• Oogst week 48 – 2025

    De ondergang

    De ondergang is het laatste van een serie boeken die Édouard Louis over zijn armoedige jeugd, zijn vader, zijn moeder en nu dan over zijn broer schreef. Die broer overleed al voor zijn 40ste. Louis schrijft daarover: ‘Mijn broer bracht een groot deel van zijn leven door met dromen. In zijn arme arbeidersmilieu stelde hij zich voor dat hij een wereldberoemde ambachtsman zou worden, dat hij zou reizen, een fortuin zou verdienen, en dat zijn vader, die uit zijn leven was verdwenen, zou terugkeren en van hem zou houden.
    Hij heeft niet een van zijn dromen kunnen verwezenlijken.’

    Édouard Louis brak door met Weg met Eddy Bellegueule uit 2014 waarvoor hij in Frankrijk de Prix Pierre Guénin kreeg, een prijs tegen homofobie en voor gelijke rechten. Voor De ondergang ontving hij in 2024 de Prix Les Inrockuptibles 2024, de prijs voor de beste Franse roman.

    Veel van zijn boeken zijn ook in Nederland bewerkt voor toneel. Op dit moment tot en met begin juni 2026 speelt het ITA-Ensemble Weg met Eddy Bellegueule in de regie van Eline Arbo.

    Auteur: Edouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2025)

    Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop

    In het kader van de viering van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname was er vorige week aandacht voor Bigi Yari — Tien Surinaams-Nederlandse schrijvers reflecteren op vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid.
    Deze week is het de beurt aan Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop door Coen Verbraak. Nog steeds zijn er legio Nederlanders die niet, of niet veel afweten van de geschiedenis van dit land waar Nederland zo’n stempel op heeft gedrukt, ondanks het grote aantal Surinamers dat sinds 50 jaar in Nederland woont.

    Als iemand in staat is om iets aan die lacune in kennis te doen, is dat wel documentairemaker en journalist Coen Verbraak. In Suriname gaat hij in gesprek met bekende en minder bekende Nederlandse Surinamers en praat met hen over hun land, hun ervaringen tijdens en herinneringen aan de hoopvolle tijd van 50 jaar geleden en wat er daarna gebeurde, de migratiestroom naar Nederland, de bestuurlijke chaos, de militaire machtsgreep, de Decembermoorden.

    Basis voor het boek is de serie van BNNVARA, Suriname – 50 jaar tussen zorg en hoop, die sinds begin deze maand op NPO 2 wordt uitgezonden (en via NPO-Start is terug te zien). Het boek is de uitgebreide versie van deze gesprekken.

     

    Auteur: Coen Verbraak
    Uitgeverij: Uitgeverij Alfabet (2025)

    Al die Amsterdamse mensen

    Niet alleen Amsterdam viert dit jaar een belangrijke verjaardag, – haar 750e -, dat zal u niet ontgaan zijn, maar ook het Genootschap Amstelodamum viert een feestje. Dit genootschap is 125 jaar geleden opgericht om de kennis van en de belangstelling voor het verleden en heden van Amsterdam te bevorderen. Beide verjaardagen zijn aanleiding geweest om in dit jubileumjaar Al die Amsterdamse mensen uit te geven, een uitgave die in het teken staat van de mensen die Amsterdam tot Amsterdam hebben gemaakt, de inwoners van de stad.

    Een grote groep schrijvers heeft elk een Amsterdammer uitgelicht, gebaseerd op nieuw onderzoek. Uiteenlopende Amsterdammers krijgen een gezicht, sommigen van hen kennen we, anderen nog niet.

    De redactie werd gevormd door Babs Boter, universitair docent Geesteswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Gijs van der Ham voormalig senior conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum, Marleen Rensen, universitair hoofddocent moderne Europese letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en Patricia van Ulzen, hoofdredacteur van Amstelodamum.

     

     

    Auteur: Babs Boter, Gijs van der Ham Marleen Rensen, Patricia van Ulzen (redactie)
    Uitgeverij: Uitgeverij Walburgpers (2025)
  • Papa de Kom

    Papa de Kom

    Wij slaven van Suriname (1934), het baanbrekende boek van Anton de Kom, was het eerste werk dat de geschiedenis van Suriname vertelde vanuit het perspectief van de tot slaaf gemaakten en de onderdrukten. Dit maakt De Kom een pionier in de dekoloniale geschiedschrijving. Zijn nalatenschap leeft voort in de strijd voor sociale rechtvaardigheid, onderwijs en emancipatie. Zijn naam is verbonden aan instituten, zoals de Anton de Kom Universiteit van Suriname en zijn gedachtegoed blijft relevant in discussies over koloniale erfenissen en identiteit.

