• Gedenkteken in woorden

    Gedenkteken in woorden

    Thomas Blondeau overleed in 2013. De dood van deze jonge, Vlaamse schrijver maakte vooral op sociale media veel los. Vermoedelijk was dit deels toe te schrijven aan zijn uitgebreide contacten binnen de literaire kringen, wellicht meer dan aan zijn in omvang vrij beperkte oeuvre. Arjen van Veelen schrijft over zijn vriendschap met Blondeau, die hij opvoert onder de naam Tomas, in Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken.

    Het boek bestaat uit drie grond elementen die nauw met elkaar verweven zijn. De lijn die zich hoofdzakelijk afspeelt in Nederland ligt het meest in het verleden. Het is een terugblik op de vriendschap tussen Tomas en de ik-persoon wanneer ze twintigers zijn. Dan is er het vertrek van de verteller uit Nederland, na de dood van Tomas, wanneer hij zich met zijn vrouw in Amerika vestigt. Het vertelheden ligt in Alexandrië. De schrijver is daar op zoek naar sporen van Alexander de Grote, over wie hij een ‘geautoriseerde biografie’ wil schrijven.

    Het is duidelijk dat Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken grotendeels autobiografisch van aard is. Arjen van Veelen woonde bijvoorbeeld een tijd in Amerika en schreef daar voor De Correspondent. Ook wat betreft de passages over Thomas Blondeau zal gelden dat Van Veelen geput heeft uit persoonlijke herinneringen. Des te opvallender dat juist dit element van het boek geloofwaardigheid ontbeert. Het voelt aan als een typisch literaire vriendschap, niet zozeer als een vriendschap tussen twee echte mensen. Zo blijft onduidelijk waarom Tomas precies geïnteresseerd is in de ik-persoon. Het praten in citaten en de intellectuele spitsvondigheden helpen niet mee om van hem een karakter van vlees en bloed te maken. De indruk ontstaat dat hij teveel op een voetstuk is geplaatst en dat komt de roman niet ten goede. ‘Met Tomas voelde elk tankstation als Parijs, maar zonder hem voelde alles als vastzitten in de lift met de verkeerde mensen.’

    Van Veelen schrijft het allemaal mooi op, in een licht staccato stijl. De vraag rijst natuurlijk hoe het zit met die obelisken. Ze komen op meerdere momenten in het verhaal voor. Tomas zegt erover dat ze bij leven worden opgericht om iemands daden te vereeuwigen, in tegenstelling tot piramides, die dienen ter bescherming van een lichaam in de hoop op een hiernamaals. De obelisk is zo een metafoor: ‘Zie je hoe de steen steeds smaller wordt, steeds ieler, tot-ie in de hemel verdwijnt, alsof hij een lijn wil worden, een vergeefs streven naar perfectie, een asymptoot die naar onsterfelijkheid reikt, maar toch wordt afgekapt.’ Deze woorden die Tomas uitspreekt, beschrijven tegelijk hemzelf. Vanuit zijn angst om een middelmatig leven te leiden, wijdde hij zich fanatiek aan de literatuur. Hij streefde naar het onmogelijke: het volmaakte gedicht, dat uit één woord zou moeten bestaan. Op 35-jarige leeftijd overleed hij echter. Zijn enige poëziebundel werd postuum gepubliceerd.

    Het aardige is dat aan het einde van de roman ook een beschrijving wordt gegeven van de verplaatsing van een fysieke obelisk uit Alexandrië naar New York eind 19e eeuw. De schrijver, op reis terug van Egypte naar St. Louis, maakt een tussenstop in Manhattan om het monument daar te bezoeken. ‘Een ronkende statusupdate’, concludeert hij. Wat hem meer ontroert zijn de teksten die mensen over hun verloren dierbaren hebben gekerfd op de omgevende bankjes. Hij voegt er zijn eigen woorden aan toe. En dat doet hij nogmaals publiek in de vorm van dit boek, deze requiemroman.

     

     

  • Oogst week 43

    Het litteken van de dood

    ‘Niemand is dichter bij de waarheid gebleven dan ik,’ deelde Jan Wolkers Onno Blom al heel snel nadat Blom de uitdaging aangenomen had zijn biograaf te worden mee: ‘Mijn leven en werk zijn één.’ Nu het werk van de biograaf er na tien jaar op zit, kan Blom niet anders dan concluderen dat Jan Wolkers veel meer dan hij vooraf vermoedde aan de werkelijkheid ontleend heeft.
    Een vraag die na alle aandacht rondom het verschijnen van Het litteken van de dood: de biografie van Jan Wolkers nog niet beantwoord is: vindt Onno Blom dat de wijze waarop Wolkers van zijn leven zijn werk maakte aanleiding geeft om de academische ideeën over feit en fictie te herzien?

