• Ontvoerd in Irak

    Ontvoerd in Irak

    Sherko Fatah is in 1964 geboren, in voormalig Oost-Berlijn, uit een Duitse moeder en een Irakese vader. In 1975 emigreerde het gezin naar West-Duitsland. Dit is Fatah’s derde roman die in het Nederlands is vertaald. Evenals zijn vorige boeken speelt ook dit verhaal in het Midden-Oosten.

    Wanneer de Duitse avonturier en verzamelaar Albert en zijn Irakese tolk Osama, op reis door het Noorden van Irak, even hun terreinwagen parkeren om te pauzeren, worden ze binnen enkele minuten met een zak over hun hoofd in een andere auto geduwd. Vanaf dat moment neemt hun leven een andere wending: ze zijn nu geld waard, worden ‘doorverkocht’ aan andere groeperingen en worden op steeds andere plekken in het land vastgehouden. Ze worden gezien als ‘indringers’, ‘kruisvaarders’, ‘Amerikanen’ en ‘ketters die het ware geloof onteren’.

    Albert en Osama
    In het boek staat de relatie tussen Albert en Osama centraal en dan vooral hoe die zich ontwikkelt in het verloop van hun ontvoering. Het zijn geen vrienden, eerder lotgenoten die proberen vrienden te worden. Albert gaat nogal doelloos door het leven. Waarom hij precies in Irak is, wat hij daar doet, blijft lange tijd onduidelijk en wordt eigenlijk nooit helemaal duidelijk. Ergens in het boek wordt gezegd dat hij zijn reis te danken heeft aan een journalistenvereniging die hem een beurs heeft gegeven voor een reportage over museumplunderingen in het land. Maar op een gegeven moment blijkt hij een archeologische verzamelaar te zijn, die cultuurschatten wil beschermen en behoeden voor vernieling. Zijn tolk Osama heeft contacten met musea, kent daar mensen en probeert Albert te helpen met dat werk.
    Osama is een Irakees, spreekt de taal van de ontvoerders, reist veel met buitenlanders door Irak en heeft daardoor veel contacten.

    Verschillen in waarneming
    Vanuit hun verschillende culturele achtergronden nemen Albert en Osama niet hetzelfde waar; dat komt onder meer doordat Albert is opgegroeid in het Westen, in Duitsland, en zich een vreemde voelt in Irak, het land waar Osama zich thuis voelt. Hoewel de meeste Irakezen de Amerikanen, Engelsen en andere ‘indringers’ haten, geldt dat niet voor Osama. Hij werkt met hen samen, maar Irakezen die met buitenlanders samenwerken worden al snel van verraad beschuldigd, zo ook Osama. Dat maakt zijn positie moeilijk: sommige Irakezen wantrouwen hem maar hij heeft ook vrienden en connecties die hem gunstig gezind zijn. Albert heeft daar niet veel oog voor en hoopt toch vooral dat Osama hem kan redden uit handen van hun ontvoerders.

    De relatie tussen Albert en Osama wordt breed uitgemeten; ze wisselen herinneringen uit tijdens hun gevangenschap, maar komen niet dichter bij elkaar. ‘Ik weet niet wie je bent’ zegt Osama tegen Albert en dat geldt omgekeerd eigenlijk ook.

    Vrienden of lotgenoten?
    Intrigerend in de relatie tussen Albert en Osama is de vraag waarom het niet lukt om vrienden te worden. Het zijn de vele verschillen in cultureel opzicht die hun vriendschap in de weg staan. Je zou mogen verwachten dat gezien de bijzondere omstandigheden waarin de mannen terecht zijn gekomen, hun band hechter zou worden. Dat gebeurt evenwel niet omdat beiden de diverse gebeurtenissen die ze meemaken verschillend waarnemen en interpreteren. Cruciaal in dat verband is hun ontsnapping: ze zijn het eens geworden over het juiste moment, maar eenmaal ontsnapt gaat ieder zijns weegs. Osama komt dan een oude vriend tegen die hem wil helpen onder de voorwaarde dat hij zich niet om de Duitser bekommert. Osama weigert en gaat terug naar Albert omdat hij begaan is met hem. Niettemin lukt het ook dan niet om dichter tot elkaar te komen.

    Dit breed uitgesponnen verhaal kan maar tot op zekere hoogte boeien. Dat komt omdat er veel beschreven wordt dat wel met de ontvoering te maken heeft, maar geen betekenis heeft voor de relatie tussen Albert en Osama. Zo is er relatief veel aandacht voor de ontberingen die de ontvoerden lijden, voor de plekken waar ze worden vastgehouden, voor hun transport naar weer een andere plek, voor de mogelijkheden om al dan niet te vluchten. In verhouding tot het centrale thema van het boek, de verschillen in perceptie tussen Albert en Osama en het verloop van hun vriendschap, is die verhouding onevenwichtig. Dat is jammer.

     

  • Literaire avonturenroman met een scherp randje

    Literaire avonturenroman met een scherp randje

    Door Niels Nijborg

    Onlangs verscheen bij uitgeverij Cossee het laatste boek van Sherko Fatah De dief van Bagdad (Ein weisses Land). Eerder werd We gaan als het donker wordt (Das dunkle Schiff) uitgegeven. De vermelding van dit boek in 2008 op de shortlist van de Deutsche Buchpreis veroorzaakte Fatahs internationale doorbraak. De schrijver groeide op in Oost-Duitsland en vertrok later naar West-Berlijn, waar hij nog steeds woont. Hij is de zoon van een Koerdische vader en een Duitse moeder. Een Duitse schrijver die al in meerdere boeken voor een decor in het Midden-Oosten koos. De dief van Bagdad is een Bildungsroman (en een zoektocht naar moraal) waarin de avonturen worden verteld van een Iraanse straatjongen die vooruit wil komen in de wereld. Het resultaat is een fascinerende roman die je na de laatste bladzijde laat zitten met een aantal knagende vragen.

    De hoofdfiguur in De dief van Bagdad is Anwar. Als straatjongen in Bagdad in de jaren dertig van de vorige eeuw komt hij in contact met een rijke Joodse familie. Via de zoon van de familie maakt hij kennis met het communisme en via de dochter maakt hij kennis met de liefde. Maar Anwar wil meer. Hij streeft ernaar opgenomen te worden in de kringen van de rijken en machtigen. Hij ontmoet de roverhoofdman Malik van wie hij het inbrekersvak leert. Nu is hij in staat om de huizen van de rijken te betreden zonder opgemerkt te worden, maar dit vervult niet zijn verlangen om als gelijkwaardige te worden beschouwd. Dat is zijn doel. En niets is belangrijker voor hem dan dat.

    Ondertussen schildert Fatah een prachtig beeld van Bagdad in de jaren dertig. Een overvloed aan details brengen de stad tot leven voor de lezer. Hier beginnen de avonturen van Anwar. Anwar gaat op reis, zijn leven staat regelmatig op het spel en uiteindelijk komt hij weer thuis, de klassieke verhaallijn van een avonturenroman. In die zin is de titel niet slecht gekozen door de vertaalster. Net als de held uit 1001 nacht gaat ook Anwar op avontuur.

    Voordat hij vertrekt raakt hij betrokken bij verschillende complotten in Bagdad. Hij speelt een rol bij een aantal historische gebeurtenissen, maar begrijpt noch het belang, noch de consequenties ervan. Bagdad in de jaren dertig is een broeinest van politieke intriges en Anwar bevindt zich in het middelpunt. Hij spioneert voor zowel Malik de dief, als voor de nationalistische militair Nidal, als voor de Joodse communisten. Irak had na de Eerste Wereldoorlog een zekere mate van zelfstandigheid, maar feitelijk hielden de Engelsen, na het aflopen van hun mandaat in 1921, nog een dikke vinger in de pap vanwege de olie. Uiteindelijk leidt dit tot een staatsgreep in 1941 van nationalistische militairen met steun van Duitsland en de Grootmoefti van Jeruzalem. In Bagdad wordt een groot deel van de Joodse bevolking vermoord tijdens de coup. De Joodse bevolking had zich verbonden aan de Engelsen omdat zij op die manier een eigen land hoopten te verwerven. Het Arabische antisemitisme is in tegenstelling tot het Europese antisemitisme grotendeels gebaseerd op een territoriaal conflict met de Joodse bevolking. Anwar begrijpt niet dat hij medeverantwoordelijk is voor de problemen van zijn Joodse vrienden, dat zijn keuzes politieke en sociale consequenties hebben. Het enige doel dat hij heeft, is vooruitkomen in de wereld. Fatahs hoofdfiguur heeft geen moreel kompas omdat hij nooit heeft geleerd dat zijn acties gevolgen kunnen hebben voor anderen. De keuzes die Anwar maakt, maakt hij niet uit kwaadaardigheid. Hij heeft ook niet door dat hij zich door anderen laat gebruiken. Anwar komt op de lezer over als een sympathieke, naïeve hoofdpersoon.

    De opstand in Bagdad wordt onderdrukt door de Engelsen. Anwar vertrekt in het gevolg van de Grootmoefti van Jeruzalem naar Duitsland. Deze Grootmoefti is een figuur die werkelijk heeft bestaan. Een virulente Jodenhater die door de Duitsers gretig werd ingezet voor propagandadoeleinden. Later speelde hij een belangrijke rol in het mogelijk maken van een legioen bestaande uit Moslims dat onder andere aan het oostfront heeft gevochten. De historische figuren en gebeurtenissen uit het boek zijn door Fatah uit en te na onderzocht om ervoor te zorgen dat zijn verzonnen hoofdfiguur zo goed mogelijk is ingebed in de waarheid. Uiteindelijk is het avontuur van de verzonnen figuur Anwar net zo ongelofelijk als van vele historische personages uit die tijd. Door zijn verhaal ‘Erdung’ te geven, een historisch verantwoorde achtergrond, zoals Fatah vertelt in een uitzending van De Avonden van de VPRO (17 oktober 2012), wordt Anwar geloofwaardig. Het levert in ieder geval prachtige scènes op, zoals die waarin de hotelgasten onverstoorbaar doorgaan met hun gesprekken in de schuilkelder van het luxehotel tijdens een luchtaanval op Berlijn.

    Als Anwar wordt ingezet als soldaat aan het oostfront wordt het voor de lezer steeds moeilijker om hem zijn naïviteit te vergeven. Enerzijds doet hij wat nodig is om te overleven, maar anderzijds zijn de dingen die hij doet wreed en genadeloos. In een oorlogssituatie is het normaal dat ethiek en moraal naar de achtergrond verschuiven, eigenlijk de normale houding van Anwar. Vanaf het begin van het boek krijgen de daden, de keuzes van Anwar steeds vergaander consequenties. In een oorlog vecht je voor je leven, maar kan je het iemand vergeven dat hij in vredestijd zonder moraal functioneert? Bij nader inzien bekruipt de lezer het gevoel dat Anwar toch minder sympathiek is dan eerst gedacht. De gevolgen van zijn naïviteit zijn te wreed, te erg.
    Bij Anwars terugkeer in Bagdad, weten we dat we te maken hebben met meer dan een avonturenroman. De auteur heeft ons begeleid tijdens een zoektocht naar moraal, de Bildung van een persoon. De vraag is of dit ook duidelijk is voor Anwar. Anwar is te allen tijden een overlever en vertelt ons zonder het zelf te weten iets over moraal in woelige tijden. Hoe verder we komen in het boek, hoe ongemakkelijker we ons gaan voelen over zijn daden en keuzes. En misschien, aan het eind van het boek, voelt Anwar dat zelf ook.