• Doelloos

    Doelloos

    Rusteloos met als ondertitel Gestrand in het land van Boeddha is de tweede roman van historicus en indoloog Casper Luckerhof. Oorspronkelijk was de schrijver van plan een boek te schrijven waarin Boeddha als charlatan werd ontmaskerd. Het draaide uit op ‘een memoir’ van zijn eigen avonturen in Nepal, een verhaal van een verdwaalde bijna-dertiger, gekweld door een dwingend gevoel dat hij zijn ‘leven op de rit’ hoort te hebben en dus op zoek gaat naar een doel en naar zichzelf.

    Het geheim

    Luckerhofs pelgrimage brengt hem naar een raadselachtig boeddhistisch onderzoeksinstituut in Lumbini, de geboorteplaats van Boeddha. Dit instituut, gefinancierd door een even geheimzinnige Japanse organisatie, blijkt een gigantische bibliotheek van boeddhistische literatuur te beheren waar Casper totaal onverwacht het aanbod van de beide directeuren krijgt bibliothecaris te worden. Gevleid neemt hij dit aanbod aan en denkt hiermee zijn ultieme bestemming gevonden te hebben. In plaats daarvan raakt hij in een bizar spel van aantrekken en afstoten verstrikt, dat hem nog verder uit balans brengt.
    ‘Het is jouw belangrijkste taak om te zorgen dat er niemand in deze bibliotheek komt.’ draagt een van de directeuren hem op. Casper, die bovenal aardig gevonden wil worden, zet zijn gezonde verstand uit en gehoorzaamt, maar vraagt wel heel even wat dan wel hun missie is. Het surrealistische van deze scène wordt compleet als de directeur vaderlijk zegt: ‘Jongen,(….) Je hebt er nog helemaal niets van begrepen. Dit instituut…is ons geheim.’ Aha, denk je als lezer, wat zal daaronder vandaan komen?

    Vind mij lief

    Het blijkt een patroon te zijn in het gedrag van de hoofdfiguur, dat zich door de hele roman heen, met elk personage dat op zijn pad komt -en dat zijn er nogal wat-, steeds maar blijft herhalen: Casper is krampachtig op zoek naar liefde, erkenning, bevestiging. Paradoxaal genoeg verlangt hij naar een mentor, een goeroe, die hij oorspronkelijk juist wilde hekelen. ‘Bang om in [andermans] ogen te falen … gehypnotiseerd door…de kracht en autoriteit die er van [de ander] uit[gaat]’, wil hij dolgraag imponeren, in de gunst komen en spiegelt zich steeds aan anderen, zonder met hen ooit echt contact te maken. Zo blijft hij een speelbal van zijn omgeving, heen en weer geslingerd tussen energieke euforie en onderdanige onzekerheid. 

    Rusteloos

    Wat verbaast is dat Casper zijn eigen pleaser-gedrag niet duidt, hij beschrijft het slechts, en steeds opnieuw, alsof het een onschuldige tekortkoming is, waar hij weliswaar last van heeft, maar meer ook niet. Het hele boek door daalt er geen zelfinzicht in en blijft elke karakterontwikkeling uit.
    De lezer kan die herhaling irritant vinden en naar een verklaring voor het ‘vind-me-lief-gedrag’ gaan gissen. Zou het een gevolg zijn van de perfecte training in aanpassing die Casper als kind van zijn ouders kreeg, toen ze hem vanzelfsprekend in hun eigen enthousiasme voor oosterse spiritualiteit inlijfden? Hoe kan ‘niet gezien worden’ uitpakken? Het kan een interessant thema zijn.
    Casper voelt zich op alle fronten falen: ‘Alles is tot nu toe mislukt. Mijn boek. Mijn baan. De liefde. Alles.’ Dit falen wordt aan rusteloosheid toegeschreven. Immers, het hoofd van het Instituut ontslaat Casper met als argument dat hij hem ‘rusteloos’ vindt. Lastige karakterisering. Is de rusteloosheid niet veeleer een gevolg van het missen van een focus, van een doel, van een onderwerp?

    Kabbelen

    Het boek is vlot geschreven. De verhalen volgen elkaar soepel op, zo ook de vele personages die de hoofdpersoon op zijn rondzwervingen ontmoet en weer spoorloos ziet verdwijnen. Het is niet altijd duidelijk wat sommigen eigenlijk toevoegen. Dat geldt ook voor de anekdotes die van alles willen suggereren, maar weinig opgepakt of uitgewerkt worden en dus betekenisloos blijven.
    Herhaaldelijk wordt een climax gesuggereerd door zinsneden als ‘op dat moment gebeurde er iets’. Maar er gebeurt niets en het verhaal kabbelt verder. Het resultaat is een soms incoherent, vaak teleurstellend verhaal, dat elke ontwikkeling ontbeert en als geheel onvoldragen aandoet. Als ‘memoir’ opgevat wordt als een verzameling vrij nietszeggende herinneringen, dan lost dit boek die belofte in.
    Salman Rushdie vertelde ooit in een interview met Adriaan van Dis het interessanter te vinden om te schrijven ‘over het pad dat je afwijst dan over het pad dat je inslaat’: ‘Over mezelf schrijven is saai’ stelde hij. Wijze les.

     

     

  • Oogst week 26 – 2022

    De blauwe schuit

    ‘De literatuur van een land wordt gemaakt door schrijvers, de wereldliteratuur door vertalers. Zonder vertalers zijn wij schrijvers nergens, zitten we vast in onze eigen taal.’

