• Buitenstaanders met verstopt gevoel 

    Buitenstaanders met verstopt gevoel 

    In de zeven korte verhalen uit de bundel De derde persoon zijn de hoofdpersonages van Thomas Heerma van Voss vooral waarnemer en toeschouwer. Tegen wil en dank, lijkt het, want de hoofdpersoon, op één na steevast weergegeven vanuit het ik-perspectief, is niet in staat tot zijn eigen gevoelens door te dringen, laat staan ze naar buiten te brengen. Hij lijkt voortdurend in een soort vacuüm te verkeren van waaruit hij het leven aan zich voorbij ziet trekken.

    In het verhaal Een najaarsdag geldt dat ook voor het personage dat de gedachten van de ik nogal in beslag neemt: een gedetineerde die kinderen heeft vermoord en daarvoor de doodstraf krijgt. De ik, verantwoordelijk voor de psychische begeleiding, heeft nooit een zinnig woord uit de rustige, meegaande man kunnen krijgen, behalve een kort zinnetje dat hij direct na zijn veroordeling heeft uitgesproken. Zelf praat de ik ook niet over zijn werk, want zijn vrouw informeert er niet meer naar hoe zijn dagen zijn verlopen: ‘…daar is ze al jaren geleden mee gestopt.’ Maar voor zijn steeds terugkerende gedachten aan de terdoodveroordeelde vindt hij toch een manier om er los van te komen.

    Bij twee verhalen gaat het om vaders en zonen. In het ene is de zoon de ik, in het andere de vader. In het eerste geval zegt de zoon ergens: ‘En waarom voel ik zo weinig, kun jij dat uitleggen? Ik verlies me nooit in verliefdheid, moet niet huilen, wordt niet meegesleept door lachstuipen of woedeaanvallen. Ik wil het allemaal wel, maar het lukt niet.’ En die geremdheid geldt zo’n beetje voor alle hoofdpersonen in de verhalen.

    Bedankt voor uw medewerking handelt over een vader die welwillend opdraaft in een tv-programma waarin zijn zoon, met wie hij weinig contact heeft, over diens boek wordt geïnterviewd. Interviewer en zoon wachten op verweer tegen de verwijten van de zoon over emotionele verwaarlozing. De vader geeft echter geen krimp, prijst het boek, toont begrip en weigert om verdriet of woede te laten zien – die hij ook niet voelt – want ‘Een mens mag schrijven wat hij wil.’ ‘Hij zoekt naar iets van tegemoetkoming, hoe klein ook, een spoor van kameraadschap of herkenning. Maar het jonge, zelfverzekerde gezicht aan de overkant van de tafel komt hem vaag voor, ver weg ook, alsof hij thuis televisie zit te kijken.’ Ook hier weer de eeuwige afstand die de hele bundel kenmerkt.

    Steeds weer keert het zoekende individu zich als een outsider af. Zijn onmacht om tegemoet te komen aan de normen en verwachtingen van de ander levert hem echter ook vrijheid op, en hij is dan ook niet per definitie ongelukkig. In De monoloog lijkt het even alsof dat wel zo is, als de ik de greep op zijn relatie verliest. Zijn vriendin probeert hem voortdurend emotioneel te bereiken en noemt hem kil omdat hij behalve haar ook zichzelf door de vingers glipt. Aan een internetcontact in Gent met wie hij filmrecensies deelt lucht hij in chatsessies zijn hart, veilig anoniem. Ontmoetingen met de vriendin gaat hij steeds meer uit de weg. Impulsief vertrekt hij naar Gent, maar wat hij zoekt in een persoonlijke ontmoeting met de internetvriend weet hij niet. Zijn schriftelijke openheid maakt plaats voor zijn gewone geslotenheid en inlevingsvermogen heeft hij ook niet te bieden. Wederom gaat hij alleen zijns weegs, zonder uitleg, zonder vaarwel.

    Thomas Heerma van Voss heeft Engels en Nederlands gestudeerd en al veel verhalen, artikelen en interviews geschreven voor onder meer de Volkskrant, Trouw, Tirade en Vrij Nederland. Op negentienjarige leeftijd debuteerde hij met zijn eerste roman, De Allestafel. De tweede, Stern, volgde in 2013.

