• Eén alinea!

    Eén alinea!

    Slechts één alinea weet De Zieners te boeien. Dit klinkt negatief, maar is het grootste compliment dat de schrijver kan krijgen. De Zieners bestáát namelijk uit die ene alinea. Deze roman van Sulaiman Addonia lees je uit in een ademteug, een ruk, een avondje overgave aan de koortsdroom van Hannah uit Eritrea. Als vluchtelinge die moet wachten op een goedgekeurde asielaanvraag, doorkruist ze nachtelijk Londen. Altijd met het dagboek van haar jong gestorven moeder bij zich.

    Een verhaal, opgebouwd uit een enkele alinea… Iedere schrijver, kunstenaar, veellezer of literatuurwetenschapper zou dit van tevoren een onmogelijke opgave noemen. Addonia neemt niet eens de moeite deze monnikenklus op een degelijke typemachine of computer te doen: hij schreef De Zieners op een iPhone. Weg romantiek? Integendeel. De Zieners zindert van liefde, sensualiteit en gevoel. Tegelijk bezorgt het ons Europese lezers regelmatig het schaamrood op de kaken. Niet vanwege de expliciete seksscènes – we zijn allang murw gebeukt door de lichamelijkheid van types als Houellebecq – maar vanwege het besef: eigenlijk kijken we allemaal massaal weg van vluchtelingen.

    Kullu yihalif, fiqri yiterif

    Panta rhei, ouden menei. Alles stroomt, niets blijft, luidt de wet van Herakleitos. Eritreeërs hebben hun eigen variant: kullu yihalif, fiqri yiterif. Alles verandert, de liefde blijft. Bijna hetzelfde. Bijna. Aanvankelijk staat het motto er in het Tigrinya (de Eritrese taal) én in het Nederlands. Later in het boek wisselen de talen van plaats, en uiteindelijk verdwijnt de variant van het Tigrinya volledig. Zelf verloor Addonia zijn moedertaal, toen zijn moeder voor werk naar Saoedi-Arabië vertrok. Ook Hannah wordt Engelser en Engelser in haar ballingschap; waar ze eerst beledigingen naar het hoofd krijgt, omdat ze niet Brits genoeg klinkt, verdeftigt haar accent met rasse schreden. Maar echt gek wordt ze nooit op Engeland, waar haar tante haar heen stuurde: ‘Die avond werd ik vanuit Keren weggestuurd naar het land dat mijn vader een neger had genoemd. Het spijt me dat ik je naar dat land toestuur, zei mijn tante.’

    Hannah’s vader hielp het Engelse leger de Italiaanse bezetting beëindigen en werd hiervoor beloond met meer vernedering. Hij was een analfabeet die leerde lezen en zielsveel van boeken hield en stierf – net als zijn echtgenote – veel eerder dan Hannah lief was. Het liefst zou hij zijn hele boekenverzameling hebben ingescand in het brein van zijn slimme dochter. En die bibliotheek zeult ze in het Verenigd Koninkrijk figuurlijk met zich mee. Ook gebruikt ze het dagboek van haar moeder om zich staande te houden in de regen, kou en grauwigheid. ‘Ik keerde terug naar mijn boeken, en discussieerde met Neruda over het feit dat hij in zijn gedichten de liefde telkens liet terugkomen als troost. Liefde is net zo onbeduidend als lucht voor een lijk, zei ik tegen Neruda, een citaat uit mijn moeders dagboek, iets wat hem kennelijk met afkeer vervulde omdat ik daarna een tijdlang niets van hem hoorde.’ Even later merkt Hannah op: ‘Serieus, niets zo krachtig als dode, verwaten dichters die tegen je uitvaren.’ Want ze praat niet alleen met Pablo Neruda.

