• Oogst week 7 – 2023

    De Netanyahu’s

    Onlangs is de roman De Netanyahu’s verschenen van de Amerikaanse schrijver Joshua Cohen. De lange ondertitel luidt: Een verhaal over een onbetekenende en uiteindelijk zelfs verwaarloosbare episode in de geschiedenis van een zeer beroemde familie.

    Het werd vertaald door Janine van der Kooij.

    Joshua Cohen is een van de snelst rijzende literaire sterauteurs van Amerika. Met The Netanyahu’s won hij in 2022 de Pulitzer Prijs en de National Jewish Book Award for Fiction. Met zijn boeken kwam hij voor in gerenommeerde top-zoveel-lijsten, maar De Netanyahu’s is pas het eerste boek dat van hem in het Nederlands vertaald werd. Als het hier net zo positief ontvangen wordt als in Amerika, zullen vertalingen van zijn andere boeken wel snel volgen.

    De loftuitingen vliegen je om de oren als je informatie opzoekt over dit boek, op de flaptekst wordt bijvoorbeeld de The New York Times geciteerd ‘Pakkend, verrukkelijk hilarisch, adembenemend en een van de beste en relevantste boeken die ik in wat wel een eeuwigheid lijkt heb gelezen.’

    En de jury van de Pulitzer Prize schrijft: ‘Een bijtende, taalkunstige en historisch onderlegde roman over de ambiguïteiten van de Joods-Amerikaanse beleving.’

     De Netanyahu’s
    Auteur: Joshua Cohen
    Uitgeverij: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar (2023)

    Dans Panfilo dans

    Op zijn website noemt Kyian Esser (Amsterdam 1992) zich acteur, auteur en artiest. Maar kroegbaas is hij ook. Van Café de Richel in Amsterdam.

    Als acteur is hij verbonden aan De Theatertroep en De Spelersfederatie. In het najaar van 2023 gaat Wie de fuk is Alice in premiere, een komedie die Esser geïnspireerd op het werk van Greta Gerwig -speciaal schreef voor de Theatertroep.

    In 2017 won hij met zijn verhaal Grote lijnen, kleine mannen de finale van WriteNow! Het juryrapport schreef over zijn verhaal: ‘Hier is een schrijver aan het woord die ambitieus schrijft, maar nergens pretentieus wordt […]

    Dans, Panfilo, dans is zijn debuutroman. Het vertelt het verhaal over een ontluikende liefde tussen twee jonge jongens. Het is een vakantieliefde maar een die ze nooit vergeten en waarnaar ze als ze volwassen zijn, op zoek gaan.

    Dans Panfilo dans
    Auteur: Kyrian Esser
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik (2023)

    ZamZam

    Anne Vegter was gedurende de jaren 2021 en 2022 stadsdichter van Rotterdam, de stad waar zij al dertig jaar woont.

    Tijdens Gedichtendag, de aftrap van de Poëzieweek, in januari jl. is in die hoedanigheid afscheid van Vegter genomen. Het was tevens de dag waarop ZamZam werd gepresenteerd, een bundel met al Vegters Rotterdamse gedichten.

    Ze heeft daarvoor niet stilgezeten. Zij heeft de afgelopen twee jaar alle hoeken van de stad bezocht, met inwoners gesproken en beschreven wat ze zag en hoorde. Afhankelijk van wat ze aantrof schreef ze er uiteenlopende gedichten over.

    Met het fotoverslag van beeldend kunstenaar Kamiel Verschuren en een essay van compagnon Xandra Nibbeling krijgt Rotterdam er een bundel van eigen klasse voor terug.

    Schrijver, theatermaker en performer Elfie Tromp is de nieuwe stadsdichter van Rotterdam.

    ZamZam
    Auteur: Anne Vegter
    Uitgeverij: uitgeverij Querido (2023)
  • Rotterdam, wat voor stad is dat?

