• De wraak van de natuur

    De wraak van de natuur

    Het seksuele gedrag van slakken en hersen-etende wormen, dat soort griezelig werk is waar we mee te maken krijgen in de nieuwe dystopische roman Biotopia 1.0 van Sabine van den Berg. De kunstenaar en weekdierenexpert Camille uit Biotopia 1.0 is een van de hoofdpersonen. Ze gebruikt een genderneutrale taal en is gefascineerd door het jonge meisje Lola. Camille brengt de chaos van de buitenwereld in de afgesloten ecologische leefgemeenschap Biotopia waar Lola woont. Gelijktijdig hieraan gebeuren er steeds vreemdere dingen in die buitenwereld.

    Er zijn twee verhaallijnen in het boek. In de eerste zien we de ontluikende en nieuwsgierige Lola in haar verhouding tot Camille. De tweede verhaallijn die hieraan parallel loopt gaat over een uitbraak van een onbekende parasiet in de buitenwereld. Dit speelt tegen de achtergrond van een recente pandemie die grote gevolgen heeft gehad, zoals merkbaar in de maatregelen die nog gelden. Deze twee verhalen kruisen elkaar niet werkelijk maar wel qua achterliggende problematiek. 

    Terug naar de slakken. Zoals Camille uitlegt zijn sommige soorten tweeslachtig en geïnspireerd door dit feit heeft zij haar eigen taal bedacht. Voor alles wat zich tussen de twee geslachten bevindt, intersekse levensvormen dus, gebruikt zij de bezittelijke voornaamwoorden zaan, lij en haam. Ze gebruikt ook consequent the, een anagram van het Nederlandse het als lidwoord. Dit in combinatie met het feit dat Lola mannelijke voornaamwoorden gebruikt voor Camille maakt het soms nogal verwarrend om te volgen.

    Lola, Harmen

    Lola woont met haar moeder Saar in Biotopia. Het boek begint met Camille die foto’s maakt van de met een slak poserende Lola. Camille raakt gefascineerd door de ambiguïteit van Lola’s uiterlijk. Ze maakt een expositie met uitvergrote foto’s van Lola en de slak. Deze wordt een enorm succes en kort daarna verhuist ze naar Biotopia om samen te gaan wonen met Saar. Biotopia probeert een zelfvoorzienende gemeenschap te zijn en is strikt afgescheiden van de buitenwereld. Telefoons zijn er taboe en de inwoners hebben zelfs hun eigen handhavers. Lola groeit op tussen allerlei kleurrijke personages waarbij we van sommigen alleen maar een glimp opvangen. Tussen deze excentrieke figuren probeert zij haar weg in de wereld te vinden. 

    In de buitenwereld vindt ondertussen een serie mysterieuze vogelaanvallen plaats. Harmen ziet binnen een kort tijdsbestek zowel zijn vrouw Denise als dochter Gwendolyne aangevallen worden door vogels, met fatale gevolgen. Bij een autopsie vindt de arts Renato, die toevallig de buurman van Harmen is, sporen van verwoesting in hun frontale cortex. Harmen wordt voor de zekerheid ook opgenomen en er wordt aangenomen dat ook hij de drager is van de parasiet. Renato blijft Harmen behandelen voor de onbekende ziekte maar de vooruitzichten lijken niet hoopvol. Zelfs het bloed van Harmen lijkt besmet, en hij gaat steeds verder achteruit. 

    Aanklacht tegen de wereld

    De buitenwereld komt maar heel af en toe binnen in Biotopia, voornamelijk in de vorm van bezoekers. Er worden grootschalige manifestaties gehouden waar het hoofdzakelijk over het milieu gaat en niemand mondkapjes draagt. Ook zijn de bewoners geneigd iedere gevaccineerde als verdacht te beschouwen. Iedereen wordt in Biotopia verwacht zijn steentje bij te dragen, door praktische vaardigheden of kennis. Het is een fascinerende wereld die in scherp contrast staat met de wereld daarbuiten. In het boek wordt deze wereld gevormd door een groene villawijk in Haren, omringd door hekken waar alles er ordentelijk en geregeld aan toe gaat. 

    Alleen al door hun levenswijze vormen de bewoners van Biotopia een soort aanklacht tegen die wereld. Ze hebben vaak kritiek op de gang van zaken in de buitenwereld, waar iedereen maar vervuilt en gedachteloos dingen aanschaft. In tegenstelling hiermee dragen de bewoners van Biotopia gebruikte grauwe kleding, ruiken soms niet al te fris en zijn bijna allemaal vegetarisch. De details en verhalen over de individuele bewoners komen authentiek over. De parallelle werelden van Gwendolyne en Lola zijn totaal tegengesteld aan elkaar. De tegenstelling wordt nog verder doorgevoerd door het paradijselijke Biotopia te contrasteren met de vergiftigde wereld ‘daarbuiten’. Saar zegt hierover: ‘Geloof me, Biotopia is een paradijs vergeleken met de rest. Ik ben daarbuiten geweest. De tegenstellingen worden alleen maar groter.’