    Hampstead Heath, Fitzroy Square en Bloomsbury

    Hannah voert gesprekken met allerlei dichters die in Hampstead Heath gedenktekens hebben. Denk aan Keats, Coleridge, Shelley, Byron en Cummings: ‘Ik pakte zijn bundel, liep terug naar mijn boom en begon er leunend tegen de stam in te lezen. Dat boek bespoedigde de relatie tussen de boom en mij: ik las telkens een gedicht voor mezelf en dan een voor de boom. Doordat de boom waaronder ik sliep zich laafde aan de Londense regen en zich voedde met de wellustige poëzie die ik voorlas, werd het de meest doorvoede en vrije boom van heel Londen.’ De dode dichters genieten bovendien mee van haar vrijpartijen met land- en lotgenoot Bina Balozi: ‘Mijn hoofd klaarde op toen het genot zich aandiende in de armen van het donker. O B.B. De O die stond voor de roos tussen zijn zwarte billen die openbarstte in mijn slapeloze nachten en kleur gaf aan mijn avonden, de B die stond voor de balletdanser op de bodem van mijn schoot.’ De lovende kritieken die de roman kreeg, richten zich met name op deze lichamelijkheid. Volgens de critici is die fysieke realiteit het enige wat Hannah echt ‘heeft’. De seksualiteit wordt breeduit gevierd, inclusief orgasmes, squirts en voorbinddildo’s. Toch biedt De Zieners meer dan erotiek. En ergens is het ook kwalijk dat vluchtelingen en asielzoekers tot hun lichaam worden gereduceerd – verhalen waarin zij niets anders hebben dan hun lijf, zijn er al voldoende.

    Het boek is niet alleen opgebouwd uit één alinea, alle dialogen missen aanhalingstekens. Dit leidt tot onduidelijkheid over wie er precies spreekt. Hannah’s identiteit wordt tijdens een gesprek met Engelse douaniers zowel letterlijk als figuurlijk aan flarden gescheurd: ‘Maar de tolk ging verder: Hannah, ik moet je vragen naar je paspoort. Als het dan moet, zei ik, en ik masseerde mijn voorhoofd. Waar is je paspoort? Dat heb ik verscheurd en doorgespoeld in het vliegtuig. Waarom? Dat moest van de smokkelaar.’ Zo wordt het verhaal van Hannah langzaamaan het verhaal van meer vluchtelingen, lotgevallen die ambtenaren al of niet moeten verleiden tot een gehonoreerde asielaanvraag: ‘Hannah, zei ze. Dit is pas het begin. Let goed op jezelf. Wat een rare waarschuwing, zei ik. Als ik geen ruimte in mijn hoofd heb, heb ik geen ruimte in mijn hoofd. Je bent niet de eerste immigrant die dat tegen me zegt, zei ze. Laat je niet overweldigen door herinneringen. Maar het komt goed, je zult het verleden leren loslaten.’ Maar hoe lukt dat haar, als haar toegewijde, Engelse voogd juist in het verleden blijft hangen?

    Lady Diana

    Een personage dat verrassend weinig aandacht krijgt in de lovende kritieken, is Diana. Als tijdelijke voogd vangt zij Hannah op in een buitenwijk, stevig drinkend, rokend en mijmerend over wat achter haar ligt. Hannah, ondertussen, wacht tot Binnenlandse Zaken haar asielaanvraag goedkeurt: ‘Terwijl ik in afwachting van de volgende postbezorging terugliep naar mijn kamer, vroeg ik me af wat er zo dringend zou zijn in haar leven.’ Daarom vraagt Hannah op een druilerige, ijskoude avond in de walm van Diana’s sigarettenrook: ‘Diana, wat heb je gestudeerd toen je op de universiteit zat? Ze snoof achteloos en viel stil. Niets. Sorry dat ik het vroeg, zei ik na een poosje. Nee, nee, Hannah. Dat is het niet. Je deed me alleen denken aan… Nou, eens even denken… ze zweeg.’ Tijdens de avondwandeling probeert Hannah Diana nogmaals uit haar zwijgzaamheid te halen: ‘Haar ogen gaven toe aan de stilte van een zwak verlichte steeg, waar een man met een slaapzak om zijn schouders een kat aaide op de motorkap van een auto. Gaat het wel goed, Diana? Stilte. Haar ogen stonden vol gedachten die ik niet kon ontcijferen. Ik wilde net wegkijken toen ze zei: Het gaat zo wel weer. Het is allemaal niks vergeleken bij wat jij hebt doorstaan.’

    Anders dan in Addonia’s vorige roman, Stilte is mijn moedertaal, werkt stilte hier verstikkend. Dat laat De Zieners zien met een personage als Diana. Hannah vindt het leven in literatuur, taal, woord en geschrift, ondanks (en dankzij) haar verleden. De laatste scène, extatisch en speels, doet denken aan Het leven is vurrukkulluk. Alleen spreekt hier geen Vijftiger, maar een twintiger, in de bloei van haar leven.

