• Oogst week 51 – 2020

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special

    In de laatste Oogst van dit jaar een vers verschenen literair tijdschrift, een debuutroman, en een keuze van twee boeken uit de stapel boeken die de afgelopen maanden zijn binnengekomen.

    De vijfde papieren editie van Zuca-magazine is geheel gewijd aan de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Wat deze editie vooral wil laten zien is dat Pessoa niet alleen dichter was, maar ook was hij journalist, chroniqueur, verhalenschrijver, filosoof, polemist, reclameman, oprichter van tijdschriften, misdaadauteur, uitgever en groot briefschrijver. Veel schreef hij vanuit zijn zogenaamde heteroniemen, zoals de dichter Ricardo Reis. Waarover Yves van Kempen een mooi stuk schreef, ‘De dichter Ricardo Reis en zijn geestelijke vaders’. Waarmee hij natuurlijk Pessoa zelf bedoelt, maar ook Saramago die Ricardo Reis in zijn roman Het jaar van de dood van Ricardo Reis, vanuit Brazilië waarheen Pessoa hem had laten emigreren, laat terugkeren naar Portugal. En beste lezer, wees gewaar dat het hier dus een door Pessoa verzonnen persoonlijkheid betreft, die verder leefde nadat hij zelf overleden was.

    Van Abdelkader Benali een stuk over toen hij als jongeman Het boek der rusteloosheid begon te lezen, de vele streepjes die hij zette, tot pag. 30 van het boek, toen begon het ‘fladderen’ zoals hij schrijft. ‘Het oog werd ekster’ die de aansprekende stukken eruit pikt, ze verzamelt. ‘Snapshots. Dit boek leent zich daar goed voor.’ De korte en langere stukken tekst van Pessoa, die zoals het redactionele stuk vermeldt: ‘Er is een Pessoa voor iedereen!’ Maar het mooie is, dat deze special de verschillende delen van Pessoa naast elkaar laat zien, die soms aan elkaar passen maar nooit helemaal samenvallen met een en dezelfde persoon.

    De vertalingen zijn van de hand van Harrie Lemmens, met een enkel opgenomen stuk in vertaling van August Willemsen.

    In het middenkatern een keuze uit de eerder op de site van Zuca-magazine verschenen citaten van Pessoa die samengaan met een kleurenfoto van Ana Carvalho, die een beeld zo dichtbij haalt dat er een andere werkelijkheid ontstaat.

     

     

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special
    Auteur: Onder redactie van Ana Carvalho, Marylin Suy en Harrie Lemmens
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    De druppel

    Jan van Mersbergen is romanschrijver en een veelschrijver, en dat is positief bedoelt. Dagelijks schrijft hij een verhaal op zijn blog, of een stuk dat leest als een fragment uit een roman, hij is schrijfdocent en schrijft ook nog onder het pseudoniem van Frederik Baas thrillers.

    De druppel is zijn derde thriller en gaat over een burenruzie die nogal uit de hand loopt. Met de nogal obsessieve schrijver van een bestseller over opruimen, rust en regelmaat, Tom: een echte controlefreak. Schrijver Jan van Mersbergen is niet ver weg in deze thriller, hij zit in de schrijfstijl, in fragmenten als, ‘Als je een vaste baan hebt en iedere dag naar kantoor gaat dan weet je altijd hoe laat het is en welke dag het is. Zit je thuis met een stapel boeken op je tafeltje, en het werk is gedaan, dan maakt het niet uit welke dag het is.’

    En dan is er de mailwisseling met een schrijfdocent met de initialen J.M, en de cursist Gerard, die in het verhaal de bovenbuurman van Tom is. De druppel zit gewoon geweldig in elkaar, ingenieus geconstrueerd, en levert ook nog schrijftips op.

     

    De druppel
    Auteur: Frederik Baas
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Varkensribben

    Het prozadebuut Varkensribben van Amarylis De Gryse is een tragikomisch verhaal over een jonge vrouw die aan het begin van de roman in een auto leeft omdat haar jeugdliefde haar uit huis heeft gezet. Vanuit die auto vertrekt ze elke ochtend naar een verzorgingstehuis om haar ochtendshift te doen. Terug naar huis, naar haar moeder, blijkt geen optie. Als jongste van vier dochters, wordt het niet gewaardeerd dat haar relatie met de zoon van de slager verbroken is. Waarbij even gedacht wordt aan het prozadebuut van Tom Lanoye, Een slagerszoon met een brilletje. Waarbij met name de sfeer uit het leven van een middenstandsfamilie overeenkomsten vertoont.
    Varkensribben is opgebouwd uit herinneringen, mooi beschreven familietafereeltjes als uitstapjes naar het strand, het vieren van verjaardagen, de rolverdeling onderling.

