• Een verloren generatie in een surrealistisch landschap

    Een verloren generatie in een surrealistisch landschap

    De roman Vorosjylovhrad kreeg als ondertitel mee Terug naar de woeste velden van Oost-Oekraïne. Auteur is de Oekraïense poëet Serhi Zjadan, een ster in eigen land, niet alleen omdat hij de frontman is van een rockband, maar ook omdat hij publiekelijk uitkomt voor zijn politieke ideeën. Hij speelde een actieve rol in de Oranjerevolutie van 2004-2005 en stond vooraan op de barricaden om te demonstreren tegen de corruptie in de regering Janoekovytsj van 2013-2014. Als pro-Westerse demonstrant raakte hij ook slaags met pro-Russische betogers, via de sociale media werd zijn naam een statement. Ondertussen begint hij ook buiten Oekraïne bekendheid te krijgen.

    Naast zijn populaire gedichten worden zijn romans gretig vertaald in verschillende talen en won Vorosjylovhrad, oorspronkelijk verschenen in 2010, de BBC Book of the Year Award. Uitgeverij De Geus kon dit niet zomaar voorbij laten gaan en kaderde de uitgave van dit boek in het grootschalige project Reading Europeans: Strengthening Cultural Identity through Literature. Opzet van het project is een betere verstandhouding van de gedeelde Europese identiteit. Door elkaars literatuur te lezen komen de verschillende landen dichter bij elkaar, en dat is ook nodig in een tijd dat de Europese Unie onder druk staat en kampt met grote problemen als vluchtelingenstromen en economische ongelijkheid.

    Gezamenlijke herinneringen

    Vorosjylovhrad is een veelgelaagd verhaal dat het midden houdt tussen een coming-of-age roman, een natuurdocumentaire en een politiek-filosofische roman. Alles draait rond protagonist Herman die weggetrokken is uit zijn geboortestad, geschiedenis heeft gestudeerd en nu in Charkiv een dubieuze job deelt met zijn zogenaamde vrienden Bolik en Ljolik. Wanneer hij het bericht ontvangt dat zijn broer, die een tankstation runt aan de rand van hun geboortestad Vorosjylovhrad, vertrokken is naar Amsterdam en hij dus de zaak moet komen runnen, keert hij terug naar huis. De stad heet sinds de onafhankelijkheid Loehansk, maar de inwoners vergeten hun band met het verleden niet. Precies met dat verleden probeert Herman in het reine te komen. Samen met de verlopen figuren Manke en Kotsja probeert hij op te boksen tegen de maïsbaronnen en oligarchen die het gebied onder controle trachten te krijgen. Herman maakt opnieuw kennis met de figuren uit zijn verleden die sinds de onafhankelijkheid  gebukt gaan onder de verwaarlozing van het gebied.

    Herman geeft zich over aan drank en vrouwen, luistert naar de wilde verhalen van Kotsja en Manke, van Ernst – die relicten uit de Tweede Wereldoorlog opgraaft op het oude vliegveld – en beleeft wonderlijke avonturen waarvan de lezer vaak niet weet of ze realiteit zijn of belevenissen in een of andere roes. Alles speelt zich af tegen een verwoest en mistig landschap waarin verlaten fabrieken, een verlaten vliegveld en een schimmige rivier de hoofdrol spelen. De overheersende kleur is zwart en weerspiegelt het  leven dat de inwoners leiden. Het enige wat hen nog verbindt, is het gevecht om hun gezamenlijke verleden te bewaren. Een gevecht dat constant door politieke en culturele veranderingen uitgewist wordt. Dat beschrijft Zjadan fenomenaal in een eindscène op het verlaten vliegveld waarin de oude bewoners regelrecht tegenover de nieuwe heersers komen te staan.

