• Roman op routine

    Roman op routine

    Pangea, zo wordt de aarde genoemd op het punt in de ontstaansgeschiedenis dat de verschillende continenten nog niet bestonden. We schrijven ongeveer 250 miljoen jaar geleden. De mysterieuze Sacha, om wier zelfmoord de nieuwste roman van Tessa de Loo draait, mijmert dat dit misschien wel het paradijs was, waar Adam en Eva in voorwereldlijke onschuld rondliepen. In feite gaat het er in Liefde in Pangea echter niet zo onschuldig aan toe.

    Tessa de Loo is inmiddels 70 jaar en haar oeuvre omvat zo’n 15 titels, waarvan de bekendste zonder twijfel De tweeling (1993) is. Dit keer echter geen historische maar zogezegd een prehistorische roman, tenminste als het om het meest prominente motief gaat. Hoofdpersoon Fidel bestudeert kameleons. Deze evolutionair oude dieren doen hem denken aan tijden waarin dinosauriërs over de aarde heersten. Het onderzoek naar de oorzaak dat dino’s uitstierven was het levensproject van zijn bewonderde vader, zodat Fidel (zijn naam betekent ’trouw’ of ‘loyaal’) diens werk als het ware in het klein voortzet. Door de roman heen zijn cursief gedrukte regels te vinden over het gedrag van de kameleon in soortgelijke situaties als die zich op dat moment voordoen tussen de personages.

    De hoofdintrige van Liefde in Pangea is voor romanbegrippen meer alledaags, namelijk de zelfmoord van Fidels jeugdvriendin, Sacha, die tijdens een schoolreis van een balkon sprong. Dit toch al zeer klassieke literaire thema van de verloren geliefde wordt op evenzeer klassieke wijze uitgewerkt. Vanuit het vertelheden blikt de hoofdpersoon terug op de romance uit zijn jonge jaren, zo’n 20 jaar eerder. Hoofdstukken uit die tijd worden afgewisseld met de zoektocht die Fidel in gang zet naar aanleiding van een schoolreünie. Gaandeweg volgen er steeds meer onthullingen over zijn eigen familie en over de familie van Sacha. Dit werpt uiteindelijk een verklarend licht op de tragische gebeurtenis die voor de levens van meerdere mensen bepalend werd.

    Geen revolutionair plot dus en de uitwerking in individuele passages lijkt ook niet bijzonder geïnspireerd. Op de eerder genoemde schoolreünie ontmoet Fidel precies de twee mensen die het dichtst bij Sacha stonden. De ene, destijds haar beste vriendin, blijkt nu onverwacht mooi te zijn en het laat zich raden hoe dit gaat aflopen. De ander is een mannelijke rivaal van vroeger, die Fidel met verwijten overlaadt. Zo komt de reünie louter over als een middel om het plot verder te helpen, niet als een scène die in zichzelf literaire waarde heeft. Of neem het moment dat de hoofdpersoon iets zit te drinken in een café en daar aan de praat raakt met een man die zijn vader gekend heeft:

    “O ja, Rudolf Hulshoff,” zei hij, “veel te jong gestorven. Eeuwig jammer, want het was een fijne collega, alom gewaardeerd, een man zonder achterbaksheid of ellebogenwerk, altijd bereid iemand te helpen, een vraagbaak voor iedereen. […] Jammer genoeg had hij één mankement: hij was veel te bescheiden. Hij had zoveel in huis maar wist zichzelf niet te verkopen – iets wat helaas in deze wereld, zelfs in de wetenschappelijke wereld, onontbeerlijk is.”’

    Deze passage brengt veel informatie over, maar een geloofwaardig gesprek in een café is het niet. Nog een kleine ergernis: Fidel zou een aversie hebben tegen mensen die uitdrukkingen gebruiken uit het Engels. De Loo neemt echter meermaals Engelse formuleringen in zijn gedachtestroom op (‘Het voelde alsof hij aan de andere kant van de aarde terecht was gekomen, waar hij een absolute alien fallen out of space was’).

    Het middelste gedeelte van het boek, dat uit drie delen bestaat, is gesitueerd in Portugal. De werkreis die de hoofdpersoon daarheen onderneemt, haalt het motief van de kameleon (en daarmee van Pangea) meer naar de voorgrond. Fidel probeert op het platteland van Portugal in kaart te brengen hoe het ervoor staat met de populatie van de Chamaeleo chamaeleon. Zijn bevindingen wijzen erop dat de miniatuur dinosauriër van het Europese continent aan het verdwijnen is. Toevalligerwijs blijken ook de broer en de vader van Sacha in Portugal te wonen. Het werkbezoek loopt zo uit op een verdere ontraadseling van het drama waarvan Fidel op zijn zeventiende getuige was. Dit levert meer verrassing op voor de personages dan voor de doorgewinterde romanlezer.

