• Moord op een huisgenoot

    Moord op een huisgenoot

    De 26 jarige Frances Wray woont met haar moeder in een grote villa in een deftige wijk van Zuid-Londen, Champion Hill. We schrijven 1922: de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog zijn in de stad voelbaar, net als in het leven van Frances. Haar twee broers zijn gesneuveld, haar vader was voor de oorlog al overleden. Frances is lesbisch, heeft een relatie met Christina gehad, die nu met een andere vriendin elders in Londen woont. De verhouding is door toedoen van Frances’ moeder beëindigd. Frances zoekt Christina, Chrissy, nog geregeld op omdat zij de enige persoon is met wie zij kan praten. In de twintiger jaren waren lesbische relaties taboe, ze werden niet alleen maatschappelijk veroordeeld, er werd ook niet over gesproken, hoogstens indirect. Met haar moeder heeft Frances een moeizame relatie: ze zorgt voor haar, doet het huishouden, gaat iedere woensdagmiddag met haar naar de film, maar heeft eigenlijk geen contact met haar.

    Frances en haar moeder wonen op stand, willen dat zo houden en zijn daardoor gedwongen huurders in huis te nemen om de rekeningen te kunnen betalen.De nieuwe huurders zijn een jong echtpaar, Lilian en Leonard Barber. Hij werkt bij een verzekeringsmaatschappij.
    In het begin moet iedereen aan de situatie wennen, ook al omdat het jonge echtpaar van lagere komaf is dan Frances en haar moeder. Maar gaandeweg raken ze gewend aan elkaar, worden de huurders huisgenoten en krijgen Frances en Lilian een verhouding. Deze geheime verhouding wordt uitvoerig beschreven; het feit dat ze hevig naar elkaar verlangen maar altijd rekening moeten houden met de aanwezigheid van Frances’ moeder en Lilians man brengt een broeierige sfeer in het huis teweeg. De ontlading volgt wanneer er een moord wordt gepleegd.

    Hierna begint het verhaal steeds meer thrillerachtige trekken te vertonen. Je wordt meegesleept in de gebeurtenissen, die met groot gevoel voor detail en sfeer worden beschreven. Sarah Waters weet het leven in Londen zo vlak na de Eerste Wereldoorlog treffend te beschrijven.
    Het knappe is dat ook na de moord de spanningsboog die Sarah Waters heeft opgebouwd niet knapt: het blijft boeien en dat komt vooral doordat zij de beschrijving van het politieonderzoek spannend weet te houden. Door dit deel van het verhaal heen weet Waters fijntjes de lesbische relatie van Frances en Lilian te weven waardoor lange tijd onduidelijk blijft wat het uiteindelijke resultaat van dat politieonderzoek zal zijn. De maatschappelijke waardering van lesbische relaties speelt een belangrijke rol in het verhaal, dat eindigt in de rechtbank. Meer kan daarover niet worden gezegd zonder de plot te verraden.

    Dit is de zesde roman van de uit Wales afkomstige schrijfster Sarah Waters (1966). Het boek is tot stand gekomen vanuit haar belangstelling voor een aantal bekende moordzaken in Engeland begin van de twintigste eeuw. Ze heeft er 5 jaar aan gewerkt en er veel historisch onderzoek voor gedaan.

    Het boek is dik maar lijdt daar niet onder, wat onder meer komt doordat de uitgebreide uitweidingen in het verhaal niet ten koste gaan van de spanning. De schrijfster weet je te boeien tot het eind. Ook de situering van het verhaal in het Engeland van de jaren twintig, geeft de loop der gebeurtenissen diepgang en draagt bij aan het begrijpen ervan. Het is met name deze verwevenheid die de schrijfster erg knap heeft weten te verwoorden en die het lezen van dit boek tot een groot plezier maakt.

     

     

  • Het martelaarschap van strijders voor een andere wereld

    Het martelaarschap van strijders voor een andere wereld

    John Jude Parish is net achttien geworden in augustus 2000. Hij woont in Washington DC en houdt van skaten, surfen en wil het soefisme bestuderen. Zijn vader is advocaat, zijn moeder heeft psychotherapie gestudeerd, maar is vooral politiek actief. Volgens zijn vriendin Katie heeft hij fantastische ouders en in die augustusmaand ligt de wereld voor hem open. Na een surfwedstrijd is er nog een feest met vrienden en vriendinnen. John gaat even skaten en wordt aangereden door een automobilist. In het ziekenhuis, arm en been in het gips, wordt hij wakker met een hersenschudding. Tijdens zijn korte verblijf in het ziekenhuis maakt hij een 10-weken plan, maakt een lijst met boektitels, waarbij onder andere de Koran en werk van Kierkegaard. Ook besluit hij Arabische literatuur te gaan studeren.

    Via Internet leert hij Noor Bint-Khan kennen, hij mailt met haar over zijn plannen. Noor studeert literatuurwetenschap en werkt als serveerster in een oosters eethuisje. Zij noemt hem in een mailtje van 23 augustus een Sharia school in Brooklyn, waar klassiek Arabisch wordt gegeven. John neemt contact op met die opleiding en twee dagen later heeft hij al een uitnodiging om te komen kennismaken. Het is nog steeds augustus. Binnen drie weken is John al van zijn oorspronkelijke koers geraakt, studeren aan de Brown University, en gaat hij helemaal op in zijn nieuwe plannen. In september begint zijn opleiding. Met zijn moeder heeft hij woonruimte gezocht in Brooklyn en gaat hij eten in het eethuisje van Noor, die hij dan persoonlijk leert kennen. Vervolgens hebben zij zo regelmatig contact, dat het lijkt of zij elkaar al jaren kennen. Binnen twee weken nodigt Noor hem uit bij haar thuis te komen eten, haar moeder en broertje zijn er ook. Een moslimmeisje, die een vreemde Amerikaanse jongen thuis uitnodigt?

    Erbij willen horen

    Op school leert John Khaled kennen, diens moeder komt uit Pakistan. Hij vertelt dat hij Arabisch studeert om later in Pakistan te gaan studeren. De leraren en een aantal leerlingen zijn in het wit gekleed en John wil erbij horen, begin oktober bestelt hij ook een witte broek en een wit hemd. Zijn klasgenoten reageren niet allemaal enthousiast, zij beschouwen hem als een toerist op hun school. Noor vindt dat John wel hard van stapel loopt, met zijn studie, het dragen van de kleding, de discussies die hij met zijn omgeving voert. Tussendoor heeft hij ook fysiotherapie en gaat langzaamaan weer zelfstandig lopen. In die tijd heeft hij alleen mailcontact met zijn vroegere skate- en surfvriendinnen.

    John wordt moslim en wanneer zijn schoolvriend Khaled hem uitnodigt mee naar Pakistan te gaan, besluit hij direct om dit te doen. Het is mei 2001. Daar beleeft hij allerlei avonturen in de bergen, met groepen strijders en komt terecht bij de Taliban. Op een gegeven moment is hij verdwenen. In de Verenigde Staten zijn zijn ouders totaal ontredderd, wanneer zij op geen enkele wijze meer contact met hem kunnen krijgen. Via al zijn mailvrienden proberen zij te achterhalen, wat er gebeurd is, maar niemand kan informatie geven. In december lezen zij in de Herald Tribune een artikel over een American Taliban, ofwel een Amerikaanse student die zich bij de Taliban heeft aangesloten. Het betreft John Walker Lindh, gevonden en gearresteerd door de FBI. Zijn ouders weten niet wat zij moeten doen, proberen contact te krijgen met deze jonge man, maar dit lukt op geen enkele wijze. In mei 2002 is er geen enkel spoor van hun zoon John Jude.

    Oorspronkelijke titel American Taliban

    Pearl Abraham heeft deze roman gebaseerd op het verhaal van John W. Lindh, zij heeft onderzocht hoe het komt, dat (jonge) mensen helemaal op kunnen gaan in een totaal vreemde wereld, zij heeft zich verdiept in het soefisme en in martelaarschap van strijders voor een andere wereld. De oorspronkelijke titel American Taliban geeft beter aan waar deze roman over gaat, om de Nederlandse titel te begrijpen, moet je het laatste hoofdstuk goed lezen. In dit boek gaat het naar mijn smaak allemaal een beetje te snel. John is enthousiast, maar toch kreeg ik geen zicht op zijn echte beweegredenen om Arabisch te studeren, om moslim te worden. Het thema van dit boek is interessant, de uitwerking is wat oppervlakkig.