    Poëtische stijl van een visionair

    Sehri Zjadan kan zijn oorspronkelijk schrijfgenre niet verloochenen. De stijl is op zijn minst poëtisch te noemen. Hij wordt dan ook niet voor niets de ’bard van Oost-Oekraïne’ genoemd. De beschrijvingen van het dorre landschap, het verwoeste rurale hinterland van Oekraïne, zijn zeer donker ( op elke pagina komt het woord zwart voor), maar ook aangrijpend. Die beschrijvingen lopen parallel met de vaak verlopen figuren die ronddwalen in dat surrealistische landschap. Niet alleen het Jeroen Bosch-achtige uiterlijk van de figuren wordt zeer gedetailleerd beschreven, ook de karaktertekening is nauwgezet uitgewerkt, al lijken de vrouwen nogal vast te zitten in hun stereotype rol.

    De grootste krachttoer van Zjadan zit in de beschrijving van Oost-Oekraïne zelf. Naast het woeste landschap schetst hij ook op zeer nostalgische wijze de sfeer van het Donbas-gebied dat na de onafhankelijkheid een soort van anarchistisch niemandsland werd waarin de strijd om de macht volop losbarst. De oorspronkelijke bewoners, die krampachtig vasthouden aan het glorieuze verleden en de oude sovjetbussen als gouden koetsen zien, boksen op tegen maïsbaronnen en oligarchen die het gas- en olierijke gebied willen ontginnen. Hiermee lijkt hij wel een visionair want de problemen in Oekraïne en het uitroepen van de autonome republiek Loehansk gebeurde drie jaar na het verschijnen van zijn boek. Daarmee is de geschiedenis van Herman tegelijk de geschiedenis van Oekraïne, een land dat worstelt met zijn Sovjet-verleden en moeite heeft met de toekomst.

     

  • Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

     

    Reisdoel Kiev, een miljoenenstad die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde Oekraïne is, als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Een stukje geschiedenis

    Oekraïne heeft nauwelijks een geschiedenis als onafhankelijk land. Delen van het land hebben in het verleden deel uit gemaakt van het vroegere keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, Polen, Litouwen en Rusland. De bevolkingssamenstelling is heel divers met als gevolg dat weinig mensen zich Oekraïener beschouwen. De inwoners van het westelijk gelegen Lviv voelen zich het meest verwant met Polen of Litouwen, terwijl de inwoners van het oostelijke Donjetsk en Loehansk duidelijk Russische georiënteerd zijn. Als na de onafhankelijkheid in 1991 de economie instort, nemen de spanningen in het land toe. De westelijke gebieden willen toenadering tot de Europese Unie, terwijl de mensen in het oosten meer verwachten van de oude banden met Rusland.

    Als in februari 2014 na langdurige demonstraties, stakingen en geweldplegingen op het Maidanplein in Kiev, de Russisch gezinde president de kuierlatten neemt naar Rusland en er een pro-westerse regering aantreedt, wordt deze niet erkend door Rusland. Onlusten op de Krim, waar het merendeel van de bevolking Russisch gezind is, leidt ertoe dat Rusland besluit militair in te grijpen en het schiereiland in te lijven. Dit moedigt de pro-Russische mensen in het oosten van het land aan de wapens op te nemen tegen de regering. Met steun van Russische wapens en, naar het schijnt, zelfs Russische militairen weten deze separatisten stand te houden tegen de regeringstroepen met als gevolg dat het land in een voortdurende staat van (burger)oorlog en anarchie verkeert. De corruptie viert hoogtij en gewetenloze zakenlui maken vaak de dienst uit. De regering is niet in staat de problemen het hoofd te bieden en is zelf onderdeel van de problemen.