    Maar meer nog is Varkensribben het verhaal van een jonge vrouw die zich in de steek gelaten voelt, haar eigen route moet gaan bepalen. Het verleden, herinneringen daaraan, spelen een belangrijke rol. Geschreven in prettig korte hoofdstukken, met gedetailleerde beschrijvingen van het menselijk ongemak.

    Varkensribben
    Auteur: Amarylis de Gryse
    Uitgeverij: Prometheus

    Treurzang voor een thuisland

    Ayad Akhtar(1971)  is een Amerikaanse toneel-, roman- en scenarioschrijver van Pakistaanse afkomst die in 2013 de Pulitzerprijs voor Drama ontving voor zijn toneelstuk ‘Disgraced’. Zijn romandebuut De hemelverdiener (2012) verscheen in meer dan twintig landen.

    Zijn nieuwe boek Treurzang voor een thuisland is een hybride roman waarin het politieke met het persoonlijke verhaal verweven is en leest als een aanklacht tegen Amerika. Het verhaal van een vader die cardioloog is, zijn zoon en de ‘Great American Dream’. Een droom die ook voor Ayad Ahkyar uitkwam, na jaren van geploeter werd hij beroemd en rijk. Toch hoort hij er nog steeds niet helemaal bij, omdat hij moslim is, kind van Pakistaanse ouders.

    Treurzang voor een thuisland  gaat over die Amerikaanse Droom, over schulden en drugsverslaving die talloze levens verwoesten, over een gierige reality-tv-persoonlijkheid die president is geworden en over hardwerkende immigranten die voortdurend in angst leven. Een boek dat we zouden moeten lezen.

    Treurzang voor een thuisland
    Auteur: Ayad Akhtar
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • De oneindigheid van de geest

    De oneindigheid van de geest

    The Plains uit 1982 is de derde roman van de Australische schrijver Gerald Murnane. Achterin de ‘De vlakte’, de recente Nederlandse vertaling, zijn twee brieven opgenomen die dateren uit 2013. Een bewonderaar stelt hem, na een lange inleiding over zijn eigen schrijverschap, de vraag: ‘Hoe bent u tot die gewoonte van nauwkeurig beschrijven gekomen?’ Murnanes antwoord, in een nog veel langere brief, is verrassend: ‘Ik hoor uit mijzelf een stem; lange tijd heb ik die willen horen.’ Deze zin voegde hij op het allerlaatst toe aan zijn manuscript ‘Landscape with landscape’ (1985). Het was dé zin die hem in zijn lange bestaan als schrijver is bijgebleven als de essentie van zijn schrijverschap. 

    De vlakte is een wonderlijk boek waarop het woord roman eigenlijk niet van toepassing is, er is weinig verhaallijn en karakterontwikkeling. Aanvankelijk is het boek lastig en met enige verzuchting te lezen, omdat er nauwelijks iets gebeurt en omdat iedere zin wel twee keer gelezen moet worden om hem ten volle te bevatten. Tot, op ongeveer een derde, het kwartje valt. 

    Uitgestrektheid

    De roman gaat niet alleen over het lege binnenland van Australië, de vlakte is een metafoor, een allegorie voor de geest. Zoals Murnane in bovengenoemde brief schrijft: De uithoeken van mijn geest interesseren mij, vermoedelijk net zoals reizigers geïnteresseerd zijn in verre landen. […] geest zie ik als ruimte. Al lang geleden heb ik de populaire theorieën over de geest verworpen die in de twintigste eeuw naar voren zijn gebracht. Voor mij betekent de geest uitgestrektheid en, mogelijk ook, oneindigheid, in de betekenis van “zonder einde”.’ 

