• De geschiedenis herschrijven

    De geschiedenis herschrijven

    De korte roman Egelskop van de 37-jarige Teddy Tops uit Utrecht heeft als motto een gedicht van Ester Jansma. Hierin wordt ‘de tijd’ bevraagd en wordt geopperd onszelf voortdurend uit te vinden en in ‘het nu’ te bewaren. Tops heeft dat ter harte genomen in deze debuutroman. Zij beschrijft, bevraagt en herschrijft de tijd waarin wij en onze (groot)moeders leven en geleefd hebben. Wat er zou gebeuren als alles nog mogelijk was is het gedachte-experiment van waaruit ze een knip in de tijd maakt. Van daaruit worden de persoonlijke geschiedenissen van de hoofdpersonages Jo en Levi, die voor de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, in het korte tweede hoofdstuk herschreven.

    In het lange eerste hoofdstuk ‘Bovengronds’ beschrijft Tops verschillende geschiedenissen. In de eerste plaats die van een ik-persoon van in de dertig. Als ze vier jaar jong is raakt de auto waarin ze met haar vader en moeder zit te water. Zij overleeft dat ongeluk, haar ouders niet. In zeven intermezzo’s worden de zeven minuten beschreven van het te water raken tot het verdrinken. Schijnbaar krijgen de hersenen vanaf minuut zes te weinig zuurstof en begint dan een fase van hallucinatie. Stel dat we in die hallucinatie blijven, oppert de vertelster, en de kloktijd niet meer geldt… Daarmee is de overgang naar het korte, tweede hoofdstuk ‘Ondergronds’ een feit. Het vervolg van het leven van de personages Jo en Levi krijgt een alternatieve wending. In dit laatste ‘wat als’-hoofdstuk loopt het defecte horloge van de verdronken moeder weer en bevinden we ons in het ‘nu hier’!

    Terug in de tijd

    De levensgeschiedenissen van Jo en Levi spelen zich twee generaties eerder af. Zij zijn de oma’s van de ik-persoon. Deze beide vrouwen hebben genoeg in hun mars, maar zijn helaas als vrouw geboren in de vroege 20e eeuw. ‘Mijn oma’s stierven ongelukkig, omdat ze moesten leven naar wat van hen verwacht werd,’ schrijft de ik-vertelster in het begin van de roman. Jo komt uit een straatarm turfstekersgezin uit het Drentse Erica dat vanwege perspectieven op een beter leven naar Brabant verhuist. Zij is dan nog maar één jaar oud. Daar levert Philips met zijn innovatieve gloeilampenfabriek werkgelegenheid, ook voor jonge vrouwen, de zogenoemde ‘lampenmeisjes’. Jo is geboren in een plaggenhut onder de grond, de Joodse Levi moet als jonge Amsterdamse tiener ondergronds om aan deportatie en een wisse Duitse dood te ontkomen. In 1941, zij is dan tien jaar, ‘verdwijnt’ haar moeder. Ze heeft haar voor het laatst gezien toen ze haar en haar zussen naar school had gebracht, zwaaiend vanaf de brug.

    Jo voert in haar jonge jeugd vage collaboratieklusjes uit, gaat na de Philipsschool voor de fabriek aan het werk. Na de oorlog hoort ze via vriendin Nena voor het eerst van het verschijnsel homoseksualiteit. Aard en omvang van de holocaust dringen tot haar door als ze een Vogue bij de tandarts doorbladert, en de politionele acties worden werkelijkheid via haar getraumatiseerd teruggekeerde broer Ger. Ze ‘ontwaakt’ als nieuwsgierige, wakkere, strijdlustige vrouw en bezoekt bijeenkomsten van vrouwenclubs, eerst in Eindhoven, later ook in Amsterdam. Daar is Levi na de oorlog als wees groot geworden, ze wil groots en meeslepend leven, zoekt dat eerst in het circus, wordt later danseres. Ook zij leert – op onorthodoxe wijze – de vrouwenliefde kennen. Tegen de tijd dat ze de oma is die de vierjarige ik-vertelster opvangt heeft ze een alcoholprobleem en staat ze zo nu en dan op een brug met een verdwijnwens.