    Een goed beeld biedt het prachtige boek Oorlog en kermis van Olaf Koens. Koens besteedt daarin veel aandacht aan het conflict in het oosten van Oekraïne. De titel duidt op de bizarre, krankzinnige realiteit waarin veel mensen in Rusland en Oekraïne leven. Iets van die kermisgedachte kom je overigens ook tegen in de recente debuutroman Kiev op de bodem van een glas van Tobias Wals

     

     


    Boelgakov

    Na vorig jaar een bezoek te hebben gebracht aan Lviv, waar gewoon op straat in alle openbaarheid rollen toiletpapier en deurmatjes werden verkocht met een afbeelding van Poetin erop, is het interessant te zien hoe zich dit verhoudt tot de stemming in het meer centraal gelegen Kiev.
    Daarnaast is Kiev ook de geboorteplaats van Boelgakov, de schrijver van De meester en Margarita, een hoogtepunt in de twintigste eeuwse Russische literatuur. Het boek is een verhulde satire op de Russische samenleving onder Stalin. Margarita sluit een pact met de duivel om haar geliefde uit de gevangenis te bevrijden. Haar geliefde is een schrijver die wordt opgesloten in een gesticht vanwege een nog niet voltooid en nog niet gepubliceerd boek. Dit geldt eigenlijk ook voor Boelgakov zelf, die – als in een gevangenis – in het geheim aan zijn roman moest schrijven, omdat hij wist dat die onder Stalin nooit zou worden gepubliceerd. Russen en Oekraïeners hebben een gemeenschappelijke cultuur en koesteren hun schrijvers, zo ook Boelgakov.


    Dagelijkse zorgen

    Mijn contactpersoon tijdens deze reis is Sergeï. Hij ontvangt me gastvrij in zijn eenvoudige flat, ik krijg een inkijkje in de dagelijkse zorgen van de mensen in Kiev. Niet alleen is de levensstandaard niet te vergelijken met die van ons, ook de organisatiegraad van de samenleving staat op een heel ander niveau. De bestrijding van de corruptie bij de overheid baart de mensen veel zorgen. Sergeï geeft me een rondleiding door de universiteit van Kiev, zijn werkterrein; een prachtig, statig, classicistisch complex, een universiteit waardig. Vooral de mensa is schitterend en bepaald sfeervol. Het moet een genot zijn hier dagelijks te mogen vertoeven. Bij de bezichtiging van de collegezalen blijkt duidelijk het verschil met onze universiteiten. Alles is gericht op klassikaal, frontaal onderwijs, waarbij het gebruik van ICT spaarzaam is. Werkcolleges waarbij de discussie met de hoogleraar of medewerker centraal staat, komen nauwelijks voor. Alles ademt nog de sfeer van de jaren 50 bij ons, ook wat betreft de gezagsverhoudingen.

    Tsja, en Boelgakov, die moet je eigenlijk gewoon lezen!

     

    Deel 2 en deel 3 verschenen op zaterdag 26 mei en 2 juni.


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.

     

  • Passanten in Kiev

    Passanten in Kiev

    In zijn debuut Kiev op de bodem van een glas schetst Tobias Wals (1993) in vijftien fragmenten een beeld van het leven in een hostel in de Oekraïense hoofdstad. Wat deze fragmenten tezamen vormen houdt het midden tussen een roman en een verhalenbundel. Gemene delers zijn de vaste bewoners van het Borscht Hostel en dezelfde, registrerende vertelstem van Tobias. Er is ook een zekere ontwikkeling, maar om als hoofdstukken uit een roman door te gaan hebben de afzonderlijke delen een te weinig dwingende samenhang.
    Tot de vaste bewoners behoren Serjozja, Maria en Masja die het hostel runnen, en de Nederlandse jongen Luuk, die net als Tobias een ander hostel heeft verruild voor Borscht. In ieder verhaal – laten we het toch daarop houden – maakt de lezer kennis met andere gasten die je zoal in hostels aantreft. Zo is er de dronken Engelsman Robin, de Pakistaanse Salman die er grootse complottheorieën op na houdt en het meisje Sveta uit een klein Oekraïens dorpje dat voor studie naar Kiev is gekomen.
    In de meeste verhalen wordt er flink gedronken, gaan de hostelbewoners naar een club of komen spanningen in het hostel tot een hoogtepunt. Soms maakt Tobias een uitstapje, naar een vriend in Odessa of met onbekenden die hem uitnodigen naar een gedenkplaats in het bos. Zo trekt een bonte stoet personages voorbij in Kiev op de bodem van een glas. De meeste daarvan verdwijnen aan het einde van een verhaal voorgoed uit het leven van Tobias – en ook uit de herinnering van de lezer. Je leest wat ze deden in en om het hostel, maar deze personages blijven verder te oppervlakkig om echt indruk te maken.