    Een jonge filmer, de ik-verteller, wil een film maken over het binnenland van Australië, de vlakte en zijn bewoners. Deze plainsmen zijn kunstenaars, schrijvers, musici en aristocratische grootgrondbezitters met landhuizen en grote bibliotheken vol boeken met de vlakte als onderwerp. De filmer neemt zijn intrek in een hotel in een provinciestadje en wacht tot de plainsmen samenkomen in het weekend voor hun drinkgelag. Dagen- en nachtenlang wordt er gediscussieerd en gefilosofeerd onder het genot van veel drank. De filmer maakt aantekeningen en becommentarieert deze scènes. ‘Iedereen die vanaf zijn jeugd was omringd door een overvloed aan vlak land moest wel afwisselend dromen van het verkennen van twee landschappen – een ervan voortdurend onzichtbaar, zelfs als je er dagelijks in rondtrok.’

    Kleuren

    De plainsmen onderzoeken hun herinneringen, hun culturele bagage en hun afkomst en vergelijken die met de schilderkunst en gedetailleerde natuurbeschrijvingen van de vlakte: van grassprieten tot verre einders, de kleuren van het licht en de vormen van de wolken. Er worden heel veel kleuren beschreven, blauw, groen, goud en de blanke huid van een vrouwenhals. Dankzij die kleuren komen de beelden tot leven. Ze hebben de omslagontwerper van het boek doen denken aan de schilderijen van Mark Rothko.
    In het plotloze verhaal gebeurt weinig tot niets, de meeste tijd gaat voorbij met wachten. ‘Het leven bestaat uit wachten en dat is gelijk aan de leegte van de vlakte.’ Een leegte tegelijkertijd vol van gedachten over tijd, beschouwingen over het landschap die vertaald kunnen worden naar de reikwijdte van de geest en vragen over het zijn in toen, hier en nu.

    Niets wordt echter specifiek benoemd, de filmer en de plainsmen hebben geen naam, waardoor een zekere afstand tot de lezer is geschapen en tegelijkertijd ben je aanwezig, daar in die bar van dat hotel of op de loggia van het landhuis terwijl de ogen zijn gericht op de vlakte bij avondlicht. Want tijdens de zonovergoten, zinderend hete dagen zit men binnen, de zonwering gesloten, de neus in de boeken. ‘Ik probeer een vlakte te scheppen waar alleen dat bestaat wat kunstenaars beweren gezien te hebben. En als ik die landschappen heb samengevoegd tot één grote geschilderde vlakte, dan loop ik op een morgen naar buiten en ga op zoek naar een nieuw land. Dan ga ik zoeken naar de plekken die net achter de geschilderde horizonten liggen, de plekken waarvan de schilders alleen maar wisten dat ze te suggereren waren,’ schrijft de filmer.

    Alleen film toont verrre horizonten

    Hij solliciteert naar een aanstelling bij een van de plainsmen om bij hem thuis in zijn bibliotheek de vlakte verder te bestuderen en houdt, na lang naar de verschillende mannen geluisterd te hebben, een betoog met de motivatie voor zijn film. ‘Daarop wendde ik me tot de zevende van de grote landeigenaren en verklaarde dat van alle kunstvormen alleen film de verre horizonten van dromen kon laten zien als een bewoonbaar land en tegelijkertijd vertrouwde landschappen kon herscheppen als een vaag decor dat alleen in dromen thuishoorde.’
    Tijdens het schrijven van zijn filmscenario verliest hij zich in zijn aantekeningen en vraagt hij zich af of hij niet beter schrijver kan worden. Hij zit dagen in de bibliotheek van de landeigenaar met zijn rug naar de ramen waarachter de vlakte ligt. De vrouw van de heer des huizes zit in dezelfde ruimte in haar eigen hoek. Tot een uitwisseling komt het nooit en ze lijkt zelfs blind voor de reden van zijn aanwezigheid in het huis. 

    Andermans geest is niet te doorgronden

    Tegen het einde van het boek zijn we twintig jaar verder. De filmer voelt zich onbegrepen door de landeigenaar en zijn gezin en dat is wederzijds: ‘En in die stervende middagen waarin het landschap vaker aangewezen leek dan geobserveerd, telkens als de camera in mijn handen het beeld bij me opriep van een jonge vrouw’ is het de vraag of hij na al die jaren op de vlakte de plainsmen heeft weten te doorgronden. Nee, andermans geest is nooit ten volle te doorgronden. 

    Murnane heeft nooit gereisd, hij heeft geen computer en typt met één vinger omdat hij dan het tempo van zijn denken volgt, schrijft Wim Boevink in een verhelderend voorwoord. Overigens werpen de brieven aan het eind van het boek ook een mooi licht op het leven van een uitzonderlijk en ondanks zijn grote productie onbekend schrijver, die wel wordt vergeleken met Kafka, Borges, Calvino en Beckett. 