    Deze week vonden in Suriname en Nederland diverse activiteiten plaats die verband hielden met Anton de Kom. In Suriname werd dinsdag 18 februari de lezing ‘Wil de echte wereldburger opstaan?’ georganiseerd door de Anton de Kom-leerstoel en de Adekus. Inleider en leerstoelhouder Guno Jones verklaarde dat Anton de Kom zich verzette tegen onderdrukking en uitbuiting. ‘De Kom was een organische activist die de noden van arbeiders uit verschillende etnische groepen in kaart bracht. Na zijn uitzetting voltooide hij zijn manuscript.’
    Donderdag bood de Gemeente Amsterdam een speciale heruitgave van Wij slaven van Suriname aan de stad Amsterdam aan, ter gelegenheid van het tachtigjarige jubileum van de bevrijding van Nederland van de nazi’s. Vanaf 22 februari, de geboortedag van De Kom, is deze editie gratis verkrijgbaar bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Exemplaren worden ook naar Suriname gestuurd.

    Het is duidelijk dat De Kom zich inzette voor alle Surinamers. Bij zijn huis in Paramaribo, in de straat die naar hem is vernoemd, nam hij plaats op een stoel en tafel en deed iets dat nauwelijks werd gedaan in die tijd: hij luisterde naar de noden van de arbeiders en schreef die op. Arbeiders van verschillende bevolkingsgroepen, hij maakte geen onderscheid. Zij noemden hem uit respect ‘Papa de Kom’.

    Voor zijn open oor en kritische blik op de overheersers werd hij opgepakt en in de gevangenis gezet. Op dinsdag 7 februari 1933 volgde er een protest voor de vrijlating van De Kom. De politie kreeg het bevel om het vuur te openen op de demonstranten. Er vielen twee doden en 22 gewonden. De dag staat in geschiedenisboeken bekend als ‘Zwarte Dinsdag’.

    Zijn boek kwam ik jaren geleden tegen toen ik informatie zocht over de vrijheidsstrijder Boni. Ik werd aangenaam verrast, want naast de informatie was ik ook onder de indruk van de schrijfstijl van De Kom. Wij slaven van Suriname is geschreven in ouderwets Nederlands, maar nog steeds goed te begrijpen.

    De Kom was sarcastisch over verschillende aspecten van het verleden van Suriname, zoals de manier waarop de overheersers naar de Surinaamse samenleving keken. Wat het boek destijds echter duidelijk maakte, is dat ik – en wij – van veel niet afweten over ons eigen verleden. Veel zaken zijn onbekend en nog verborgen, niet alleen over het slavernijverleden.

    Iemand tot een held maken is subjectief. Je bepaalt namelijk op basis van je eigen inzichten of je iemand als een held beschouwt. Ik vind De Kom een held, omdat hij het lef had om tegen de stroom in te gaan, informatie te onderzoeken, vast te leggen en te delen, met het besef dat dit ooit van belang zou zijn. De Kom moedigde mensen aan om op te komen voor hun rechten en achter hun principes te staan.

    ‘Is het gedachtegoed van De Kom goed doorgedrongen in de Surinaamse samenleving?’ vroeg onderminister en historicus Maurits Hassankhan aan de zaal aan het einde van de lezing van Jones. Een vraag die ik ook meegeef aan de lezers.

     

     

    Notie: Deze column verscheen eerder in de Surinaamse krant De ware tijd.


    Kevin Headley (1983), woonachtig in Paramaribo, is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft voor OneWorld, schreef blogs voor Tirade.nu en publiceert verhalen op Papieren Helden.

  • Oogst week 16 – 2023

    Oogst week 16 – 2023

    Stadse beestjes

    In een interview in Trouw van april 2022 vertelt (stads)bioloog Remco Daalder dat hij zich nooit verveelt als hij ergens moet wachten omdat er altijd vogels zijn. In zijn columns voor het NRC Handelsblad die hij tot december van datzelfde jaar schreef, beperkte hij zich niet tot alleen die vogels. Ook de slak, het pissebed, de salamander, de mol en nog veel meer dieren die je in de stadse omgeving tegen kunt komen kwamen aan de orde.
    Het zijn charmante, geestige en leerzame columns, afschrikwekkend ook soms. Wist u dat een vrouwtjesmuis zes keer per jaar een nest jongen kan krijgen, met zo’n zes jongen per nest, die zelf na twee maanden al geslachtsrijp zijn?, of dat het vrouwelijke rivierkreeftje, – een invasieve exoot, die we liever kwijt dan rijk zijn – , wel 600 eitjes in één keer produceert?

    Deze columns zijn nu gebundeld in Stadse beestjes dat onlangs is verschenen bij Atlas Contact.
    Stadse beestjes begint met de kokmeeuw, ’s ochtends vroeg op de pont over het IJ. Hij ziet ze wolken. ‘Ze draaien cirkels boven het IJ, steeds hoger en hoger, ze vormen samen een lange spiraal. Tot ze ineens naar beneden zeilen, zich in groepen verdelen en naar hun werkgebieden verdwijnen, een groep naar Oost, een groep naar de binnenstad, een groep richting IJmuiden, enzovoort.’

    Remco Daalder is stadsbioloog en schrijver. Hij schreef verschillende boeken. Met De gierzwaluw won hij de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek.

    Stadse beestjes
    Auteur: Remco Daalder
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    De ansichtkaart

    In Frankrijk zijn de kritieken laaiend over De ansichtkaart van Anne Berest. Achter op het omslag prijken de volgende nominaties en prijzen: nominaties voor de Prix Goncourt en de Prix Femina. Winnaar van de Prix Renaudot, de Grand Prix Des Lectrices ‘ELLE’, de Prix littéraire des étudiantes de Sciences Po en de US Goncourt Prize.