    Gemiste kans

    Voorin Kiev op de bodem van een glas staat de aantekening dat de verhalen niet waargebeurd zijn. Voor zover ze zijn geïnspireerd op de werkelijkheid is deze ‘zwaar gefictionaliseerd’. Toch krijg je niet de indruk erg ver verwijderd te zijn van de eigen ervaringen van de schrijver. In deze verhalen mogen de personages verzonnen zijn, in het openingsverhaal ‘Rode Legerstraat 43’ is duidelijk een echo te horen van een artikel dat Wals eerder eens heeft geschreven voor NRC Handelsblad. Erg zwaar lijkt de werkelijkheid nu ook weer niet te zijn gefictionaliseerd.
    Dat komt ook omdat  de hoofdpersoon en schrijver dezelfde naam hebben. De Tobias in de verhalen heet Muijlwijk en niet Wals, maar de overeenkomsten zijn treffend. Beiden hebben Russisch gestudeerd en leren Oekraïens in Kiev. Veel meer komen we overigens ook niet te weten over Tobias Muijlwijk. Als verteller registreert hij vooral, en af en toe heeft hij daarbij mooie observaties. Over comlotdenker Salman merkt hij bijvoorbeeld op:
    Want ik zag dat het niet zomaar het relaas van een gefrustreerde alleshater was, maar het verhaal van een gebroken man die voor de laatste keer hoop vindt in de liefde om het vervolgens onherroepelijk af te leggen tegen de onverschillige wreedheid van het universum.’
    Maar dit soort mooie observaties zijn er weinig. Wals’ stijl is toch vooral die van de documentaire die zijn personages in beeld brengt.

    Voor zover Kiev in beeld komt is het niet de stad waarin de politieke spanningen van het land tot uiting komen, maar een Europese stad waarin je als rijke Westerling voor weinig geld je een koning kunt wanen. Dat stemt misschien treurig, maar de lage prijzen zijn in vele andere delen van de wereld ook de voornaamste reden dat Westerlingen erheen gaan. Dat Wals zijn verhalen in Kiev laat spelen had hem een kans geboden om iets van de eigenheid van die stad te laten zien.
    Het is jammer dat Wals deze kans laat liggen en zijn aandacht vooral richt op de hostelbewoners die toch veelal wat oppervlakkig blijven. Het maakt dat Kiev op de bodem van een glas niet de ontdekking is waar je bij een debuut op hoopt.

     

     

  • Oogst week 48

    De twaalfjarige bruiloft

    Een essay van een gelauwerd schrijver, het debuut van een jonge schrijver die in de Oekraïne verblijft, een vertaling van een bundel korte verhalen van een Ierse schrijfster en de derde roman van een Zuid-Afrikaans schrijver maken deze week deel uit van de oogst.

    De Ierse journalist en schrijver van korte verhalen Maeve Brennan (1917-1993)  woonde vanaf 1934 in de Verenigde Staten waar ze van 1949 tot 1973 vaste medewerker was bij het tijdschrift The New Yorker. Haar verhalen zijn in het Italiaans en Duits vertaald en een eerdere bundel verhalen Dublin werd. Volgens uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, waar de verhalenbundel Dublin uitkwam, worden de verhalen van Maeve Brennan in de V.S. en Engeland beschouwd als hoogtepunten in de literatuur vergeleken met het werk van Anton Tsjechov en Katherine Mansfield. Hier een klein fragment dat de uitgever vrijgaf uit het verhaal ‘Kerstavond’.

