• Overleven in een wereld die tegen je is

    Overleven in een wereld die tegen je is

    Van de jonge Deense schrijver Thomas Korsgaard (1995) – in eigen land veel gelezen – verscheen zijn eerste roman uit 2016 in vertaling onder de titel Mocht er iemand langskomen. Het is het eerste deel van een trilogie waarin de belevenissen van de jongen Tue, opgroeiend in een dysfunctioneel boerengezin in het gehucht Nørre Ørum op het platteland van Jutland, centraal staan. Volgens Tue een voorstad van de duisternis. Korsgaard zegt dat hij zichzelf herkende – maar dan zonder de religieuze context – in De avond is ongemak van Lucas Rijneveld dat hij in Deense vertaling las.

    Hoofdpersoon Tue kijkt in afgeronde hoofdstukken terug op zijn kindertijd tot aan het behalen van zijn diploma aan de Folkeskole. In Denemarken zitten alle leerlingen van hun zesde tot en met hun zestiende jaar bij elkaar en kiezen dan pas voor een vervolgopleiding op gymnasium (vergelijkbaar met bovenbouw Nederlandse scholen) of voor een technische opleiding. Tue is volgens schoolhoofd Inga ‘bepaald niet dom’, dus wordt het gymnasium.

    Vanaf zijn vroegste jeugd is Tuevertrouwd met de dood. Die zit als het ware in hem, zoals hij zelf zegt. Zijn moeder krijgt een doodgeboren kind, hij moet zijn oom helpen met de bevalling van een dood biggetje dat vastzit in het geboortekanaal, waar hij met zijn kleine vingertjes bij kan en zijn vader doodt met een spa de ratten die in de keuken achter houten panelen verblijven. Het is voor een deel herkenbaar voor iemand die op het platteland is opgegroeid, maar daarom niet minder morbide. 

    Gemankeerde ouders

    Tue wordt omringd door gemankeerde ouders. Zijn moeder is na de doodgeboorte van haar kind depressief. Ze brengt haar leven door achter een laptop waarop ze kaartspelletjes doet en er een kapitaal doorheen jaagt. Ze houdt zich min of meer op de been door het slikken van ‘gelukspillen’. Als ze een zelfmoordpoging doet, wast Tue zijn moeders bloed af. Zijn vader Lars is een stoere, maar ook gevoelige man. Hij vecht met alle middelen tegen de financiële ondergang van zijn bedrijf en schuwt daarbij onoorbare praktijken niet. Vader komt min of meer onder curatele te staan van zijn broer die hem financieel overeind houdt. 

    Zijn ouders kunnen hem niet met zorg en liefde omringen. Zijn moeder vindt dat heel erg, maar kan niet uit haar eigen lethargie loskomen. Zijn ruige vader laat zich af en toe verleiden tot een uitje met zijn zoon, maar wordt langzamerhand ook wanhopig van zijn vrouw, zijn bedrijf en zijn kinderen. Tue voelt zich meer de opvoeder van zijn ouders, hij accepteert hun onberekenbaarheid en zombiegedrag. Op school is hij tegendraads, gaat zoveel mogelijk zijn eigen gang of brengt tijd door met vriendjes en vriendinnetjes. Ook die vrienden geven te denken. Hij wordt door hen vaak behandeld als oud vuil. School en dorp zijn een jungle, waarin hij moet overleven, bepaald geen veilige omgeving. Alleen met zijn zelfbewuste vriendin Iben, die uit een ander milieu komt, ontwikkelt hij een zekere vertrouwdheid. Zij verleidt hem tot de plaatsing van een oorbel, die hij thuis snel weer uitdoet als zijn moeder blijk van afkeuring geeft.

    Zo groeit Tue op in een wereld, waarin niemand zijn diepste gevoelens uitspreekt maar ze verpakt in stilzwijgen of in cliché’s. Niemand in deze roman komt bij zijn of haar gevoel. De onmacht op dit punt is groot, ook bij Tue zelf. Een mooi voorbeeld is een dialoog tussen Tue en zijn moeder voorafgaande aan de diploma-uitreiking van Tue. In de auto op weg naar de school vraagt Tue zijn moeder of ze wel blij is dat hij het diploma behaald heeft. Ze zegt ja. Tue vraagt hoe ze dat weet dat ze blij is. Moeder Lonny antwoordt ‘Dat weet ik omdat een moeder op een dag als vandaag blij hoort te zijn.’ 

    Overlevingsstrategie

    Door niet al te veel op te vallen en zich aan te passen aan de omstandigheden, kan Tue overleven in deze onherbergzame wereld. Hij komt erachter dat hij op jongens valt, wat hem nog geïsoleerder maakt. De enige bij wie hij zich echt op zijn gemak voelt is oma Ruth, bij wie hij graag logeert. Deze kettingrokende oma sterft echter nog voordat Tue zestien is. Zijn verdriet hierover kan hij niet uiten. Zijn moeder reageert hysterisch als zij sterft en sluit zich op in de badkamer. Tue krijgt slaande ruzie met zijn vader. Tijdens de koffie na de begrafenis gedraagt hij zich in de geest van oma en steekt een sigaret op. Terwijl hij zijn vader beloofde rookvrij te blijven zodat deze zijn rijbewijs wil betalen. Roken is trouwens erg dominant in dit boek. Iedereen doet het, terwijl het verhaal speelt in de jaren negentig, toen het al op zijn retour was. Roken biedt de onmachtigen troost en houvast.