    H.J.A. Hofland (1927 – 2016) beschrijft het naoorlogse Rotterdam in het nawoord van zijn roman Het diepste punt van Nederland (1993) als een stad die door drie kaalslagen getekend wordt: het bombardement, de oorlog en de niet-wederopbouw. En hoewel

    ‘Geen mens kan zeggen in hoeverre het opgroeien in een bepaalde stad, welke dan ook, bepalend is voor iemands leven en vervolgens, de kijk op zijn leven’,

    weet Hofland zeker dat die drie ervaringen sporen nagelaten hebben bij hem en degenen die net als hij het vooroorlogse Rotterdam nog gekend hebben.

    Terwijl Rotterdam voor veel mensen het toonbeeld van wederopbouw is – dankt de stad daar niet de bijnaam ‘Manhattan aan de Maas’ aan – herinneren de Rotterdammers die de dertien minuten durende bommenregen meemaakten zich vooral dat het centrum voordat de mouwen opgestroopt werden en het bouwen daadwerkelijk begon jarenlang braakliggend terrein bleef.
    Ze maakten niet veel woorden vuil aan hun ongenoegen. Het leven ging door, en er moest ook gewerkt worden. ‘Geen woorden, maar daden’ heeft niet alleen betrekking op Feyenoord 1.

    Sinds ik in Rotterdam woon – en dat is inmiddels een jaar of drie – vraag ik me af of er een relatie is tussen dat werken en die wederopbouw en het feit dat literatuur in Rotterdam een ondergeschoven kindje is.
    Er vinden weliswaar op gezette tijden festivals plaats, maar een literaire infrastructuur waar je het hele jaar wat aan hebt ontbreekt.
    Rotterdam heeft een universiteit, maar geen letterenfaculteit. De uitgeverijen die er gevestigd zijn, zijn klein en spelen landelijk nauwelijks een rol van betekenis. Het aantal ‘betere boekhandels’ is op de vingers van anderhalve hand te tellen. Dat is mager voor een stad met 641.326 inwoners, die zich nadrukkelijk als wereld(haven)stad profileert.

    Literatuur mag in de stad van de arbeid die Rotterdam klaarblijkelijk is – zoveel is mij inmiddels wel duidelijk – bestuurlijk en politiek geen hoge prioriteit hebben, de stad telt de nodige toonaangevende schrijvers, dichters en essayisten. Hardcore Rotterdammers – Deelder, Sleutelaar, Vaandrager, Waskowsky – die heel direct en onopgesmukt opschrijven wat ze te zeggen hebben.
    Maar er zijn ook auteurs van Rotterdamse origine die zich lyrischer uitlaten. Tel daarbij de schrijvers op die om hen moverende redenen voor Rotterdam kozen en zij die de stad verlieten zonder hun afkomst te verloochenen, en het is duidelijk: (de) Rotterdamse literatuur is veelstemmig, en meertalig bovendien. Er worden in Rotterdam minstens 168 talen gesproken, en in al die talen wordt geschreven, gedicht en van alles geprobeerd.

    Niet iedere Rotterdamse auteur schrijft even letterlijk over de stad aan de Oude Maas als Henk Hofland die in Het diepste punt van Nederland zijn personage Arnold Boekestein laat dromen over een modern Rotterdam dat uit de as herrijst (en vervolgens bedrogen uit laat komen), maar ontkennen dat er Rotterdam in gedichten, verhalen, romans en essays sluipt, heeft geen zin. Dat het verbeelde Rotterdam evenveel facetten heeft als het koor van schrijvers stemmen spreekt voor zich. Hét Rotterdam bestaat niet.

     

    Voor de gelegenheid (her)las ik

    Stille grond – Sanneke van Hassel
    Het diepste punt van Nederland – H.J.A. Hofland
    Een vlaag van troost – Nelleke Noordervliet
    De Ramblers gaan uit vissen – Cornelis Bastiaan Vaandrager
    Verzamelde gedichten – Riekus Waskowsky

     

    CityTripS bracht mij ook naar Londen, Lissabon, Venetië, Oostende, Heraklion, Parijs en Brussel.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.