• Het titelverhaal getuigt van een groot talent

    Het titelverhaal getuigt van een groot talent

    Schrijven over transformaties is een uitdaging voor de schrijver. Ovidius schreef met Metamorphosen wellicht de bekendste verhalenbundel met dat thema, hoewel ook Kafka zich er graag aan waagde met De gedaanteverwisseling, waarin een man in een kakkerlak verandert. Dit verhaal inspireerde weer de Ierse schrijver Ian McEwan tot het schrijven van de schitterende Brexit-parodie, The Cockroach. Interessant thema moet ook Jeroen van Kan gedacht hebben en hij schreef prompt een interessante verhalenbundel waarin het thema transformatie centraal staat. Van Kan kende zelf ook verschillende transformaties, zo was hij redacteur van de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Tirade, werkte hij jarenlang voor de VPRO-radio en presenteerde tot vorig jaar het VPRO Boeken waarna hij directeur werd van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA). In 2017 werd hij ‘ontmaskerd’ toen bleek dat hij onder het pseudoniem Wesley Abstmeyer  gedichten publiceerde. Dit leidde uiteindelijk tot de publicatie van zijn debuutbundel De wereld onleesbaar.

    Transformaties en zelfmoord

    Hoe Matt een dode vis werd is een verhalenbundel met zeven verhalen, waarbij vooral de drie langere verhalen overtuigen. Het motto van Ovidius luidt: ‘Jaag mij uit het rijk van dood en leven allebei! Gun mij een andere vorm!’ Meteen een aanduiding van de twee belangrijkste thema’s van de bundel, transformaties en zelfmoord. Van Kan was zeer geraakt door de zelfmoorden van zijn voorganger bij VPRO Boeken, Wim Brands en van schrijver Joost Zwagerman. Die gebeurtenissen lijken een spoor te hebben nagelaten, het thema dan ook prominent aanwezig in de bundel. 

    In het openingsverhaal Het delicate monster, wordt Philip Verstaggen geconfronteerd met een vergroeiing van zijn kaakbeen. Nauwgezet en tot in de details krijgt de lezer een beschrijving van het tandartsbezoek. Als blijkt dat de tandarts hem niet kan helpen, wordt hij constant doorgestuurd van kaakchirurg tot plastisch chirurg en psycholoog toe. Allen zetelen ze in het Centraal College Uitzonderlijk Medische Gevallen. Overal hoort hij hetzelfde, niemand kan hem helpen en hij moet berusten in zijn lot. Uiteindelijk is zijn misvorming van zodanige aard dat hij als wetenschappelijk onderzoeksobject gebruikt zal worden.

    Kwispelen met de ketting is aanvankelijk een warrig verhaal over schrijverschap en zelfmoord. Het verhaal wisselt voortdurend van perspectief en toont de teloorgang van een schrijverskoppel: hij een ietwat misnoegde , weinig succesvolle auteur, zij een succesvolle soapschrijfster. Als zijn tegenpool Saquelle, razendpopulaire auteur, zelfmoord pleegt, zit er voor hem maar een ding op. Hij worstelt met het leven en wil eraan ontsnappen. Uiteindelijk toont hij hoe de drang naar de dood, los van alle twijfel, overwint. De voorbereidingen en de uiteindelijke sprong van het dak sluiten het verhaal af. Dit verhaal wordt beter naarmate het einde nadert.

    De metamorfoseur

    Een interludium in de bundel is het zeer korte Neem me mee, een mysterieus interactief contact tussen een jong meisje dat met haar ouders zit te eten in een restaurant en een oudere man aan een ander tafeltje. De precieze bedoeling is onduidelijk, ook na herhaaldelijk herlezen. Van een heel andere orde is het heel leuke en bijzonder leesbare titelverhaal. Matt is een man van kleine gestalte die allerlei gedaanten kan aannemen. Gedurende zijn levensverhaal leert de lezer hoe hij ‘metamorfoseur is geworden. Hij kan in alles veranderen wat hij maar wil, maar omdat zijn ouders verdronken zijn na een schipbreuk, wil hij niet veranderen in iets wat met de zee te maken heeft. Als hij op een avond moet optreden voor de visser vakbond, slaat het noodlot toe, zoals uit de titel blijkt. In dit verhaal toont van Kan wat hij allemaal in zijn mars heeft: het is een boeiend verhaal, origineel met spanning en een mooie balans tussen gevoels uitersten. 