    Het boek eindigt met een twee pagina’s vullende gedachtestroom van Tue. Het is een soort inleiding op deel twee. Zijn moeder is van huis weggelopen. Tue voorspelt dat ze terug zal keren om de kinderen met zich mee te nemen. Tue is ook van plan uit huis te gaan nu hij zijn diploma heeft, hij fantaseert erover hoe zijn vader op de boerderij zal overleven. Maar zijn vader is nog niet dood, daarom kan hij nu nog niet alles zeggen.
    Dat belooft nog wat voor het vervolg, waarop hij met deze monologue intérieur vooruitloopt. Korsgaard schreef dat vervolg al, nog twee delen liggen op vertaling te wachten, waarvan het eerste in november in Nederland verschijnt.

    Korsgaard heeft een rechttoe rechtaan, droevig stemmende roman geschreven die chronologisch verloopt. Hij heeft zijn eigen leven ervoor als grondstof genomen. Dat gegeven is verder niet van zoveel belang, behalve voor biografen. De roman bevat veel komische, bizarre en vermakelijke momenten. Korsgaards dialogen zijn erg goed en vol onverwachte wendingen. Dat maakt het lezen plezierig en interessant. Door het ontbreken van zelfreflectie bij de hoofdpersonen is het echter geen roman die tot inleving uitnodigt. Het is te veel en-toen-en-toen-en-toen. Niet het waarom, maar het wat en hoe wordt verteld. 

    Het stilzwijgen van zijn ouders is voor de jonge Tue bepalend, maar niet desastreus. Hij ontwikkelt zich mede daardoor tot een op zichzelfstaande jongen die zich leert te redden. In het nawoord bedankt de schrijver zijn moeder, omdat zij – toen hij nog klein was – hem verhaaltjes vertelde waarvan hij veel heeft geleerd. Zij is ook een slachtoffer geworden van de dood die in haar wortelschoot. 



  • Oogst week 15 – 2024

    Mocht er iemand langskomen

    Trilogieën te over. Van jongeling Thomas Korsgaard (1995) verschijnt dit jaar in Nederland Mocht er iemand langskomen. Korsgaards debuut werd direct een bestseller in Denemarken en Noorwegen. Het eerste boek in de zogeheten Tue-trilogie scharen critici onder het sociaal-realisme, maar het gaat zijdelings ook over Korsgaards eigen leven. Een hard, geïsoleerd bestaan op het platteland, herkenbaar en humoristisch neergezet.

    Hoofdpersoon Tue leeft met een gefrustreerde vader en ongelukkige moeder op een boerderij, die zo goed als zieltogend is. Ontluikend is daarentegen zijn seksualiteit, zijn gevoel voor dromen en zijn verlangen naar de stad. Deze motieven en verhaalonderdelen kennen we ook wel van Nederlandse romans, natuurlijk. En juist daarom zal Korsgaards verhaal hier vast goed scoren. Aan het talent van de Deen zal het niet liggen: de Boghandlernes Gyldne Laurbaer heeft hij al op zijn naam staan: de jongste winnaar ooit van deze onderscheiding.

    Mocht er iemand langskomen
    Auteur: Thomas Korsgaard
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Over het zwijgen

    Roelof ten Napel (Joure, 1993) schrijft poëzie, essays en romans. Voor Dagen in huis ontving hij de Grote Poëzieprijs en kreeg hij nominaties op zijn naam voor de Joost Zwagerman Essayprijs, de C. Buddingh’-prijs en de Poëziedebuutprijs. Zijn dichtkunst reikt tot ver over onze landsgrenzen, maar ook menig theater brengt zijn werk onder de aandacht: zijn roman Het leven zelf werd bewerkt voor toneel. Over het zwijgen, zijn derde roman, gaat over een dichteres die twintig jaar terug ophield met dichten. Maar waarom?

    Marie Verhulp, zo heet ze, doceert tegenwoordig filosofie en bezoekt congressen, musea, concerten en kroegen. Via haar notities, observaties en overwegingen laat Ten Napel de lezer kennismaken met Verhulp, die met veel verschillende, interessante geesten in gesprek raakt. Over het zwijgen is daarom een zinderende roman vol indrukken en innerlijke monologen. Langzamerhand krijgt het portret van deze Marie vorm. Tragisch genoeg lijkt ze zich af te vragen of mensen ook zónder verhalen zouden kunnen leven.

    Over het zwijgen
    Auteur: Roelof ten Napel
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Mam, ik ben geen crisis

    Ismail Mamo (1996) vlucht in 2016 uit Syrië voor ISIS. Hij staat dan op het punt geneeskunde te studeren. Vanaf het moment dat hij voet zet op Nederlandse bodem, leert hij zichzelf de taal aan. Twee jaar terug kreeg Mamo nationale bekendheid in een filmpje waarop hij aan andere vluchtelingen bij Ter Apel kleding uitdeelt. Zijn eigen kleren. Hierdoor mag hij dezelfde avond bij programma Op1 zijn verhaal doen, wat hij smakelijk en gevoelvol doet. Toeval of niet: inmiddels is hij student aan de toneelacademie in Arnhem.

    Mam, ik ben geen crisis gaat over alle lichte en donkere kanten van de mens, wanneer die op de vlucht slaat. In tijden van zelfbehoud en angst floreren natuurlijk egoïsme, opportunisme en ellebogenwerk. Vooral wanneer kwaadwillende, louche mensenhandelaren grotendeels bepalen welke wending je lot neemt. Hoe nijpend de situatie voor vluchtelingen ook is, toch dringt hun wanhoop niet tot het grote publiek door. Daarom zijn verhalen als deze, van Mamo en lotgenoten, zo belangrijk.

     

    Mam, ik ben geen crisis
    Auteur: Ismaîl Mamo
    Uitgeverij: Das Mag