    Deze woorden van de Portugese schrijver José Saramago, uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens, zijn waar, maar gaan nog verder dan dat. Vul voor ‘schrijvers’ maar eens ‘lezers’ in!

    Dat geldt helemaal als het ‘verre’ talen betreft. Jacques Westerhoven is vertaler van zo’n ‘verre’ taal, hij heeft veel Japanse literatuur voor de Nederlandse lezer toegankelijk gemaakt, bijvoorbeeld van de schrijvers Haruki Murakami, Mishima, Oë, Tanizaki en Junpei Gomikawa. Hij kreeg er in 2020 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor vertalers voor. (Lees hier het juryrapport en het wordt duidelijk wat een prestatie het is om goed uit het Japans te vertalen.)

    Jacques Westerhoven is ook de vertaler van De blauwe schuit van Shūgorō Yamamoto dat onlangs bij Van Oorschot verscheen.
    In De blauwe schuit huurt een onbekende jonge schrijver in 1928 een huisje in een vissersstadje dat qua afstand niet ver van Tokyo ligt, maar waar hij zich bijna op een andere planeet waant. Daar koopt hij een wrakkig bootje waarmee hij de omgeving verkent, en tegelijkertijd leert hij de bevolking van het stadje kennen. Zo komt hij meer aan de weet over ‘emmergekken’, filosofische vissers, ondernemende schooljongens, eenden, krabben en strandkastanjes.

    In Japan is Shūgorō Yamamoto (1903–1967) misschien wel de bekendste schrijver van historische fictie, maar in het buitenland is zijn naam nagenoeg onbekend. Toch zijn meer dan dertig van zijn werken verfilmd. Tijd om kennis te maken dus!

    De blauwe schuit
    Auteur: Shūgorō Yamamoto
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Rusteloos

    In het VPRO-programma ‘Nooit meer slapen’ had Pieter van der Wielen op 8 juni jl. een gesprek met Casper Luckerhof, indoloog en historicus, journalist en boekverkoper.

    ‘Nooit meer slapen’ wordt midden in de nacht uitgezonden, grote kans dus dat u het gemist heeft, maar je kan het terugluisteren. Het duurt even, maar gaandeweg word je steeds nieuwsgieriger naar Rusteloos, en de totstandkoming daarvan. 

    Luckerhof had een bijzondere jeugd. Hij groeide op in een huis dat vol stond met Boeddhabeeldjes, een huis dat ook dienstdeed als een soort van tempel voor Tibetaanse monniken. Pas op de universiteit werd Luckerhof geconfronteerd met de wereldse kant van het boeddhisme en onstond het rebelse idee om ‘voor eens en voor altijd af te rekenen met Boeddha’. Hij zou een biografie gaan schrijven en reisde af naar het geboortedorp van Boeddha in Nepal.

    Die biografie is er nooit gekomen, maar hij heeft wel een bijzonder jaar gehad. Hij kreeg een baan in de grootste Boeddhistische bibliotheek van de wereld. Daar gebeurde eigenlijk niets. Zijn werk bestond er uit het afstoffen en rechtzetten van de boeken en het afwimpelen van bezoekers.
    Er werkten nog twee anderen mannen, een Duitser en een Italiaan en er ontstond een raar soort biotoop. De onderlinge verhoudingen komen uiteindelijk onder spanning te staan, en Luckerhof wordt ontslagen.

    In plaats van de biografie over Boeddha heeft Luckerhof Rusteloos geschreven, een boek dat hij graag een memoir noemt: hij heeft het verhaal over zijn tijd in Nepal verteld zoals hij denkt dat het gegaan is.

    Rusteloos
    Auteur: Casper Luckerhof
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Boeken die geschiedenis schreven

    ­Onder de titel Books that made History (Boeken die geschiedenis schreven) is op 20 juni jl. in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een tentoonstelling geopend over 25 buitengewone boeken en hun auteurs. Boeken die niet alleen een sterke band hebben met de universiteit, vanaf de oprichting in 1575 tot op heden, maar die ook grote invloed hebben gehad op de stad Leiden en daarbuiten. Boeken van auteurs als Galileo Galilei, Albert Einstein, Anna Maria van Schurman en Anton de Kom, die tot op de dag van vandaag invloed hebben op hoe wij denken

    Gelijktijdig met de tentoonstelling verschijnt bij uitgeverij Athenaeum een Nederlandstalige publicatie met essays over de 25 werken, die nog meer context en achtergronden bieden. Het boek staat onder redactie van Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven.
    Hedendaagse experts en (on)bekende ‘ambassadeurs’ blazen de boeken nieuw leven in met hun kennis, anekdotes en persoonlijke bespiegelingen. Boeken die geschiedenis schreven bekijkt de werken vanuit de tijd waarin ze zijn geschreven. Aan bod komt, onder meer, de opkomst van universiteiten en bibliotheken, de rol van drukkerijen, en de plaats van vrouwen en mensen van kleur.

    De selectiecommissie is zich ervan bewust dat een keuze altijd subjectief is. Bezoekers van de tentoonstelling kunnen stemmen op hun favoriete boek, maar ook een suggestie doen voor andere titels, die in deze lijst zouden thuishoren.
    De tentoonstelling is t/m 4 september 2022 te bezoeken.

    Boeken die geschiedenis schreven
    Auteur: Kasper van Ommen en Garrelt Verhoeven
    Uitgeverij: Athenaeum