    Camille zoekt in haar werk de grenzen op van de status quo. Zij beschouwt de slakken als een voorbeeld van hoe het ook zou kunnen in de maatschappij. De heteronormatieve werkelijkheid ziet zij als een stadium dat overwonnen moet worden. Natuurlijk probeert de kunstwereld wel labels te plakken op wat Camille doet, maar zij onttrekt zich daar zo veel mogelijk aan. ‘Alleen al doordat ze bestaan, stellen slakken onze opvattingen over identiteit, familie en maatschappij ter discussie. Ze zijn vleesgeworden, kruipende kritiek op de heteronormativiteit. Lola raakt in de ban van de vriendin van haar moeder en zoekt op haar koppige tienermanier toenadering. In deze curieuze relatie zijn de slakken een soort bindmiddel. De spanning tussen deze twee is goed voelbaar. 

    Lappenmonster van Frankenstein

    Slachtoffers van de parasieten krijgen een soort tijdelijke genotservaring als de parasiet de hersenen bereikt en de controle overneemt. In de door de ziekte aangetaste hersenen van Harmen wordt dit als volgt weergeven: ‘Ineens ben ik mij ervan bewust dat ik leef, werkelijk leef, en heb ik het inzicht dat ik onderdeel ben van een keten. Ik ben niet meer dan een gedegenereerd dier dat zich in zijn hoogmoed beter voelt dan andere soorten. Ik zie dat we allemaal één zijn, verbonden door het leven op deze wonderlijke planeet.’ Dit inzicht is meteen ook de crux van dit verhaal. Het lijkt tegelijkertijd de kern en de boodschap te bevatten. De natuur kan nergens meer heen en gaat dus in de mens, zoals een van de bewoners van Biotopia verkondigt als een profetie.

    Het is alleen jammer dat de twee verhaallijnen niet overlappen en nauwelijks samenkomen. Het verhaal van Harmen staat ogenschijnlijk volledig los van wat er met Lola gebeurt. Het taalgebruik van Camille, hoewel haar opvattingen prikkelend zijn, wordt ook nooit meer dan een trucje. Op zichzelf is het verhaal van Lola nog het meest interessant, maar wat het verder te maken heeft met de ziekte van Harmen is een raadsel. Of het moet zijn dat de mensen in de verdorven buitenwereld wel te maken krijgen met de nieuwe ziekte als wraak van de natuur.  

    Biotopia 1.0 heeft nog het meeste gemeen met de ecologische thriller. Toch overtuigt het niet echt in die rol. De losse onderdelen komen nooit samen en dat doet af aan de kracht van het verhaal. Of er nou ook echt sprake is van een ‘feministische roman’ zoals op de achterkant beweerd wordt is zeer de vraag. Lola wordt hoofdzakelijk opgevoed door vrouwen zoals haar moeder en de zelfbewuste Marjolein, maar voor de rest is daar weinig van te merken. Het motief van de wraak van de natuur loopt als een rode lijn door het werk en dat, gecombineerd met de scherpe contrasten, maakt het boek wel tot een interessante leeservaring.

    De losse onderdelen en onderliggende ideeën zijn intrigerend maar het grote geheel komt over als een soort lappenmonster van Frankenstein. Die inspiratie steekt de schrijfster ook niet onder stoelen of banken, er wordt veel geciteerd uit het boek van Mary Shelley maar ook uit Echo van Thomas Olde Heuvelt. De roman heeft wel iets te zeggen, maar door de gekozen vorm verwatert de boodschap. Wellicht is dit te wijten aan het feit dat dit deel 1 is van wat een trilogie moet worden. 

     

  • Een filmische roman 

    Een filmische roman 

    Sabine van den Berg, docent aan de Schrijversvakschool in Groningen, plaatst voorin in haar nieuwe, vierde roman een uitspraak van de Dogma 95-filmers Lars von Trier en Thomas Vinterberg: ‘Mijn hoogste doel is om de waarheid uit mijn personages en situaties te persen. Ik beloof dat met alle mogelijke middelen en ten koste van elke vorm van goede smaak en esthetiek te zullen nastreven.’ We kennen de stijl van hun films, hoewel heel wat daarvan inmiddels in de recente Vinterberg-film Kollektivet aan de laars is gelapt.