    Ze was niet in staat enig verband te zien tussen haarzelf zoals ze vroeger was en zoals ze nu was, en ze kon niet begrijpen hoe ze eenzaam en bang kon zijn met een man en twee kinderen in huis. Ze stond daar tegen de kinderen te praten over de heerlijke dag die ze morgen zouden hebben, en ze was zich volledig bewust dat ze zich steeds somberder voelde worden.’

     

    De twaalfjarige bruiloft
    Auteur: Maeve Brennan
    Uitgeverij: Athenaeum

    Kiev op de bodem van een glas

    Tobias Wals is slavist die een tijd in Kiev, Oekraïne verblijft. Van daaruit stuurde hij het verhaal, ‘Het Bykivnjabos’ naar de redactie van Tirade, waar ze direct onder de indruk waren van zijn schrijfkunst. Zijn verhaal, waarin de hoofdpersoon een mysterieus sms’je ontvangt met een uitnodiging naar de gedenkplaats van Bykivnja te komen, werd gepubliceerd, waarmee het ijs tussen uitgever en schrijver was gebroken en de weg naar een verhalenbundel open stond.

    In de verhalen in Kiev op de bodem van een glas beschrijft Wals een Nigeriaanse kapper, een verzameling bewoners van Borscht Hostel en enkele uitgeweken complotdenkers en jonge alcoholisten. Volgens de uitgever zijn ‘hun portretten goed uitgebeeld, vaak waarheidsgetrouw, en met zijn bijzondere, robuuste stijl weet Wals ontegenzeggelijk te ontroeren.Uit Kiev op de bodem van een glas rijst het beeld op dat Kiev meer lijkt op West-Europese steden wij veelal denken.’

    Kiev op de bodem van een glas
    Auteur: Tobias Wals
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Een basis over de grens

    Krüger (1955, Zuid-Afrika) studeerde Theologie en Letteren in Stellenbosch en woont sinds 1984 in Nederland als predikant. Een basis over de grens is de derde roman van Krüger. Een oorlogsroman die zich afspeelt in het mysterieuze landschap van Mozambique en waarin verlossing meer centraal staat dan geweld.

    Het gaat over zeven infanteristen die gestuurd zijn vanuit Zuid-Afrika en de opdracht kregen een vijandelijke basis uit te schakelen. Er is de wat kinderlijke radioman Rot, de armoedige Jinx, de tolk N’Tembi, de zwijgzame Grog, de gelovige Louch en Konrad die geobsedeerd is door vernietiging. De zevende is de omgekomen bevelvoerder Stanley. Met zijn zessen dragen ze het lijk met zich mee.
    De eerste zin is: ‘De schemer die aanhoudt, zelfs als het nacht is.’

    Een basis over de grens
    Auteur: Louis Krüger
    Uitgeverij: Uitgeverij Bint

    Karl Blossfeldt en het Oog van Allah

    Karl Blossfeldt (1865-1932) was leraar kunst en liet zijn leerlingen voorbeelden uit de plantenwereld zien om hun esthetisch gevoel te ontwikkelen. Daarvoor fotografeerde hij in natuurlijk licht pas geplukte planten, vastgezet in een stellage. Hij heeft ongeveer 6000 gedetailleerde zwartwitfoto’s gemaakt van plantendelen, bladeren, stengels, bloemen, knoppen, takjes en vruchten.

    Zesentwintig foto’s inspireerden Cees Nooteboom voor dit essay waarin hij filosofeert over de grens tussen natuurvorsing en kunst, vragen stelt over de schepper en de oerknal en het kunstbegrip van de vergroting aanvoert als de katalysator die structuur naar de voorgrond laat treden en het rijk van de esthetiek binnenbrengt.

    Het essay gaat vergezeld van zesentwintig foto’s van Karl Blossfeldt.

    Karl Blossfeldt en het Oog van Allah
    Auteur: Cees Nooteboom
    Uitgeverij: Koppernik