    Aanleiding voor het boek is inderdaad een ansichtkaart. Die viel 20 jaar geleden, in januari 2003 bij de auteur in de bus. Op de ene kant de Opéra Garnier en aan de andere kant de namen van een viertal gestorven familieleden. De kaart was niet ondertekend.
    Anne Berest laat de kaart jarenlang liggen, maar besluit uiteindelijk om uit te zoeken waar de kaart vandaan komt, wie hem gestuurd heeft en waarom.
    Ze schrijft: ‘Ik begon bij de namen op de kaart, mijn overgrootouders, oudtante en -oom. Wie waren zij eigenlijk precies? Mijn moeder vertelde me alles wat ze wist over onze familie en daarna schakelde ik een privédetective en een criminoloog in. Ik ondervroeg de bewoners van het dorp waar mijn familie werd gearresteerd, bewoog hemel en aarde. En ik ontdekte wat er gebeurd was.

    Dit onderzoek bracht me 100 jaar terug in de tijd en deze roman gaat over het lot van de Rabinovitchen, hun vlucht uit Rusland, via Letland naar Palestina. En ten slotte hun aankomst in Parijs, met de oorlog en de ramp die daar geschiedde. Hoe kon alleen mijn grootmoeder Myriam ontsnappen? En wat betekent deze geschiedenis voor mij en mijn gezin?’

    De ansichtkaart
    Auteur: Anne Berest
    Uitgeverij: Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Atman

    Hoofdpersoon in Atman is Lonnio, een conservatoriumstudent die na jaren afwezigheid terugkeert in Suriname. Hij gaat op reis naar gebieden die hij uit zijn jeugd nog kent. Hernieuwd contact met oude vrienden maakt diepe indruk, evenals de spanningen tussen verschillende etnische bevolkingsgroepen. Mede in het licht van zijn eigen, gemengde bloed zorgen al die elementen ervoor dat hij op zoek gaat naar zichzelf en het begrip Atman (Zelf, kennis van het Zelf).

    Leo Ferrier werd in Suriname geboren, kwam in 1961 naar Nederland, werd onderwijzer en studeerde piano aan het conservatorium. Na 10 jaar keerde hij terug naar Suriname. Een langdurige depressie stond zowel een carrière in de muziek als een schrijverscarrière in de weg.

    Atman werd voor het eerst in 1968 uitgegeven bij De Bezige Bij. Michiel Van Kempen, noemt dit boek ‘een van de allerbeste en opmerkelijkste romans uit de Surinaamse literatuur’.
    Van Kempen is een kenner van de Surinaamse literatuur en schrijver van De geschiedenis van de Surinaamse literatuur dat als hèt standaardwerk op dat gebied bekend staat.

    Atman
    Auteur: Leo Ferrier
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus
  • Oogst week 42 -2022

    Last

    Het belangrijkste thema uit het werk van de Nederlandse, van oorsprong Surinaamse schrijfster Ellen Ombre (1948) is de mens die tussen twee totaal verschillende culturen terecht komt. Dat wordt vooral duidelijk in haar roman uit 2004 Negerjood in moederland.
    Ombre werd in 1948 in Suriname geboren en verhuisde in 1961 naar Nederland. Zij zocht jarenlang – veelal tevergeefs – naar nieuwe feiten over het vroege Surinaamse Jodendom omdat zij waarschijnlijk net als haar hoofdpersoon Lot uit haar nieuwe roman Last een nazaat is van de zogenoemde Negerjoden. Dit waren afstammelingen van de plantagehouders, veelal Sefardische Joden, en hun tot slaaf gemaakten die woonden in een zeventiende-eeuwse landbouwkolonie, Jodensavanne.

    Lot raakt in Last geïnteresseerd in deze bevolkingsgroep en de geschiedenis van Jodensavanne en zet, in navolging van haar overleden vader diens onderzoek naar het begin van het Surinaamse Jodendom voort. In de persoon van ene Erwin Nassy, de laatste rasechte Sefard in Paramaribo, stuit ze juist op het einde ervan.

     

    Last
    Auteur: Ellen Ombre
    Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar (2022)

    Witte schuld

    Toen de Britse schrijver Thomas Harding (1968) erachter kwam dat zijn voorouders  geprofiteerd hadden van de slavernij, wilde hij daar meer over weten. Wat begon met het stellen van wat vragen binnen de familie, werd al snel een breder onderzoek naar de rol van Groot-Brittannië in de geschiedenis van de slavernij. Harding ontdekte tot zijn schaamte dat die rol heel anders was dan hij altijd op school had geleerd. Hij wist niet beter dan dat Groot-Brittannië tot de tegenstanders van de slavernij behoorde en dat het land zich juist vooral had ingezet voor het afschaffen daarvan. In zijn gesprekken met afstammelingen van de tot slaaf gemaakten bleek dat zij de echte rol wel goed kenden.

