• Miskend talent

    Miskend talent

    Dat De blinde uil van Sadegh Hedayat een (Perzisch) meesterwerk is, heeft niet iedereen tijdens het lezen onmiddellijk in de gaten. Sommige lezers geloven domweg niet wat ze lezen (of kunnen zich er niets bij voorstellen), andere vinden het verhaal te zwart en zwaarmoedig om ervan te genieten.
    Lezers die na eerste lezing nog niet doorhebben hoe bijzonder De blinde uil is, doen er goed aan de roman nog een keer, maar dan horizontaal, te lezen. Horizontaal lezen, kent u die uitdrukking niet? Wie een roman horizontaal leest, betrekt het leven van de schrijver, de rest van zijn oeuvre, maar ook schrijvers door wie de auteur beïnvloed is en schrijvers die door een auteur beïnvloed zijn bij het lezen van de roman. Door die brede context begint een lezer beter te begrijpen wat hij leest en wint een werk aan betekenis.

    Ook Alexander Reeuwijk – Schwob*-ambassadeur van De blinde uil – had na zijn eerste kennismaking met de roman van Sadegh Hedayat behoefte aan duiding, vertelde hij voor aanvang van de screening van Naked Solitude: A View of the Life of Sadegh Hedayat. Na het boek al horizontaal te hebben herlezen, hoopte hij het na het zien van de documentaire nog beter te begrijpen en op waarde te kunnen schatten. Waarop hij plaatsnam om samen met de aanwezige anderen naar Naked Solitude te kijken.

    Na de screening volgde een Q&A met de regisseur en daarna had niemand het meer over De blinde uil. Het ging alleen nog maar over regisseur Moslem Mansouri en de manier waarop hij de beeldvorming over Sadegh Hedayat  positief probeert te beïnvloeden. Alles in Naked Solitude staat in het teken van het oppoetsen van het imago van de schrijver die volgens Mansouri ten onrechte te boek staat als ‘suïcidaal, depressieve pessimist en vrouwenhater’.
    Mansouri verzamelde uitspraken van Hedayat en knipte en plakte die woorden tot een script. Vervolgens legde hij die voor een buitenstaander niet tot Hedayat herleidbare tekst in de monden van acteurs die doen alsof ze autoriteiten zijn die met veel kennis van zaken over de schrijver en zijn werk spreken.

    Tot er vragen gesteld konden worden, dacht ik dat ik naar een documentaire had gekeken, en vond ik Mansouri’s  cinematografische oplossing om het ontbreken van bewegend beeld van Hedayat te compenseren op zijn minst interessant.
    Nu ik weet dat Naked Solitude van begin tot eind gescript is, voel ik me bekocht en begrijp ik waarom er in de film geen enkele kritische vraag gesteld wordt.

    Van Sadegh Hedayat wordt wel gezegd dat hij zich vereenzelvigde met Franz Kafka, wiens werk hij in het Farsi vertaalde. Na het vraaggesprek met de niet bijzonder toeschietelijke Mansouri kan ik me niet meer aan de indruk onttrekken dat Naked Solitude: A View of the Life of Sadegh Hedayat vooral een verkapt zelfportret is van een regisseur die al achttien jaar in ballingschap leeft en zich misschien daarom steeds meer is gaan vereenzelvigen met het miskende talent dat Sadegh Hedayat volgens hem is.

    Om te weten of dat waar is, zit er niets anders op dan deze pseudo-documentaire nog een keer – en dan horizontaal – te bekijken.

     

     

    * Schwob: de campagne van het Nederlands Letterenfonds die ‘de beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur’ onder de aandacht van Nederlandse lezers brengt.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

  • Tegendraadse schrijfster

    Tegendraadse schrijfster

    Het is altijd verrassend wat er in een boek verborgen kan zitten en dan bedoel ik niet tekstueel inhoudelijk maar aan briefjes, aantekeningen, een foto of de bon van aankoop. Zo dwarrelde er laatst uit een deeltje van de serie Literair Moment Josepha Mendels, een losse (dubbele) bladzijde (blz 77 t/m 80) afkomstig uit een klein formaat boekje. Van zo’n soort boekje herinner ik me niets, ook het stukje herken ik niet. Het is getiteld Een zachte septemberochtend door Josepha Mendels, ondertekend met een (gedrukte) handtekening van haar zelf. Ze beschrijft op de haar ludieke wijze en hier en daar een tikje zwaar aangezet, wat er gebeurde nadat bekend was geworden dat zij in 1986 de (eerste) Anna Bijnsprijs kreeg toegekend. Haar romans en verhalen werden herdrukt, als eerste haar debuutroman Rolien en Ralien (1947).

    Ze woonde in Parijs maar was ten tijde van de bekendmaking in Nederland op bezoek bij haar zoon die voor de tweede keer vader was geworden. ‘Ik wilde terug naar Parijs maar toen ik mezelf de hele dag tegenkwam op affiches naast stapels van mijn boeken in de vitrines van de boekhandels, bleef ik toch.’ Een boekhandelaar vertelde haar trots: ‘Alles uitverkocht. (…) Hij vroeg nog waarom ik zo stom geweest was om zonder verzet in de vergetelheid te verdwijnen.’ Waarop haar antwoord was: ‘Ik loop geen uitgever achterna.’

