• Oogst week 46 -2023

    Kukuruznik

    Na het overlijden van haar ouders vindt de joodse Noa in de nalatenschap van haar vader allerlei documentatie over vrouwelijke ‘aviatrices’. Ze heeft geen idee waar de obsessie van haar vader met deze vliegeniersters vandaan kwam en gaat op onderzoek uit. Noa is een kluizenaarster, woont in een kruip-door-sluip-doorhuis op de Wallen, en is mensenschuw omdat ze is opgevoed door getraumatiseerde ouders die na de Tweede Wereldoorlog bang waren voor anderen en de buitenwereld. Spreken deden Noa en haar ouders vooral via de muziek. Muziek speelt daarom ook een belangrijke rol in deze roman.

    Bij toeval stuitte schrijfster Saskia Goldschmidt op een bericht uit 1938 over een vliegenierster. Het bleef haar bij, en stond aan de basis van deze roman waarin talloze geschiedenissen van vrouwelijke piloten de revue passeren.

    In een interview met Opium vertelt Goldschmidt dat ze met deze roman niet alleen de rol van vrouwen in de geschiedenis zichtbaar wil maken, maar ook aandacht wil vragen voor de moed van deze vrouwen om anders te durven zijn dan van hen verwacht werd. Die moed noemt ze inspirerend.

    In Kukuruznik verweeft Goldschmidt Noa’s familieverhaal over een oorlogstrauma met tal van geschiedenissen van bijzondere en moedige pilotes, van o.a. de Kukuruzniks, kleine, lichte vliegtuigjes die de Russen gebruikten om de Duitsers te bombardeerden en die vooral door vrouwen werden gevlogen.

    Noa vraagt zich af waarom haar vader haar deze verhalen zo bewust heeft nagelaten. Daar komt ze langzaam maar zeker achter.

    Saskia Goldschmidt (1954) schreef eerder o.a. De hormoonfabriek en De voddenkoningin.

    Kukuruznik
    Auteur: Saskia Goldschmidt
    Uitgeverij: Uitgeverij Meulenhoff

    Dagen van glas

    Bij uitgeverij Cossee is onlangs de nieuwe roman van Eva Meijer verschenen, Dagen van glas.
    Eva Meijer (1980) is veelzijdig, zij deed het conservatorium in Den Haag, wijsbegeerte in Amsterdam, schreef romans, novellen, essays en gedichten. In 2017 ontving ze de Halewijnprijs voor haar oeuvre, een prijs op basis van de onweerstaanbaarheid van het gepubliceerde werk. Haar werk is in meer dan twintig talen vertaald en werd meermaals genomineerd voor literaire prijzen of won deze.
    Meijer is daarnaast ook politiek actief, en ook als muzikant, kunstenaar en columnist.

    In Dagen van glas gaat het volgens de flaptekst ‘over de kernvraag van ons bestaan: wat betekent het om goed te leven? Hoe moet je je eigen bestaan betekenis geven, en wat houdt het in om goed samen te leven met anderen?’

    Ook hier op Literair Nederland aandacht voor diverse boeken van Meijer. Thomas van Houwelingen bijvoorbeeld, schrijft over Voorwaats: ‘Meijer slaagt erin een toch vrij ernstige ideeënroman zodanig licht en stijlvol op te schrijven dat de inhoud ervan niet te zwaar op de maag ligt.’

    Dagen van glas
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Gelukkige dagen

    Renée van Marissing (1979) schrijft romans, korte verhalen, essay, theater- en hoorspelteksten.

    Haar romans gaan veelal over familie: -leven, -leed en -liefde.
    Ging het in haar debuut Het waaien van mijn oma over de relatie tussen drie generaties, in Parttime astronaut over een uiteenvallend huwelijk, in Onze kinderen stond het ouderschap centraal. Met deze laatste roman stond ze op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. De jury schreef o.a.: ‘Hoewel het verhaal bij vlagen hartverscheurend is, houdt ze het elegant, licht en geestig.’

    Het onlangs verschenen Gelukkige dagen is haar vijfde roman. De waarde van vriendschap is hierin het thema. In Gelukkige dagen maken we kennis met de zesenveertigjarige Sil. Zij krijgt al jong de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’. Haar vriendin Lina verzorgt haar zo goed en zo kwaad als het gaat, samen met Sils vrienden. Naarmate de tijd verstrijkt en woorden steeds meer hun betekenis lijken te verliezen, wordt dat steeds lastiger.