    Wapenfeiten uit de sociale, politieke, economische, culturele en welvaartsgeschiedenis van met name de 20e eeuw worden tussendoor onder andere in cursief gedrukt droneperspectief aangestipt. Enkele hoaxen passeren daarbij de revue zoals die over ondergronds communicerende bomen en, erger, over ‘Jodenzeep’, naar verluidt geproduceerd uit mensenresten. Voor het overige blijft de vertelster gelukkig bij feiten: van Wim Kan tot een door Duitsland gewonnen WK-voetbal, van de eerste tv tot de eerste vrouw in de Tweede Kamer, van een laat negentiende-eeuwse feministische roman tot Teddy Scholtens winnend songfestivalliedje in 1959 (Een beetje verliefd). Verliefd is, zoals Scholtens in dat liedje zingt, iedereen wel eens en zo ook de personages in deze roman. En hoewel de titel van de roman lijkt te verwijzen naar een waterplant, dringt zich toch ook de associatie op met de benaming die in sommige Utrechtse studentenkringen wordt gebezigd voor (meestal oudere) lesbiennes met een kort, pittig kapsel, namelijk een ‘egel’. Verschillende vrouwen in Egelskop genieten de vrouwenliefde.

    Vrouwenstrijd

    Water, treurwilgen langs de rivier, schrijvertjes, de rietachtige egelskopwaterplant en (op) een brug (staan) zijn belangrijke motieven. Figuurlijk is de brug een brug die verleden, heden en zelfs een potentieel alternatief scenario met elkaar verbindt. Als Jo en Levi aan de man raken en beiden zwanger zijn, grijpt de vertelster in. ‘Hier stopt het verhaal.’ Er komen geen kinderen en deze ‘knip’, zoals de schrijfster dat zelf noemt, refererend aan het doorknippen van de navelstreng, geeft hun ruimte voor een eigen leven. Paradoxaal genoeg zou de verstelster er zelf in haar alternatieve scenario niet zijn geweest: ‘Wanneer [Jo en Levi] niet mijn opa’s maar elkaar hadden ontmoet, zou ik niet geboren zijn, hadden zij misschien een vol leven kunnen leiden.’ Ze brengt daarmee symbolisch een ode aan deze vrouwen, wier leven uitgegumd lijkt, en een persoonlijk offer namelijk het uitgummen van haar eigen bestaan. Het beeld van de noodlottig gezonken gezinsauto is daarbij veelzeggend: de ‘bel’ die de auto achterlaat op het water wordt beschreven als een knoopjesnavel, een litteken.

    Egelskop is toegankelijk geschreven en hoewel uitgebracht als volwassenenroman ook zeer geschikt voor leerlingen uit de bovenbouw van de middelbare school. Soms is er een leuke woordspeling zoals ‘bukkenootjes’ voor beukennootjes, waarvoor je immers moet bukken om ze op te rapen. Een enkele keer gebruikt Tops opvallende beeldspraak, bijvoorbeeld ‘knieën als hopjesvla’ of een Brabants woord zoals ‘een haffeltje’. Teddy Tops heeft haar roman over vrouwengeschiedenis, moederschap en feminisme zorgvuldig ingebed in de grote geschiedenis én verbonden met persoonlijke geschiedenissen. ‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met een kleine daad,’ parafraseert ze in het begin van haar roman Remco Camperts gelijknamige gedicht, om er tegen het eind van het eerste hoofdstuk als eerbetoon aan haar grootouders aan toe te voegen dat hun verzet een aaneenschakeling van kleine daden bevatte.

     

     

  • Oogst week 47 — 2025

    Bigi Yari — Tien Surinaams-Nederlandse schrijvers reflecteren op vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid


    Op 25 november 2025 is het vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd. Dit maakt 2025 een bigi yari, vijftig jaar srefidensi. Veel families hebben moeten kiezen: blijven we in Suriname of gaan we naar Nederland? Wat betekende deze historische gebeurtenis voor hen en hoe werkt deze vandaag nog door? In Bigi Yari — Tien Surinaams-Nederlandse schrijvers reflecteren op vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid, samengesteld door Bodil de La Parra en Jeffrey Spalburg, vertellen schrijvers met Surinaamse wortels hun verhaal. Met bijdragen van Iwan Brave, Nina Jurna, Tessa Leuwsha, Cynthia McCleod, Bodil de la Parra, Chris Polanen, Shantie Singh, Jeffrey Spalburg, Prof. Soortkill & Etchica Voorn.

    Bodil de La Parra (1963) is acteur en toneelschrijver. Na de Akademie voor Kleinkunst en een jaar Toneelschool speelt ze onder andere bij Stichting Theater Het Amsterdamse Bos, ’t Muztheater, het Theater van het Oosten, Theater Artemis, het Noord Nederlands Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Ze schreef meerdere toneelteksten en een roman, Het verbrande huis. Een Surinaamse familiegeschiedenis.

    Jeffrey Spalburg (1971) is cabaretier, acteur, stand-upcomedian, tekstschrijver, columnist, schrijver en regisseur. Hij deed de theateropleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en begon zijn carrière in de hiphop. Sindsdien speelde hij onder andere in theatervoorstellingen en televisieseries, schreef hij voor theater- en televisieshows en werkte hij als regisseur aan verschillende (muziek)theaterprogramma’s.

    Auteur: Bodil de La Parra en Jeffrey Spalburg
    Uitgeverij: Atlas Contact


    Hoeveel duizend uren — Tegen de wanhoop

    Wie het nieuws kijkt wordt dagelijks overspoeld met ellende. Voor veel mensen is dit genoeg reden zich ervoor af te sluiten. Caro Van Thuyne deed juist het tegenovergestelde. Ze keek al het wereldnieuws alsof het haarzelf overkwam in een poging te onderzoeken wat er gebeurt als je pijn echt dichtbij laat komen. In  Hoeveel duizend uren — Tegen de wanhoop neemt ze de lezer mee in die pijn. Wat zou er gebeuren als iedereen naar het nieuws kijkt zoals Van Thuyne deed? Zou het de wereld rechtvaardiger maken?

    Caro Van Thuyne (1970) is een Belgische schrijver die in 2018 debuteerde met de verhalenbundel Wij, het schuim. Met haar roman, Lijn van wee en wens won ze een Bronzen Uil. Sindsdien verschenen er nog twee boeken van haar. Het natuurlogboek Hier begint de natuur en het moederboek Bloedzang. De opbrengst van Hoeveel duizend uren — Tegen de wanhoop gaat naar Child Smile, een organisatie die zich inzet voor kinderen in Gaza.

    Auteur: 
Caro Van Thuyne
    Uitgeverij: Koppernik


    Egelskop


    In Egelskop laat Teddy Tops een naamloze verteller de geschiedenissen van diens beide grootmoeders herschrijven. De ene oma, Levi, een joodse Amsterdamse, zoekt na de hele oorlog ondergedoken te zijn geweest naar een dansschool. Ze wil eindelijk weer in het volle licht kunnen staan. De andere, Jo, wordt als dertiende kind geboren in een plaggenhut in Drenthe. Het gezin verhuist naar Eindhoven, waar ze werken in de Philips-fabriek. Ook zij stapt daarmee van een ondergronds bestaan in het licht.

    Teddy Tops (1989) is presentator, interviewer, schrijver en programmamaker. Ze interviewt gasten voor programma’s als het Marathoninterview, Nooit Meer Slapen en Een Uur Cultuur. Ook organiseert ze festivals, culturele avonden en clubnachten. Voor het platform Mensen Zeggen Dingen leidt ze spoken word. Naar eigen zeggen heeft ze talloze studies geprobeerd, omdat ze maar niet kon kiezen. Aan de Academie voor Journalistiek en de Schrijversvakschool hield ze het het langst vol.

    Auteur: Teddy Tops

    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar