• Slibreeks: een wandeling, honderd jaar – Marinus van Dijke

    Beeldend kunstenaar Marinus van Dijke verdiept zich sinds 1996 in één bepaalde duinvallei op Schouwen-Duiveland. Vanwege de voortdurende verandering die hij daar waarneemt, raakte hij geïnteresseerd in de ontwikkelingen van het gebied, zowel in verleden als toekomst.

     

    Geïnspireerd door een artikel van F. Bins (gepubliceerd in het tijdschrift Buiten in 1911) over een wandeling die hij in 1910 dwars door het duingebied van Schouwen-Duiveland maakte, heeft Marinus van Dijke  (1952) deze honderd jaar later opnieuw gelopen. In dit deel van de Slibreeks gaat hij in op de beleving van de duinen aan de hand van de historische voettocht, de reconstructie daarvan in 2010 en de eeuw die daar tussen ligt. De resultaten zullen tevens te zien zijn in de Kabinetten van de Vleeshal in Middelburg.
    Marinus van Dijke woont en werkt op het eiland Schouwen-Duiveland. Sinds 1996 verdiept hij zich in één duinvallei omdat deze zo onderhevig is aan verandering werd hij ook benieuwd naar de geschiedenis en toekomst, de mogelijke ontwikkelingen. Al jaren worden deze bezoeken en onderzoeken door middel van verschillende beelddragers weergegeven.
    ‘Vanuit een gevoel van verbondenheid met het landschap orden ik mijn ervaringen die ik daar op doe (…). Als kind speelde ik al in de duinen van Schouwen-Duiveland. Als kunstenaar zet ik dat spel voort om een beeld te geven van die natuur en van mijn relatie met dat landschap.’

    De Slibreeks is een serie kleine boekjes, die lezers met literaire belangstelling de kans wil geven om gemakkelijk en tegen een aantrekkelijke prijs kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Alle boekjes in de Slibreeks zijn bijzondere uitgaven: het is een eerste vertaling of een opvallend debuut, maar belangrijk is dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.
    Werk van de volgende auteurs verschenen in de Slibreeks; Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen en F. van Dixhoorn.
     

    een wandeling, honderd jaar, een reconstructie
    Marinus van Dijke

     

    De Slibreeks is te bestellen via boekhandel of rechtstreeks via CBK Zeeland.
    Prijs 9,- per deel of 24,- voor een jaarabonnement (4 delen).

    Kijk hier voor een overzicht van alle reeds verschenen boekjes en online bestellen.
    Tel. 0118-611443 of een bericht sturen.

     

  • Een zorgvuldige choreografie van woorden

    Een zorgvuldige choreografie van woorden

    Recensie door Sheila van Rheenen

    Drie weken verbleef de dichter Peter van Lier in het kunstenaarscomplex de Willem 3 te Vlissingen ter voorbereiding van een reeks gedichten in de Slibreeks – een ludieke naam voor een initiatief van het Centrum voor Beeldende Kunst Zeeland. In samenwerking met de kunstenaar Machteld van Buren ontstond Wisseling van de wacht, nummer 134 uit de serie met gelauwerde voorgangers als Kopland, Eijkelboom en Bernlef. Tot mijn verrassing bleek de Willem 3 geen boot maar een voormalige artilleriekazerne. Het statige gebouw dateert van 1850 en was tot 1922 in gebruik bij het Departement van Oorlog. Dat verklaart de titel Wisseling van de Wacht, ook al slaat die waarschijnlijk ook op de kunstenaars en schrijvers die Van Lier in het kunstenaarscomplex voorgingen en degenen die nog na hem zullen komen.

    De uitgave ziet er op het eerste gezicht aantrekkelijk uit. Van Buren maakte collages van oud beeldmateriaal met als achtergrond vaak een lief behangetje. Naast tekeningen en sober gebruik van grafische elementen duiken hier en daar wat lichaamsdelen op. Een rare landtong die een lap huid met een donkere tepel blijkt en diezelfde tepel als een enorme alarmknop op het borstbeen van een man getransplanteerd deden denken aan verschoten kiekjes uit een rariteitenkabinet.