    Zijn ontdekking en zijn onderzoek waren voor Harding de aanleiding om Witte schuld te schrijven. Daarin vertelt hij het verhaal van een slavenopstand in 1823 in een voormalige Britse kolonie, het huidige Guyana. De opstand begon op een kleine suikerplantage en groeide uit tot het begin van de afschaffing van de slavernij in het Britse rijk.
    Harding vertelt het verhaal vanuit het perspectief van vier personages: de tot slaaf gemaakte Jack Gladstone, de missionaris John Smith, de kolonist John Cheveley en de politicus en slavenhouder John Gladstone, vanaf de aanloop naar de opstand tot aan het rechtbankdrama dat erop volgde.

    Witte schuld
    Auteur: Thomas Harding
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    De singulariteit

    Dichter en vertaler Hans Kloos (1960) was zo enthousiast over het Zweedse origineel van De singulariteit van Balsam Karam (1983) dat hij maar meteen begon met het vertalen van drie fragmenten waarmee hij de boer opging. Hij wist uitgeverij Kievenaar te overtuigen van de kwaliteit van dit boek en inmiddels is De singulariteit daar verschenen.
    De wellicht onbekende Uitgeverij Kievenaar schrijft op hun website over de uitgeefplannen:  ‘Reken de komende jaren op veel proza en iets minder poëzie, op werk van voornamelijk buitenlandse schrijvers uit heden en verleden, wit, zwart, halfbloed, en vertrouw erop dat we […] er niet voor zullen terugdeinzen een bij tijd en wijle vertwijfeling en verwarring zaaiend mensbeeld te presenteren.’

    De singulariteit (een singulariteit is volgens Wikipedia ‘in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.) bestaat uit drie verschillende delen. In alle delen gaat het om vrouwen die een groot verlies geleden hebben. De vrouwen hebben allemaal met elkaar te maken, maar wat, dat wordt pas duidelijk in de loop van de roman.

    Kloos noemt De singulariteit ‘een wonderlijk, prachtig boek’. De van oorsprong Iraans Koerdische Karam woont sinds haar zevende in Zweden en schrijft in het Zweeds. Op de site van literair tijdschrift Terras staan drie fragmenten, elk uit een ander deel die een indruk geven van de inhoud van het boek en de stijl van de auteur. Ook op de website van Hans Kloos is meer informatie te vinden.

    De singulariteit
    Auteur: Balsam Karam
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar (2022)
  • Ontworsteling uit een benauwend keurslijf

    Ontworsteling uit een benauwend keurslijf

    In 2019 overleed in Paramaribo Bea Vianen, de meest gelezen Surinaamse auteur in de jaren zeventig en tachtig. Omdat haar werk van onschatbaar belang is voor een beter begrip van de ontwikkeling van Suriname, werd vorig jaar de herziene versie van haar debuutroman Sarnami, hai of Suriname, ik ben opnieuw uitgegeven. De kern van Vianens verhalen is de lastige verhouding tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen van haar land. Zelf is ze het kind van een gemengd huwelijk en ze spreekt dus uit eigen ervaring. Daarnaast staan in haar werk de vele tegenstellingen centraal in een land dat nog steeds bepaald wordt door zijn koloniaal verleden. De beklemmende verstikking van het harde leven staat in schril contrast met de drang naar vrijheid die Bea Vianen in nagenoeg al haar boeken nastreeft.

    Suriname, ik ben vertelt het verhaal van S., een tienermeisje dat zonder moeder opgroeit in de arme wijken van Paramaribo. Zich bewust wordend van haar eigen identiteit gaat ze op zoek naar waar ze vandaan komt, wie waren haar grootouders en moeder? Haar vader, een norse, autoritaire man, is enerzijds streng, maar anderzijds ook onverschillig tegenover S. en haar broertje Ata.
    Ze gaat naar school en blijkt daar ook goed in te zijn. Ze wil graag verder studeren, haar vader ziet een andere rol voor haar weggelegd. Dit coming-of-age verhaal toont hoe S. opgroeit tussen een mengelmoes van jongeren met een verschillende achtergrond: Chinezen, Hindoes, Javanen, zwarten. Wat ze wel gemeen hebben is hun armoede en hun trouw aan de eigen culturele tradities.

    Benauwend keurslijf

    S. wordt volwassen, ziet de veranderingen aan haar lichaam en ziet hoe vriendinnen met jongens ‘omgaan’. Ze wil ook losbreken, maar seks is voor haar een stap te ver. Voor het eerst krijgt de lezer haar naam voluit te horen, Sita, als de godin van de vruchtbaarheid. Ze voelt zich aangetrokken tot Islam, een moslimjongen, maar kan natuurlijk niet openlijk met hem omgaan. Ze heeft immers gezien hoe haar vriendin Seliha zware klappen kreeg van haar vader omdat ze met de verkeerde jongen omging. Toch blijft ze gecharmeerd door Islam. Er volgt een spel van aantrekken en afstoten, tot het onvermijdelijke gebeurt. Sita wordt verkracht, raakt zwanger en moet trouwen. Om te ontsnappen aan het keurslijf van haar leven en haar vrijheid te herwinnen, moet ze uiteindelijk een hartverscheurende keuze maken.