     

  • Oogst week 43 – 2024

    De Zieners

    Hannah, een dakloze Eritrese vluchtelinge moet in London zien te overleven. Eerst woont ze op een opvangadres in Kilburn, maar al snel slaapt ze onder een boom in een parkje in Bloomsbury. Van haar leven in Eritrea is niets anders over dan het dagboek van haar moeder, die jong gestorven is. Het verhaal dat erin staat, over de levensgeschiedenis van haar ouders, is niet makkelijk te verteren. In De zieners, een roman die uit een enkele alinea bestaat, belicht Sulaiman Addonia wat het betekent om een vluchteling te zijn in een stad als Londen, waarbij hij de hoogstpersoonlijke aspecten van het psychologische en seksuele leven van Hannah niet schuwt.

    Sulaiman Addonia (1974) woont in London. Eerder verschenen al twee romans van zijn hand, Als gevolg van de liefde, waarin een twintigjarige vluchteling verliefd wordt op een jonge vrouw die een burqa draagt, en Silence Is My Mother Tongue, een boek over een broer en zus die zich staande proberen te houden in de chaos van een vluchtelingenkamp. Addonia werd geboren in Eritrea en vluchtte in 1976 met zijn familie naar Soedan, waar hij zag hoe zijn vader vermoord werd. Samen met zijn moeder en jonger broertje leefde hij in Jedda tot hij in 1990 asiel aanvroeg en kreeg in Groot-Britannië. Meerdere van zijn boeken zijn genomineerd voor prijzen, waaronder de Lambda Literary Award for Bisexual Fiction en de Orwell Prize voor politieke fictie.

    De Zieners
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Na de zon

    Het is niet makkelijk te zeggen waar Na de zon van Jonas Eika over gaat. Het boek omvat vier korte verhalen, waarvan er een in twee delen is gesplitst. Ogenschijnlijk zijn de verhalen heel verschillend. In Cancún verlenen jonge jongens hun diensten aan rijke strandbezoekers. Een IT-consultant in Kopenhagen komt, na het missen van een werkafspraak, terecht in wereld die hij niet kent: de handel in derivaten. Een drietal dat als een gezin probeert te leven gaat gebukt onder verslaving, geldgebrek en de stress van de verwachte komst van een baby. En wat is er aan de hand met de rouwende oude man die geobsedeerd raakt met een vreemd voorwerp dat hij in de woestijn vindt? De vraag moet misschien niet zozeer zijn waar het boek over gaat, maar waar het óm gaat. Wat wil Eika ons vertellen met deze set verhalen?

    Jonas Eika (1991) is een Deense schrijver. Met hun fictie sleepte hen al een aantal prijzen in de wacht. Zo ontving hen de Bodil & Jørgen Munch-Christensen Prijs voor hun debuut, Lageret Huset Marie. En ook Na de zon werd bekroond, met de Michael Strunge Prijs en de Blixenprijs. Een van de verhalen eruit werd voorgepubliceerd in The New Yorker.

    Na de zon
    Auteur: Jonas Eika
    Uitgeverij: Koppernik

    Alle tijden zijn onzeker

    Het is 1783 en wetenschappelijke vernieuwingen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Een luchtballon stijgt op, met mensen aan boord, de verschillen tussen arm en rijk zijn gigantisch en dat er ineens vaccinaties bestaan ziet niet iedereen als een zegen. Wie is er voor vernieuwing, wie is ertegen en hoe ziet dat eruit? In Alle tijden zijn onzeker brengt Joke van Leeuwen dat in beeld. Ze volgt Marie, een nuchter type en Vince, die veel speelser is, die hun eerste schreden zetten als stel. En dan is er nog Pierre, die zich verliest in zijn strijd tegen wat hij als het kwaad ziet. De paralellen met vandaag zijn niet toevallig.

    Joke van Leeuwen (1952) schrijft boeken voor kinderen en volwassenen. Ook is ze dichter en illustrator, maakt ze theaterprogramma’s en treedt ze op als performer. Eerder ontving ze onder andere de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboeken, de C. Buddingh’-prijs voor haar dichtbundel Laatste lezers en de AKO Literatuurprijs voor het boek Feest van het begin.

