• Verhalen die de zintuigen prikkelen

    Verhalen die de zintuigen prikkelen

    Verhalen uit Istanbul (2014) is een bloemlezing van de verhalen die Sait Faik Abasiyanik (1906-1954) schreef tussen 1934 en 1954.
    De eerste verhalen zijn uit de jaren dertig van de vorige eeuw, de latere uit de jaren veertig en vijftig. De verhalen zijn chronologische gerangschikt. Ze spelen zich af in Istanbul en op de Prinseneilanden in de zee van Marmara.

    In beeldende taal vertelt Sait Faik – zoals hij in Turkije veelal wordt genoemd – bijvoorbeeld over een bezoek aan ‘Het tweede huis van zijn vader’. Zodra je een boerenhuis binnenstapt ruik je natuurlijk hooi en ook wel gedroogde mest. Naast de geuren van de boerderij beschrijft hij het interieur met een mooie vergelijking: ‘een kelim uit Kocaeli lag in het licht van de petroleumlamp vochtig rood op de grond als een vreemde plas borrelende marmelade.’ Over de maaltijden van toen: ‘gebraden eend, in de jus gekookte tarwe en griesmeelkoek met boter.’

    Faiks verhalen gaan over vissers, arbeiders in de haven, een vrouw die geen geld heeft om haar overleden man te begraven, sleepschuiten, de gaskachel in het koffiehuis. Wat telkens opvalt in de verhalen is de aandacht voor de details en de bijzondere beeldspraak. In het verhaal ‘De zijden zakdoek’ houdt de verteller de wacht bij een fabriek waar zakdoeken van zijde worden gemaakt. Toch slaagt een dief erin zo’n zakdoek te stelen, maar op zijn vlucht maakt hij een (bijna) dodelijke val. ‘De portier wrikte zijn stijf dichtgeknepen vuist open. In zijn hand sprong een zijden zakdoek op als een fontein.’ In de slotalinea: ‘Tja… puur zijden zakdoeken van goede kwaliteit doen dat. Je kunt ze in je hand fijnknijpen en kreuken wat je wilt, zodra je je vuist opendoet, springen ze op als het water in een fontein.’

    De verhalen lijken uit de losse pols verteld, maar bij nadere bestudering valt op hoe knap ze in elkaar zitten. In ‘De heistelling’ zijn vijf mannen bezig met heiwerk in de haven. Salih loopt er de kantjes vanaf, tot ergernis van een van de anderen, Abdurrahman. ‘Je denkt toch niet dat ik in dat theater trap? Ik laat het echt niet op me zitten. Straks verlies ik mijn humeur en schop ik je zo de zee in.’ Salih weet door zijn connecties en zijn ‘eigen achterbaksheid’ onder zwaar werk uit te komen. Hij doet alsof hij zich vreselijk inspant bij het hijsen van het heiblok, maar ‘de aderen in zijn hals zwollen niet op.’ Abdurrahman keek zijn collega priemend aan. In zijn ogen gloeit wrok en drift. De verteller voegt toe: ‘Salih stond over de zee uit te turen, onverschillig zoals onbeschofte mensen zijn.’ Bij een volgende heipoging lezen we: ‘Salih vond het niet meer nodig zijn gezicht te vertrekken.’ Het verhaal komt tot een climax: Abdurrahman trapt zijn collega inderdaad de zee in. Salih, die niet kan zwemmen, is in zo’n tien minuten verdronken.

    In ‘Ik kan niet naar de stad’ gaat Sait Faik in op de vraag waarom hij schrijft. ‘Waarom dwingt alles vanavond me om aan tafel te gaan zitten en iets op papier te zetten? /…/ Of ik nu op de veerboot sta te wachten of me voor iets loop te haasten, ik schrijf.’ De schrijver in gesprek met de lezer.

    De verhalenbundel bevat een uitgebreid nawoord van Murat Isik. Hij vertelt waarom hij Sait Faik Abasiyanik in zijn hart heeft gesloten. Door zijn verhalen, zo schrijft hij, krijg je het gevoel dat je Sait Faik persoonlijk kent. Hij komt naast je zitten in een koffiehuis in Istanbul en begint te vertellen over haar inwoners en over het soms harde dagelijkse leven.
    In geuren en kleuren vertellen, dat is wat Sait Faik Abasiyanik kan als de beste.

    Sait Faik is maar 48 jaar oud geworden. Een jaar voor zijn dood is hij benoemd tot erelid van de Mark Twain Society vanwege zijn betekenis voor de moderne literatuur. Hij is vooral bekend geworden door zijn korte verhalen. In 1959 is zijn huis op Burgazada, een eiland vlakbij Istanbul, ingericht als museum, het Sait Faik Abasıyanık Museum.