    Voor iemand die nog tamelijk jong is (24) heeft hij een opmerkelijk goede kijk op wat zich in en tussen mensen allemaal kan afspelen en hij bezit de bekwaamheid om dit inzicht overtuigend onder woorden te brengen. Dat kan gezien zijn leeftijd niet aan een overdosis levenservaring en levenswijsheid te danken zijn. Het ligt voor de hand om het deels geërfd, deels gestimuleerd talent te noemen. Zijn ouders zijn Arend Jan Heerma van Voss, journalist, oud-omroepbestuurder, oud-hoofdredacteur Haagse Post en VPRO-radio, en Christien Brinkgreve, hoogleraar sociologie en schrijfster van vele artikelen en boeken. Zijn broer Daan is eveneens schrijver en zijn zus Sandra journaliste.

    Uit de documentaire Privéterrein over de vier individualisten Arend Jan, Christien, Daan en Thomas, die begin oktober op tv werd uitgezonden, blijkt dat zij elkaar niet ontzien als het om kritiek gaat, zowel op elkaars gedrag als op wat zij geschreven hebben. Voor publicatie laten zij elkaar stukken van hun tekst lezen. Christien noemt het een hevig gezin, met krachtige mensen, sterk van stemming en ontstemming. Thomas ziet het gezin als een bron van inspiratie, een omgeving met rariteiten en miscommunicatie.

    Vanuit dit ouderlijk milieu met veel ruimte voor onderzoek en discussie is Heerma van Voss’ rijpe kijk op mensen goed te verklaren. Betekenis en interpretatie van woorden is hem met de spreekwoordelijke paplepel ingegeven. ‘Een talige omgeving’ noemt Thomas het in de documentaire, waarin zijn woordgebruik als achtjarige al werd gecorrigeerd en niemand in het gezin zich door de ander liet overtuigen. Dat legt niet alleen een intellectuele basis maar ook een gevoelsmatige, al moeten jonge mensen meestal nog het lef ontwikkelen om verstopte gevoelens gedoseerd naar buiten te laten komen. Maar zolang dat nog niet optimaal het geval is, zijn waarnemen en duiden al heel wat.

    Daan merkt in Privéterrein op dat in Thomas’ boeken wantrouwen een thema is en Thomas bevestigt dat. Hij is beschouwend, zegt hij, maar in de toekomst zal hij minder een buitenstaander zijn. Intussen kunnen lezers nog volop genieten van de buitenstaandersblik in De derde persoon.

     

     

     

  • Blind bookdates, voorlezen, dansen en muziek bij Jonge Schrijversavond

    Agenda

    Vrijdag 25 oktober vindt in de Stadsschouwburg Amsterdam de vijfde editie plaats van de Jonge Schrijversavond. Deze avond rondom de literatuur van de toekomst biedt een gevarieerd programma dat bestaat uit auteursoptredens, finale van de nieuwe talentenjacht Manuscripting, de literaire datemaker Loveletters en het inmiddels roemruchte Jonge Schrijversbal.

    Het hoofdprogramma van de Jonge Schrijversavond vormen de optredens van schrijvers Franca Treur, Thomas Heerma van Voss, Ellen Deckwitz, Yannick Dangre, Charlotte van Zanten en Pepijn Lanen. In de monumentale Grote Zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam lezen de schrijvers voor uit eigen werk, waarna ze worden geïnterviewd door auteur Maurice Seleky, die in 2009 het initiatief nam tot de avond. De line-up van schrijvers is op verschillende manieren interessant. Pepijn Lanen ( bekend als lid van muziekformatie De Jeugd van Tegenwoordig) leest voor het eerst voor uit zijn debuut Sjeumig, een verhalenbundel die in november verschijnt. Verder won de Belgisch-Nederlandse auteur Yannick Dangre onlangs nog de Melopee Poëzieprijs en kijken vele lezers reikhalzend uit naar de tweede roman van schrijfster Franca Treur die in 2009 zeer succesvol debuteerde met Dorsvloer vol confetti.