    Zoeken naar herkenningstekens

    Zodra je je niet meer verzet tegen het onbegrip, maar je laat meeslepen door de taal, de woordkeuze en de rangschikking van de woorden in een zin, – ‘ieder mens is in zijn hart een reiziger in een onbegrensd landschap, maar zelfs de plainsmen (die geleerd moesten  hebben verre einders niet te vrezen) zochten naar herkenningstekens en wegwijzers in dit verontrustende domein van de geest.’ – zie je de wonderlijke poëzie van Murnanes gecomponeerde zinnen en wordt het lezen van De vlakte een genot. 

     

  • Lessen in onzichtbaarheid

    Lessen in onzichtbaarheid

    Stel je een jonge Sri Lankaan voor: klein van stuk, dromerige blik, coupe soleil, die zich door de straten van Sydney begeeft met een draagbare stofzuiger op de rug. Dit is de hoofdpersoon uit Gratie, het nieuwe boek van de Indo-Australische schrijver Aravind Adiga, winnaar van de Booker Prize 2008 met De witte tijger. Dhananjaya Rajaratnam of Danny, zoals de jonge man zich in Australië noemt, is illegaal. Hij werkt als schoonmaker en leeft zoveel mogelijk onder de radar. Om dit vol te houden werkt hij zorgvuldig aan een nieuwe, Australische versie van zichzelf. ‘Al voordat Danny naar Australië kwam, oefende hij zich in het Australiëschap. Helemaal in Batticaloa al. Voor de spiegel. Hij vertraagde zijn V’s. Hij beet op zijn onderlip als hij volleybal zei.’ Want klinken als een Aussie, zo redeneert Danny, dat ‘maakt een Aussie tot een Aussie.’ 

    Moreel dilemma

    Een tijdlang lukt het Danny om onzichtbaar te blijven, totdat een voormalige klant van hem wordt vermoord en hij denkt te weten wie de dader is. Vertelt hij de politie van zijn vermoedens – met alle gevolgen van dien – of houdt hij zijn mond? 

    In een verteltijd die slechts één dag beslaat, worstelt Danny met dit morele dilemma. De vermoorde klant is Radja en de vermoedelijke dader haar geheime minnaar Prakash. Door flashbacks wordt de benauwende verstandhouding die Danny met dit koppel had uit de doeken gedaan. Wanneer Danny op de dag van de moord, in een opwelling Prakash belt en gelijk ophangt, begint de ellende. Onmiddellijk belt Prakash terug. ‘Fabelachtige Schoonmaker,’ begint hij, ‘wat leuk dat ik uitgerekend vandaag wat van je hoor.’ Hierna volgt een reeks dreigtelefoontjes die het hele boek voortduren. In een poging om ervoor te zorgen dat Danny zijn mond houdt, zet Prakash Danny’s illegale status in als chantagemiddel en het is dit gegeven waar het boek om draait.

    Felbegeerde status

    De gemiddelde autochtone Australiër staat bepaald niet open voor nieuwkomers, legaal dan wel illegaal. Danny doet zijn best de meest chauvinistische types te vermijden. ‘De drie mannen waren wit. Niet het soort mannen dat je op zaterdag soms in Sydney zag – een en al Arische eiwitten, klef, onder de tattoos en vol opgeblazen praatjes over het Australische leger en Gallipoli en over hoe rijk hun ras was en hoe armoedig alle andere rassen, bottige lijven die in hun botheid uit waren op botsingen met lijven die niet wit waren.’ Danny moet oppassen niet verraden te worden. In het speciaal voor illegalen opgerichte Villawood wil je niet belanden, getuige een krantenbericht: ‘Weer heeft een illegale immigrant die in het detentiecentrum Villawood in Sydney op uitzetting wachtte de hand aan zichzelf geslagen (…) Onofficiële rapporten melden dat dit de 698ste zelfmoordpoging dit jaar is onder de naar schatting 3500 bewoners van het centrum.’ 

    Er is echter één groep die er bij Danny nog slechter vanaf komt dan de autochtone Australiër en dat is de legale immigrant, de immigrant met de felbegeerde status van permanente staatsburger. Deze groep is het moeilijkst te ontlopen: ‘Niks eenvoudiger dan onzichtbaar worden voor witte mensen, die je toch al niet zien; maar het moeilijkste is onzichtbaar worden voor bruine mensen die je altijd zien.’ Dit zijn mensen als Prakash. Of Tommo, Danny’s Griekse huisbaas die hem uitbuit door een royaal deel van zijn schoonmaakinkomsten in beslag te nemen in ruil voor zijn stilzwijgen. ‘Immigratie!’ buldert hij lachend als Danny een poging doet zich uit zijn grip te bevrijden; het is bewonderenswaardig dat Danny zijn zelfbeheersing bewaart en zelf geen moord pleegt. Thuis in Sri Lanka zijn ze, blijkt later, niet veel beter: Danny kwam oorspronkelijk legaal op een studievisum Australië binnen om te ontdekken dat hij in zijn thuisland is opgelicht door een malafide ‘university scheme.’ Ironisch genoeg was zijn kans op een verblijfsstatus veel groter geweest als hij Australië illegaal was binnengekomen, en dat ligt aan  ‘dat wonderbaarlijke ding, dat onvergankelijke fenomeen, het blondste dier van Australië: hun Wetgeving.’ 

    Geëngageerde pageturner

    Gratie is de moeite waard voor de lezer die meer te weten wil komen over de strenge en soms harde Australische samenleving bezien door de ogen van een ongewenste vreemdeling. Wie echter mooie beelden of stilistisch vernuft verwacht, komt bedrogen uit. De vertelling is vaak wankel en aanvankelijk is de toon onduidelijk: licht of ernstig, absurdistisch of realistisch. En dan de dreigtelefoontjes van Prakash: te veel en te vaak, duidelijk bedoeld om spanning te creëren. Ook kleine ongeloofwaardigheden storen, zoals de snelheid waarmee Danny schoonmaakt: om 08:57 komt hij zijn eerste adres binnen en nog geen twintig minuten later hijst hij zijn stofzuiger alweer op zijn rug om de ‘schoongemaakte flat’ te verlaten. Iets te fabelachtig, om maar te zwijgen over de stofzuiger op zijn rug, die van iemand die ondergronds wil blijven toch een opvallende verschijning maakt. 

    Toch weet het verhaal te raken, vooral Danny’s vurige wens een bestaan op te bouwen onder de constante dreiging van verraad. Hij probeert zijn trauma’s achter zich te laten. Regelmatig wrijft hij over het litteken op zijn onderarm, een pijnlijke herinnering aan de wreedheden in zijn thuisland, waar hij door de autoriteiten werd aangezien voor Tamiltijger. Mooi beschreven is de poging van Danny om zich de taal eigen te maken, te spreken met ‘lange, lome Australische klinkers’; hoe hard hij er ook op oefent, het lukt hem niet zijn eigenheid weg te poetsen. ‘Twee jaar lang had Danny hard gewerkt aan zijn accent, maar die aparte spreekwijze had hij nooit afgeleerd. ‘Suikervrij betekent: geen suiker, ja? Melodische tautologieën waren hem aangeboren. Binnen zijn accent (niet Australisch maar neutraal) school een beestje uit een andere taal, en nu, na twee jaar in dit land, liet hij dat maar eens spinnen.’ Adiga schreef met Gratie een actuele, geëngageerde roman die leest als een spannende pageturner. 

     

  • Oogst week 11 – 2020

    De vlakte

    De 81-jarige auteur van De vlakte, Gerald Murnane, is op zijn zachtst gezegd een enigmatische figuur. Zo zou hij nooit een computer hebben aangeraakt – dat wil zeggen: hij zou er in ieder geval nooit een manuscript op hebben getypt –, en zou hij nog nooit een voet in een vliegtuig hebben gezet. Hoewel hij oorspronkelijk van katholiek-Ierse afkomst is, woont en verblijft hij al zijn hele leven in Australië. Zijn fictie staat haaks op die persoonlijke werkelijkheid. In zijn romans overstijgt hij juist gebieds- en landsgrenzen. Ondanks of dankzij Murnanes zonderlinge levenshouding werd hij eens ‘de grootste auteur in het Engelse taalgebied (waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord)’ genoemd (in The New York Times). De vlakte is een heruitgave, oorspronkelijk in het Engels verschenen in 1982, en bereikt nu voor het eerst een Nederlands lezerspubliek.