    Gelukkige dagen
    Auteur: Renée van Marissing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido
  • Geëngageerde roman over bevingen in Groningen

    Geëngageerde roman over bevingen in Groningen

    Schokland – de veelzeggende titel slaat niet op het voormalige eiland, maar op de gelijknamig kop-rompboerderij in het Groningerland – die te lijden heeft van de gevolgen van gasboringen. Op de boerderij woont Zwier Koridon met zijn dochter Femke en kleindochter Trijn. Femke’s zoon Jort, die dode vogels prepareerde en opzette, is overleden.
    Even verderop staat de boerderij ‘Wijde Wereld’, voor Trijn ‘het bewijs dat er meer bestond dan het onvermijdelijke boerenbestaan’. Een zin die de basis vormt voor de weg die Trijn zal gaan. Op boerderij ‘Wijde Wereld’ woont Fokko, de dorpsgek met een misvormde rechterhand. Trijn ontmoet Harm en raakt verliefd op hem. Samen krijgen ze een dochtertje, Femke, maar Trijn verlaat Harm, die losse handjes heeft en keert met de baby terug naar Schokland. Waar Trijn geen plezier in had – het werken op de boerderij – blijkt haar dochter Femke later wel graag te doen, daarbij geholpen door Brian, ‘een jongen met een rugzakje’.

    De grote beving
    Haast terloops wordt vermeld dat ‘na de grote beving van vijf jaar geleden’ de keuken en de bijkeuken ‘te gevaarlijk zijn geworden om te betreden’ en er in de woonkamer, ‘het hoofdkwartier’, moet worden gekookt en later steeds meer wordt geleefd.
    Trijn staat voor modernisering van het boerenbedrijf, haar dochter Femke wil een andere weg inslaan. Onder invloed van Daniëlle, waar ze verliefd op wordt, en die enkele boerderijen verderop woont wil ze biologisch boeren. In die zin is de titel van de roman ook dubbelzinnig: de seksuele ‘uitbarstingen’ tussen de twee worden beschreven als ‘schok na schok na schok’.
    Over dergelijke zaken, biologisch boeren en homoseksualiteit, kan letterlijk en figuurlijk niet gesproken worden: ‘het vroegere hart van hun bedrijf en van hun dagelijks leven is tot verboden gebied verklaard, omdat instorting dreigt’.
    Tijdens een inspectie van wat Goldschmidt ‘de fakkelaars’ noemt, waren de scheuren in de muren echter niet het gevolg van de krachtige beving, maar van achterstallig onderhoud. Uiteindelijk wordt ‘Wijde Wereld’ afgebroken, terwijl Fokko, de dorpsgek, wordt uitgekocht. Hij vindt tijdelijk onderdak op ‘Schokland’, waar het verval verder gaat en een grote scheur in de stalmuur ontstaat. Alle ellende wordt dan als een snoer aaneengeregen.

    Actie
    Fokko onderneemt een eenmansactie die de streek wakker schudt, en voor even, ook de pers. Uit protest draagt hij een muts waarop Trijn, in de voetsporen van de overleden Jort, een geprepareerde buizerd heeft bevestigd. De actievoerders die zich bij hem aansluiten, ook veelal getooid met dergelijke mutsen, komen op de televisie in een late night show, maar gaan roemloos ten onder nadat erop is gewezen dat het opzetten van vogels illegaal is en zij dus zouden kunnen worden vervolgd. Bovendien is de komkommertijd voorbij. De opsporingsambtenaar van de Voedsel- en Warenautoriteit heeft echter zijn hart op de goede plaats en laat Trijn niet vervolgen.
    De grote beving, waar iedereen voor vreesde, vindt plaats. Zwier breekt zijn been en in het verpleeghuis waar hij belandt wordt ontdekt waar Trijn al lang bang voor was: hij heeft een hartkwaal. Behalve dit, wordt een achterlijf van een vaarskalf verbrijzeld, zakt de krachtvoersilo scheef en kletteren even later de roosters met koeien en al de mestkelder in. Niet lang hierna sterft Zwier. Daniëlle geeft Femke, die ondertussen met haar heeft gebroken, een hondje tot troost. En als klap op de vuurpijl voert Fokko een onzalig plan uit en laat daarbij het leven. Maar de ongetrouwde ambtenaar van de Voedsel- en Warenautoriteit raakt verliefd op Trijn en zij bloeit op. Dit is een lichtpuntje temidden van alle ellende die wordt beschreven en de periode omvat van februari 2017 tot en met januari 2018.

    Verhaallijnen en thema’s
    Om dit verhaal van binnenuit te kunnen beschrijven, heeft Saskia Goldschmidt enkele jaren in Groningen gewoond waar ze met bewoners heeft gesproken en meegewerkt in de stallen van een melkveehouderij.
    In de roman vervlecht zij drie verhaallijnen met elkaar: die van de aardbevingen en de gevolgen daarvan, de familiegeschiedenis en de ontluikende liefde van Trijn en die tussen Daniëlle en Femke. De thema’s die hieraan ten grondslag liggen, zijn een  generatieconflict tussen drie generaties Koridon; de omslag willen maken naar biologisch boeren; de zin en zinloosheid van actievoeren.
    In haar roman De hormoonfabriek stelde Goldschmidt de praktijken van de farmaceutische industrie (Organon in Oss) aan de kaak. In Schokland zijn het de gaswinningsbedrijven NAM, Esso en Shell (‘de fakkelaars’) en de landelijke overheid die ze zwaar bekritiseert. De drie lijnen van het verhaal en de onderliggende thema’s worden knap met elkaar verweven. De mooie natuurbeschrijvingen zijn daarmee in samenspraak, zoals: ‘Wanneer zijn de bladeren van de bomen gewaaid, de bessen door de koperwieken van de struiken gevreten, wanneer is de kleur uit het riet getrokken en zijn de kiekendieven naar het zuiden afgereisd?’

    De karakters in Schokland zijn raak getekend en worden samengevat in zinsneden  als: ‘Fokke jammert – Femke staart – Trijn knijpt haar lippen samen – Zwiers wangen kleuren rood’. Een enkel personage, zoals Fokko met zijn misvormde rechterhand en in iets mindere mate stalknecht Brian, die ‘trappelt met zijn voeten en wappert met zijn handen’, roept de sfeer op van de gothic novel Reddende engel van Renate Dorrestein. Ook een roman over  verschillende generaties boeren, maar dan in de Zuid-Limburgse boerderij Oldenhage.
    De inspecteurs die in het verhaal rondlopen en de schade opmeten, zijn meer als stereotypen neergezet (‘de maatpakken’, Groenbril, Vlinderdas), wat hun onverschilligheid des te schrijnender maakt.

    In de proloog, in twee intermezzi en de epiloog is het boek een pleidooi voor de seismologische kennis van een streek – zoals de Italiaan Giuseppe Mercalli heeft aanbevolen – en niet alleen van de schaal van Richter uitgegaan moet worden. Indirect is het ook een pleidooi voor de onderzoeken zoals die nu vanuit de Rijksuniversiteit Groningen op gang komen naar het effect van de bevingen op de mensen die er wonen.
    Schokland is een goed geschreven, geloofwaardige en geëngageerde roman die prettig leest en er mag zijn.

     

  • Een goed verhaal met verleidelijke volzinnen

    Een goed verhaal met verleidelijke volzinnen

    Helemaal toevallig is het niet dat Goldschmidt een boek heeft geschreven over het succes van de farmaceutische multinational Organon. Organon was het eerste bedrijf waar de commercie en de wetenschap samen gingen werken. Arnold van Zwanenberg, telg uit familie van vee- en vleeshandelaren, begon een exportslachterij en breidde deze uit met vele nevenactiviteiten die weer leidden tot vele fabrieken, uiteindelijk overgenomen door Unilever. Bij Van Zwanenberg bestond de wens om het slachtafval uit de Zwanenberg-fabrieken nuttig te gebruiken. Er bestond reeds een vermoeden dat zich in dierlijke organen een aantal medisch nuttige stoffen zouden bevinden. Het was echter niet bekend hoe deze stoffen konden worden geïsoleerd. De hoogleraar Laqueur werd aangetrokken en werd wetenschappelijk leidinggevende. En deze Laqueur is de schoonvader van de vader van Goldschmidt. Goldschmidt kreeg toestemming om de archieven van Organon tussen 1923 en 1946 te bestuderen. Hierbij stuitte ze op een bericht van seksueel misbruik van een directielid. Ze werd nieuwsgierig. Wat was hiervan waar? Al snel was ze zo geïntrigeerd door de informatie dat er een roman ontstond in haar hoofd.