    Alle tijden zijn onzeker
    Auteur: Joke van Leeuwen
    Uitgeverij: Querido
  • Hier past slechts stille bewondering

    Hier past slechts stille bewondering

    Elke dag verstoort een vliegtuigje de training van het Nederlands elftal. Met name de bondscoach wordt geïnstrueerd door zijn zeventien miljoen collega’s: ‘Frank, speel geen 5-3-2, maar 4-3-3!’ Deze cijfercombinatie mag voor Nederland een obsessie zijn, in de muziekwereld zorgde ze eveneens voor opschudding. De compositie 4’33 van John Cage is niets meer en niets minder dan stilte. Toch houdt het stuk meer in dan vier-en-een-halve minuut de piano niet aanraken; de onbedoelde omgevingsgeluiden vormen hun eigen symfonie, elk hart bonst op zijn eigen cadans en ieder kuchje vliegt als een kogel door de concertzaal. Dat verdient een literaire geestverwant!

    In Stilte is mijn moedertaal vertelt schrijver Sulaiman Addonia het verhaal van het Eritrees-Ethiopische meisje Saba en haar stille broer Hagos. Door een terreurgroep uit hun vaderland verdreven, zitten zij met hun moeder in een vluchtelingenkamp. Het is een prachtig boek, waarin Addonia de balans weet te bewaren tussen tranentrekkerij en behaaglijk optimisme. Bovendien krijgt de – immer goedbedoelde – bemoeienis vanuit het Westen jegens ontwikkelingslanden een kritische beschouwing, evenals de islamitische cultuur jegens vrouwen. Ten derde behandelt de schrijver liefde zoals zij zelden in de literatuur wordt omschreven – omzichtig, subtiel en stil. ‘Het was door deze stilte dat er liefde kon ontstaan op deze plek, in de harten van mensen kon wortelen alsof hun borst een vruchtbare akker was.’

    Stilte is: geen huilende violen of schallende trompetten

    Bij verhalen over vluchtelingen ligt het voor de hand om hartverscheurende levens onbarmhartig in beeld te brengen. Denk aan de foto van het aangespoelde Syrische jongetje voor de kust van Turkije, of de film Wit Licht, waarin Marco Borsato zich in de huid van een reddingswerker wurmde. Addonia laat dit effectbejag achterwege en doet kaal verslag van de nooddruft in een vluchtelingenkamp. Het is er kurkdroog en heet, er is alleen melkpoeder en suiker voorhanden en de bewoners poepen in het achterveld. Voorlopig is er geen hoop op verbetering, want de Engelse hulporganisatie smijt weliswaar met enorme zakken droge rijst, maar het naburige water is te vervuild om er eten mee te bereiden. Ook de door de Britten beloofde school komt er maar niet, al dringt Saba voortdurend aan. ‘Eerst eten, gezond zijn, daarna komt de school,’ aldus de hulpcoördinator. 

    Hoewel Saba zich ontpopt als buitengewoon krachtige dame, zit alles tegen: het barst van de oversekste mannen in het kamp en haar moeder en vroedvrouw gunnen haar geen millimeter ruimte of zelfbeschikking. De enige uitweg naar een beter leven is een pas aangelegde weg naar de Soedanese hoofdstad, die ze alleen via de nomade Hajj Ali kan afleggen: een getrouwde man die eerst met haar én haar broer Hagos naar bed wil, alvorens haar te vervoeren. Ze zit, kortom, muurvast in een leven dat net genoeg biedt om niet dood te gaan. Of zoals Jamal, bioscoophouder in het kamp, zegt: ‘Alles in ons kamp wordt gerecycled, zowel geluk als wanhoop.’