    In De vlakte strijkt een jonge filmmaker neer in Australië, waarmee een wisselwerking tussen werkelijkheid en fictie in gang wordt gezet. De beginzinnen zijn veelzeggend:

    ‘Twintig jaar geleden, toen ik voor het eerst op de vlakte aankwam, hield ik mijn ogen open. Ik zocht naar iets in het landschap wat leek te wijzen op een diepere betekenis onder het oppervlak.’

    De vlakte
    Auteur: Gerald Murnane
    Uitgeverij: Signatuur

    Hier zijn we

    Hier zijn we van de Britse schrijver Graham Swift gaat over drie jongeren die in een theater aan de pier van Brighton werken: Evie, Jack en Ronnie. Tegen de achtergrond van een voorspoedig, bruisend zomerseizoen komt de verhouding tussen de drie op scherp te staan. Die relatie tussen het algemene en het persoonlijke komt vaker terug in Swifts werk. Eerder schreef hij de historische novelle Moeders Zondag (Mothering Sunday), die in Nederland lovend werd ontvangen. Daarin speelt de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in Groot-Brittannië een bepalende rol, maar wordt juist ook het particuliere perspectief van hoofdpersonage Jane Fairchild uitgediept in het tijdsbestek van één beslissende dag.

    Graham Swift schreef negen romans en schreef daarnaast korte verhalen, gedichten en essays. Hij won de Booker Prize met Last Orders (vertaald als Laatste ronde).

    Hier zijn we
    Auteur: Graham Swift
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Parelduiker, Louis Paul Boon

    In het nieuwste nummer van De Parelduiker staat Louis Paul Boon (1912-1979), ook wel de ‘Vlaamse Multatuli’ genoemd, centraal. Hij is wijd en zijd bekend dankzij zijn magnum opus De Kapellekensbaan (1953), waarop in 1956 het vervolg Zomer te Ter-Muren verscheen. Boon werd lange tijd getipt als belangrijke kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij was niet alleen schrijver, ook zijn productie beeldende kunst valt ontzagwekkend te noemen.

    Geheel in lijn met het thema van de Boekenweek 2020, ‘Rebellen en dwarsdenkers’, wordt in De Parelduiker Boons rebelse imago binnenstebuiten gekeerd en aan een kritische herziening onderworpen, onder anderen door Boon-kenner Jos Muijres. Hoe kijken we met de kennis van nu naar Louis Paul Boon – wás hij inderdaad een rebel of dwarsdenker, of is dat vooral een rol die hem in retrospectief is toegekend?

    De Parelduiker, Louis Paul Boon
    Auteur: Eindredactie Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Vantilt
  • Oogst week 8 – 2020

    Mijn konijn van vaderskant

    Het is altijd een plezier te vernemen dat er weer een boek van de Israëlische schrijver Etgar Keret (1967) naar het Nederlands vertaald is. Zijn nieuwste boek dat onlangs bij uitgeverij Podium verschenen is, heet Mijn konijn van vaderskant en wordt weer kenmerkend genoemd: warm, verrassend, origineel, fantasievol, geestig en onvoorstelbaar. In het titelverhaal bijvoorbeeld zien drie zusjes in een konijn hun net vertrokken vader, tot ongenoegen van de verdrietige moeder. Als het konijn wordt ondergebracht bij een jongen die in zíjn konijn eveneens een afwezige vader ziet, dan ga je je afvragen wat hier aan de hand is.
    Kerets personages worstelen met ouderschap en familie, oorlog en games, marihuana en pancakes, herinneringen en liefde.

    Het is een mooi initiatief van uitgeverij Podium om het werk van Keret die elders al wereldfaam geniet, ook voor de Nederlandse lezer toegankelijk te maken.

     

     

     

    Mijn konijn van vaderskant
    Auteur: Etgar Keret
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Gratie

    De Indiase schrijver Aravind Adiga (1974) is vooral bekend van zijn boek De witte tijger waarmee hij in 2008 de Man Booker Prijs won. Adiga werd geboren in Madras 1974, emigreerde naar Australië en studeerde daarna in New York en Oxford, woont nu in Bombay en werkt als journalist.