    Wisselende duiding

    De bundel sluit af met drie kortere verhalen waarvan vooral De doodroker blijft hangen. Daarin wordt de lezer geconfronteerd met een man die weet dat hij door te blijven roken een eind maakt aan zijn leven. Hij vindt zichzelf een experiment: wat zal er allemaal mislopen als ik blijf roken? Zijn tenen zijn  al geamputeerd, zijn benen zullen volgen. Ook een beroerte behoort tot de mogelijkheden. Dat schijnt hem allemaal niet te deren. Dood moet men toch. In het laatste verhaal In de orde van Apollo toont de auteur wat er kan gebeuren als de routine van alledag in het leven van een oude man wordt gebroken. 

    Hoe Matt een dode vis werd is een interessante verhalenbundel met wisselende kwaliteit. Waarbij het titelverhaal getuigt van een groot talent, Van Kan slaagt er moeiteloos in de lezer volledig op sleeptouw te nemen. De wat kortere verhalen ontberen een duidelijkheid die de lust tot verder lezen kan ontnemen. 

     

  • Over de romancyclus van Roger Martin du Gard

    Een verkenning van De oorlog van de Thibaults met verschillende sprekers

     

    Het heeft lang geduurd voor de achtdelige romancyclus De Thibaults van Roger Martin du Gard (1881-1958), waarmee hij in 1937 al de Nobelprijs voor de Literatuur won, in Nederland voet aan de grond kreeg . Zijn magnum opus gaat over morele en sociale ontwikkelingen van de Franse burgerij tijdens de belle époque.

    In Nederland was Maarten ’t Hart al lang bewonderaar van zijn werk. Maar sinds Uitgeverij Meulenhoff vorig jaar het eerste deel van deze romancyclus liet vertalen door Anneke Alderlieste, werd het boek door het publiek bejubeld en stond het wekenlang in de top tien. De roman beschrijft de morele en sociale ontwikkeling van de Franse burgerij tijdens de belle époque. Voor de zomer verscheen het tweede, wederom een ferm boek, en tevens laatste deel van de reeks.

    Roger Martin du Gard behoorde samen met Proust, Valéry, Gide en Claudel tot het toonaangevende literair tijdschrift Nouvelle Revue française. In 1955 werd zijn verzameld werk opgenomen in de prestigieuze Bibliothèque de la Pléiade met een voorwoord van Albert Camus, die hem ‘onze eeuwige tijdgenoot’ noemde. Mooi detail over de schrijver is dat hij een zeer teruggetrokken leven leidde. Het verhaal wil dat toen een vriend hem telefonisch op de hoogte stelde dat hij de Nobelprijs had gewonnen, hij zijn koffers pakte en ervandoor ging, uit vrees dat zijn huis belaagd zou worden door journalisten.

    Sprekers zijn onder meer: Michel Krielaars (NRC Handelsblad), Marjolijn van Heemstra (schrijver, theatermaker), Matin van Veldhuizen (theatermaker, schrijver, regisseur), Marijke Schermer (schrijver, theatermaker),  Cas Enklaar (acteur), Remco Melles (acteur), Anneke Alderlieste (vertaler), en Morgana Machado Marques (video artist).

    Moderator van de avond is Jasper Henderson.

    Aanvang: 20:00 uur
    Locatie: Tolhuistuin (Tuinzaal)
    Reserveren: Tickets

  • Melkweg Theater en SLAA presenteren 5kwarts: 'Go to sleep little baby' met Nyk de Vries

    Agenda

    De SLAA en het Melkweg Theater slaan wederom een 5kwartsmaat. Een ongebruikelijke maatsoort, die leidt tot ongebruikelijke programma’s waarin telkens een schrijver de hoofdrol speelt in zijn eigen compositie van tekst, beeld en geluid. Want hoe mooi voorlezen ook kan zijn, er valt tegenwoordig dankzij alle media en de hechte onderlinge, genre overschrijdende artistieke verwantschappen tussen schrijvers en andere artiesten, veel meer te zien op een podium. Eerder waren Ivo Victoria en Rob Waumans te gast, Maartje Wortel, Marjolijn van Heemstra en Alfred Schaffer.

    Deze editie is het de beurt aan Nyk de Vries, maker van ultrakorte absurde verhalen gebundeld in De dingen gebeuren omdat ze rijmen en Motorman. Hij is schrijver en muzikant en waagt het op deze avond, met zijn gasten, de stap over de genregrens te zetten. De titel van de avond, Go to sleep little baby, geeft daarbij een aanzet. Deze wekt namelijk al verschillende associaties op zoals slaap, warmte, geborgenheid maar ook betutteling. Samen met zangeressen Stephanie Hamel en Eefje de Visser, kunstenaar en radiomaker Bente Hamel, filmmaker Jan Pieter Tuinstra en muzikant awkward i,  zoekt Nyk de Vries de grenzen van zijn kunstenaarschap op.

     

    Wanneer: Dinsdag 26 februari 2012,
    Waar: Melkweg Theater, Amsterdam
    Tijd: 20.30 uur

     

  • De magie van Murakami

    De Japanse schrijver Haruki Murakami (1949) wordt door miljoenen lezers bewonderd. Tim Krabbé is een van hen. Krabbé bekende in ‘De wereld draait door’ alle boeken van Murakami inmiddels twee keer gelezen te hebben. Wat is de magie van Murakami? Zijn werk staat ver af van het exotisme van bamboe en kersenbloesem, van kimono’s en geisha’s. Dit is het Japan van de grote kantoren, van het harde werken, ook ’s nachts, van conformisme en eenzaamheid, van de ochtend afwachten in parken en nachtrestaurants. Zijn personages zijn vaak dolende zielen, neergezet in filmische decors, met muziek als constante factor. Murakami is duidelijk beïnvloed door het westen. Ivo Smits – groot kenner van Japan ? onderzoekt welke plaats Murakami in de Japanse literaire traditie inneemt. Thomas van Aalten, Saskia de Coster, Herman Koch en Christine Otten getuigen van hun fascinatie voor Murakami. Auke Hulst heeft een publicatie van Murakami als inspiratiebron gebruikt voor een muzikale bijdrage. Ivo Smits gaat met drie Murakamianen rond de tafel zitten om de magie van Murakami te achterhalen: Lisa Doeland, Herman Koch en Christine Otten.

    Dinsdag 28 oktober, 20.00, in de Balie, Amsterdam.

    Informatie over de deelnemers: www.slaa.nl.

    Bekijk ook vooral: http://www.murakami.nl/

  • Oerboek: Mensje van Keulen bij de SLAA

    Het eerste boek van een schrijver komt voor het lezerspubliek meestal uit de lucht vallen. Heeft de schrijver blanco papier voor zich neergelegd en is hij daarop zijn eerste roman gaan schrijven? Dat is een rooskleurige voorstelling van zaken. Talloze schrijvers beschikken over een ongepubliceerd manuscript waaruit het debuut of zelfs het hele oeuvre is voortgekomen: het oerboek.

    In de vroegste verhalen van Mensje van Keulen zijn al sporen van haar latere werk en stijl te vinden, dat gekenmerkt wordt door een rauw, onopgesmukt realisme. In De schriften wachten (uitgeverij Atlas, 2008) worden drie van deze vroege verhalen voor het eerst in boekvorm gepubliceerd. Daarnaast is haar debuut Bleekers zomer (1972) opgenomen. Mensje van Keulen blikt, ook aan de hand van beeldmateriaal, terug op de ontwikkeling van haar schrijverschap.

    Een oerboek kan uit alle mogelijke materiaal bestaan. Mirjam Rotenstreich, mederedacteur van de reeks Oerboek, geeft tekst en uitleg over ‘de glanzende kiemcel’. Wanda Reisel, Helga Ruebsamen en Jan Siebelink vertellen hoe hun oerteksten eruit zien en lezen er (misschien) fragmenten uit voor.

    Tot besluit praat Maarten ’t Hart met Mensje van Keulen over haar oerboek De schriften wachten.
    Zondag 26 oktober, 15.00, in de Balie, Amsterdam.

    Informatie over de deelnemers: www.slaa.nl.