    Misschien staat het antwoord in het ruim 1100 pagina’s tellende boek waarop Onno Blom op de tiende sterfdag van Jan Wolkers promoveerde, waarin de jonge doctor eerder beschrijvend dan beschouwend een door driften gedreven kunstenaarsleven reconstrueert.

    Het litteken van de dood
    Auteur: Onno Blom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De vos

    Er mag dan vrij prominent ‘roman’ op de cover staan, het eerste deel van De vos van Dubravka Ugresic heeft weinig weg van een verzonnen verhaal. Het is een essay waarin het scheppen dan wel produceren van verhalen centraal staat. Dubravka Ugresic ontleedt niet alleen Verhaal over hoe verhalen ontstaan van Boris Pilnjak – dat zich uitermate goed leent om het te hebben over de scheidslijn tussen beleefd en verzonnen, schrijven in de eerste persoon enkelvoud, het ongenoegen van een persoon die personage werd en rol van lezer en literatuurwetenschapper als ‘afmaker’ van een verhaal – maar vlecht ook zichzelf als onderzoekende lezer in het essay.

    De overige vijf delen ogen minder theoretisch, maar net als De sleutelroman ontsloten en Museum van onvoorwaardelijke overgave is De vos een hybride boek. Een boek waarin Dubravka Ugresic vertelt en beweert en de vos slim en sluw mag zijn en er met de buit vandoor mag gaan. Een roman die bewijst dat ze zelf een vos is: een schrijver die in staat is verschillende ideeën en ervaringen te combineren.

    De vos
    Auteur: Dubravka Ugresic
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken

    Alles van waarde in Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken verwijst naar de werkelijkheid waarin Arjen van Veelen een vriend verloor. Niet zomaar een vriend: Thomas Blondeau voltrok als bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk tussen Arjen van Veelen en Rosanne Hertzberger. Thomas Blondeau was net als Van Veelen schrijver, al beoefenden ze verschillende genres. Blondeau overleed vier jaar geleden, hij was pas 35.

    Van Veelen ‘is’ de jonge schrijver die in Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken afreist naar Alexandrië om er te zoeken naar de tombe van Alexander de Grote, over wie die schrijver voornemens is een biografie te schrijven. Blondeau ‘is’ de schrijver van de boeken die de jonge schrijver zonder dat iemand het ziet achter wil laten in de herbouwde bibliotheek van Alexandrië.
    Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken gaat over verliezen en rouwen in dit specifieke geval. Over de weg kwijt zijn en de draad weer oppakken. En daarmee net zo goed over het leven als over de dood.

    Van Veelen laat zien dat hij een roman aan kan, maar verloochent zijn journalistieke en essayistische stiel niet.

    Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken
    Auteur: Arjen van Veelen
    Uitgeverij: Bezige Bij, De

    Nachtvlucht

    Toen Antoine de Saint-Exupéry in 1931 Nachtvlucht schreef, stond de luchtvaart nog in de kinderschoenen. Het was een hele verantwoordelijkheid om piloten veilig weer aan de grond te krijgen, maar de belangen waren ook toen al groot. Vandaar dat postvlieger Fabien ondanks de invallende duisternis en het slechte weer dat op komst is door Rivière gedwongen wordt op te stijgen en de post uit Patagonië te bezorgen.

    De Saint-Exupéy – die zelf beroepsvlieger was – laat zien wat het enerzijds betekent om het voor het zeggen te hebben en anderzijds hoe dwingend plichtsbesef kan zijn. Hij ontleedt de psyche van de man aan de grond die zich realiseert dat de kans op een behouden vlucht steeds kleiner wordt. Hij was degene die met een nachtvlucht tijd hoopte te winnen en de zo de voordelen van vliegen boven vervoer per trein of boot aan te tonen en daar nu een hoge morele prijs voor moet betalen. Ondertussen doet de piloot er alles aan om de weersomstandigheden, zijn kist en zijn emoties de baas te blijven.

    Nachtvlucht van Antoine de Saint-Exupéry is de vierde klassieker waarvan Uitgeverij Bint vindt dat hij niet van de radar mag verdwijnen. De uitgever herzag de vertaling, waardoor deze  realistische en nog steeds actuele De Saint-Exupéry weer jaren mee kan.