    Gratie is zijn nieuwe boek. Het gaat over Danny – (Dhananjaya Rajaratnam) – die gevlucht is uit Sri Lanka en illegaal in Sydney woont. Hij woont weinig comfortabel, werkt als schoonmaker, en is al drie jaar bezig een nieuwe identiteit voor zichzelf te creëren. Het normale leven ligt bijna binnen handbereik.
    Maar dan hoort hij dat een van zijn klanten is vermoord. Danny kende haar goed, en hij heeft een sterk vermoeden wie het gedaan heeft. Moet hij bekennen wat hij weet met het risico het land uitgezet te worden? Of moet hij zijn mond houden en rechtvaardigheid de rug toe keren? Terwijl de uren verstrijken, laat hij alles de revue passeren: het gewicht van zijn verleden, zijn toekomstdromen, en de onvoorspelbare, vaak absurde realiteit van een onzichtbaar leven zonder papieren. Danny moet diep in zijn geweten tasten om een antwoord te vinden. Heeft iemand zonder rechten wel verantwoordelijkheden?

    Gratie
    Auteur: Aravind Adiga
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Cliënt E. Busken

    Het nieuwe boek van Jeroen Brouwers heet Cliënt E. Busken. Het beschrijft een dag van het verblijf van de hoofdpersoon in de psychiatrische instelling. Deze E. Busken zit hier tegen zijn zin. In een rolstoel op een gesloten afdeling, maar hij neemt nog scherp waar wat er om hem heen gebeurt, en inwendig voorziet hij zijn medebewoners en het personeel van commentaar.

    ‘[…] Het blijft wel droog, meent ze. Er is zon voorspeld. Hier beneden waait het niet. Staat hij op de rem? Dat controleert ze. Ja, met die dragonderstem, u staat geblokkeerd. Hetgeen klopt. Geblokkeerd, ik. Geblokkeerder dan de wielen van de rolstoel, die ze ergens achter me, waar ik niet bij kan, heeft vergrendeld. Die wielen gaan gewoon weer draaien als ze niet meer zijn geblokkeerd, ikzelf ben niet als die wielen, want ik kan niets meer, wat wil je ook. Alleen nog zitten en liggen. En waarnemen. Denken. Piekeren. Malen. Bedoelen. Kleuren zien die er niet zijn, althans door anderen niet worden gezien. Ze heeft me met een riem om mijn middel in de stoel gefixeerd, de metalen gesp op mijn navel is niet door mij te openen. Mijn woede daarover en mijn verzet worden met injecties en pillen platgekookt. Wat nog kan bewegen zijn mijn handen en onderarmen. Met mijn benen, mijn voeten, kon ik schoppen, tot die ook aan de stoel werden vastgeknoopt. Hebt u uw saffies? Aansteker? Fluitje zit hier in het linkerzakje van uw overhemd, meneer Busken. Als u voelt dat u moet, meteen blazen. Dat er weer geen ongelukjes gebeuren. Ik denk dat ze niet beseft dat ze schreeuwt. Haar fraaie verschijning is als die op dat schilderij, doch haar decibels verstoren mij. Ze kijkt naar me. Ja meneer Busken? U hoort me wel. Meneer Busken? Antwoord geven kan u ook best. Hier raakt ze mijn hoofd aan, bij mijn slaap, met haar gesloten slanke hand een duwtje bij mijn oor, niet hard, maar toch dat ik het voel, een lichtgevend stompje. […]’

     

     

    Cliënt E. Busken
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Rennen voor je bestaan

    Rennen voor je bestaan

    Echt waar: op de Olympische spelen in Rio treedt voor het eerst een vluchtelingenteam aan, met sporters die anders vanwege hun statenloosheid buiten spel staan; grotendeels hardlopers uit Mali en Kenia. Keita, de hoofdpersoon van Zonder Land is zo’n getalenteerde clandestiene hardloper die wil horen bij een nationale ploeg en die rent voor zijn leven. Alleen komt hij uit Zantoroland. En dat bestaat niet.
    Zonder land is een roman als een feel good movie; een kleurrijke cocktail van een boek, om van te genieten vanuit je hangmat. Lichtvoetig en vol romantische verwikkelingen, pittoreske details en spannende plotwendingen. Bevolkt door exotische personages: een statige eerste-minister die ontkent dat hij deels zwart is, een bordeelhoudster die containers verhuurt en banen biedt aan krottenwijkbewoners, een voor vervolging gevluchte oudere homoseksuele arts die voor baby’s zorgt, een invalide zwarte lesbische journaliste, en een geniale blanke jongen uit de krottenwijk met een schizofrene moeder.