    Jonge Schrijversbal, Manuscripting en Loveletters

    De avond sluit af met het Jonge Schrijversbal  met muziek van de Amsterdamse dj-duo’s Les Deux (Andela & Caron) en The Disco Accidents. Tijdens het bal zijn er nog verschillende activiteiten zoals: schrijvers signeren hun boeken, gelegenheid tot het kopen van boeken bij een stand van boekhandel Athenaeum (wie koopt krijgt een glas champagne) en singles met dezelfde boeksmaak beleven blind book dates met de literaire datemaker Loveletters. De Jonge Schrijversavond organiseert in samenwerking met SSBA Salon en Lebowski Publishers de finale van de nieuwe literaire talentenjacht Manuscripting. Drie getalenteerde schrijvers in spe pitchen hun manuscript in wording aan het publiek en een vakjury bestaande uit Job Lisman (hoofdredacteur van Uitgeverij Prometheus), Jennifer Boomkamp (redacteur bij Ambo-Anthos Publishers) en Willem Bisseling (literair agent bij Sebes & Van Gelderen).  

     

    Jonge Schrijversavond 2013

    Vrijdag 25 oktober
    Stadsschouwburg Amsterdam
    Tijd: 20.15 – 03.00 uur
    Kaarten: € 12,- via www.ssba.nl
    Meer informatie: www.jongeschrijversavond.nl

  • Bowlen als metafoor voor een leven

    Bowlen als metafoor voor een leven

    Bowlen heeft iets lulligs. Misschien komt het door de verplichte schoenen. Om met plezier te kunnen bowlen moet je kind zijn, of de lulligheid moet je volledig ontgaan, of je moet in staat zijn je schouders ervoor op te trekken en je nergens iets van aan te trekken. Stern, de hoofdpersoon in de tweede roman van Thomas Heerma van Voss is volledig blind voor elke vorm van lulligheid. Hij bowlt graag en kan maar niet begrijpen dat zijn achttienjarige zoon op een dag niet meer mee wil.

    Het is na de eerste zinnen al duidelijk dat bowlen hier een metafoor voor het leven van Stern is. Een paar wankele kegels, twee gootjes, een bal met gaatjes en gehuurde schoenen die niet passen. Het is treurig maar veel meer heeft het leven Stern niet te bieden. Hij moet oppassen dat hij zelf niet als een kegel door het leven omver wordt gegooid.

    Na enkele zinnen is ook al duidelijk dat Stern een loser is, een figuur die er niet bij hoort, maar er zo graag wel bij zou willen horen. Het maakt niet eens uit waarbij. Wanneer we met hem kennis maken is hij door bijna iedereen, behalve zijn gezin, in de steek gelaten. De basisschool waar hij jaren lang werkte als leraar, heeft hem ontslagen, of eigenlijk met prepensioen gestuurd. Vrienden heeft hij niet en nu, op de bowlingbaan, lijkt ook zijn zoon hem in de steek te laten.

    Vroeger was het niet veel beter met Stern lezen we in hoofdstukken die terugblikken op de tijd toen Stern nog jong en vol wankele, goede moed was. Eind jaren zestig vertrok hij naar ‘swinging’ Londen om daar, in de benauwdheid van een studentenflat, er achter te komen dat er voor hem niet veel ‘swingends’, te beleven viel. Het lukte hem niet vrienden te maken en er bleef hem niets ander dan de cirkelgang af te gaan van eenzaamheid, onhandigheid, wanhoop en steeds moeizamere pogingen contact te maken.

    Als de eenzaamheid in Londen hem tot de lippen staat is daar opeens de Koreaan John, die Sterns redding lijkt te zijn. Maar John is nu niet bepaald een prater. Sterker nog, hij zegt nauwelijks een stom woord. Desondanks blijken de twee al gauw onafscheidelijk. Maar van echte vriendschap of wederzijdse genegenheid is geen sprake. John blijkt zo leeg als een vat met niets erin en is eigenlijk geen vriend, maar slechts een figuur die niet in staat is ‘nee’ te zeggen en eigen initiatief te tonen. De twee lijken elkaar te gebruiken om hun eigen eenzaamheid te verbergen, wat hun toestand er alleen maar schrijnender op maakt. Als op een dag het Londense avontuur er op zit, betekent dat meteen ook het einde van het duo. Stern hoort nooit meer iets van John.

    Jaren later lijken Sterns pijnlijke anti-avonturen in Londen zich te herhalen als zijn adoptieve zoon Bram het huis uit wil. Ook Bram blijkt uit Korea afkomstig te zijn en heeft al net zo bedroevende communicatieve vaardigheden als John.