    Nachtvlucht
    Auteur: Antoine de Saint-Exupery
    Uitgeverij: Uitgeverij Bint
  • Oogst van de week, week 6

    Vier titels uit het aanbod van onlangs verschenen boeken

    Etalage

    Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen
    Thomas Blondeau (1978-2013) was schrijver, journalist en dichter. Eind 2006 debuteerde hij met de bildungsroman eX. Gevolgd door Donderhart (2010), over een romance die zich afspeelt in Londen tegen de achtergrond van de aanslagen in juli 2005. Zijn laatste roman, Het West-Vlaams versierhandboek, verscheen in september 2013.
    Blondeau had niet zoveel op met de poëzie die hij zelf schreef, het ging hem te gemakkelijk af, vond hij. Zijn vrienden, schrijver Christiaan Weijts en dichter Ellen Deckwitz dachten daar anders over en stelden een bundel met zijn gedichten samen. Deze week werd postuum zijn poëziedebuut , gepresenteerd tijdens de Poëzieweek. Met een nawoord van Ellen Deckwitz. Prijs: € 9,50; Blz.: 32; Uitgeverij De Bezige Bij.

    Belleman De drift van Sneeuwwitje

    De drift van sneeuwwitje
    Sprookjes zijn van alle tijden en vrijwel iedereen is opgegroeid met de wereld van het goed en het kwaad. Sprookjes verhalen van hartstocht en wanhoop en worden wel de spiegel van de ziel genoemd. Bas Belleman (1978), vertelt de klassieke sprookjes als Doornroosje, Blauwbaard en Rapunzel  opnieuw. Deze sprookjes blijken veel tragischer dan we denken. De drift van Sneeuwwitje is een eerbetoon aan de grote vertellers uit voorbije eeuwen wiens namen vergeten zijn. Belleman publiceerde eerder twee dichtbundels. In 2012 verscheen zijn veel geprezen vertaling Sonnetten voor de Donkere Dame van William Shakespeare. Prijs: € 18,95; Uitgeverij Van Gennep.

    normal_pac_9789044517415_cvrBarrevoetse februari (verhalen)
    Herta Müller (Roemenië, 1953) leeft sinds de jaren tachtig in Duitsland, waar ze naar toe verhuisde nadat haar werk in Roemenië gecensureerd werd. Ze schrijft proza, poëzie en essays en won in 2009 de Nobelprijs. In Barrevoetse februari verwerkte ze ervaringen uit haar jeugd onder het bewind van Ceaușescu. Dictatuur is een terugkerend thema in haar boeken, wat haar wel eens verweten werd door critici. Muller schrijft in krachtig beeldend proza. Indringende beelden die de geschiedenis van de Duitssprekend Roemenen ten tijde van Ceaușescu doen herleven. Verhalen over een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt en over een vader die elke zondag dronken thuis komt. Wat vooral opvalt in haar werk is dat ze haar angst voor onderdrukking zeer invoelbaar overbrengt. Barrevoetse februari, een boek om te gaan lezen. Prijs € 15,95, Blz.: 160, vertaald door Ria Hengel en uitgegeven bij De Geus.

    Een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt; een straat die alleen geasfalteerd is aan de kant van de burgemeesterswoning; de zondagen waarop een vader in een zwarte jas het huis verlaat en ’s avonds dronken thuiskomt. I – See more at: http://www.degeus.nl/boeken/detail/3472/barrevoetse-februari-1.html#sthash.83IzYOHq.dpuf
    Een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt; een straat die alleen geasfalteerd is aan de kant van de burgemeesterswoning; de zondagen waarop een vader in een zwarte jas het huis verlaat en ’s avonds dronken thuiskomt. I – See more at: http://www.degeus.nl/boeken/detail/3472/barrevoetse-februari-1.html#sthash.83IzYOHq.dpuf

     

    Ceau?escu
    Ceau?escuLieke2De eerste letter

    Lieke2 De eerste letter
    Vooruit nog een poëziebundel. Er komt zoveel mooie poëzie voorbij maar op de bundel van Lieke Marsman werd gewacht. Na haar succesvolle debuut in 2011, waar maar liefst 3000 exemplaren van verkocht werden (voor een dichtbundel ongelooflijk veel) is onlangs haar tweede bundel De eerste letter verschenen.  Deze bundel evenaart haar debuut qua zeggingskracht en mooie, stipte taalgebruik. Marsman gaf het een motto van Rainer Maria Rilke mee. Een citaat uit Het dagboek van Malte Laurids Brigge, dat zowel het begrip ‘angst’ als de onzegbaarheid van die angst in zich draagt. Een bundel die zich aan je opdringt. De eerste letter bevat 39 gedichten verdeeld over vier afdelingen. Prijs: € 14,50, uitgegeven door Van Oorschot.

    I. v/d Graaf