    Van den Berg speelt met dit citaat in op het verwachtingspatroon van lezers die Dogma 95-films kennen; zij verwachten een kale stijl en een broeierige, beklemmende familiesfeer. Maar ook hier past enige nuancering. Neem de eerste, eerder beeldende zinnen van de roman, ook filmisch maar dan in een andere betekenis van het woord: ‘Zo bedrieglijk kan rust zijn. Een zondagmorgen eind augustus, zelfs de vogels zwijgen nog. Het eerste licht maakt het donker doorzichtiger als gewassen inkt. Nevel hangt koel en geluidloos boven de zwarte aarde.’ Een beetje gekunsteld is het zelfs, tegen alle Dogma 95-regels in, wanneer de schrijfster even verder vervolgt met: ‘Beneden, tussen de maïs, wacht haar lichaam.’ Waarop dan? Want zoveel is wel duidelijk: het meisje, licht gemodelleerd naar Marianne Vaatstra, is dood. ‘De geschiedenis is een smet op het dorp, al is het inmiddels alweer tien jaar geleden, de angst leeft nog altijd.’

    Streekroman
    Het boek speelt in een boerengezin op het Noord-Nederlandse platteland. Wanneer Van den Berg de omgeving en de familie introduceert, lijk je in een streekroman belandt. Daar is niets mis mee, want hetzelfde kleeft aan een boek als Kader Abdolahs Papegaai vloog over de IJssel. De norse vader in Dingen die niet mogen heeft wat weg van de vaderfiguur uit Siebelinks Knielen op een bed violen, waarnaar de schrijfster lijkt te reiken.
    Waar de auteur weinig aandacht aan besteedt – en wat het boek een diepere laag had kunnen geven – is de sociaal-economische achterstand in Noord-Nederland die zijn weerslag heeft op de situatie in gezinnen zoals Van den Berg beschrijft.

    Broeierige sfeer
    De broeierige sfeer die Deense films kunnen uitstralen, sijpelt op een gegeven moment, langzaam en spaarzaam binnen. Een sterke scène beschrijft het moment dat zoon Steven aan zijn vader een door hemzelf gevangen en gerookte paling voorzet. Deze doet echter net of hij de poging tot toenadering niet ziet, en zegt dat hij het niet vertrouwt: kan zijn zoon dat, zelf een paling vangen en roken zonder dat dit gevaar voor de gezondheid oplevert? Moeder houdt haar mond, hoewel ze een pact met Steven vormt, zoals vader Arend met dochter Lineke. Tenminste, dat denkt moeder.

    Onschuld
    Als het adagium ‘Show, don’t tell’ voor films opgaat, en Van den Berg zich hieraan wil spiegelen, dan kan je concluderen dat ze teveel weggeeft, en te weinig de beelden en de verbeelding van de lezer hun werk laat doen. Dat gaat bijvoorbeeld op voor het ringetje met een lieveheersbeestje, dat Lineke van haar vader krijgt. Het vermoorde meisje had ook zo’n ringetje, vertelt haar broer Jan waarmee Lineke verkering heeft, dat echter niet meer op haar lichaam was aangetroffen. De conclusie dat heel veel meisjes zo’n ringetje zullen hebben, slaat de mooie aanwijzing op zich dood. Het is dan niet langer meer dreigend – voor zover een ringetje dat kan zijn –, maar wordt een beetje gereduceerd tot symbool van een onschuldig meisje dat nog niet volwassen is of wil worden. Zoals het onderbroekje van Lineke, dat haar moeder met een bloedvlek in de wasmand aantreft, en dat ze met alle macht schoon wil maken, symbool staat voor het feit dat de moeder er niet aan wil dat haar dochter volwassen wordt. Zo hield vader Arend van de vrouw waarop hij verliefd was geworden, en niet van de Aline die ze nu is, al is ze pas halverwege de dertig. Wat je overigens niet op zou maken uit de ouwelijk aandoende beschrijvingen van haar, en overigens ook haar man. Misschien wil hiermee gezegd zijn dat het boerenleven vroeg oud maakt.

    Goed verhaal
    Dit is het soort boek dat veel mensen die primair een goed verhaal zoeken, zal aanspreken. Daarbij mag je hopen dat die lezers zich niet laten afschrikken door het Dogma 95-citaat aan het begin. Terwijl je aan de andere kant hoopt dat lezers die door dat citaat bepaalde verwachtingen koesteren over de stijl van dit boek, niet worden teleurgesteld. Want al te groot zijn de overeenkomsten niet. Neem alleen de vioolspelende zoon van het boerenechtpaar; muziek speelt in ‘echte’ Dogma 95-films geen rol. Ook niet – om met een film te eindigen, zoals er ook mee werd begonnen – in de eerste helft van de recente film Krigen van Tobias Lindholm. Daarin houdt Lindholm zich aan Dogma 95-uitgangspunten, zonder dat hij overigens bekend staat als aanhanger daarvan. Zo werken die nog steeds door – in sterke mate in films en, in mindere mate in een roman als deze.