    Suriname, ik ben leest heel vlot. De eenvoudige woordenschat en korte zinnen dragen zeker bij tot de leesbaarheid. Vianens stijl is zeer direct en soms hard. Ze gaat niets uit de weg, schrijft niet omfloerst en laat scheldpartijen tussen de verschillende groepen hun gang gaan om de tegenstellingen nog dikker in de verf te zetten. De kommer en kwel van het harde leven in de moeilijke buurten van Suriname worden accuraat beschreven en ze slaagt erin om de juiste sfeer te creëren. De omgeving wordt zeer nauwgezet weergegeven waarbij alle zintuigen aan bod komen. De lezer snuift als het ware de geuren, smaken en kleuren op van het Surinaamse leven.

    Vanuit vrouwelijk perspectief

    Belangrijk in dit hele werk is het vrouwelijke perspectief. Alles wordt vanuit de ogen en belevingswereld van Sita beschreven. Vianen schetst het beeld van de onderdanige en gehoorzame vrouw, maar geeft haar een stem en doet haar hunkeren naar de vrijheid waarvoor ze uiteindelijk zal kiezen. De mannen in het verhaal zijn hard, ruw en gewelddadig. Ze behandelen de vrouw wreed en zijn onverschillig tegenover liefde, kinderen en lossen problemen op met de vuisten. Het leven voor een vrouw in deze context leidt steevast tot ongewenste zwangerschap en een ongelukkig huwelijk. Vianen heeft dit zelf gezien in haar eigen familie en probeert door haar werk een uitweg te bieden. Sita moet keuzes maken. Ze wil een zelfstandige vrouw zijn , een eigen leven leiden en vecht voor haar plek in die moeilijke maatschappij vol tegenstellingen. Tevergeefs, zo lijkt het aanvankelijk, maar uiteindelijk zal ze uitbreken. 

    Suriname, ik ben is het hartverscheurend verhaal van een jonge vrouw die moet opboksen tegen een wereld waarin haar plek op voorhand is bepaald door culturele tradities. Vianen toont dat het streven naar vrijheid het hoogste goed is, maar laat tegelijk zien dat men daarvoor soms grote offers moet doen. Haar werk blijft belangrijk en actueel, en grijpt nog steeds naar de keel, meer dan vijftig jaar na datum.

     

  • Heden en verleden zijn één

    Heden en verleden zijn één

    ‘Wij zeggen in winti: het verleden verschilt niet van vandaag, het is dezelfde werkelijkheid, met een ander gezicht. Dat is logisch toch? Als er ergens een overstroming is geweest, dan werkt dat door, tot op de dag van vandaag. Zo werkt het ook voor mensen. Het heden van opa, dat ben jij.’ Aan het woord is Juliën Zaalman. Overdag werkt hij op Bureau Burgerzaken, ’s avonds schrijft hij boeken over het winti-geloof. Hij is één van de vele bijzondere mensen die Raoul de Jong (1984) in Suriname ontmoet en in zijn boek Jaguarman portretteert. Een boek dat laveert tussen reisdagboek, geschiedenis, betekenisgeving en mystiek. Er is sprake van een familievloek. De grootvader van De Jong zou de gave hebben gehad om zich te veranderen in een jaguar, ‘het sterkste en, volgens sommigen, wreedste dier van het Zuid-Amerikaanse regenwoud’.

    Zoutloos dieet

    Of de kleinzoon deze voorvaderlijke kracht in zijn eigen leven hervindt, is één van de vragen die De Jong in deze zoektocht naar zijn roots uitwerkt. Zijn eigen vader, die lang uit zijn leven is gebleven, plots opduikt en ook weer even plotseling het contact verbreekt, raadt hem af om zich met winti bezig te houden, die duistere kracht. Maar De Jong bekommert zich niet om dit advies. Hij zet zichzelf op een zoutloos dieet, vermijdt seks en genotsmiddelen, voorwaarden die nodig zijn om contact te leggen met deze voorouderlijke magische krachten. De dagen van dit ritueel zijn de basisstructuur van het boek, dat op een maandag aanvangt en een week later op dinsdag eindigt. De hoofdstukken zijn als brieven aan zijn grootvader, want telkens wordt die als Jaguarman aangesproken en ter afsluiting gegroet. Amen. Heden en verleden zijn in ieder hoofdstuk ingenieus met elkaar vervlochten. Het citaat van Zaalman maakt duidelijk vanuit welke inspiratie De Jong werkt, want dat is de grondtoon van het boek. De zoektocht die De Jong aangaat is die van een mysticus en historicus. Op beide vlakken heeft hij de lezer veel te vertellen.

    Beschamend

    Om met het historische gehalte te beginnen: het is beschamend hoe weinig kennis er in Nederland bestaat over Suriname, hoe weinig er in het openbaar debat gesproken wordt over het gedeelde verleden, de kolonisatie van het land, de plantages, de slavernij. Suriname was de pinpas waarmee enkele vooraanstaande Hollandse handelshuizen en families een rijk leven konden leiden. Komt heden ten dage Suriname ter sprake dan gaat het over Desi Bouterse, de Decembermoorden. Pas de laatste jaren lijkt daarin een kentering te komen. Opeens stond bijvoorbeeld vorig jaar Wij slaven van Suriname van Anton de Kom in de bestsellerslijst, en is er in publicaties interesse in het leven van De Kom en de strijd die hij voerde. Ook De Jong laat zich inspireren door dit baanbrekende boek uit 1934. Het wordt zijn gids om de geschiedenis van Suriname, van zijn voorvaderen, te leren kennen, om op reis te gaan.

    Woordeloos contact

    In het woensdaghoofdstuk vertelt De Jong over zijn deelname aan een expeditie in het Surinaamse regenwoud: ‘een dertig meter hoge muur van planten, felgroen afstekend tegen de rode weg’.  Het is het meest zintuiglijke en diepzinnige deel van Jaguarman, met sterke passages over de andere deelnemers aan deze expeditie, over de mystiek van het oerwoud. Just en Johannes, twee Caraïben die als gidsen mee zijn, ontroeren door hun woordeloze aanwezigheid: ‘Ze leken te praten zonder woorden, ze maakten gebaren, langzame, ronde gebaren (…) waarmee ze niet alleen met elkaar communiceerden, maar, zo leek het, ook met het bos.’ Een vogel fluit, Johannes fluit terug en de vogel antwoordt hem weer.  De Jong observeert de twee mannen scherp. Steeds ketsten zijn vragen af op hun zwijgen. Pas wanneer hij stilstaat bij wie de ander werkelijk is, verschuift er iets, ontstaat er meer contact.

    Toch stuiten lang niet alle vragen die De Jong stelt op een muur van zwijgen.  In zijn ontmoeting met Cheryl White, hoofd van de archeologie-afdeling van de Anton de Kom Universiteit, vraagt hij haar wat het meest waardevolle is dat zij van de marrons heeft geleerd. Marrons, letterlijk weggelopen vee, zijn tot slaaf gemaakten die na in verzet te zijn gekomen, de regenwouden in waren gevlucht om uit handen te blijven van de slavenhouders. Whites antwoord mag in elke kantoortuin of andere plek waar een mens zich wel eens onveilig en geknecht voelt op een tegeltje komen: ‘A strong person knows when to move. Het leven staat aan jouw kant. (…) Als je op een plek bent waar je moet vechten of op anderen moet gaan staan om te overleven, dan verplaats je je gewoon.’

    Portretten

    Tot slot iets over de vormgeving. Wie goed kijkt ziet op het omslag de snuit van de jaguar. Er is meer dat verrast: de zeer verdienstelijke portretten in (gewassen) inkt van de vele mensen die De Jong heeft ontmoet of wier werk hem inspireerde tijdens zijn zoektocht. Het maakt Jaguarman nog persoonlijker. Iedereen krijgt een gezicht, om de verbondenheid tussen heden, verleden, tussen mens en natuur, tussen de doden en de levenden te bevestigen.  ‘Als het lijkt alsof er tussen het ene en het andere een verband bestaat, dan is dat omdat dat verband er is. Zo praat de schepping’.

    Reislust is een terugkerend thema in het werk van de Jong. Hij schreef over uitstapjes naar New York, Marseille, Zuid-Italië. Maar Jaguarman is meer dan een uitstapje, eerder een queeste, het voltooien van een levenstaak. Het is een moedig en wijs boek geworden. Moedig wat betreft het blootleggen van de eeuwenoude pijn die slavernij heeft veroorzaakt en die in het heden doorwerkt, en wijs wanneer hij inzet op het vermogen van de mens om zich in de ander te verplaatsen en ook stem geeft aan het onzichtbare en onzegbare. En zijn vader en grootvader, de Jaguarman? ‘Ik weet wie ze zijn, ik ken ze. Ik ben ze zelf.’ Na zo’n zoektocht kon hij niet tot een andere conclusie komen.

     

     

  • Recensie door Dominique Rothengatter

    Recensie door Dominique Rothengatter

    Onderhoudende en dikwijls humoristische schets over Suriname

    ‘Suriname in het hart’, is een onderhoudend boek, dat in reportageachtige stijl een persoonlijke schets geeft van de ervaringen van een journalist en zijn gezin in het hedendaagse Suriname. Als lezer maak ik gaandeweg kennis met de taal, cultuur, journalistieke en de politieke situatie door de ogen van een ‘bakra’ (‘…een bleke Hollander…’). De rode draad door dit verhaal is de liefde voor Suriname van de freelance journalist Diederik Samwel en zijn vrouw Mirjam en hun kinderen Rover, Momo, Sigi en Donna voor dit relaxte maar ook eigenzinnige land.

    Het verhaal begint wanneer de familie Samwel in Nederland de vijfenveertigste verjaardag van Diederik viert. Een Surinaamse brassband luistert het feest op en er zijn typisch Surinaamse gerechten als bami, kip, rijst met pom, baka bana’s, botervis en pastei, verzorgd door de familie Blankers. De volgende dag krijgt Samwel telefoon uit Suriname van zijn oude buurvrouw en goede vriendin Henna. Deze passage geeft mij een indruk van het levendige Suriname. Maar ook wordt het gemis voelbaar van het land en de achtergelaten vrienden en bekenden.

    ‘Het is altijd of er wat geur en kleur de kamer binnenwaait bij zo’n telefoontje vanuit Suriname. Of zijn het de honden en hanen die zich steevast in het gesprek mengen? Maar daar laat ik me nu even niet door meeslepen. Over tot de orde van de dag: ik moet nog stofzuigen en lege kratten wegbrengen. Of ik daarmee ook die licht sentimentele stemming te boven kom? Kan gebeuren natuurlijk: dat een dag na mijn verjaardag het hoofd simpelweg te zwaar is om al die verschillende indrukken een plaats te geven. Of heeft het ermee te maken dat ik weer een jaar moet wachten voor ik opnieuw mijn vrienden en dierbaren om me heen kan verzamelen.’ De oplossing om deze ‘licht sentimentele stemming’ te verdrijven is een beetje te ver weg, een potje voetbal bij voetbalclub ‘Nacionello’ in Suriname.

    En wat betreft dat gemis, Samwel beschrijft op beeldende en zeer herkenbare wijze het gemis aan Suriname wanneer ze teruggekeerd zijn naar Nederland. De tranen van zijn zoon Rover om te kleffe Nederlandse bami bij de Chinees, gevoelens van opgeslotenheid in hun huis in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt van zijn vrouw Mirjam, het Hindoestaanse dansen van dochter Momo, de neiging van andere dochter Sigi om midden in de winter zomerkleren aan te willen trekken en dochter Donna die alle vakanties naar Suriname wil omdat je daar het hele jaar door kunt tennissen.

    Anderzijds beschrijft Samwel op gevatte wijze het wennen aan het Surinaamse leven. Paramaribo, waar de internetlijn overdag snel overbezet is en de telefoonlijnen al redelijk oud zijn. ‘Dan maar even douchen. Het water is lauw, opfrissen is een groot woord. Vervolgens heb ik De WareTijd uit vóór de koffie is afgekoeld. Of moet ik me warempel in de showbizzpagina verdiepen? De klamme hitte grijpt me opnieuw bij de keel. Het vooruitzicht om de hele dag met een ventilator in mijn rug achter de computer te moeten zitten maakt de stemming er niet beter op. Als het zo moet allemaal…….’ Maar de verschillen in taal en cultuur leiden ook tot grappige situaties, zoals wanneer Rover met zijn astmatische aanleg, ’s avonds voor het slapengaan pufjes nodig heeft.

    ‘In Suriname denkt de oppas steevast dat we haar in de maling nemen wanneer we haar de gebruiksaanwijzing uitleggen: wat nou puffen? Die jongen hoeft toch geen pufjes te laten voor hij naar bed gaat? Hij mankeert toch niets aan zijn darmen?’

    De mate van gewenning aan het klimaat en de levenswijze van Samwel aan Suriname, blijkt wanneer hij voor een korte periode terug is in Suriname om voor Vrij Nederland en De VPRO-gids over de verkiezingen te verslaan. Zijn vrouw Mirjam geeft tv-worshops in deze periode. In Paramaribo staat op dat moment alles in het teken van de verkiezingsstrijd tussen Desi Bouterse, Venetiaan en Wijdenbosch.

    Samwel is eerder naar Suriname vertrokken en gaat voor hem en zijn familie een huis aan de Engelsloot bekijken. ‘Eigenlijk staat mijn besluit dan ook al vast vóór de verhuurster arriveert. En dat is maar goed ook. Ze heeft het vooral over de hitte, tijdsdruk, geld, voorschotten en rekeningnummers. Want dit is bepaald niet het enige huis in haar aanbod. Godnogaantoe, ze zal blij zijn wanneer ze weer terug is in Holland. Suriname is een heel bijzonder land maar je moet er niet naartoe om er heel hard te werken. En dan zul je op zo’n snoeihete dag als vandaag net zien dat de airco in haar auto het begeeft. Ze is voortdurend in de weer met een zakdoekje om voorhoofd en hals te deppen. Zo ken ik ze weer, mijn landgenoten.’

    Op een gegeven moment wordt Samwel per mail benaderd door Bobby van voetbalclub Nacionello. Bobby biedt hem een baan aan als hoofdtrainer omdat Samwel een boek over Surinaams voetbal heeft geschreven en uit Holland komt. Maar voordat het zover is, mag hij met zijn kapotte knieën een veteranenwedstrijd meespelen. Aansluitend volgt nog een zakelijk gesprek tussen Bobby en Samwel.

    ‘Soft en djogo’s (literflessen Parbobier), met roti’s, bara’s en doksen (gestoofde eend) na afloop. Op het terras doen we ook nog even zaken. In een kort gesprek weet ik Bobby ervan te overtuigen dat ik eigenlijk meer verstand heb van lezen en schrijven en zet mijn handtekening onder een eenjarig contract. Als parttime pr-adviseur welteverstaan.’

    Tijdens een ander bezoek aan Suriname doet Samwel wederom research voor John Albert Jansen. Het jaar ervoor hadden ze onderzoek gedaan naar de krant De Ware Tijd . Alleen kunnen ze hier uiteindelijk geen documentaire over maken omdat ze niet genoeg medewerking van de redactie kregen. Nu willen ze een film maken over de rol van Surinaamse pers vanaf ‘de koloniale tijd in de jaren vijftig en zestig, via de onafhankelijkheid, de militaire coup in de jaren tachtig, tot de huidige situatie.’

    Samwel praat ook met Albert Ramnewasch over het decemberproces. Maar het blijft vrij algemeen omdat Ramnewash eigenlijk niet met de pers over het proces mag praten. De gemeenschap is namelijk vrij klein en kan het zijn dat rechters dossiers van familie moeten behandelen. Het is risicovol om je als rechter of journalist bezig te houden met dit proces. Dit vanwege fanatiekelingen uit subculturen die hier gevaarlijk op kunnen reageren. Daarnaast komt de inlichtingendienst er snel genoeg achter dat een Nederlandse journalist met Ramnewash heeft zitten praten.

    Samwel heeft moeite met het publiceren van een artikel over het decemberproces vanwege de vooroordelen die er in Nederland toch al over Suriname bestaan. Zijn journalistieke nieuwsgierigheid wint het van zijn geagiteerdheid, want Ramnewash wil hem te woord staan. ‘Bang voor represailles of intimidatie ben ik niet, zolang ik maar objectief en genuanceerd probeer te blijven. Wel vraag ik me nu en dan af wat ik met mijn artikelen over de rechtszaak en wat eraan vooraf is gegaan eigenlijk zou kunnen toevoegen aan de berichtgeving. Tegelijkertijd kan ik me nog altijd druk maken over het hardnekkige Hollandse beeld dat alles in Suriname zou draaien om corruptie, cocaïne en Bouterse. Een beeld waar de media behoorlijk de hand in hebben. Laat ik me dan nu verleiden daar ook aan mee te doen door over de decembermoorden te publiceren? Aan de andere kant, de man aan de overkant van de tafel heeft mij uitgenodigd. Waarom zou ik niet naar zijn verhaal luisteren?’

    De verschillende passages in het boek geven een goed beeld van Suriname. Toch bekruipt mij op sommige momenten de gedachte dat ik graag nog méér over dit land en haar mensen zou willen weten. Zit ik net lekker in een verhaal over het verblijf van de héle familie in Suriname, over een uitstapje naar het binnenland in het weekend, of over het decemberproces en dan is het alweer voorbij. Aan de andere kant geeft dit het verhaal ook vaart en zorgt het ervoor dat ik verder wil lezen omdat ik wil weten hoe het afloopt.

    Voor het lezen van dit verhaal was ik op een paar documentaires op t.v. na, praktisch onbekend met Suriname. En het gezegde wil: ‘Onbekend maakt onbemind’. Tijdens het lezen van dit boek heb ik Suriname een beetje in mijn hart gesloten.

    Dit onderhoudende verhaal heeft mij héél nieuwsgierig gemaakt naar eventueel toekomstig werk van deze schrijver. Het boek is voor mij gaan leven door de duidelijke ’voorliefde’ van Samwel en zijn gezin voor het leven in Suriname en de mensen aldaar. Zijn prettige en toegankelijke manier van schrijven dragen hier zeer zeker aan bij.

    Suriname in het hart
    Diederik Samwel
    Blz: 272
    Prijs: 17,50
    Uitgegeven bij: Nijgh & Van Ditmar

  • Suriname, satire en spot, spiegels en lachspiegels

    De Stichting Literair Festival Suriname presenteert samen met Stichting Winternachten Den Haag van 6 tot en met 9 november het literair festival “Suriname, satire en spot, spiegels en lachspiegels” in Paramaribo, Suriname. Het programma bestaat uit presentaties van het werk van diverse auteurs voor het Surinaamse publiek. De nadruk van het festival ligt op de uitwisseling van gedachten en ideeën tussen auteurs en publiek, en tussen de binnen- en buitenlandse auteurs onderling in relatie tot het thema van 2008: satire en spot. Onder de Surinaamse deelnemers aan het festival: de dichters Celestine Raalte, Antoine de Kom, Jit Narain en de schrijvers Rappa en Ellen Ombre. Uit Nederland nemen naast Gerrit Komrij namens Winternachten de volgende auteurs deel: Putu Wijaya uit Indonesië, Asli Erdogan uit Turkije, Youssouf Amine Elalamy uit Marokko en Peter Snyders uit Zuid-Afrika. De Curaçaose/Nederlandse zangeres Izaline Calister en haar begeleiders Roël Calister (percussie) en Ed Verhoeff (gitaar) brengen een programma van verhalen op muziek. De muzikale begeleiding van Surinaamse zijde is in handen van Ivor Mitchell met de formatie Skwala.

    Meer lezen: www.literairfest.org. Plaats: Prakwaki, Willemlaan 5, Paramaribo. De opening is op 7 november van 19:30-22:30 uur. Toegang: vrij. Tel.: ++597 400042 of ++597 (0)835 0717.