    De hormoonfabriek gaat over het leven van de succesvolle ondernemer Mordechai de Paauw, Motke voor vrienden, en zijn zakelijke relatie met de beroemde farmacoloog Rafael Levine. Mordechai wordt in de jaren 20, na de dood van zijn vader, algemeen directeur van een goedlopend slachtbedrijf en vleesfabriek. Zijn tweelingbroer Aron wordt adjunct-directeur. In de fabrieken worden 2.000 varkens en 350 runderen per dag verwerkt, ze produceren worsten, hammen, rookvlees, ontbijtspek en bacon voor de Engelse markt. Er is een reuzelsmelterij en een raffinaderij voor oliën en vetten en een zeepfabriek. Zelfs de varkensharen worden vermaakt tot borstels. Alles wordt gebruikt behalve de organen. Maar zoals Darwin al beweerde heeft alles een reden van bestaan. Mordechai verneemt geruchten dat er belangrijke stoffen uit de organen te halen zijn. Hij ziet een gat in de markt. Hij nodigt Rafael Levine, een groot wetenschapper, uit om eens van gedachten te wisselen over het samengaan van wetenschap en commercie. Na stevig onderhandelen besluiten ze met elkaar in zee te gaan. De eerste opdracht is insuline te standaardiseren en daarna moet Levine proberen uit orgaanvlees zoveel mogelijk stoffen te isoleren die als medicinale producten op de markt gebracht kunnen worden. Levine krijgt een goed geoutilleerd laboratorium met de nieuwste instrumentaria, de beste chemici en farmacologen. Mordechai wordt de commerciële man. Het is het begin van het bedrijf Farmacom.

    De samenwerking gaat goed. Levine is een begenadigd wetenschapper en het bedrijf breidt zich meer en meer uit. Echter de spanning tussen commercie en wetenschap loopt op. Tussen deze twee gebieden zijn altijd spanningen geweest. De wetenschap heeft baat bij commerciële toepassingen van de wetenschap waardoor er meer geld binnenstroomt waarmee bijvoorbeeld betere instrumenten gekocht kunnen worden en beter personeel aangenomen kan worden. De handel wordt beter als gevolg van (baanbrekende) ontdekkingen. De spanning zit altijd in de tijd. Hoelang heeft de wetenschap nodig om naar buiten te komen met opzienbarende resultaten. Voor Mordechai ging dat vaak te langzaam en zijn relatie met  Rafael Levine komt steeds meer onder spanning te staan. Prachtig om de dialogen tussen deze twee grootheden te lezen.

    Andere verhaallijnen zijn de relaties met de vrouwen maar vooral ook zijn relatie met zijn tweelingbroer. Motke is namelijk alles wat zijn broer Aron niet is. Motke wordt gestuurd door zijn hormonen, Aron heeft nog nooit een vrouw aangeraakt en zwelgt in zijn depressies. Na jaren ziet Motke ineens waar zijn broer aan lijdt: een tekort aan mannelijke hormonen. En laten zij nou een hormoonfabriek hebben. Motke zorgt ervoor dat zijn broer stiekem hormoonpreparaten toegediend krijgt; dit experiment eindigt desastreus en heeft gevolgen voor vele relaties.

    Het verhaal speelt zich af vanaf de jaren 20 tot na de oorlog. Het verhaal wordt verteld door een 96-jarige Motke die gekluisterd in zijn bed ligt en niets meer kan dan denken. En hoe prachtig beeldend denkt hij. ‘Wat heb ik het gehaat geleefd te worden door die onbeheersbare driften. En wat heb ik ervan genoten. Daarom kijk ik nu met een mengeling van opluchting en grote droefheid naar de huidige staat van mijn geslacht, dat zachte, willoze, weke en doodse kwabbetje dat als een uitgezakte pancreas onder een lillende rand buikvel hangt, en de hele dag door stinkend vocht druppelt, omdat niet alleen ikzelf maar ook het beest zijn controle verloren is.’ (p 27)

    Bij het uitbreken van de oorlog lukt het Motke op tijd te vluchten naar Engeland. Zijn vrouw en kinderen gaan onder protest mee, zijn voornamelijk Joodse vrienden blijven thuis. De oorlog is gruwelijk en de verliezen ook. Motke wordt harder en harder. Hoe beter de zaken gaan, hoe harder hij wordt in zijn opstelling. Iedereen vervreemdt van hem, maar hij leidt het bedrijf wel tot een multinational van naam.

    De vertelstijl van Goldschmidt is boeiend, beeldend en humoristisch. Of je het nu met de levenstijl van Motke en zijn opvattingen eens bent of niet, de fantastisch geformuleerde passage over het bestaan van God is hilarisch.

    Als er al een god bestaan heeft, dan was het een schlemiel. Niet meer dan een mislukte endocrinoloog die er niet in is geslaagd de weeffouten uit ons genetisch materiaal te halen. Als deze Jan Pappelepap in ons lab gewerkt had, zou ik zijn contract niet verlengd hebben en was hij er door mij hoogst persoonlijk uitgesmeten. Want die zogenaamde God is toch niet meer dan een gemankeerde opperchemicus met gebrek aan doorzettingsvermogen, creativiteit en intelligentie, die het niet gelukt is uit de zwadderige menselijke stof de talloze onzuiverheden te elimineren. Miljoenen jaren heeft Hij aan kunnen rotzooien en experimenteren en Zijn zogenaamde creatie, de mensheid, is nog steeds niets meer dan een debacle.’

    Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Motke. Een enigszins onbetrouwbaar perspectief. Als lezer moeten we hem geloven. Er is niemand die hem kan weerspreken; iedereen is dood. En zoals Goldschmidt zei in een interview in Met het oog op morgen: ‘Alleen overlevenden kunnen iets navertellen en geschiedenis wordt verteld door overwinnaars.’

    De vrouwenverslinder Motke vertelt over zijn leven als zeer succesvolle Joodse zakenman die, voor de buitenwereld, een onbesproken blazoen had – de lezer weet wel beter. Die krijgt een uitstekend  inzicht in zijn handelsgeest, zijn commerciële talenten, zijn seksuele escapades met zijn werknemers, zijn hormoonexperimenten en zijn huwelijksproblemen. Het is aangrijpend dat juist zijn volstrekt niet door natuurlijke hormonen gedreven brave broer Aron, directielid op de achtergrond, wordt opgepakt voor seksueel misbruik van het lieve werkneemstertje Roosje, terwijl Motke al maandenlang met haar liep te ‘experimenteren’. Frappant is dat in de Van Zwanenberggeschiedenis de twee broers in de directie ook tegengesteld waren: de mecenas en het zwarte schaap. Echter het zwarte schaap, de commerciële directeur, werd opgepakt en diens broer had een onbesproken reputatie. De waarheid is hier dus omgedraaid.

    Is het verhaal de waarheid? Het verhaal is gebaseerd op historische feiten. Goldschmidt geeft aan dat slechts het gegeven van seksueel misbruik door een directielid van Organon haar het idee voor een roman gaf. De rest van het verhaal is ontsproten uit haar brein. De groei van de fabriek is een feit, het isoleren van hormonen is een feit, de joodse directeuren zijn een feit, het vergrijp van een directielid is een feit en dan houdt het wel op met de controleerbare zaken. De rest van het verhaal is fictie. Het seksueel misbruik is uiteindelijk maar een klein radartje in het geheel. De gevolgen zijn wel immens. Het is ook bijzonder interessant om te lezen hoe het proces in zo’n laboratorium in zijn werk gaat en hoe de uitvindingen weer verkocht worden aan het buitenland. Het is een soort wedloop tussen de landen. Wie vindt er het eerst wat uit? De concurrentie is moordend.

    Wat is waar? Maakt het uit? Goldschmidt heeft een boeiend verhaal geschreven waarbij ze de lezer verleidt met prachtige volzinnen en meeneemt in de wereld van Motke en een tijd waarin veel gebeurde en niemand ongeschonden uit de strijd kwam. De hormoonfabriek is een goed verhaal geworden.