijn ex-vrouw rommelt met de afspraken om zijn tweejarige zoontje te zien.

    Mea, een van de werknemers, zoekt een baantje voor haar vriendin Essel. Ze gaat bij Lute te rade, maar die moet juist van mensen af. Toch houdt hij haar slapjes aan het lijntje. Lombard, die het gesprek volgt, neemt Essel meteen aan, hij kan wel iemand gebruiken bij de afvloeiingsgesprekken.

    Lichaam en middagdutje in laadbak

    Lombard en Reiner zijn twee oudere, zonderlinge mannen. Ze lijken moeiteloos door de tijd te reizen en hebben voor alles een oplossing. Lombard heeft wit donzig haar, draagt een geweer en een poedel wijkt niet van zijn zijde. Hij houdt lange verhandelingen over muziek en over Gesualdo, een met gruwelijke daden op zijn geweten Italiaanse componist. Hij zou een oom van Lute gekend hebben, waarop een evenzeer walgelijk verhaal uit de oorlog volgt.

    Reiner heeft een 4×4 met in de laadbak een dikke laag aarde. ‘Daar, achterin de pick-uptruck, begraven onder zwarte aarde, vindt Lute een lichaam. Netjes in een overhemd gestoken. De haren plakkerig van de vochtige aarde. De mond smakt. De ogen dichtgeknepen.’ Lombard doet er een middagdutje. Het is de eerste barst in Lute’s vertrouwen in zijn recruiters, maar hij onderneemt er niets tegen. Vooral die besluiteloosheid van Lute zorgt voor een ongemakkelijk gevoel bij de lezer.

    Klimaat op werkvloer

    Met tegenwerking wordt korte metten gemaakt en zelfs onder Lute’s ogen halen Lombard en Reiner voor hem de kastanjes uit het vuur, niet zonder gewelddadigheid. De lezer krijgt de handelingen droog en gedetailleerd voorgeschoteld. Mea komt tegen haar ontslag in verzet, ze voelt zich verraden, maar wordt niet gehoord. Binnen de kortste keren is ze afgevoerd door een luik in de vloer. Vervolgens gaan alle werknemers diezelfde weg.

    Lute doet niets tegen de twee wolven in schaapskleren, integendeel, hij praat met ze mee. Klara, de directeur van het bedrijf, laat het ook allemaal gebeuren. Zij verheugt zich op een flinke bijschrijving op haar bankrekening zodat ze haar Renault Clio kan inruilen voor iets chiquers. De vergelijking met het huidige kille klimaat op de werkvloer, de graai- en angstcultuur, en het gedoogbeleid ligt er duimendik op. Het zou subtieler kunnen allemaal, maar dat is niet wat Hofland beoogt.

    De Veluwe, de plaats delict, wordt regelmatig genoemd, maar komt niet echt tot leven met enkel dennenbomen, een heideveldje en scharrelende wilde zwijnen aan de bosrand. Niet één personage is sympathiek genoeg om enige verbondenheid mee te voelen. Protagonist Lute is een regelrechte loser zonder veel relatie met zijn personeel. Directeur Klara is een grote opportunist. Mea is een wat meer uitgediept personage, met een obsessie voor een vage vrouw in Edinburgh. In een bladzijdenlange monoloog, die niets toevoegt aan het verhaal, vertelt ze aan haar huidige geliefde, Essel, over de afkicktherapie in een boerderij in Drenthe.

    Vliesjes van popcorn

    Lombard en Reiner sturen het verhaal in een absurde richting, waardoor De menseneter een hoog magisch realisme gehalte krijgt. Het is filmisch geschreven met oog voor beeldrijke details: ‘Lombard slaat zijn handen tegen elkaar, een klap die galmt door het betonnen kantoor. Dan gaat hij tegenover Lute staan. Dichtbij. Zo dichtbij dat Lute zijn adem tegen zijn gezicht voelt. Zijn adem ruikt naar etensresten. Stukjes spek van de zuurkool van gisteren. Vliesjes van Popcorn. Het vruchtvlees van een sinaasappel. Hij zet een subtiel stapje naar achteren, maar Lombard stapt met hem mee.’

    Er gaat een ‘hauntende’ kracht van dit verhaal uit, waarbij het soms beslist ongemakkelijk voelt, maar de tragikomische sfeer, de verwijzingen naar horrorfilms en gothic novels, zijn eerder hilarisch. Dat het volgens de achterflap ook ‘een sprankelend eerbetoon aan de liefde, in al haar facetten’ is, valt niet te ontdekken. Liefde in al haar facetten? Is dat Mea’s obsessie voor een vrouw, de haast ziekelijke vaderliefde van Lute? Lombards liefde voor muziek? Of zijn rauw [mensen] vlees etende poedel? Reiners ‘liefde’ om mensen te mishandelen? Het boek is een knappe poging tot horror gemengd met maatschappijkritiek. Helaas blijft het wat oppervlakkig en mist het soms focus door uitweidingen die het verhaal niet ondersteunen of verdiepen maar juist afleiden van de kern, zoals Mea’s afkick-monoloog of het nazi-verhaal van Lombard. In ieder geval is De Menseneter een buiten de gebaande paden geschreven verhaal.