    Stilte is: luisteren naar de onderdrukte

    Addonia reserveert veel spreektijd voor de vrouwen in deze roman, waar elke man, behalve homoseksuelen, er verbaal van langs krijgt. Zo reageert een oude wijze dame op de opmerking van een grijsaard dat vrouwen godinnen zijn, als volgt: ‘Behandel ons gewoon als mensen, dat zou alle problemen in de wereld oplossen.’ Saba ergert zich aan de dubbele seksuele standaard. Bij een strafexecutie op het centrale plein in het kamp wordt een meisje gestraft dat aan zelfbevrediging deed. De islamitische rechter, overigens een groot voorstander van vrouwenbesnijdenis en maagdelijkheidstesten, preekt over dolende meisjes die…, waarna Saba in zichzelf zegt: ‘die ontdekten hoe ze hetzelfde genot als jongens konden beleven zonder hun huwelijkskansen te verpesten.’ Op steun van haar thuisfront hoeft ze niet te rekenen, vooral niet als ze te veel haar eigen gang gaat: ‘Saba vroeg zich af hoe vaak ze in de ogen van haar moeder en de vroedvrouw was doodgegaan op exact hetzelfde moment dat zijzelf voelde dat ze leefde.’

    Dit boek laat zien hoe volstrekt logisch feminisme als emancipatiebeweging is. Stilte is mijn moedertaal snijdt hiertoe andere tijdloze, universele motieven aan: de onderlinge ideeënstrijd tussen generaties, de worsteling met een religieuze achtergrond en de seksuele ontwikkeling van individuen. Addonia maakt van feminisme, zonder het woord ook maar één keer op te voeren, niet slechts een vrouwen-, maar een mensenkwestie. De band tussen Saba en haar broer illustreert dit nog het mooist.

    Stilte is: koesteren

    Saba heeft weliswaar niet de bovenmenselijke spierkracht van Pippi Langkous, al kan ze wel met haar stomme broer via oogcontact communiceren. Beter gezegd, ze ontcijfert zijn subtielste gelaatsuitdrukkingen en leert hem wat hij op school nooit zou leren: schrijven. Hagos, die het huishouden moest doen, zodat Saba een schoolloopbaan kon volgen, gunt zijn zus het best denkbare leven. Hij wil zich voor haar opofferen bij de nomade Hajj Ali, opdat zij kan floreren. Saba verbiedt het hem, waarop Hagos schrijft: ‘maar saba zeg jij niet altijd wij zelfde zijn dat onze lichamen zelfde zijn voel jouw pijn als voel ik pijn wij een zijn een wij zijn.’ In die symbiose bevrijdt Hagos Saba van haar plicht om een traditionele vrouw te zijn, en ontneemt Saba haar broer het juk van mannelijkheid. 

    Er zijn meer personages die als underdog de show stelen in deze vertelling. Zo herbergt de prostituee Nasnet zo’n beetje de meest ontwikkelde geest in heel het vluchtelingenkamp. Over de hypocriete veroordeling van hoererij zegt zij: ‘De maatschappij heeft het zo bepaald, en vervolgens proberen ze je te verdrijven en te verbannen vanwege het taboe dat ze er zelf van hebben gemaakt en jou hebben opgelegd.’ Daarnaast wast ze Saba’s voeten met haar tranen: een verwijzing naar Christus die de voeten van zijn discipelen waste, om hen te dienen. 

    Een veilige Drie-eenheid

    Ook de lieve, zachtaardige zakenman Eyob, die als de Bijbelse Job al zijn vermogen is kwijtgeraakt door het schrikbewind, heeft zowel Saba als Hagos lief. Hij neemt beiden in huis door met Saba te trouwen en heft de bemoeienis van de gemeenschap als bij toverslag op. Saba treft de belangrijkste mannen in haar leven samen in bed aan, en ze is niet verbaasd: ‘Hagos lag naast Eyob te slapen. (…) Alsof hun liefde alleen kon bestaan in de tijd dat de vroedvrouw, de rechter, de moeder, het comité van raadslieden sliepen, in de tijd dat de traditie haar ogen sloot en het verlangen vrij en ongehinderd zijn gang kon gaan. (…) Eyob was de oase waarin zowel zij als haar broer bescherming vond tijdens hun lange reis.’ In Stilte is mijn moedertaal zet Sulmaiman Addonia treffend het bestaan van vluchtelingen neer. Hij geeft hun een gezicht dat allesbehalve kreukvrij, en daardoor zeer menselijk is. Hier past slechts stille bewondering.

     

  • Oogst week 15 – 2021

    Het eigenlijke

    De Duitse schrijfster Iris Hanika (1962) won de LiteraTour Nord-prijs en de EU-prijs voor literatuur met haar roman Das Eigentliche, in het Nederlands vertaald als Het eigenlijke door Jantsje Post.
    Het ‘eigenlijke’ betekent voor iedereen iets anders. Voor Hans Frambach, de hoofdfiguur in deze roman, zijn het de misdaden in het nazitijdperk waar hij na de oorlog niet mee leven kan. Hij werkt als archivaris bij het Instituut voor ‘Exploitatie van het Verleden’ in Berlijn maar overweegt een andere baan te zoeken.

    Voor zijn enige vriendin Graziela stond verbijstering over dit oorlogsverleden centraal – totdat ze een man ontmoet die haar begeert en vanaf dat moment zoekt ze ‘het eigenlijke’ in de vleselijke liefde; een concept waar ze nu aan begint te twijfelen.
    Is het het nationaalsocialisme dat verantwoordelijk houden voor hun ongelukkig zijn? Of is het hun eigen onvermogen waardoor ze geen geluk vinden? Iris Hanika laat zien hoe misdaden uit het verleden tot op de dag van vandaag een rol spelen in het leven van anderen. Met een belangrijke rol voor de professionalisering van het herdenken, en waartoe dit kan leiden.

     

    Het eigenlijke
    Auteur: Iris Hanika
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Chinatown

    Uit Ronelda S. Kamfers (1981) vierde, tweetalige bundel Chinatown, spreekt een activistische en overtuigende taal. Er zit woede in haar gedichten, evenals ironische humor. Kamfer dicht over haar geschiedenis van complexe familieverhoudingen, hoe je een dochter opvoedt in het Zuid-Afrika van nu. Ronelda S. Kamfer zegt de helft van haar leven op zoek te zijn geweest naar een vorm van feminisme die ook over haar en de vrouwen uit haar gemeenschap gaat. ‘Mijn moeder en ik hadden de stille afspraak dat ik met mijn leven zou doen wat ik zelf wilde. Ze keek dan ook niet op toen ik zei dat ik wilde schrijven. De enige waarschuwing die zij me gaf was: ‘As jy besluit wat jy gaan skryf, moenie skryf vir ’n gat nie.’ (Als je weet wat je gaat schrijven, vrkloot het dan niet.)

    Haar moeder kan tevreden zijn, er is integendeel iets ‘vrkloot’. Met deze uitdagende bundel confronteert ze op vaak luchtige wijze haar lezers met de realiteit van marginalisering, armoede en geweld, alles  beschreven vanuit haar eigen ervaringen. Daarnaast bevat Chinatown ook intieme gedichten over liefde, familie en ouderschap. Kortom, een zeer uitgesproken bundel.

     

    Chinatown
    Auteur: Ronelda S. Kamfer
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Stilte is mijn moedertaal

    De Eritrese schrijver  Sulaiman Addonia (1972) vluchtte in 1976 met zijn familie naar een vluchtelingenkamp in Soedan, waar zijn vader vermoord werd. Met zijn moeder en jongere broer verhuisde hij naar Jedda waar hij zijn jeugd doorbracht. In 1990 vroeg hij asiel aan in Engeland en sindsdien woont hij in Londen. Hij debuteerde met de roman Als gevolg van liefde waarin hij over zijn eigen ervaringen schreef over het leven in een vluchtelingenkamp.

    Zijn tweede roman Stilte is mijn moedertaal gaat over Saba, een jong meisje dat met haar familie hals over kop moest vluchten en speelt eveneens in een vluchtelingenkamp. Ze komen terecht in een Oost-Afrikaans vluchtelingenkamp. Het leven daar is hectisch en onveilig voor een jong meisje. Dan is er ook nog Hagos, haar zwijgende broer die ze beschermen moet tegen de gangbare normen. Broer en zus weigeren zich te schikken in de rol die hen wordt opgelegd. Aan de hand van intrigerende personages onderzoekt de schrijver wat het betekent om een man of een vrouw te zijn. Wat het betekent een individu te zijn wanneer je geen thuis of toekomst hebt.

    Addonia analyseert hoe het kan dat een samenleving in staat is de oorlog te verklaren aan haar eigen vrouwen. Hij vertelt de verhalen die nodig zijn om te overleven in een vijandige omgeving.

     

    Stilte is mijn moedertaal
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas