• Fotosynthese 3 – De relativiteit van het beeld

    Fotosynthese 3 – De relativiteit van het beeld

    Aangezien deze rubriek geïnspireerd is door het werk van Rudy Kousbroek (en dan met name zijn Fotosynthese-serie: Opgespoorde wonderen, Verborgen verwantschappen en Het raadsel der herkenning), is het niet meer dan logisch om hier ook stil te staan bij zijn werk. Kousbroek liet zich inspireren door een foto, schreef er dan een eigen verhaal bij. Na het lezen van zijn beschouwing, kijk je anders naar de foto, op zijn manier. Gelijk wordt de blik van de lezer op de foto gericht en zoekt men naar wat Kousbroek zag – de boodschap achter de afbeelding. Ik moet zeggen dat niet alle foto’s van Kousbroek zo sprekend voor mij waren als de verhalen die hij ernaast plaatste, soms zag ik het gewoon niet en was het voor mij slechts een foto. Dat doet de vraag rijzen: hoe moeilijk kan een foto zijn?

    De achtergrondafbeelding van deze keer is greep uit de beeldbank van het Gemeente Amsterdam Stadsarchief (http://beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank). Een stel zwart-wit prenten willekeurig bij elkaar geplaatst, maakt niet uit welke, en je krijgt gelijk het gevoel dat de beste verhalen onbeschreven verloren gaan. Foto’s die je doen nadenken over hoe de wereld veranderd is, zoals een luchtballon op de Wereldtentoonstelling. Daar hebben duizenden mensen zich staan vergapen aan iets waar wij nu de schouders over ophalen. 8e79ca1a-99ea-4187-8b0b-f22452fb6400

    In de collectie zijn ook opmerkelijke portretten te vinden van wat destijds eigenzinnige mensen moeten zijn geweest, zoals een man die tegendraads zijn hond op schoot neemt voor de nette portretfoto. 689bfa41-2ba0-40fd-71bc-b60501ea6ca9En zelfs tamelijk ‘saaie’ of ‘simpele’ taferelen kunnen met wat uitleg interessant worden. Neem de foto hieronder, een man die wat aan het klussen is? Nee, deze man is niet zo maar een klusser, hij is ambachtelijk bezig met het vervaardigen van een onderdeel van wat later bekend zal worden als de Gouden Koets. Elk onderdeel van de koets waarvoor hij verantwoordelijk was heeft hij met veel aandacht en toewijding gemaakt. Het zal een hoogtepunt zijn geweest in zijn carrière, zo niet het toppunt. a4b6eac0-6a4d-f635-4af0-38a317a313c7Zijn naam staat er niet bij, zoals zovelen is hij anoniem de geschiedenis ingegaan.

    En zo zijn twee uren voorbij gevlogen, gewoon door in het archief te duiken, want puur door de hoeveelheid foto’s die beschikbaar zijn, zijn er altijd wel intrigerende foto’s te vinden, alhoewel ze (voor mij) telkens leiden tot een misschien wat deprimerend besef van relativiteit – de wereld vergeet de levens die ons voorgingen. Onbekende gezichten, nietszeggende namen en obscure gebeurtenissen…
    Misschien is dat wel de kunst van Kousbroek, hij kijkt naar oude foto’s en komt niet (zoals ik) op het punt uit dat de geschiedenis relativiteit brengt waardoor persoonlijke verhalen verloren gaan. Kousbroek brengt het verleden opnieuw tot leven, zelfs als de foto niet zoveel zegt.

    Een andere auteur die een bijzonder opbeurende toon weet te geven aan de door hem gebruikte beelden is Jonathan Safran Foer in zijn Extreem luid en ongelooflijk dichtbij. Daarin wordt de wereld gezien door de blik van een jongetje. De foto’s die hij erbij heeft gekozen, bijvoorbeeld van een sleutelgat van een deur, zorgen ervoor dat benadrukt wordt hoe een kind de wereld ziet –de meest onbenullige en kleine dingen spreken tot de verbeelding. Foers verhaal, hoe mooi ook, speelt zich echter af aan het begin van deze eeuw (specifiek na 9/11), hij duikt dus niet heel erg de geschiedenis in en de foto’s zijn meer ondersteunend voor het verhaal. Bovenal benadrukt het de manier waarop het personage tegen de wereld aankijkt, de afbeeldingen staan er niet bij om het verhaal meer waarachtigheid te geven.

    Kortgeleden ontdekte ik weer een nieuwe grootmeester van het fotoverhaal, William Boyd. Zijn recent verschenen werk De vele levens van Amory Clay, verhaalt over het leven van Amory Clay met beeldmateriaal. Het is geschreven als een historische roman die gebaseerd is op een bestaand figuur en suggereert dat hij de foto’s erbij heeft gevonden. Niets is minder waar; de foto’s waren de aanleiding om een prachtig verhaal te schrijven met een fictief karakter. Het verschil met Kousbroek is dat hij de suggestie wekt dat de foto’s bij de de realiteit van zijn hoofdpersoon horen. Hij verwijdert alle mogelijkheid om als lezer zelf iets anders te zien, het is Amory Clay, niet een onbekende vrouw die toevallig op de foto staat. Kousbroeks prenten zijn het begin van zijn verhalen, Boyds verhaal is uit de foto’s ontstaan.

    Binnen de hedendaagse literatuur is het een interessante ontwikkeling om te zien hoe men met afbeeldingen speelt. Vroeger zou een foto alleen bij een tekst geplaatst worden als de verbinding ermee evident was. De bedoeling was dan om de tekst feitelijkheid te geven, waarbij het beeld de lezer een nog beter idee geeft van wat er omschreven werd. Tegenwoordig is de literaire wereld gevarieerder. Naast foto-geïnspireerde verhalen zoals die van Kousbroek zijn er veel auteurs die vrijelijk spelen met de kracht van het beeld. De objectieve waarheid is tenslotte helemaal niet primair in de literatuur. Daarop kan men wel gelijk kritisch uitroepen dat zo de waarachtige werking van een foto op den duur wordt aangetast, maar dat is natuurlijk afhankelijk van hoe de lezer ermee omgaat. Het is niet alleen hoe je naar de foto kijkt, maar ook hoe je dat verwerkt. Persoonlijk, heb ik liever het hergebruik en de toeëigening van prenten van onbekende gezichten, dan dat zij helemaal verloren gaan – zelfs als ik hier en daar de boodschap van de foto mis.

     


    Dit was het derde verhaal over de achtergrondfoto van de site. In deze rubriek die naar Rudy Kousbroeks mooie genre-idee ‘Fotosynthese’ heet, wordt informatie gegeven over de afbeelding die dienst doet (deed) als achtergrond bij deze website.
    Fotosynthese dus: een rubriek waarin beeld en tekst een verbinding aangaan. Heeft u ook een idee? Lever een achtergrond, met context, of lever context bij een achtergrond. Suggesties: redactie@literairnederland.nl

     

  • Kousbroeklezing door Ionica Smeets: cijfers, letters en regels

    Wiskundige, columniste en hoogleraar Ionica Smeets spreekt de zesde Kousbroeklezing uit onder de titel Cijfers, letters en regels.

    Woorden en getallen hebben elk hun eigen wetten. Wat is de cijfermatige broer van moorddroom? Wat is de zus in letters van 29137? Slechts ogenschijnlijk zijn dat speelse kwesties. In een rondgang langs wiskundigen die spelen met taal en schrijvers die zich onderwerpen aan wiskundige experimenten reflecteert Ionica Smeets op de wisselwerking tussen taal en wiskunde en de onderlinge verhouding van die beide systemen. Wat gebeurt er als je jezelf nieuwe regels oplegt en die strikt gehoorzaamt?

    Ionica Smeets, wetenschapsjournalist en wiskundige, is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden en publiceerde onder meer Het exacte verhaal, Vallende kwartjes (met Bas Haring) en Ik was altijd heel slecht in wiskunde (met Jeanine Daems). Zij heeft een wekelijkse column in het Volkskrant-magazine.

    Na de lezing zal het aan Rudy Kousbroek dierbare onderwerp  ‘wiskunde’ verder worden geëxploreerd door kunsthistoricus Jeroen Stumpel en wiskundige, tekstschrijver en cabaretier Jan Beuving onder begeleiding van pianist Tom Dicke.
    Moderatie: Maarten Asscher.

     

    Kaarten bestellen via de website van De Rode Hoed.

  • Geen weg terug

    Rudy Kousbroek prees in een van zijn essays in De archeologie van de auto, de 2CV als een wagen die gespeend was van elke pretentie, een vervoermiddel gelijk aan de eenvoud van een keukentafel, bed of koelkast.

    We waren nog nooit zo zorgeloos op vakantie gegaan, er was niets hoog te houden, het was wat het was. Op die laatste mooie zomerdag in augustus stonden we om vijf uur op. Sjorden de koffer op het bagagerek op de kofferklep van de 2CV en zochten met onze voeten een plaats tussen de plastic kledingzakken, proviand en onder stoelen weggestopte slaapzakken. We vertrokken en vroegen ons niet af of het huis goed was afgesloten, of alles wel meegekomen was.  Zoon plugde de minispeakers in op zijn iPhone. Terwijl we de snelweg richting Arnhem opreden vulde David Bowie’s , Ground control to Major Tom de ruimte van het Eendje. ‘Ik heb de landkaart op tafel laten liggen, riep plots de Dochter, kunnen we nog terug?’.
    ‘Er is geen terug.’ zei de bestuurder, en duwde het pookje naar de vierde versnelling.

    Take your protein pills and put your helmet on (gitaarslag: djungdjungdjungdjungdjung), zongen en djungden we. Het geluid van de klapperende raampjes, het wapperende doek boven ons hoofd versterkten het gevoel van onoverwinnelijkheid; For heeeere am I sitting in a tin can. In Maastricht  zochten we naar een NL sticker voor op de Eend. We dwaalden wat en kwamen uit bij Boekhandel De Tribune in de Kapoenstraat. Metershoge boekenkasten langs de wanden, boekentafels in het midden en overal waar een tafeltje kon staan, stond er een. Een grote collectie kunst- en fotoboeken en veel originele Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgaven van onder meer Celan, Marques en Woolf. Ik schoof langs de kasten terwijl Mijn lief met een boekverkoper onderhandelde: ‘Kun je er niet een máken dan’. Waarop het onzekere lachje van de boekverkoper klonk: ‘Nu? Ja, Dat zou wel kunnen.’  Van een afstand zag ik hem plaatsnemen achter een computer. Mijn Lief ging, nog net niet in zijn nek hijgend, pal achter hem staan. Hij begon aanwijzingen te geven waarop gegoogeld zou kunnen worden.

    Ik moest iets doorbreken en riep: ‘Dan moet je er wel een boek bij kopen.’ Dat liet ie beter aan mij over, zei hij.
    Ik snakte ondertussen naar een groot literair werk maar raakte verward en koos voor een werkje van een schrijfster die door haar man ‘De schrijver’, aan de kant was gezet. Daar had ze een boek over geschreven. Het was zoiets als op een verjaardag een gebakje moeten kiezen en dan maar een slagroomsoes neemt, die er het smakelijkst uitziet maar nogal kleverig blijkt.

    ’s Avonds misten we bij Bastogne in België een afslag en reden Luxemburg binnen waarvan we nog zo gezegd hadden dat we daar niet heen wilden. De dag daarop begon het te regenen en het hield maar niet op. Regenwater sijpelde door de kieren boven het dashboard en bij de deuren naar binnen. Maar het gaf niet. We hadden een NL sticker en niets te verliezen.

     

  • Rudy Kousbroek – schrijver die zich niet tussen twee kaften liet dwingen

    Rudy Kousbroek – schrijver die zich niet tussen twee kaften liet dwingen

    In het derde nummer van De Gids aandacht voor de – op 4 april 2010 – overleden essayist, polemist en dichter Rudy Kousbroek. Annet Mooij in het inleidende stuk Bij dit nummer: ‘Het essay vormt  samen met de poezie en het verhalend proza het hart van De Gids’. Maar een van Nederlands grootste en scherpste essayisten leverde slechts eenmaal een bijdrage. Niet omdat de redactie geen vinger aan de pols hield bij de betreffende schrijver. Graag had de redactie meerdere stukken van hem opgenomen maar het bleef bij die ene keer in 1984, toen hij enkel korte stukjes leverde als bijdrage voor het  ‘Het pak van Sjaalman’. Tot iets groters voor De Gids is het nooit gekomen. 

    Kousbroek schreef liever voor kranten. De redactie pakt nu haar kans door dit nummer geheel aan Kousbroek te wijden. Niet uitsluitend gaan de stukken over hem maar is het vooral een nummer geworden in de geest van Kousbroek. Waarvoor onder andere Tijs Goldschmidt, Jaap van Heerden, Daniel Rovers, Xandra Schutte, Arjan Mulder, Maarten Asscher, Roel Bentz van den Berg, Bas van Putten, Dirk van Weelden en Joost de Vries een bijdrage leverden.                                                                               Sarah Hart – zijn tweede vrouw – verzorgde  Seven Photos of Rudie Kousbroek. Foto’s van Kousbroek die ze voorzag  van tekst, in de geest van Kousbroeks fotosynthese boeken.

    Tilly Hermans memoreert Kousbroek als: Schrijver die zich niet tussen twee kaften liet dwingen.  Als toegewijd redacteur en later uitgever van Kousbroek, maakte zij van dichtbij de problemen mee die Kousbroek ondervond bij het schrijven. Een tekst op commando produceren ging hem niet goed af. Een tekst van zichzelf kon Kousbroek tot grote vertwijfeling brengen: schrijven was voor hem een moeizaam proces. De ideeën die in zijn hoofd ontstonden, kosten hem veel moeite ze zo opgeschreven te krijgen zoals hij het zich voorstelde. Tilly Hermans bezocht hem verschillende malen in Parijs met het doel hem tot schrijven te brengen aan Het Oostindisch kampsyndroom. Er wordt  gewandeld tijdens die bezoeken, over katten gesproken, musea bezocht maar tot schrijven van de gewenste stukken komt het niet. Dan beklimt Tilly Hermans op een zondagmorgen de trappen naar zijn Parijse woning. Van ver hoort ze het droge tikken van een schrijfmachine. Even gelooft ze dat de schrijver schrijft.  Om dan te ontdekken dat Kousbroek de inhoudsopgave van het boek nog maar eens uittypte. Het Oostindisch kampsyndroom dat in de aanbiedingsfolder van Meulenhoff in 1986 werd aangekondigd, verscheen pas in1992. Toen CPNB aankondigde dat het boekenweekthema van 1992 Nederlands-Indie zou zijn schreef  Kousbroek opeens in enkele maanden 500 paginas. Tilly noemt het in vergelijk met Multatuli, Kousbroeks ‘pak van Sjaalman’.  Ook Medereizigers – over hoe de liefde van de mens voor het dier is ontstaan – kwam pas tot een compositie toen Dieren het thema werd van Boekenweek 2009. Tilly Hermans: “(…) wanhopig en kwaad kon ik zijn omdat hij maar niet leek te willen geloven dat we zijn boeken heel graag wilden uitgeven, dat ik echt niet zijn enige lezer zou zijn.”

    De tekst van de eerste Rudy Kousbroek-lezing, gehouden door K. Schipper staat in dit nummer. Het Rudy Kousbroekplein bevat onverhuld een pleidooi om een bestaand plein in het Rudy Kousbroekplein om te dopen. Want het Sarphatipark heette eerst Bollandpark en het Jan Willem Brouwersplein is nu Concertgebouwplein. En waarom niet een “(…) Rudy Kousbroekplein, (..) aan de zijkant van de muziektempel (…) In de naam klinkt van alles door (..) compleet met Jan Willem Brouwers, een verhaal dat ontploft tussen al die trampassagiers, wachtend op de halte.” Denkend aan Kousbroek komen toch vooral de knetterende polemieken boven die hij met schrijf-collega Jeroen Brouwers voerde. Schippers schreef een forensische schets over Kousbroek, die als zestienjarige met het troepentransportschip Noordam vanuit Sumatra, Nederland binnenvoer. Over de wegen die hij in het Amsterdam van de jaren 50 bewandelde of per tram beslechtte op weg naar school of theater. Daar zou nog wel eens een Rudy Kousbroek-route uit kunnen ontstaan die uitkomt op het Rudy Kousbroekplein.

    Maarten Asscher interviewde Rudy Kousbroek in het Academisch-Cultureel centrum Spui 25 te Amsterdam op 17 april 2007. Het gesprek begint als volgt: “MA: Wil je een glaasje water om mee te beginnen? RK: Wat ik eigenlijk het liefst zou willen is de gordijnen dicht. We zitten hier zo te koop. MA: Voor schrijvers is dat toch niet zo ongepast? RK: Voor een schrijver als ik wel, hoor. Ik werk in het donker.”  Waarna het interview onder het motto de ‘fotosynthese’ wordt afgenomen. Een formule van foto’s waarbij een tekst geschreven. Kousbroek heeft verschillende fotosyntheseboeken gepubliceerd. In dit gesprek noemt Kousbroek zichzelf een  mislukt romancier. “Het is mij nooit gelukt om een roman, een echte roman, te schrijven zoals ik denk dat dat gedaan moet worden, en die ook werkelijk af te maken.”

    Uit alles blijkt dat Rudy Kousbroek leed aan een gebrek aan zelfvertrouwen waardoor veel ideeën het niet tot een publicatie brachten. Kortom, een Gids  voor de liefhebber van Rudy Kousbroek, een collecters nummer!