• Verrassende en wijsgerige roman

    Verrassende en wijsgerige roman

    In zijn fascinerende nieuwe roman Over het zwijgen bewijst de jonge, gelauwerde auteur Roelof ten Napel opnieuw dat hij een fijnzinnige en onderzoekende schrijver is. Roelof laat in deze korte roman de dichteres Marie Verhulp eindeloos over zichzelf en over de relatie met de mensen om zich heen nadenken. De lezer cirkelt vanuit allerlei invalshoeken mee rondom de vraag wie zij is. Marie is geen mens uit één stuk die een vlotlopend verhaal over zichzelf kan vertellen. Ze stelt iedere fixatie van haar persoonlijkheid uit. Ze is echter bepaald geen meeloper of windvaantje. Ze heeft een geheel eigen kijk op de dingen en doet aan continue introspectie. Ze noemt zichzelf een plaats waar gedacht wordt, waar indrukken zich vasthaken. In een metafoor: ze is een plek in de bocht van en rivier waarin allerlei door het water meegesleept materiaal blijft liggen.

    De roman is opgebouwd uit korte hoofdstukjes met een titel die begint met het voornaamwoordelijk bijwoord ‘waarin’. Het zijn momenten uit haar leven, waarin ervaringen, gevoelens en gedachten van Marie beschreven worden die het bouwmateriaal zijn van haar persoon, maar nooit tot een afgewerkt geheel worden geassembleerd. Belangrijk is de betekenis van metaforen. Niets bestaat op zichzelf. Alles lijkt op iets anders of wordt door iets anders beïnvloed. Typerend is het veelvuldig gebruik van het voegwoord ‘alsof’. Ze vergelijkt zichzelf met mensen, kunstwerken, etenswaren, waarvan de metaforiek gebruikt wordt om een beeld te geven van het innerlijk van Marie. Zoals er bijvoorbeeld wit tussen woorden en zinnen zit, ruimte tussen twee hapjes eten op een bord, blauwe stukken tussen de wolken, zo is er leegte tussen de verschillende aspecten van haar identiteit. Die leegte is essentieel. 

     Zwijgen beter dan schrijven

    Marie Verhulp zocht als kind naar haar identiteit met behulp van het schrijven van gedichten. Het zijn voor zichzelf gemaakte notities waarin ze haar diepste zelf probeert te formuleren. Haar vader noemt haar notities gedichten en neemt ze serieus. Ook anderen doen dat, want haar bundels worden onderscheiden met de hoogst mogelijke prijzen. Na haar derde bundel zwijgt ze echter, twintig jaar lang. Aan de jongeman Herder, die een geschreven portret van haar probeert te maken, noemt ze diverse oorzaken van dat zwijgen. Maar de belangrijkste noemt ze hem niet. Marie is na drie bundels van mening, dat zwijgen beter is dan schrijven. Ze herinnert zich een wezenlijk moment. Wandelend in een bos liet ze, door op een tak te stappen en die te breken, een hert schrikken. Uit haar ooghoek zag ze een flits van een wegschietend hert. Deze ervaring heeft ze niet aan anderen verteld en ook niet opgeschreven. Daardoor bleef die ervaring van haarzelf en van niemand anders en kon ze er telkens naar terugkeren.

    Na twintig jaar zwijgen begint Marie opnieuw te schrijven. Ze verzamelt fragmenten waarin ze orde aanbrengt. Van tijdsvolgorde is nog steeds geen sprake. Het blijven brokstukken, ‘met leegte ertussen, maar samengehouden door een dwingend ritme en een hechte klank.’ De bundels zijn opnieuw succesvol. Daarmee is het verhaal echter niet voorbij, zo van ‘eind goed al goed’, want Marie gelooft daar niet in. Ze geeft les en denkt na, blijft een nauwkeurige observator die toevallig ook schrijft als weerkaatsing van wat ze opmerkt en ziet. En ze ziet heel veel en merkt veel op, telkens op zoek naar de nuance. 