    Het begint rustig, met een heel gewone aardige jongen die Keita heet en die van jongs af aan al hardlopend droomt van een carrière als lange afstandsloper. We volgen hem, zijn zus en zijn ouders in hun bijna idyllische arme leven. Schoonmaken in de kerk, school, hardlopen, spelen, zingen, school, af en toe een uitje, maar wel met op de achtergrond steeds de dreiging van geweld van stammentwisten en een gewelddadig regime. Keita’s vader is kritisch journalist en graaft te diep in de duistere praktijken van de overheid – iets met mensenhandel. Het gaat mis. Moeder sterft, vader wordt opgepakt en zus wijkt met een studiebeurs uit naar Harvard. Keita lijkt geluk te hebben: hij wordt door een manager opgenomen in diens hardloopstal en meegenomen naar Freedom State voor zijn eerste echte hardloopwedstrijd. Daar neemt Keita de benen.

    Afkoopsom en losgeld
    Vanuit zijn onderduik-positie probeert Keita door wedstrijden te lopen het geld te vergaren dat nodig is om zijn manager af te betalen en zijn zus los te kopen, die alsnog in handen is gevallen van het regime. Vanaf dat moment lijkt Zonder land op hol te slaan. Het tempo gaat omhoog en het perspectief wisselt voortdurend. Keita verbergt zich in Africtown, een kleurrijke sloppenwijk voor vluchtelingen, die wordt geregeerd door eerder noemde bordeelhoudster. Terwijl hij probeert uit handen te blijven van de vreemdelingendienst wordt hij meegesleept in een verhaal dat onder meer gaat over ministers en hun bordeelbezoek, heimelijk opgenomen videobeelden, de uitzetting van een kindhoertje, een bejaarde blanke bibliothecaresse met hart voor verschoppelingen en over een affaire tussen Keita en een vrouw die – o schrik –  politie-agente blijkt te zijn.
    Veel toevalligheden (auto-ongelukje waardoor 2 karakters elkaar ontmoeten, openvallende handtas waar boek met veelzeggend titel uit steekt…) en al dan niet toevallige ontmoetingen met kwaadaardige lieden of juist mensen met het hart op de goed plaats. En uiteindelijk een happy end waarbij alle draadjes langs onnavolgbare wegen bij elkaar komen, maar alleen omdat twee personages ineens spijt krijgen van hun foute levenswandel. Moet kunnen, maar werkt niet echt.

    Sociologische bril
    Zonder land heeft beslist trekjes van een schelmenroman. Never a dull moment. Het boekt lijkt afstand te houden tot de werkelijkheid waar het naar verwijst. Vluchtelingen, sloppenwijken, stammentwisten en migrantenstromen; dat ruikt naar krantenkoppen en nieuwsitems met mensenmassa’s in verregaande staat van ontreddering. Echte mensen met echte problemen. Zonder land speelt zich echter af in het fictieve Zantoroland (zwart, arm, verscheurd door stammentwisten) en Freedom State (blank, rijk), met de multiculti sloppenwijk Africtown. Een wijk als een continent, een land als een beginselverklaring; het is slim gevonden maar te allegorisch om het rauwe realisme geloofwaardig te houden. Dat geldt ook voor de personages. Die zijn teveel type en te zeer van buitenaf gezien; eerder door een sociologische dan een psychologische bril. Het lijkt alsof Hill een matrix heeft getekend met de tegenovergestelde categorieën als blank-zwart, jong-oud, homo-hetero, gehandicapt – geniaal, doortrapt – gouden hartje, en voor ieder vakje een personage heeft bedacht. Zelfs Keita, die in de eerste hoofdstukken tot leven komt als een volhardend en ontwapenend joch, wordt uiteindelijke een type: de vluchteling die niemand vertrouwt, verkeerde prioriteiten stelt en foute beslissingen neemt.
    Het is geen vergelijk, maar toch: Achak Deng, de jongen en man die in Dave Eggers What is the what uit 2006 eindeloos wordt bevraagd over zijn jarenlange vlucht voor de burgeroorlog in Zuid-Soedan blijft je bij, omdat er geen woord verzonnen is en omdat je het allemaal hoort uit zijn mond en ziet via zijn ogen. In Zonder land wordt vergelijkbaar materiaal verwerkt tot avontuurlijke fictie. Jammer voor Keita.