    Routinier Tessa de Loo schreef met Liefde in Pangea dus een solide roman. De compositie is oerdegelijk en de stijl verzorgd, ondanks de soms wat houterige dialogen. Het kameleonthema geeft fleur aan het geheel, te beginnen bij de fraaie omslag. Toch knaagt er iets. Het verhaal lijkt wel erg op de automatische piloot tot stand te zijn  gekomen. De lezer zal er niet snel door van kleur verschieten.

     

     

  • Oogst week 7

    Hopman

    Mijn jeugd was geen succes. In de jaren waarin ik van jongen opgroeide tot man was ik een bron van zorg voor maatschappelijk werkers, een gezinsvoogd, een toeziend voogd, een voogdijvereniging, kinderrechters, groepsopvoeders, pleegouders, de Raad voor de Kinderbescherming en wellicht mijn biologische ouders.
    Uiteindelijk ben ik toch nog redelijk goed terecht gekomen, …’.

    Zo begint Hopman, het openhartige relaas van Rudie Kagie, een ex-voogdijpupil die op zijn twaalfde een journalist ontmoet die zich opwerpt als zijn mentor, reddende engel en tweede vader. Er groeit een onconventionele vriendschap tussen de verstokte vrijgezel en het naar liefde hunkerende verschoppelingetje. Samen gaan ze op zoek naar de vrouw en moeder die het gezin compleet zal maken. Maar alles loopt anders. Rudie Kagie (1950) schreef al eerder over zijn jeugdervaringen met de kinderbescherming in Schuifkaas (2011). Volgens de Volkskrant was dat ‘een klein meesterwerk’, en Trouw noemde het ‘hartverscheurend mooi’.

    Hopman
    Auteur: Rudie Kagie
    Uitgeverij: Uitgeverij Prometheus

    Probeer om te keren

    In haar literaire columns associeert Marijn Sikken (1990) literatuur met het echte leven.
    Nu verschijnt haar eigen debuut. Daarin lijkt ook het ‘gewone’ leven centraal te staan. Het gaat over een moeder die worstelt met haar emoties over de capaciteiten van haar laagbegaafde dochter. Ze is desondanks jaloers op de vriendschap van het meisje met een leeftijdgenote die haar wèl kan bereiken, en ze heeft moeite met het loslaten van haar dochter.

    Op het grote themafeest, het honderdjarig bestaan van het dorp, blijft niets meer ongezegd. Daar, op een geïmproviseerd strand, tussen de parasols en ambachtelijke kraampjes, komt alles en iedereen samen.

    Marijn Sikken is columnist voor Literair Nederland en redacteur bij De Optimist. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs van Write Now!. Uit het juryrapport: ‘We werden van onze sokkel geblazen en we kunnen niet luid genoeg trompetteren dat er een overduidelijke winnaar is …’ en ‘Het is een hartverscheurend verhaal, maar er is ook ruimte voor humor…

    Probeer om te keren
    Auteur: Marijn Sikken
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Liefde in Pangea

    Bekende titels heeft ze op haar naam staan, Tessa de Loo (1946). De bekendste zijn De meisjes van de suikerwerkfabriek, De tweeling en Kenau.

    De Loo woont en werkt in Portugal, geeft er o.a. schrijfcursussen, en reist graag naar exotische oorden als Mexico, Marokko, Australië en Zuid-Afrika. Op haar eigen website schrijft ze dat ze op reis vooral oog heeft voor de natuur en de mensen.

    Haar nieuwe roman brengt de hoofdpersoon Fidel iets minder ver, naar de zuidwestkust van Europa. Daar doet hij onderzoek naar het leefgebied van kameleons.

    Hij was ooit verliefd op een excentriek meisje dat voor de ogen van haar klasgenoten in Rome zelfmoord pleegt. Hij blijft zich afvragen wat er met haar aan de hand was. Jaren later spoort hij haar familie op.

    Liefde in Pangea
    Auteur: Tessa de Loo
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen, De Arbeiderspers
  • Het maken van morele keuzes

    Het maken van morele keuzes

    ‘Had hij maar in slaap kunnen vallen en dan wakker worden in het besef dat het gewoon een droom was geweest, een boze droom die je het best zo snel mogelijk kon vergeten. Maar hij viel niet in slaap, al begroef hij zijn gezicht nog zo diep in het kussen.’
    De dertienjarige Michiel is de hoofdpersoon in Verraad me niet, de elfde roman van Tessa de Loo. Ongewild is Michiel getuige van een gewelddadig misdrijf. Hij vlucht weg, diep geschokt over het buitensporige geweld en vol ongeloof dat zijn broer erbij betrokken is. Die avond komt zijn achttienjarige broer Wolf aan de rand van zijn bed zitten. Met dreigementen en een beroep op broederliefde dwingt hij Michiel te zwijgen over wat hij gezien heeft. Op Michiels vraag of Wolf spijt heeft van zijn gruwelijke daad kijkt deze hem verbaasd aan. ‘Spijt? Dat is weer echt iets voor jou, om aan zoiets te denken…’

    Vanaf dat moment verandert Michiels leven in een nachtmerrie. ‘Door het geheim waarmee hij ongevraagd was opgezadeld, was hij verbannen naar een ijsvlakte op een onbekende planeet, waar geen menselijk leven was.’ De lezer zit diep in het hoofd van Michiel en bij vlagen leest het boek als een lange interne monoloog. Er gaat veel om in de puber: zijn gedachten buitelen bijna over elkaar heen. Hij analyseert de veranderingen in het karakter van zijn broer, hij probeert zijn gedachten en gevoelens over zijn onmenselijke dilemma (praten of zwijgen) op een rijtje te zetten en daarnaast dringen zich filosofische vraagstukken aan hem op. Vraagstukken die eigenlijk te groot zijn voor een jongen van dertien. ‘Was het beter een waarheid te kennen die je ongelukkig maakte, dan tevreden te leven in bedrieglijke onwetendheid?’ peinst Michiel. Maar ook de vraag of een toevallige bloedverwantschap een blinde solidariteit veronderstelt, is een vraag die hem intens bezig houdt.

    Blijkbaar is Michiel de enige in het gezin die het afglijden van Wolf ziet en erkent. ‘Het laatste jaar was het eigenlijk geweest alsof hij geleidelijk een broer aan het verliezen was, besefte Michiel.’ En met het getuige zijn van zijn broers daad van geweld is dit verlies definitief. De rol van de ouders is dubieus. Wolf komt en gaat wanneer het hem goeddunkt. Controle en werkelijke interesse ontbreken. Zijn ouders hebben geen idee waar hij uithangt, wat hij uitspookt of wat hem bezig houdt. Zijn ze tolerant of onverschillig? Ik neig naar het laatste. Vader maakt zijn optreden aan het eind van het boek deels goed, maar de houding van de moeder is onbegrijpelijk, zeker jegens haar jongste zoon. ‘Van buitenaf was niet te zien dat er een landmijn lag onder het gelukkige gezin. Die mijn was door de oudste zoon gemaakt, maar de ontsteking was in handen van de jongste.’ En Michiel is zich daar pijnlijk van bewust.

    Het maken van morele keuzes is een terugkerend thema in het werk van Tessa de Loo. Er moet een moeilijk, bijna onmogelijk besluit genomen worden. En welke beslissing haar hoofdpersoon ook neemt, zijn of haar leven zal hierdoor voorgoed veranderen. Ook het moeten aanvaarden van de consequenties van daden komt vaak terug bij De Loo. In Verraad me niet neemt Wolf geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn acties. Hij noemt het in elkaar slaan van een man ‘een geintje’, terwijl Michiel zó onder zijn dilemma lijdt dat de wereld om hem heen geleidelijk zijn kleur verliest. In zijn denkproces over Wolf, leert de jonge Michiel zichzelf kennen. Hij realiseert zich dat hij ‘een grijze muis van dertien is, die het toeliet dat zijn grote broer hem de mond snoerde.’ Zijn gedachten blijven maar rondjes draaien, maar na het lezen van een tekst in zijn biologieboek over chimpansees ontdekt Michiel het bestaan van het geweten. Hij denkt na over het hebben van een besef van goed en kwaad. En hij vraagt zich af waarom dit besef bij Wolf kennelijk niet of nauwelijks is ontwikkeld. Langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plaats en Michiel realiseert zich dat hij een beslissing moet nemen. ‘Hoe zou hij zijn broer kunnen verraden zonder hem te verraden?’ En dan komt Michiel eindelijk in actie. Hij zet met een aantal weloverwogen handelingen een reeks gebeurtenissen in gang en kan daarna alleen hopen op een goed einde. Al weet hij dat, wat de uitkomst ook wordt, het einde nooit goed kan zijn. Zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

    Verraad me niet is een prachtig boek. Het trekt je mee in de gevoelswereld en verwarrende gedachtestromen van een jongen van dertien. Tessa de Loo schrijft overtuigend, met originele beelden en treffende vergelijkingen die passen bij de belevingswereld van een puber. Er marcheert een colonne ijslolly’s over zijn ruggengraat als hij naar zijn broer kijkt en de wervelende gedachten in zijn hoofd lijken op kwetterende parkietjes. Voor de lezer is Michiel een persoon van vlees en bloed. Je leeft met hem mee, wilt hem helpen bij de moeilijke keuzes die hij moet maken, hem troosten, voor hem doen wat zijn ouders nalaten. De verhaallijn is sterk en de maatschappelijke problemen die aan de orde gesteld worden zijn actueel. En dat maakt deze nieuwe roman van Tessa de Loo herkenbaar voor een breed en zeker ook jeugdig publiek.