    De eenzaamheid van Stern is schrijnend en hilarisch tegelijk. Deze roman heeft een hoog Arjen Ederveengehalte; de toon van de roman doet denken aan de ‘30 minuten’ documentaires die Ederveen halverwege de jaren negentig maakte. Heerma van Voss zet Stern neer als een herkenbaar typetje waar je om kunt lachen, maar als het goed is, niet zonder je tenen te krullen.

    In zijn recensie in NRC Handelsblad vergeleek Sebastiaan kort Sterns belevenissen in Londen met die van Coetzee, zoals beschreven in Youth: Scenes from Provincial Life II. Maar behalve dat Coetzee als jonge man ook een eenzaam leven in Londen leidde, heeft Stern niets met het werk van de Nobelprijswinnaar te maken. Bij Coetzee is er geen sprake van een Arjen Ederveengehalte, geen gegniffel of geglimlach. Coetzee is serieus, zwaarder op de hand en we moeten woorden als ‘existentieel’ en ‘metafysisch’ gaan gebruiken als we het langer dan een paragraaf over zijn eenzaamheid willen hebben. Bij Heerma van Voss is de wereld een stuk lichter en eenvoudiger en kunnen we het zonder dure woorden af.

    Ook het taalgebruik van Heerma van Voss is zeer eenvoudig maar tegelijkertijd ook erg effectief. Het doet een beetje denken aan dat van Arnon Grunberg en Maartje Wortel. Stern heeft ook wel iets weg van Jörgen Hofmeester, de hoofdpersoon in Grünbergs Tirza. Beide mannen raken in de war als hun kind het huis verlaat en het woord ‘hedgefonds’ leidt bij Hofmeester tot bespiegelingen die lijken op die van Stern aangaande ‘prepensioen’.

    Aan het einde van de roman is er ook even de vrees dat dit verhaal precies zo gaat aflopen als Tirza, namelijk met wat tegenwoordig een ‘familiedrama’ heet. Maar dat gebeurt niet. Wel raakt Stern in de latere hoofdstukken steeds meer in de war door zijn aangroeiende eenzaamheid en zijn gebrekkige manier om contact te maken.

    Zo sterk als de eerste, Londense hoofdstukken, zijn de latere hoofdstukken niet. Alles wat Stern onderneemt en hem overkomt lijkt dezelfde boodschap in zich te dragen: hij is een eenzame loser. Sterns gedrag wordt ook tamelijk voorspelbaar: hij raakt steeds meer in de war en besluit zelfs op een dag om alleen te gaan bowlen. De betekenis van deze scène ontgaat ons niet: veel eenzamer kan een mens toch niet worden.

    Hoewel de roman leest als een trein en niet al te dik is, blijken veel scènes toch een herhaling van zetten en tegen het einde begrijpen we van Stern niet eens zo heel veel meer dan dat we na enkele pagina’s al wisten. Stern zelf lijkt ook steeds meer een typetje waar het bordkarton doorheen schijnt. Nu hoeft niet elke romanfiguur van vlees en bloed te zijn maar in het geval van Stern hindert het bordkarton ons toch om ons in hem te kunnen verplaatsen.

    Behalve Stern zijn er trouwens weinig andere figuren waar we iets van te weten komen en ook dit doet in de laatste hoofdstukken iets aan de roman af. Zoon Bram is een ondoorgrondelijke, stille puber en echtgenote Merel is bezig een roman te schrijven waar Stern een rol in speelt. Maar tot leven worden beiden niet gewekt. Zij blijven decorstukken op het toneel waar Stern zijn eigen eenzame weg gaat.

    Stern is niet in alle opzichten een geslaagde roman maar mislukt zou ik ‘m niet willen noemen. Thomas Heerma van Voss mag soms aan Grünberg doen denken, hij heeft duidelijk wel een eigen geluid. En juist om dat geluid en de vaart die je ondergaat tijdens het lezen, moet men deze roman lezen.

    Het is verleidelijk om deze roman te waarderen met een bowlingscore. Maar belangrijker dan het aantal kegels dat Heerma van Voss weet om te gooien is de schoonheid van het spel zelf, de poging en manier waarop de bal geworpen wordt.

     

    Stern

    Auteur: Thomas Heerma van Voss
    Verschenen bij: Uitgeverij Thomas Rap
    Aantal pagina’s: 224
    Prijs: € 16,90