    De vader en de filosofie

    Naast identiteit is opvoeding een belangrijk thema in deze roman. Wat heeft de opvoeding van een kind voor invloed op het latere functioneren? Marie’s vader stierf op jonge leeftijd. Hij stimuleerde haar en stond aan de wieg van haar dichterschap. Hij zorgde ervoor dat ze ‘bedachtzaam’ schreef en elk woord woog. Zijn plaats werd bij haar ingenomen door de filosofie. Ze leest filosofen als Pascal, Plato en Kierkegaard, die onder woorden brengen wat ze denkt of die haar aan het denken zetten. Maar zij ontwikkelt geen schabloon voor het leven en komt tot de overweging dat het zonder betekenis is of kan worden gezien. Als er af en toe iets van betekenis oplicht is dat al genoeg. Ze is wie ze in haar manier van denken. Toch zijn ook haar jeugd en opvoeding niet zonder wrijving geweest. Heel mooi is het dat ze die wrijving niet kenmerkt als het resultaat van bewuste handelingen, maar als het gevolg van een som van misverstanden. Haar oudere broertje Wouter sloeg haar, maar haar vader bemerkte dat zij hem nooit uit liet spreken. Het slaan was een ultieme poging om gehoord te worden. 

    Als docent geeft Marie op haar beurt weer door wat ze van haar vader geleerd heeft. Ze geeft een college met de titel ‘Ervaring als methode’. Wie zou niet zo’n college willen volgen van iemand als Marie die uiterst subtiel en gevoelig haar studenten begeleidt en met hen een intellectuele relatie aangaat om ze verder op weg te helpen. Zo legt ze bijvoorbeeld uit wat het verschil is tussen kennis en ervaring en hoe vanuit ervaring kennis kan ontstaan. Op welk moment wordt een beschrijving meer dan een eigen indruk? Hoe geeft ervaring waarheid prijs? Ervaring is de kennis van één enkel mens. Kennis is de herhaalde waarneming van vele mensen. Ze begint het college met een voorbeeld, een vraag. Wat is het verschil tussen een stoel en een kruk? De rugleuning. Neem je de rugleuning weg dan wordt een stoel een kruk. De studenten moeten inzicht als een delfstof leren zien, eigen ervaring als een groeve. En zo staat het boek vol met prachtige vergelijkingen en zinnen. 

    Originele observaties

    Heel bijzonder is Marie’s begeleiding van studente Rachel in wie zij veel herkent van zichzelf. Als ze beschrijft hoe Rachel denkt, lijkt het alsof ze een zelfportret schrijft. Ze omringt haar met goede raad en advies en is betrokken. Het is onvoorstelbaar dat zo’n jonge schrijver als Roelof ten Napel (1993) dit rijpe en wijze boek heeft geschreven.

    Over het zwijgen verrast met originele observaties en intelligente doorzichten, zonder dat het belerend wordt. Het is een verademing, een antigif tegen oppervlakkige presentaties op sociale media, in een paar steekwoorden of foto’s. Oppervlakkige self-exposure is de kurk van ons sociale leven geworden. Marie woont liever in het uitstellen van dingen en heeft geen behoefte zichzelf in een paar woorden te presenteren, al is ze paradoxaal wel duidelijk herkenbaar voor anderen. Een persoonlijkheid verraadt zich altijd, evenals ieder boek van een schrijver het stempel van de schrijver verraadt, zo ook dit boek van Roelof ten Napel. De uitgestelde identiteit van Marie uit zich in voorzichtigheid en zorgvuldigheid ten aanzien van zichzelf en de dingen om zich heen. Ze annexeert de wereld niet, maar laat die doorklinken in haar woorden als dichteres en haar gedrag als docent.



  • Oogst week 15 – 2024

    Mocht er iemand langskomen

    Trilogieën te over. Van jongeling Thomas Korsgaard (1995) verschijnt dit jaar in Nederland Mocht er iemand langskomen. Korsgaards debuut werd direct een bestseller in Denemarken en Noorwegen. Het eerste boek in de zogeheten Tue-trilogie scharen critici onder het sociaal-realisme, maar het gaat zijdelings ook over Korsgaards eigen leven. Een hard, geïsoleerd bestaan op het platteland, herkenbaar en humoristisch neergezet.

    Hoofdpersoon Tue leeft met een gefrustreerde vader en ongelukkige moeder op een boerderij, die zo goed als zieltogend is. Ontluikend is daarentegen zijn seksualiteit, zijn gevoel voor dromen en zijn verlangen naar de stad. Deze motieven en verhaalonderdelen kennen we ook wel van Nederlandse romans, natuurlijk. En juist daarom zal Korsgaards verhaal hier vast goed scoren. Aan het talent van de Deen zal het niet liggen: de Boghandlernes Gyldne Laurbaer heeft hij al op zijn naam staan: de jongste winnaar ooit van deze onderscheiding.

    Mocht er iemand langskomen
    Auteur: Thomas Korsgaard
    Uitgeverij: Ambo Anthos

    Over het zwijgen

    Roelof ten Napel (Joure, 1993) schrijft poëzie, essays en romans. Voor Dagen in huis ontving hij de Grote Poëzieprijs en kreeg hij nominaties op zijn naam voor de Joost Zwagerman Essayprijs, de C. Buddingh’-prijs en de Poëziedebuutprijs. Zijn dichtkunst reikt tot ver over onze landsgrenzen, maar ook menig theater brengt zijn werk onder de aandacht: zijn roman Het leven zelf werd bewerkt voor toneel. Over het zwijgen, zijn derde roman, gaat over een dichteres die twintig jaar terug ophield met dichten. Maar waarom?

    Marie Verhulp, zo heet ze, doceert tegenwoordig filosofie en bezoekt congressen, musea, concerten en kroegen. Via haar notities, observaties en overwegingen laat Ten Napel de lezer kennismaken met Verhulp, die met veel verschillende, interessante geesten in gesprek raakt. Over het zwijgen is daarom een zinderende roman vol indrukken en innerlijke monologen. Langzamerhand krijgt het portret van deze Marie vorm. Tragisch genoeg lijkt ze zich af te vragen of mensen ook zónder verhalen zouden kunnen leven.

    Over het zwijgen
    Auteur: Roelof ten Napel
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Mam, ik ben geen crisis

    Ismail Mamo (1996) vlucht in 2016 uit Syrië voor ISIS. Hij staat dan op het punt geneeskunde te studeren. Vanaf het moment dat hij voet zet op Nederlandse bodem, leert hij zichzelf de taal aan. Twee jaar terug kreeg Mamo nationale bekendheid in een filmpje waarop hij aan andere vluchtelingen bij Ter Apel kleding uitdeelt. Zijn eigen kleren. Hierdoor mag hij dezelfde avond bij programma Op1 zijn verhaal doen, wat hij smakelijk en gevoelvol doet. Toeval of niet: inmiddels is hij student aan de toneelacademie in Arnhem.

    Mam, ik ben geen crisis gaat over alle lichte en donkere kanten van de mens, wanneer die op de vlucht slaat. In tijden van zelfbehoud en angst floreren natuurlijk egoïsme, opportunisme en ellebogenwerk. Vooral wanneer kwaadwillende, louche mensenhandelaren grotendeels bepalen welke wending je lot neemt. Hoe nijpend de situatie voor vluchtelingen ook is, toch dringt hun wanhoop niet tot het grote publiek door. Daarom zijn verhalen als deze, van Mamo en lotgenoten, zo belangrijk.

     

    Mam, ik ben geen crisis
    Auteur: Ismaîl Mamo
    Uitgeverij: Das Mag
  • Roelof ten Napel krijgt De grote Poëzieprijs toegekend

    Vrijdagavond 13 mei werd in het radioprogramma Opium op NPO 4 bekend gemaakt dat De grote Poeziëprijs werd toegekend aan Roelof ten Napel voor zijn bundel Dagen in huis.

    De jury van de Poeziëprijs had negentig bundels te beoordelen waarvan er vijf op de shortlist terechtkwamen. Naast Roelof ten Napel met Dagen in huis, waren dat Piet Gerbrandy met Ontbinding; Sasja Janssen met Virgula; Tijl Nuyts met Vervoersbewijzen en Charlotte Van den Broeck met Aarduitwrijvingen. De jury vond de bundel Dagen in huis een feestje om het leven te vieren en prijst daarbij de poëzie in het algemeen, ‘die weer eens bewijst een huis te kunnen zijn, met ruime, lichte kamers, voor al wie er onderdak zoekt’.

    Uit het juryrapport: ‘Ten Napel is een dichter die tegelijkertijd ook schilder, beeldhouwer, fotograaf is. Hij schrijft vanuit een bezield perspectief, waardoor zijn observaties nergens afstand scheppen, maar vaak juist iets tactiels en soms zelfs intiems hebben. Het huis uit de titel bijvoorbeeld, is ook op te vatten als ons lichaam, of dat van een ander: “Als we ons medeleven verbeelden als verplaatsen-in,/ hebben we dan van de ander geen huis gemaakt?”’

    Het in huis zijn wordt letterlijk vergeleken met ‘in leven zijn’ wat tegen de achtergrond van een pandemie onnadrukkelijk maar onoverkomelijk nog eens aan betekenis wint, schrijft de jury.

    Van dichter, prozaschrijver en essayist Roelof ten Napel (1993) verschenen, naast Dagen in huis, de bundels In het vlees (2019) en Het Woedeboek (2014), alsook de romans Een zoon van (2020) en Het leven zelf (2017).

    De jury van De Grote Poëzieprijs 2022 bestond uit, Elke Brems, (hoogleraar Letterkunde KU Leuven); Vicky Francken, (dichter, vertaler, redactielid tijdschrift Awater); John Jansen van Galen, (journalist); Maarten Moll, (schrijver en journalist) en Xavier Roelens, (dichter en poëziedocent).

    Aan De Grote Poëzieprijs 2022 is een bedrag verbonden van 20.000 euro.  Dagen in huis verscheen bij uitgeverij Hollands Diep in  2021.

     

     

  • Een op te lossen puzzel

    Een op te lossen puzzel

    Tegen een achtergrond van bomen, water, licht, sterren, foto’s, woorden en een naam ontwaart de lezer in Constellaties personages die als in een schimmentheater komen en gaan. Ze zitten, lopen, kijken, denken, en af en toe zeggen ze wat.

    Het boek is genomineerd voor de J.M.A. Biesheuvelprijs, een prijs voor de beste korte verhalenbundel in de Nederlandse taal. Of dit korte verhalen zijn, valt echter te bezien. Constellaties zou net zo goed voor roman kunnen doorgaan.

    In stukken tekst met de namen Wildgroei, Grond, Zon, Magnolia wordt of worden –vermoedelijk – een of meer verhalen verteld. De mannelijke personages lijken in elkaar over te vloeien en afwisselend vader, zoon en opa te zijn. Basis daarvan zou het kort het door Roelof ten Napel aangehaalde bijbelverhaal over Esau en Jacob kunnen zijn, hoewel uit geen enkel tekstdeel een conflict valt te distilleren, noch uit het totaal. De vrouwelijke figuren spelen een bijrol als zus, vriendin, echtgenote, moeder en oma. Er zit overlap in de personages, die soms met dezelfde naam terugkeren in een ander stuk. Ook de titel van het boek doet vermoeden dat de teksten niet los van elkaar staan. Maar wie is wat, waar en wanneer? Waar draait het om? Is Lux Lukos, is Lukos Noah of is Noah Robin? En is Anders Lux?

    De dialogen zijn kort en geven weinig prijs van wat de sprekenden werkelijk bedoelen. Zelden wekken die belangstelling of nieuwsgierigheid op, noch medelijden met hun schijnbare eenzaamheid. Het vele zwijgen suggereert diepere lagen, maar zonder verwijzingen naar welk drama dan ook levert het vooral saaiheid op.

    Op aparte pagina’s staan citaten van dichters, schrijvers en musici, door Ten Napel ‘enten’ genoemd en op andere pagina’s zijn met puntjes sterrenconstellaties weergegeven.

    Ondanks de vaagheid zijn er veel details te lezen over wat de in alle ‘verhalen’ terugkerende ik-figuur ziet en denkt. Het zijn vooral bespiegelingen over kleine handelingen, zoals het bekijken van een doos die onder een bed vandaan komt, of over het gewaarworden van licht. Wel raak je door de talloze details het zicht op de essentie al gauw kwijt. De beschrijvingen van de natuur, inclusief sterren, zijn kaal. Net als de personen zijn het beelden zonder emotie. Op een kwart van het boek rijst de vraag: waar gaat dit over, gaat het ergens naartoe, wat is de bedoeling?

    De enige manier om daar achter te komen is doorlezen en dat vergt doorzettingsvermogen voor wie zich graag laat boeien door begrijpelijke gebeurtenissen en belevenissen van mensen van vlees en bloed. Tussen de prozastukken, de enten en de constellaties zitten verbindingen, maar er is ook sprake van uit de hand gelopen associaties. Bij die conclusie aangeland maakt een onbegrijpelijke zin meer of minder niets meer uit.

    Wiskundestudent Ten Napel heeft bewust niet gekozen voor de gangbare opbouw van een verhaal. Uitgaande van dit boek is het zelfs de vraag of hij wel verhalen wil vertellen. Op www.cjp.nl zegt hij: ‘Waarschijnlijk is het een fout van mijn kant, maar ik word snel moe van ‘normale’ boeken. Van elk systeem dat zich vastzet in een bepaald patroon waar mensen blijkbaar tevreden mee zijn, word ik namelijk recalcitrant.’

    Mogelijk als gevolg daarvan doet ook zijn taalgebruik het lezen soms stokken. De woordvolgorde is af en toe tegendraads: ‘Ik groef tussen de planten een kuil’, in plaats van ‘Ik groef een kuil tussen de planten’, evenals de woordkeuze: ‘Ik kwam even bij haar zitten’ in plaats van ‘Ik ging even bij haar zitten’. Terminologie als ‘vervangen alle bladeren hun plaats’ in een zin waar windvlagen door bomen jagen, doet de lezer fronsen. Ook ‘Buiten de badkamer lag na het douchen een overhemd klaar’ wringt.

    Soms lijkt Ten Napel per ongeluk hedendaags jongerenslang te bezigen, bij keuzes als ‘Ik ben een soort verdoofd’ en ‘…ik ga je zien, ja?’.  Frasen als ‘De golven leggen zich voorbij zichzelf, laag over laag,’ daarentegen zijn weer prachtig en to-the-point.

    Het voortdurende gebruik van ik loop, ik zie, ik denk na, ik vraag, ik sta op, ik dit, ik dat, maken het lezen samen met de korte zinnen vermoeiend. Zelfs ‘ik adem in’ moet genoemd worden. Ten Napel op cjp.nl: ‘Als je conventies breekt, maar een lezer toch op een heel basale manier kunt raken, ontroeren, heb je pas iets bereikt.’

    Helaas is ontroeren nou precies wat dit boek niet doet. Daarvoor zijn de vertellinkjes te afstandelijk en is het geheel te veel een methodische constructie waarbij het louter om de vorm draait. Alleen het deel Magnolia, waarin de ik als kind bij opa en oma logeert waar zijn vader ook zou zijn maar toch niet komt en ‘ik’ daarom wraak wil nemen, roept bij de lezer gevoel en begrip voor de jongen op. En juist dat (hoofd)stukje gaat richting traditionele verteltrant.

    Ergens laat Ten Napel een ‘ik’ denken: ‘Ik begon me af te vragen of de woorden die ik had genoeg waren, of ik ooit zou kunnen zeggen wat ik wilde.’ Zeggen wat hij wilde heeft de auteur misschien gedaan. Of hij ook verteld heeft wat hij kwijt wilde, is de vraag. Als hij poëzie in plaats van proza zou schrijven, zou de kans daarop wellicht groter zijn.

    Al mag je personages en auteur niet zomaar met elkaar verwisselen, Ten Napel lijkt net zo zoekende te zijn als zijn vermoedelijke hoofdpersoon of hoofdpersonen. Als schrijver hecht hij belang aan woorden en dat doen zijn ‘ikken’ ook. Een van hen deelt mee: ‘Ik lees een boek. Iemand schrijft over hoe iets onvergetelijk zou kunnen zijn, zonder herinnerd te worden – dat het vergeten achterblijft, toch nog plek inneemt, en invloed heeft. Ik weet niet wat ik daarmee aanmoet.’

    En zo weet de conventionele lezer niet wat hij met Constellaties aanmoet. Het geheel wekt de indruk een knap bouwwerk te zijn dat nauwelijks streeft naar mee te leven verhalen. Als experiment is dat interessant, als verhalenbundel, roman of welk geheel van teksten ook, meer een op te lossen puzzel. Daar moet je dan wel zin in hebben.