    De rijkdom aan beelden is nogal overweldigend op de kleine bladzijdes. Bovendien moet de ruimte ook nog eens worden gedeeld met de gedichten. Die schommelen in miniscule letters over de bladspiegel en dat maakt letterlijk zeeziek.

    Ook in zijn voorlaatste bundel Hoor uit 2010 zwemt Peter van Lier typografisch gezien graag van de kant maar door hun witte achtergrond vormen zijn gedichten daar een minder grote belasting voor het evenwichtsorgaan. Een goede reden om zijn slibreeksgedichten nader te bestuderen op een wit vlak:

     

    ‘Met

    een kijker permanent

    paraat-

    oudjes aan
    zee.

    Gebroken bij
    windstilte?

     Geliefden die
    als

    schepen-

    kapseizen? Hier?’

     

    Die zorgvuldige choreografie van woorden biedt vooral optisch een ritmisch kader, want eenmaal hardop uitgesproken, worden de stiltes die Van Lier typografisch voorschrijft ongemakkelijk. Ze verstoren eerder dan dat ze ophelderen of aanvullen. De dichter waagt zich zelf ook niet aan het voorlezen van die stiltes, zoals blijkt uit een kort filmpje op www.lezen.tv waar hij een gedicht uit Hoor voordraagt, getiteld Smakelijk eten. In dat gedicht staat tussen de twee- en drieregelige strofes vier keer een zeer kort woord geïsoleerd op het spiegelblad, namelijk:

    ‘na’, ‘en’, ‘de’, ‘die’.

    In zijn voordracht spreekt hij de ruimte en nadruk die hij deze woorden op papier geeft niet uit, sterker nog: hij leest zijn gedicht zonder noemenswaardige pauzes, als een stukje proza. Bij Van Lier zijn de geïsoleerde woorden als het ware kilometerpaaltjes waar de stille lezer even kan verpozen om de omgeving wat nauwkeuriger in zich op te nemen. Ik begrijp hoe dat zou kunnen werken maar in Wisseling van de wacht is het geheel vaak niet meer dan de som van de afgezonderde woorden:

    ‘Maar/ geen/ kwaad woord over de/ bewoners; Willem/ bakt/ zijn/ worstjes/ gewoon goed als straks/ de pleuris uitbreekt weten ze hier wel/ wat/ te doen’,  schrijft hij in het tiende gedicht na wat historische context en gemopper op de stadsinrichting (van Vlissingen, neem ik aan) .

    Deze regels hebben wel erg weinig om het lijf en daar verandert het achteroverleunen bij woorden als ‘bakt’, ‘zijn’ of ‘worstjes’ weinig aan.

    Wisseling van de Wacht bestaat uit twee delen, getiteld I en II.
    Qua thematiek cirkelt Van Lier rond verleden en heden van een havenstad.  De twintig korte  gedichten beginnen steeds met een dik gedrukt woord en bevatten opvallend veel vraagtekens.  ‘Ook/ een bunker in je/ achtertuin?/ Dat/ een zeearm/ het/ land in/ trekt/ om eens flink/ te treiteren?/ treft niemand persoonlijk.’

    Dat beeld van een bunker als schaduwganger van een golfbreker is mooi gevonden maar door de aanpalende vragen vestigt de dichter de aandacht te nadrukkelijk op zichzelf. Met een beetje goede wil zijn deze regels ook te lezen als een parodie op reclametaal. ‘- de plaatselijke/ krant/ biedt recreatiemogelijkheden aan tegen / gereduceerd tarief als/ spasme?/, schrijft hij in een eerder gedicht. Dat is wel geestig maar toch staat Van Lier iets te pontificaal voor de ingang van zijn gedicht.

    Het Vlissingen in Wisseling van de Wacht is geen plek om lang te blijven. Tenzij je lelijkheid omarmt als een vorm van schoonheid.  ‘Ontluistering ligt op de loer, altijd en overal’, staat er op het achterblad van Hoor. Heel af en toe is Van Liers blik de dingen welgevalliger. ‘Het uitzicht hult zich tevergeefs in deining’ en ‘Lichamen ploffen neer maar gedijen wel’, zijn voorbeelden van observaties die scherp maar onnadrukkelijk zijn geformuleerd.