    Ik moest denken aan Deventer en Josepha Mendels. Van 1916 tot 1920 woonde ze daar om, zoals ze zelf zei: ‘Het leren te leren’. Haar romans leken bestemd voor alle vrouwen voor wie het huwelijk een benauwend instituut was. Voor de vrouwen die in hun leven gevangen zaten, creëerde zij een vluchtweg, liet ze van huis weglopen, niet om een nieuwe liefde maar om zichzelf.
    Ze was vierentachtig toen ze als schrijfster erkend werd en door vele literaire salons werd uitgenodigd. Ook in Deventer maakte ze haar opwachting samen met haar vriendin en huisgenoot Berthe Edersheim. Na vijfenzestig jaar zag ze Deventer terug dat volgens haar weinig veranderd was. Ze was er op uitnodiging van Literair café Bouwkunde. Op vrijdag 29 mei 1987, weet ik uit mijn dagboek, waarin ik tot mijn spijt enkel schreef: ‘Naar literair café Josepha Mendels geweest.’

    Toch herinner ik me nog hoe Josepha Mendels het podium beklom en Berthe zich op de voorste rij op een stoel zette vanwaar ze  gedurende het interview de hiaten in Josepha’s geheugen aanvulde. Mendels vertelde dat er nooit zoveel belangstelling was geweest voor haar boeken. Dat ze ooit zelf de laatste eerste drukken van haar debuut bij De Slegte opkocht omdat ze ‘zo’n medelijden met ze had’.
    Die vrijdag was ze met de pont naar de overkant van de IJssel gevaren, waar de stadsfotograaf haar portretteerde met het stadsgezicht van Deventer op de achtergrond. Deze foto kwam op het voorplat van het deeltje Literair Moment Josepha Mendels terecht.
    Dat Rolien en Ralien door Schwob die, ‘De beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur’ onder de aandacht brengt, werd terug gehaald, is een eerbetoon aan een schrijfster die alleen om haar tegendraadsheid al een prijs verdiende.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

  • Blanco in ‘De jaren’ beginnen

    Blanco in ‘De jaren’ beginnen

    Dat de tijd verstrijkt, is in The Years (1937) van Virginia Woolf essentieel en wordt door de hoofdstuktitels – 1880, 1891, 1907, 1908, 1910, 1911, 1913, 1914, 1917, Present Day – onderstreept. Dat met het verstrijken van de tijd zeden en gewoonten veranderen, ligt voor de hand. Dat niet iedereen in dezelfde mate kon profiteren van de verworvenheden van die voortschrijdende tijd was Virginia Woolf een doorn in het oog, maar in The Years laat ze dat alleen tussen de regels door blijken. Hoe uitgesproken Virginia Woolf ook was, in The Years kaart zij kwesties – ‘sex, education, life &c’- heel subtiel aan. De seizoenen komen en gaan; het regent in verschillende gradaties (of niet) en ondertussen nemen de levens van de leden van de familie Pargiter hun loop. Sommigen kunnen kiezen, anderen ondergaan hun lot.

    Tachtig jaar heeft The Years op een Nederlandse vertaling moeten wachten. Professionele lezers verklaarden vervolgens dat De jaren nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Liefhebbers van Virginia Woolf laafden zich aan de vertaling van Barbara de Lange. Wie niet stond te popelen, werd door Schwob verleid tot het lezen van een ‘herontdekking’. Degenen die een stok achter de deur nodig hebben, konden er voor kiezen het boek in groepsverband te lezen en te ontleden.

    Ik las De jaren op eigen kracht, en vond het vervolgens nogal wat om er na zoveel jaar publiekelijk iets van te vinden. Er is inmiddels zoveel gezegd en geschreven over The Years en het verwante essay Three Guineas (1938), dat al in 1980 in vertaling verscheen – samen hadden ze een novel-essay moeten worden: The Pargiters, maar Virginia Woolf slaagde niet in haar opzet – dat doen alsof dit een net verschenen boek betreft en er vervolgens ‘gewoon’ een recensie over schrijven eigenlijk geen optie is.

    In mijn omzwervingen op zoek naar een antwoord op de vraag ‘in welke vorm dan wel?’ bezocht ik vorige week een bijeenkomst van De leesclub van alles. Daar werd nog maar weer eens benadrukt dat het leven en het werk van een schrijver twee verschillende dingen zijn. Dat je een roman dus eigenlijk volkomen los moet zien van dat leven en je ook niets van de schrijversintentie aan moet trekken (ondanks alles wat Tim Parks in De roman als overlevingsstrategie: een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer beweert).
    Terwijl er die avond ook met grote stelligheid beweerd werd dat kennis de waardering voor een roman beïnvloedt. Wat volgens de moderator van dienst absoluut geweten moet worden om ten volle van De jaren te kunnen genieten: de structuur van de roman; de manier van denken en schrijven van Virginia Woolf en de wordingsgeschiedenis van De jaren.  

    Stel dat je dat allemaal niet weet. Dat je nog nooit van Virginia Woolf gehoord hebt – ik geef toe, dat lijkt me stug – en De jaren cadeau hebt gekregen omdat je van dikke boeken houdt. Wat voor roman lees je dan? En wat vind je daar dan van?
    Zo blanco zou je De jaren moeten kunnen lezen.

     


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.