    De Atheneum Boekhandel vroeg vertaalster Hanneke van der Heijden de eerste zinnen van haar vertaling toe te lichten. Ze legt uit dat het vertalen van Sait Faik is als het maken van een mobile, waarin alles los lijkt te zweven, waarin je zinnen alleen aan een stokje knoopt als het echt niet anders kan, en waarin de lezer pas na een tijdje ziet dat al die losse onderdelen toch met één koord aan het plafond verankerd zijn.

     

     

  • Oogst van de Week 21

    Door Carolien Lohmeijer

    Het is goed nieuws dat er in deze tijd, tegen het tij in, nog mensen zijn die hun nek durven uitsteken en een uitgeverij oprichten! Een mooi voorbeeld daarvan is natuurlijk Uitgeverij Schokland die inmiddels met haar reeks Kritische Klassieken haar bestaansrecht meer dan heeft bewezen.

    En nu is daar ook uitgeverij Koppernik, die sinds half december 2013 bestaat. Op hun website is te lezen wat zij willen uitgeven: ‘de eigenzinnige boeken, de buitenbeentjes van de literatuur, boeken die gedurfd zijn en uitdagen, in ieder geval afwijken van de momenteel overheersende cultuur van het midden.’ Op dit moment gaat dat nog maar om één titel, Zeer helder licht. Maar dat is wel gelijk een boek van Wessel te Gussinklo, winnaar van o.a. de Anton Wachter- en F. Bordewijkprijs. En een boek dat je meteen het verhaal intrekt. Het boek begint als de iets aan lager wal geraakte 31-jarige Wander zijn nog geen 20 jarige vriendinnetje – een meisje uit een keurig, welgesteld gezin – thuisbrengt. Veel te laat echter naar de zin van haar moeder. Hoe keurig ook: mama, gekleed in roze kamerjas, stormt de straat op, begint te vloeken en te tieren, slaat en bespuugt Wander en molesteert zijn toch al krakkemikkige auto. Het is een begin waarna je dóór wilt lezen.
    Zeer helder licht, Wessel te Gussinklo, Uitgeverij Koppernik, € 17,50

    Verhalen uit Istanbul

     

    Wie met Turkeye en Istanbul kennis wil maken moet Verhalen uit Istanbul van Sait Faik Abasıyanık (1906-1954) lezen. Deze auteur geldt als een van de grondleggers van het korte verhaal in Turkije. Door zijn grote inlevingsvermogen en beeldende observaties zijn de verhalen van Sait Faik Abasıyanık verrassend tijdloos. Sait Faik Abasıyanık vertelt indringende verhalen over menselijke verlangens en frustraties. Zijn mooiste verhalen werden voor deze bundel vertaald door Hanneke van der Heijden.
    Verhalen uit Istanbul, Sait Faik Abasiyanik, Uitgeverij Podium, vertaling door Hanneke van der Heijden, € 19,50

    OnschuldVeel dichter bij huis, gewoon op het schoolplein in Alphen aan den Rijn leren Dennis Captein en Martine de Bruin elkaar kennen. Er onstaat een vriendschap. Na verloop van tijd komt Martine bij Dennis op bezoek met de vraag of hij een boek wil schrijven over haar. Martine blijkt het slachtoffer van incest, ze vertelt dat ze jarenlang door haar grootvader is misbruikt. Ze heeft tot dan gezwegen. Eerst uit angst, later uit schaamte. Onschuld is het resultaat van dit verzoek. Het is een roman geworden, gebaseerd op feiten, maar aangevuld met fictie.
    Dennis Captein studeerde Journalistiek en Rechten, is in het dagelijks leven uitgever en daarnaast actief als columnist voor het AD. Onschuld is zijn eerste roman.
    Onschuld, Dennis Captein, Uitgeverij Nobelman, 320 pagina’s, €19,90

    De zangbrekerTot slot is er een nieuwe roman van de van oorsprong Uruguaanse schrijfster Carolina Trujillo (40) (De terugkeer van Lupe García) verschenen. De schrijfster woont al zo’n 20 jaar in Nederland, schrijft ook in het Nederlands, maar daarmee is het Nederlandse er wel af en nemen Zuid-Amerikaanse taferelen het over.
    Trujillo is een rasverteller. In De zangbreker neemt zij de lezer mee naar haar geboortestad Montevideo voor een ‘onvergetelijke ontmoeting met onalledaagse personages.’
    De zangbreker,, 320 pagina’s, € 19,95