    In zijn licht hermetische gedichten lijkt hij zelf het meest op zijn gemak, zoals in onderstaand gedicht waar vaag de contouren van een brakende baggermachine zichtbaar worden:

    Hier,/ op het havenhoofd, toont zich/ terdege-/ ik zeg: ‘Stoom’, hij, vanachter zijn rug:/ ‘Bagger’./ Maar twijfel niet, indien nodig/ ben ik eerste hulp,/ zijn hoofd takelt nu al/ af/ van in de verte/ immens doorgaande activiteiten/ te billijken.

    ‘Ik doe echt pogingen om mijn eigen poëzie niet te kennen’, zegt Van Lier op de vraag of hij zijn werk uit het hoofd voordraagt, ‘Ik probeer mijn gedichten altijd zo snel mogelijk weer te vergeten.’ Je eigen gedichten van de gevoelige plaat bikken, dat lijkt mij geen eenvoudige excercitie. Ik vraag me af of ik de gedichten van Wisseling van de wacht ook kan vergeten, of wellicht kan proberen ze niet te meer te kennen. Onmogelijk. Of ik wil of niet, de bundel heeft voorgoed een plek in de ‘immens doorgaande activiteiten’ van mijn brein. Ik heb dat maar te billijken.

     

    Wisseling van de Wacht

    Auteur: Peter van Lier
    i.s.m. kunstenaar Machteld van Buren
    nr. 134 in de Slibreeks van CBK Zeeland, 2011
    Prijs: € 9,00

  • Wisseling van de wacht – Peter van Lier en Machteld van Buren

    De Slibreeks is een serie kleine boekjes die de lezer – met  belangstelling voor literatuur – de kans biedt om voor een aantrekkelijke prijs, kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Centrum Beeldende Kunst Zeeland (CBKZ) geeft vier maal per jaar een boekje uit. Dit kan zijn een vertaling of een opvallend literair debuut. Voorop staat dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.

    Bekende auteurs die reeds zijn verschenen in de Slibreeks: Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen en F. van Dixhoorn.

    De redactie streeft ernaar om per jaar 2 à 3 poëzie-uitgaven te maken, een verhaal, een essay en een boekje verzorgd door een beeldend kunstenaar. De boekjes verschijnen in een oplage van 500 stuks en het uiterlijk van de deeltjes wordt steeds gekenmerkt door de medewerking van kunstenaars wat de serie zijn bijzonder karakter geeft. De afgelopen jaren zijn de boekjes vormgegeven door de Stichting Zout.

    Wisseling van de wacht is zojuist verschenen als nummer 134 van deze Slibreeks. Het is een bijzondere dichtbundel geworden met dichter Peter van Lier en beeldend kunstenaar Machteld van Buren in de rol van wachter op een precaire plaats aan het water. In deze bundel lost beeldend werk van Van Buren telkens de teksten van Van Lier af. ‘Poëzie waarin tekst en beeld elkaar nodig hebben en wezenlijk met elkaar verbonden zijn, dat is waar we naar zochten,’ aldus de dichter.

    Peter van Lier debuteerde met het filosofische essay Van absurdisme tot mystiek (1994). Daarna publiceerde hij vijf poëziebundels waarvan de laatste in 2010 verscheen onder de titel Hoor. Van Lier is als dichter spaarzaam met woorden en maakt kleine, voornamelijk  observatieve notities.

    Werk van Machteld van Buren bevindt zich o.a. in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Centraal Museum in Utrecht en het Fries Museum in Leeuwarden. Zij maakte tekeningen, schilderijen, installaties en voor Wisseling van de wacht, ook collages. Voor dit werk lieten beide kunstenaars zich nadrukkelijk inspireren door Vlissingen.
    De collages maakte Van Buren voornamelijk van oude foto’s en tekeningen met telkens een andere grafische achtergrond. Geen pagina is vergelijkbaar met een andere.

    Oordeelt u zelf. Deeltje 134 in de Slibreeks is er om uw verbeelding te kleuren, te prikkelen, te vormen of te bevrijden.

     

    Wisseling van de wacht

    Peter van Lier/Machteld van Buren
    Slibreeks nr. 134, CBK Zeeland,
    Blz.: 44
    Prijs: € 9,-

    Verkrijgbaar via de uitgever: CBK Zeeland, Balans 17, 4331 BL, Middelburg en bij de betere boekhandel.